In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

ONTMOETINGEN 16

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONTMOETINGEN 16

7 minuten leestijd

Graag wilde ik u schrijven naar aanleiding van Ontmoetingen 14 (ik lees dit soort stukjes het liefst).

U antwoordde aan die mevrouw: "Vit het overige van uw brief krijg ik duidelijk de indruk dat u een kind van God bent".

Een heerlijk antwoord voor die mevrouw, maar ik kon wel huilen van narigheid, want van mij kan dat niet gezegd worden.

En toch hunker ik daarnaar. Wat zou het een veilig gevoel voor mij wezen, wanneer ik zeker wist een kind van God te zijn! Want de Heere laat immers nooit varen het werk dat Zijn hand begon.

Nu ben ik maar weer begonnen met het lezen van het boekje " Wat is geloven?" Misschien zegt u nu: Zou je niet eerst mei de Bijbel beginnen? Die lees ik ook wel, maar soms, of vaak, raakt het mij niet.

Ik heb u al eens geschreven: het echte christen-zijn, daar zie ik tiaar uit. Ik merk dat ik niet bezit wat zij hebben.

Vaak heb ik een hekel aan Bijbellezen en doet een preek me niks. Dan ben ik onverschillig tegenover Gods Woord en ben kwaad op iedereen.

Ik heb u ook al eens geschreven dat ik een driftig mens ben en een egoïst. Er moet bij mij zoveel anders. En je moet toch ook anders willen, maar dat is er bij mij niet. Als ik dan in IRS lees over dat echte geloof denk ik: hou maar op, bij jou wordt hei nooit wat. Bij mij is geen echt vertrouwen. Ik denk wel eens: als ik een paar keer niet naar de kerk zou gaan, zou ik niks meer geloven.

Toch bid ik wet in zo'n toestand: Heere, zoek mij als een schaap dat van U afdwaalt. Dan voel ik me zo onmachtig van mezelf

Alles kan in mijn binnenste overhoop liggen. Dan ben ik ontevreden met alles, misschien het meest over mezelf

Ik heb wel echt gebeden: O God, wees mij, zondares, genadig, want van mijzelf ben ik verloren.

Ook heb ik gebeden om de Heilige Geest. Maar het is zo onheilig in mij.

ANTWOORD:

Het is nu al de vierde keer dat ik uw brief herlees. Ik wist nl. niet eer wat ik u moest geval wacht ik op een duidelijke aanwijzing van de Heere. Immers alleen dan kan een antwoord zegenrijk zijn. wanneer het voortkomt uit de wil des Heeren.

Zojuist heb ik echter een tijdlang de gemeenschap met de Heere beoefend. Dat doe ik meestal door op en neer te lopen in de tuin. De liefde Gods kan dan mijn ziel met zulk een overstelpende zoetheid vullen, dat ik mij daar moeilijk uit kan losmaken. Maar toen was het ineens alsof de Heere tegen mij zei: Ga nu die mevrouw antwoorden; Ik zal wel zeggen wat je schrijven moet.

Zo heb ik mij achter de schrijfmachine gezet. Ik meen dat de Heere mij opdraagt u te zeggen dat uw zonden vergeven zijn. Waarom? Omdat ik geloof in de God van de Bijbel, de God van de barmhartige liefde, en in Jezus Christus, Zijn Zoon die Hij heeft gezonden om de verlorenen te redden en zalig te maken.

In de eerste plaats wil ik u erop wijzen dat Jezus niet gekomen is om gezonden te genezen, maar zieken. Hij heeft immers gezegd: "Die gezond zijn hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik wil barmhartigheid en niet offerande; want Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering" (Mat. 9:12).

Uit heel uw brief blijkt dat u uzelf als een zieke, als een zondares, een machteloze in uzelf, een verlorene beschouwt. Hoe kunt u dan nog betwijfelen dat de Heere niet voor u zou zijn gekomen. Dan zou Zijn stellige verzekering van o.a. Mat. 9:12 niet waar zijn.

Opnieuw wil ik u de raad geven: Houd op met al dat geredeneer en al dat gedoe: dit moetje doen en dat moetje doen. Probeer althans om dat vermoeiende proces waarin u uzelf voortdurend afmartelt, stop te zetten. Bid om de stilte in u.

Een zieke die geopereerd moet worden, moet zich ook willoos overgeven aan de narcose. Alleen wanneer de zieke buiten bewustzijn is, kan de chirurg trefzeker het zieke deel wegsnijden zonder daarbij gehinderd te worden door de stuiptrekkingen van de pijn.

Vertrouw uzelf toe aan de goddelijke Dokter en Chirurg. Hij hanteert het tweesnijdende zwaard van het Woord, maar Hij doet dat met oneindige liefde en met de bedoeling om u te laten sterven aan uw zondige 'ik', zodat u met Hem en door Hem kunt opstaan tot het nieuwe leven.

Het lijkt mij goed om toch nog even terug te komen op het begin van mijn brief. Want misschien is intussen de vraag bij u opgekomen: Hoe durft u zo maar te beweren dat mijn zonden vergeven zijn?

Een eerste antwoord op die vraag heb ik u al gegeven. Ik durf dat te zeggen op grond van Gods Woord zelf.

Maar er is meer. Dat kunnen we vinden in Joh. 20:22-23. "En toen Hij dit gezegd had, blies Hij (op hen) en zeide tot hen: Ontvangt de Heilige Geest. Zo gij iemands zonden vergeeft, die worden zij vergeven, zo gij iemands (zonden) houdt, (die) zijn zij gehouden".

Christus verzekert in die uitspraak allereerst dat de apostelen in het bezit zijn van de sleutels van het Koninkrijk, omdat zij het ware Evangelie van Hem hebben ontvangen en vol vreugde hebben aanvaard. Dit in tegenstelling met de Farizeeën en wetgeleerden, die de sleutel der kennis hadden weggenomen (Lukas 11:52).

Maar Christus bedoelde daar meer mee. Immers Hij laat eraan voorafgaan: "Ontvangt de Heilige Geest", niet: "Ontvangt het Woord Gods, het Evangelie".

Dat is het trouwens wat de Kerk der eeuwen altijd heeft geleerd: Christus leidt de Zijnen door Woord èn Geest, dus niet: door het Woord alleen, en evenmin: door het Woord plus het sacrament als een min of meer automatisch werkend instrument dat Hij aan de ambtsdragers in handen zou hebben gegeven.

Op grond van het Woord Gods en in de kracht van de Heilige Geest mag ik u zeggen: Uw zonden zijn vergeven.

Op de Pinksterdag heeft ook Petrus op grond van het Woord en in de kracht van de Geest opnieuw verkondigd wat de Heere reeds via Joël aan Zijn volk had doen weten: "En het zal zijn dat een ieder die de Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden" (Hand. 2:21).

"Een ieder"… Hij heeft niet gezegd dat u niet behoort tot "een ieder". Ik mag u dit verkondigen in de kracht van de Heilige Geest, die ook over mij - Gods Naam zij geprezen! - is gekomen (Hand. 1:8).

En ik bid - en ik veronderstel dat ook lezers van IRS met mij meebidden - dat de Heilige Geest met kracht en grote warmte ook over u zal komen om dit woord der belofte vertroostend te heiligen aan uw hart.

Ik ben dus zeker dat ik u later zal aantreffen voor de troon van het Lam dat voor ons, zondaars, geslacht is. Maar ik hoop dat u spoedig, reeds hier op aarde, tot de dankzegging komt jegens dit Lam met Zijn onuitsprekelijke liefde voor u, tot de lofprijzing en aanbidding: "Het Lam dat geslacht is, is waardigte ontvangen de kracht en rijkdom en wijsheid en sterkte en eer en heerlijkheid en dankzegging" (Openb. 5:12).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

ONTMOETINGEN 16

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's