Bekijk het origineel

tag:IRS,19871001:newsml_ce76a7bd23e4dc809b8fbb4235ec7d91

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

tag:IRS,19871001:newsml_ce76a7bd23e4dc809b8fbb4235ec7d91

9 minuten leestijd

Getuigenis van een ex-seminarist

Had ik een roeping voor het klooster, voor het priesterschap? Ik dacht het. Het was mij aangepraat.

Ik voegde mij bij de orde van de dominikanen. Mijn kloosterleven begon met het noviciaat. Ik kreeg een andere naam. Ze noemden mij voortaan frater Alfonso. De naam die ik bij de Doop ontving en waarmee ik ingeschreven was in de burgerlijke stand, was Jesús.

Ik moest mij nu gaan oefenen om een 'andere Christus' te worden: sacerdos alter Christus = de priester is een andere Christus; dat werd ons voorgehouden. Wat jammer dat ze nu juist mijn mooie naam 'Jesús' hadden veranderd in een naam, die verder niets met Hem had uit te staan.

Ik wist toen nog niet dat alleen Christus mij een echte nieuwe naam kon geven (Openb. 2:17), omdat Hij alleen een nieuw schepsel van mij kan maken (2 Kor. 5:17) door de wedergeboorte, die de Heilige Geest bewerkt (Joh. 3:3,5).

No es el cambio del nombre el que cambia al hombre = de verandering van de naam verandert de mens niet. (In het Spaans rijmt dat). Dat gebeurt alleen, wanneer de oude mens sterft (Rom. 6:6). De wedergeboorte is een werk van God en niet van "vlees en bloed" (Joh. 1:12-13). Er is een lied dat luidt: "Niemand kan mijn wezen veranderen, niemand dan Jezus alleen".

Het vrome vlees

Ik ben Peruaan, maar moest naar Ecuador, omdat daar het noviciaat van de dominikanen zich bevindt. (Voor protestantse lezers: het noviciaat is het proefjaar. Dan heeft een eerste grove schifting plaats. Novicen van wie de overste denkt dat ze 'geen roeping hebben', worden dan zonder pardon weggestuurd).

Ik genoot van dat jaar. Ik hield van al die godsdienstige oefeningen: al die vaste gebeden, het brevier vanaf de metten tot en met de completen. Elke dag de rozenkrans; het spreken in het Latijn; het zich hullen in de capuchon; het dragen van het scapulier.

Deze riten en ceremonies ademen een geur van vroomheid uit. Ze bevredigen de religieuze gevoelens. Het vrome 'vlees' komt er volledig aan zijn trekken. Het lijzige Gregoriaans, de kaarsen, de klokken en belletjes - ik vond dat allemaal heel mooi.

En toch… en toch!

Wat stond ik toen nog veraf van de kennis van het Evangelie! Ik wist toen nog niet dat het geloof zoals de Bijbel dat leert, niet gebaseerd is op sentimenten, op religieuze gevoelens en op allerlei ceremonies.

Het Evangelie 'geschiedt' niet in prachtige kerkgebouwen, die door mensenhanden zijn gemaakt. Het heeft de versiering niet nodig van allerlei koormuziek. Het Evangelie is heel iets anders dan de luidruchtige en pompeuze processies. Het is niet te vinden in het altijd weer herhaalde 'halleluja'-geroep.

Het Evangelie is niet gebouwd op het drijfzand van de menselijke emoties, maar op historische feiten, die eenmaal zijn geschied en zich niet meer herhalen: op de offerdood, de begrafenis en de opstanding van Christus. Gode zij daarvoor dank! (1 Kor. 15:M). Want ook mijn gevoelens zijn wisselvallig. Ze kunnen geheel en al wegvallen en in het niet verzinken. Maar Christus is getrouw. Hij is de rots der eeuwen! (ps. 31:2).

In het oerwoud van de filosofie

Daarna de twee jaar studie van de filosofie en van de geschiedenis van de filosofie. In die wereld van redeneringen, stellingen en onderscheidingen drong de vraag zich aan mij op: Wat is (de) waarheid? Is dat de overeenstemming van het verstand met de werkelijkheid? aldus Aristoteles. Of kun je niets met zekerheid weten? Dat bewerende agnosticisten. Of is er geen andere waarheid dan de werkelijkheid van elke dag? Zo verdiepten wij ons in de leer van de filosofen vanaf de Griekse oudheid tot in de moderne tijd en al zoekende leek het of we verder dan ooit van de waarheid afdwaalden. De waarheid? Wat is de waarheid? Wie bezit de waarheid?

En toch … en toch! Ik wist toen helemaal niet dat de waarheid niet een begrip is of een stelling, die je kunt formuleren. Ik wist niet dat de waarheid niet een 'iets', maar een 'Iemand' is.

Pas toen het Licht mijn leven binnendrong, kwam ik te weten dat Christus de Waarheid is. Geloofd zij de Heere! Sindsdien hoefde ik niet meer te zwerven langs de holle spitsvondigheden en de woordenstromen van menselijke denkers.

Christus heeft gezegd: "Ik ben de Waarheid". Wat geweldig! Hem bezitten is de waarheid bezitten. En als we Hem niet toebehoren? Dan bevinden we ons daardoor in de dwaling. Die sublieme woorden van Joh. 14:6 zouden jaren later de scheiding teweeg brengen tussen mijn leven met en zonder Hem.

Wie moest ik volgen?

De studie van de theologie was weer een heel andere ervaring. Nu moest ik eerst geloven en mocht pas daarna redeneren.

Geloven? Wat? De Bijbel, maar … zoals die verklaard wordtdoorde R.-K. Kerk,door de paus die beweert dat hij een onfeilbaar leergezag heeft!

In die tijd had het tweede Vatikaanse Concilie plaats. We lazen over wat daar gebeurde. We lazen de reakties daarop in de kerkelijke bladen. We kwamen erdoor in verwarring.

Een groep priesters was enthousiast vanwege het 'aggiornamento' (= letterlijk: het bij de dag brengen, dus: het aan de tijd aanpassen van de kerkleer. HJH) zoals dat door Joannes XXIII gepropageerd werd. Maar de conservatieve richting verzette zich daartegen.

De charismatische beweging daagde aan de horizont. De theologie van de bevrijding ontstond. De voorstanders daarvan vereerden Camilo Torres, de Colombiaanse priester, die sneuvelde in een gewapend verzet tegen de troepen van de regering, als hun heilige.

Wie moesten we volgen? Onder de bisschoppen en vooral onder de priesters was hierover veel verschil van mening. Zijn er dan verschillende wegen mogelijk in de RK. Kerk? Welke weg zou ik dan moeten inslaan? De traditionele? De moderne? De oecumenische? De theologie van de bevrijding?

En toch … en toch! Wat stond ik toen nog ver af van de Bijbel, die geen theologie en zelfs geen christendom verkondigt! Ik begreep toen nog niets van wat Jezus zei dat er nl. slechts één Weg is (Joh. 14:6). Ik zag nog niet de waanzin van de theologische spitsvondigheden uit het verleden en in het heden.

De vermaning van Paulus had ik nog niet verstaan: "dat gij niet meer wandelt zoals de andere heidenen wandelen in de ijdelheid van hun gemoed, verduisterd in het verstand, vervreemd zijnde van het leven Gods, door de onwetendheid die in hen is, door de verharding van hun hart" (Ef. 4:17-18).

Ik was in die tijd als een van de mensen, "die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met alle wind der leer, door de bedriegerij der mensen, door arglistigheid, om listig tot dwaling te brengen" (Ef. 4:14).

Wat ik toen nodig had, was niet een of andere theologie, maar Christus. Want "de zaligheid is in geen ander, want er is ook onder de hemel geen andere Naam die onder de mensen gegeven is door Welke wij moeten zalig worden" (Hand. 4:12).

Deze ketters!

Ik kreeg verlof van mijn overste om mijn geboortedorp, Jauja, te bezoeken. Ik speelde al met de gedachte het klooster definitief vaarwel te zeggen. Maar toch… het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Ik zag een keer dat protestanten folders verspreidden in Jauja. Het waren enkele jongelui die dat deden. Op de folders stond een adres vermeld en ook de naam van hun kerk. Het waren baptisten.

Ik dacht: Hoe is het mogelijk dat deze ketters tegen wie onze heilige Vader Dominicus zozeer gestreden had, nu in ons eigen dorp hun ketterijen trachtten te verbreiden?! Dat was te veel voor mij. Ik ging er heen met de bedoeling om hun ketterijen met behulp van mijn argumenten te ontmaskeren en te vernietigen. Oecumene? Daar bekommerde ik mij niet om. Ik had kwade bedoelingen. Ik wilde hen de grond inboren.

En toch … en toch! Gode zij dank dat Hij met deze kromme stok mij naar hen toedreef. Ik luisterde aandachtig naar hun boodschap.

Jij bent een zondaar!

Het eerste wat zij aan de mensen verkondigden was: Wij zijn allemaal zondaars, "Want allen hebben gezondigd" (Tim. 3:23).

Die boodschap had een onverwachte, merkwaardige uitwerking op mij. Ik wil proberen dat duidelijk te maken.

Als iemand zegt dat wij sterfelijke mensen zijn, dan raakt ons dat niet persoonlijk, want het is een waarheid als een koe, evengoed als de waarheid dat de aarde rond is. Maar wanneer iemand de revolver op je richt om je te doden, dan ervaar je wat het zeggen wil dat je een sterfelijk mens bent.

Welnu, een dergelijke ervaring had ik, toen van mij werd gezegd dat ik een zondaar ben. Ineens realiseerde ik mij: ik ben slecht, ik ben een zondaar, ik ben een verlorene! Verschrikkelijk!

Ik zou wel met hen kunnen gaan redetwisten: "De mens is van nature goed, maar de maatschappij, de samenleving, heeft hem bedorven". Maar dat waren op dat moment voor mij schijnmanoeuvres, een afleidingstaktiek. Ik wist het: ik ben een zondaar, voor eeuwig verloren! Een verschrikkelijke waarheid voor mij en … voor u die dit leest.

Er is een Zaligmaker!

Het tweede wat de spreker naar voren bracht, was: Christus is gekomen om ons te redden, om ons zalig te maken. "Want de bezoldiging van de zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere" (Rom. 6:23). En: "Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, toen wij nog zondaars waren" (Rom. 5:8).

Ik kende die verzen bijna van buiten, wel niet precies waar het staat in de Bijbel, maar de betekenis ervan: Christus is gekomen om zalig te maken.

Maar … was Hij ook gekomen om mij zalig te maken. Was ik er zeker van dat ook ik voor eeuwig behouden was van de toorn Gods?

Op die vraag moest ik voor mijzelf met alle beslistheid antwoorden: Nee, nee, nee! Ik ben een verlorene! Dat is de naakte en harde werkelijkheid.

De Heere gebruikte deze boodschap om mij naar Zich toe te trekken. Sindsdien weet ik dat Christus "de Weg, de Waarheid en het Leven" is voor mij en voor allen die in Hem geloven. Ik weet en belijd: Ik heb Hem niet gezocht, maar Hij zocht mij (Rom. 3:11). Ik heb Hem niet liefgehad, maar Hij heeft mij eerst liefgehad (1 Joh. 4:10).

Ik leef nu in een wereld van Licht. En ú, en jij?

Dit gebeurde in 1972. En sinds 1975 mag ik de Heere dienen als predikant en evangelist in een baptistengemeente. De Heere heeft vanaf die tijd wonderbare dingen aan mij gedaan. Ik leef nu in een wereld van Licht.

Ik roep ook u, lezer(es), uit om tot Christus te gaan en om van Hem te ontvangen het leven, het licht, de vrede, de liefde en vele andere sublieme dingen, die Hij beloofd heeft voor dit leven en voor het leven na de dood. Ik zie er naar uit, wanneer ook u binnengaat in het Koninkrijk van de liefde van Christus.

Huancayo (Peru)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

tag:IRS,19871001:newsml_ce76a7bd23e4dc809b8fbb4235ec7d91

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

PDF Bekijken