Kom mijn ongelovigheid te hulp!
(Markus 9:24)
Ja, dat moet ook ik er meteen aan toevoegen: Help mij om te geloven, want het ongeloof ligt te loeren op de bodem van mijn ziel.
Telkens komen er twijfels in mij naar boven. Waarom dit? Waarom dat? Maar ik weet dat ik ook met die twijfels bij U mag komen. Ik mag ze voor U uitspreken en dan neemt U die twijfels op Uw eigen. Uw hemelse manier weer van mij weg.
Heere, ik heb vaak zo veel last van mijn verstand. Telkens zijn er redeneringen, die een aanval doen op Uw Woord. Vleselijke wijsheid houdt mij ervan terug om mij in alles onvoorwaardelijk aan U over te geven.
Maar U slecht telkens weer die bolwerken. U voert mijn overleggingen telkens terug naar de gehoorzaamheid aan U (2 Kor. 10:4). Ik dank U daarvoor.
Ik dank U ook, omdat U geen twijfel in mijn hart over mijn geborgenheid bij U hebt toegelaten. Sinds U mij in liefde bent verschenen vanuit Uw Woord en door de verlichting van de Heilige Geest - toen in 1948 in Braziliƫ - weet ik voorgoed dat niets en niemand mij kan roven uit Uw hand (Joh. 10:28). U hebt al te intens Uw vergevende barmhartigheid aan mij getoond. U liet mij Uw doorstoken hart en uw doorboorde handen en voeten zien. En sindsdien kan en wil ik niet meer twijfelen aan mijn eeuwige zaligheid. U staat op mij te wachten, ginds achter mijn graf. Heere, wat zal het een genieting zijn om dan niet slechts in geloof, maar in aanschouwen U te zien en in Uw armen te vallen!
Heere, ik hoor in (telefoon)gesprekken en ik lees in brieven dat veel gelovigen toch telkens ook door die twijfel worden aangevochten. Wat moet dat een verdriet voor hen zijn.
Ik moet er niet aan denken dat ik ooit toch nog van U gescheiden zou worden en zelfs voor altijd. Heere, U weet, ik kan U niet missen. Ik verkommer, ik verkleum, ik sterf buiten U.
Maar ik weet het: U zult dit nooit toelaten, want U hebt mij lief. U hebt Uw bloed voor mij gestort. Er is een Bloeds-verbondenheid tussen U en mij, die door Uw hemelse Vader is gelegd. Hij heeft mij aan U gegeven. U hebt immers tot Uw Vader gebeden: "Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren Uwe en Gij hebt ze Mij gegeven" (Joh. 17:6).
Heere, ik bid U voor de mensen die de Vader U gegeven heeft, maar die toch maar niet tot de blijde zekerheid van Uw liefde komen. Wat een pijn! Misschien zijn ze als een schaap van U dat verstrikt zit tussen de doorns van allerlei menselijke systemen, van tradities die het zicht op Uw rijke Woord hebben belemmerd. Goede Herder, ga naar hen toe en bevrijd hen. En eigenlijk hoef ik dat niet eens aan U te vragen, want U wilt niets liever. Heere. doe het NU! Doe dat aan een van de lezers of lezeressen NU. Openbaar de Naam van Uw liefdevolle Vader aan hen. Openbaar Uzelf aan hen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1987
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1987
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
