In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

ONTMOETINGEN 17

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONTMOETINGEN 17

11 minuten leestijd

Vanuit ergens in Nederland:

Altijd zit ik met vragen en komen de "waarom's" en de "ja maar's" bij mij naar boven, ook al wil ik dat niet. Iedere keer ben ik bang mezelf voor de tijd en de eeuwigheid te bedriegen.

En als ik denk wèl met de Heere te leven, vind ik het moeilijk om te weten hoe en wat Hij wil, hier en nu, in de konkrete omstandigheden, in de dagelijkse bezigheden.

Hoe weet je of een woord, een daad, een gedachte door Hem gestuurd, vanuit Hem geïnspireerd is, of dat dit voortkomt uit jezelf, uit eigen emotie, eigen aandrift, of misschien uit de duivel die immers God altijd naaapt, of misschien uit iets anders?

Ook voel ik me vaak heel eenzaam in mijn zoeken. Ik heb inmiddels kasten vol boeken en ik heb veel gelezen. Maar als ik mezelf niet vertrouw en twijfel aan de oprechtheid van mijn motivatie en de eigenlijke grond van mijn verlangens, dan kan ik daar heel moeilijk met iemand over praten.

Zulk een gesprek ontaardt dan al gauw in een diskussie, omdat we elkaar niet begrijpen. En in plaats van het antwoord te krijgen dat mij meer inzicht zou kunnen geven, ontstaat er verwijdering en komen negatieve, agressieve gevoelens in mij naar boven. Dat kan zelfs uitgroeien tot een afkeer tegen de hele geloofsleer, het geloofsleven en alles wat daarbij hoort.

En als dan onze dominee met vakantie is, je kinderen in en om het huis zwerven en soms bar lastig zijn, dan zie ik het niet meer zitten, dan voel ik me alleen, verlaten en ellendig.

Nu is dat op zichzelf niet erg, want het verlangen om nog meer te bidden, is daardoor wel aanwezig, maar ook juist dan ben ik weer bang dat het weer uit egoïsme is wanneer ik dan God zoek. Want juist in mijn probleempjes kan ik de weg op mijn knieën vaker vinden; dus niet omdat ik zoveel van Hem houd, maar omdat bidden het enige is dat ik dan nog doen kan.

Na een of twee dagen, soms nog dezelfde dag, kan het gebeuren dat ik weer wat rust ervaar, dat ik kalm word, het leven weer aandurf en het weerzie zitten. (Al kan ik daar geen nadere reden voor geven; er is niet een tekst bv. die mij ineens aansprak; er is niet een bepaalde gedachte, die zich aan mij voordeed, waardoor het weer ging).

Maar dan weet ik weer niet of die rust door de Heere geschonken is en dus een belofte voor verdere hulp inhoudt. Het kan immers zijn dat die verandering ten goede uit een andere bron voortkomt, bv. uit de jeugdige veerkracht waardoor de lucht toch altijd weer opklaart zoals na onweer of na een mistroostige regendag. Ik zit dan dus met de vraag of het aldoor slechts tijdelijke zegeningen zijn (die zijn het in elk geval) of dat ik daar ook steun uit mag putten voor het eeuwige welzijn.

Altijd bid ik dat ik voor Hem, door Hem en tot Hem mag leven. Vaak, misschien altijd, is dat een bidden met het verstand of zelfs tegen mijn gevoel in. Maar dan smeek ik Hem of Hij desondanks het willen en het werken in mijn hart wil leggen en of Hij me toch aanvaarden wil.

Wanneer weet je nu of je dan uit en door Hem leeft en dus niet bij een door jezelf ontstoken vuur en dat je dus vertoeft onder een ingebeelde hemel?

Als er mensen bij mij komen met geestelijke of sociale noden - dat gebeurt wel eens, soms heel onverwacht - hoe moet ik hen dan helpen, als ik zelf nooit de duidelijkheid heb of ik nu uit Hem mag leven of dat ik nog steeds vaar op eigen kracht?

Je luistert wel en praat en probeert zoveel mogelijk te helpen, maar als het tot de kern komt, vooral in het geestelijke, dan heb ik geen woord, dan weet ik het ook niet.

Vaak word ik ook in twijfel gebracht, wanneer ik, in tijden van hoop en vertrouwen op de Heere, over Hem lees, en dan weer eens tot de konklusie en de ontdekking kom dat ik eigenlijk nog niets van Hem weet.

Ik blijk altijd wat de Heere aangaat, net een vergiet: alles is iedere keer weg. En hoe kan ik nu met Iemand leven, in Iemand geloven, die ik eigenlijk niet ken. Iemand die voor mij vervluchtigt, als ik over Hem lees of hoor? Dan is het net of ik Zijn taal niet versta, alsof de heilsfeiten in het Frans geschreven staan (die taal versta ik ook niet). Weg is dan de hoop, weg de 'zekerheid', weg de toekomst.

Alles bij elkaar weet ik wel dat ik niet (te veel) naar mezelf moet kijken; dat ik het ook niet van mezelf of van anderen moet verwachten; dat de duivel graag twijfel zaait enz. enz. Maar intussen gaat het leven door en hoe moet ik dan verder?

Soms overvalt me de angst dat ik zal vallen in de handen van een toornig God of dat ik omringd ben door duistere machten, dan weer dat ik wandel in een door mijzelf aangestoken licht. En als ik momenten heb dat ik me door Hem gedragen weet (?), dan ben ik dat ook weer gauw kwijt. Het kan snel worden weggevaagd door problemen, onzekerheid en vooral door de ontdekking datje nog zo weinig van Hem weet. Hoe kan ik mij dan toch door Hem behouden weten?

En als ik nu eens tegen een boom rijd of aangereden word, en alles blijkt schijn te zijn geweest - hoe kom ik daar nú achter, nu ik nog tijd en leven heb!? en voor de verantwoording sta van een man en vier kinderen en van naasten die een beroep op mij doen?

Dan zit ik ook nog met een steeds terugkerend probleem: het Heilig Avondmaal. Vanaf de voorbereidingspreek zit ik met een week van zelfonderzoek. Dat is voor mij altijd weer een veldslag.

Van de ene kant is daar de nodiging. Als ik er geen gehoor aan geef, kan dat net zo fout zijn als wèl aangaan zonder daartoe gerechtigd te zijn.

Van de andere kant is het Avondmaal toch ook niet ingesteld voor mensen met een tijdgeloof, een wondergeloof, een historisch geloof enz., maar voor een ware gelovige. En dat ben ik niet, al wil ik het wel zijn. Kortom: ik ben een hopeloos geval en zit helemaal in de knoop als het Avondmaal afgekondigd wordt. Met mijn verstand beaam ik wel het Avondmaalsformulier, maar mijn hart wil vaak niet mee.

Ik zal nu maar weer stoppen. Uren zou ik wel willen praten of schrijven over alles wat ik niet snap, niet zie, niet begrijpen kan of wil, niet onthouden wil, leren wil, weten wil enz., maar dat kan nu eenmaal niet. En daar red ik het ook niet mee. Het lucht alleen op.

Weer hartelijk bedankt voor het lezen van deze brief. Mocht ik ook eens wat vooru kunnen doen in welke vorm dan ook, graag.

ANTWOORD:

Lieve tobster,

Ja, u bent wel een ster in het tobben. Ik voeg er echter meteen aan toe dat ik dat niet als een verwijt bedoel. Ik lees uw brieven graag. Reden: u zeurt niet. maar staat midden in het leven en beschrijft de dingen van alle dag uitermate boeiend. Op een of andere manier kunnen we ons daarin allemaal terugvinden.

U hebt gelijk. U weet veel over uzelf, maar nog weinig over de Heere (maar daarover straks).

U kunt uw gedachten en gevoelens haarfijn ontleden en verwoorden. Maar… zo zijn wij allemaal een beetje: hopeloos, miserabel, altijd maar cirkelend rondom je eigen 'ik'. Maar - u schrijft dat zelf al - u blijft te veel staan bij uzelf. U moet veel meer uit uzelf treden en naar de Heere zien.

Dan zult u ontdekken dat de Heere juist te doen heeft met schepsels zoals u en ik, mensen die niets goeds in zichzelf kunnen ontdekken.

Een van de mooiste teksten van de Bijbel vind ik: "Want alzo zegt de Hoge en Verhevene, die in de eeuwigheid woont en Wiens Naam heilig is: Ik woon (in) de hoogte en (in) het heilige, en bij hem die van een verbrijzelde en nederige geest is, opdat Ik levend make de geest der nederigen en opdat ik levend make het hart der verbrijzelden" (Jes. 57:15).

God wil niet wonen bij de geweldigen, de groten der aarde, de geestelijke krachtpatsers die pronken met hun deugden en prestaties.

Hij wil wonen bij de geringen, de stillen in den lande, die zelfs niet hun nederigheid en hun verbrokenheid des harten aan Hem kunnen aanbieden als het resultaat van eigen kunnen.

Bij zulke mensen die, als ze naar Hem zien, naar Zijn majesteit en liefde, alleen maar beschaamd en verlegen willen wegkruipen, wil Hij wonen.

Hij aanvaardt ons zoals we zijn, met al onze grote vragen en onze petieterige probleempjes, met onze twijfels, met ons aangeboren wantrouwen (zelfs tegenover Hem), met ons ongeduld en onze negatieve en agressieve gevoelens (ook soms tegenover Hem).

"Hij weet wat van Zijn maaksel zij te wachten". Hij weet dat wij steeds mede ons eigen geluk beogen, wanneer wij naar Hem toe komen. Hij weet dat we Hem niet uitsluitend zoeken, omdat we Hem zo hevig liefhebben.

Hij weet dat allemaal. Maar dat is juist Zijn grote barmhartigheid: Desondanks nodigt Hij ons uit: "Kom maar bij Mij; kom maar; Ik wil jou, verloren zoon of dochter, omhelzen. Ik wil je kussen en de ring van Mijn liefde aan je vinger schuiven. Ik wil feest vieren met jou. Ik wil dat je blij bent in de vreugde van de verzoening en deel krijgt aan Mijn goddelijke leven in Mijn Zoon".

U vraagt: "Wanneer weetje nu of je uit en door Hem leeft?". Ik geloof niet dat het juist is om die vraag te stellen of althans: ik geloof niet datje langs de weg van dat vragen een antwoord zult vinden.

Persoonlijk stel ik mij die vraag niet of nauwelijks. Als zo'n vraag even bij mij opkomt, kijk ik meteen naar Christus. En dan ben ik weg van Hem, zozeer dat dergelijke vragen vervallen of althans vervagen.

Wanneer ik naar Hem zie, vergeet ik mijn vragen, vergeet ik zelfs enigszins mijzelf, omdat ik al te zeer geboeid word door Hem.

Ik heb ook de indruk dat u het bijbelse woord "hart" vooral ziet als een emotie, een gevoelsberoering.

Dat is echter onjuist. Die betekenis heeft het woord "hart" meestal wel in het Nederlands. Maar in de Bijbel wordt met het 'hart' veel meer het diepere in de mens bedoeld, zijn eigenlijk 'ik', de kern van zijn menszijn.

In het tweede hoofdstuk van mijn nieuwe boek "Hoe leef ik met een genadig God?" ben ik uitvoerig ingegaan op datgene wat de Bijbel bedoelt met 'hart'. De titel van dat hoofdstuk luidt: "Tweeërlei denken". Ik meen dat deze uiteenzetting voor u een verheldering kan betekenen.

Wanneer u door het lezen van de Bijbel geboeid wordt door de Persoon van Jezus Christus, dan hoeft u zich niet meer de vraag te stellen of dat (tevens) voortkomt uit uzelf. We worden immers wedergeboren en leven uit en door het Woord van God (1 Petr. 1:23).

U hoeft er zich ook geen zorgen over te maken of zulk een geboeid worden door Christus al of niet met emotie gepaard gaat. We worden niet behouden door emoties, maar door geloof.

Als ik de Bijbel lees en uitermate geboeid wordt door de lichtende gestalte van Christus, dan wordt ook alles licht in mij, maar dat gaat soms nauwelijks gepaard met een gevoelsontroering. Het is dan als een hemelse vrede die zich stil op mij neerlegt. Wanneer wij door Christus geboeid worden zoals Hij uit het Woord aan ons verschijnt, dan hoeven wij niet meer de vraag te stellen of dat wel van de Heilige Geest komt. Doen we dat wel, dan maken we de Geest los van het Woord en verwachten een werking van de Geest buiten het Woord om. Maar de kerk der eeuwen heeft steeds ;recht beleden dat Woord en Geest niet van elkaar gescheiden kunnen worden.

De kern waarom alles draait, is dus: Komt uw verlangen om u aan Christus over te ;even, voort uit het Woord Gods (uit de Schrift zoals die ons Christus voor de ogen childert als de Gekruisigde en Opgestane Heiland - Gal. 3:1), ja of nee? Dus niet: inderga ik een emotie, wanneer ik naar Hem opzie of aan Hem denk?

n onszelf, ook in onze emoties, woont geen goed. Daarom zegt het Avondmaalsormulier zo treffend dat wij ons leven buiten onszelf in Jezus Christus moeten zoeken.

k aande bekende dingen herhaal. Maar door dezelfde lingen telkens op andere wijze te vernemen is er kans dat ineens het volle zicht en het ïeerlijke licht doorbreekt - althans zo heb ik het vaak ervaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

ONTMOETINGEN 17

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's