Bijbelse rangorde
Naar aanleiding van een telefonische reaktie
Deze abonnee maakte zich, overigens op een heel vriendelijke manier, erover bezorgd of mijn bedoeling met het plaatsen van hetartiker'Hoofdzakenen bijzaken" van Joke Scholten (IRS sept. p. 29) wel goed zou overkomen. Vandaar deze verduidelijking.
Ik ben het er vanzelfsprekend mee eens dat wij ook in onze kleding de Bijbel als richtsnoer moeten nemen. Daar ging het echter in dat artikel niet om. De kernvraag was: Komen in de Bijbel zaken voor, die als hoofdzaken moeten beschouwd worden, en andere die meer als bijzaken fungeren? Joke Scholten antwoordde in haar artikel: ja, en ik ben het daarin met haar eens.
Wel zou ikzelf liever spreken over een rangorde. De uitdrukking "hoofdzaken en bijzaken" zou de indruk kunnen wekken alsof er in de Bijbel bepaalde dingen zijn, die er niet zo toe doen. En dat is niet het geval. In de Bijbel hangt alles met alles samen.
En toch is in de Bijbel een rangorde te vinden. Bepaalde zaken worden ons bijzonder op het hart gedrukt: Denk daar vooral en allereerst aan!
De Heere Jezus zegt: "Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid en al deze dingen zullen u toegeworpen worden" (Mat. 6:33). Met "al deze dingen" bedoelde Jezus voedsel en kleding.
En tot Martha zei Hij: "Maar één ding is nodig; doch Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen" (Lk. 10:42).
Ook bepaalde geboden krijgen meer klem dan andere. Dat is bv. het geval met de liefde. Lees 1 Kor. 13 en dan zie je hoezeer de liefde in alles de voorrang moet hebben. En Jezus heeft Zelf gezegd dat in de liefde tot God en tot de naaste alle geboden worden samengevat en er hun voltooiing in vinden.
De Heere laat ook zien dat het geloof zelfs nog belangrijker is, want de ware liefde komt uit het geloof voort (Gal. 5:6). Op de vraag van de Joden: "Wat zullen wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken'.'", antwoordde Hij: "Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem die Hij gezonden heeft" (Joh. 6:28).
Ook het bidden wordt als zeer belangrijk aangegeven. "Al wat gij de Vader zult bidden in Mijn Naam, (dat) zal Hij u geven" (Joh. 16:23). "Bidt en u zal gegeven worden" (Lk. 11:9).
Maar laat ik dat nu eens konkreet maken. Ik denk daarbij aan een verjaardagsvisite. Wat denkt u van zo'n geprek:
"Zeg, heb je die zondag in de kerk gezien. Ja, ze had nog wel een lapje stof van het ene oor naar het andere. Maar daar is alles ook mee gezegd. Denkt ze werkelijk daarmee te voldoen aan het gebod van 1 Kor. 11:5?"
"En heb je die andere gezien? Ze had nog geen uitgesproken ponykopje, maar het was duidelijk dat ze er met de schaar in had gezeten. Trekt ze zich soms niets aan van 1 Kor. 11:13?".
"En je ziet de vrouwen van die andere kerk… steeds meer de lange broek dragen. Vreselijk! Er blijft niets meer over van die kerk! Bij ons is er tenminste nog de tucht". Enz. Enz.
Als je zo de hele avond in diezelfde sfeer gekletst hebt, wat voor opbouwends is dat dan geweest? En kweek je dan niet het farizeïsme aan: "O God. ik dank U dat ik niet ben zoals al die anderen'".'
Zeker, wij moeten het verkeerde afwijzen. Maar: 1. moeten wij dat verkeerde bij de anderen tot in de finesses uitpluizen? 2. Zijn er niet veel mooier dingen om over te spreken?
Wat zoudt u denken van een verjaarsvisite, waarin uitgewijd wordt over de heerlijkheid en de liefde van Christus? Waar, als er over anderen gesproken wordt, men meer zoekt naar wat we in hem of haar kunnen waarderen dan alsmaar zitten te vitten over wat er bij die ander mankeert; waar in elk geval een sterk gevoel van mededogen, begrip en warmte voor de naaste heerst? Waar er psalmen en geestelijke liederen gezongen worden, waar de avond besloten wordt met een dankgebed?
Is het niet beter om meer tijd te besteden aan het bidden en profeteren, waartoe de vrouw wordt opgeroepen in 1 Kor. 5, dan aan de vraag of ze wel voldoende hoofddeksel draagt? Zou zulk een dameskransje niet veel vruchtbaarder zijn, wanneer zij onder elkaar ook het gebed zouden praktizeren?
We hebben allemaal slechts 24 uur per dag om over te beschikken. De tijd is een gave van de Heere. Laten we bij de besteding daarvan de door de Bijbel aangegeven rangorde in acht nemen.
En "voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerbaar is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is en zo er enige lof is, bedenkt dat" (Fil. 4:8).
DE TOEKOMST IN BIJBELS LICHT uitg Het Zoeklicht (117 biz f 14,90) - door verschillende schrijvers.
Ik las het erg geboeid. Op een eenvoudige manier wordt de Maranatha-visie zoals die vooral door Joh. de Heer werd voorgestaan, uiteengezet, zoals de opname van de gemeente vóór de grote verdrukking, het duizendjarig rijk, de antichrist. Het is goed om kennis te nemen van deze visie die de schrijvers vanuit hun geloof in Gods Woord hebben opgediept.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1987
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1987
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
