In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Henk van Teylingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Henk van Teylingen

9 minuten leestijd

Maar eerst het volgende: Persoonlijk ben ik enigszins bij dit boek betrokken, omdat één verhaal handelt over mij nl. "De tweede Luther", p. I 10-121.

Wat is nl. het geval? Ik heb gedurende het jaar 1949-50 dat ik studeerde aan de theologische fakulteit van de VU in Amsterdam, doorgebracht in het huisgezin van de familie van ds. van Teylingen. Ik ken de schrijver dus van nabij. Hij was toen 11 jaar. Daarom leek het mij goed deze recensie in te kleden in een brief aan Henk.

Beste Henk,

Toen ik je boek las, beleefde ik opnieuw de tijd, dat ik in jullie gezin was opgenomen en je tafelgenoot was.

Ik zie je daar weer wegglippen inje kamertje naast degrote zitkamer. Wat moet jij ontzettend geleden hebben! Dat begrijp ik nu uitje boek. Ik woonde zo vlak bij je en had er geen vermoeden van dat het zo erg was.

Jij hebt je vader verschillende vragen gesteld en je bent er nu nog razend om dat je geen bevredigend antwoord kreeg. Ik kan me dat indenken, maar het verbaast mij dat je je woede zo weinig weet te relativeren.

Uit heel je boek blijkt dat het je niet te doen was om theologische kwesties. Je boek is een doorlopend voorbeeld van de meest zuivere vorm van het Oedipuscomplex.

Voor IRS-lezers die deze term niet kennen: Deze term komt van Freud. Volgens hem groeit elke jongen op met een instinktieve binding aan zijn moeder (minder duidelijk van het meisje aan de vader). Dat heeft ten gevolge dat de jongen tevens jaloers is op zijn vader, omdat die blijkbaar de eerste.plaats inneemt in de liefdesrelatie met zijn moeder. Die jaloersheid kan zelfs tot haat uitgroeien met als konsekwentie het uit de weg willen ruimen van vader, wat dan weer drukkende schuldgevoelens veroorzaakt. Een normale jongen raakt deze binding op latere leeftijd kwijt, met name wanneer zijn liefde zich op een gezonde manier richt op een meisje. Maar het kan zijn dat die binding in het onderbewustzijn blijft doorwerken. Dan wordt ze de oorzaak van een neurotische levenshouding.

Je beschrijft hoe je in het Tropenmuseum voor een vitrine stond met gedroogde Indianenkoppen. Je schrijft dan: hadden die koppensnellers-Indianen "Steven Stoffels (de schuilnaam die je mij geeft) niet uit zijn klooster kunnen sleuren om hem een kopje kleiner te maken? Het zou heel wat anders zijn als er tussen de bruine rimpelgezichtjes in de vitrine een blank bolletje met een hoog voorhoofdje bengelde in plaats van dat de eigenaar levend en wel een tweede Luther liep uit te hangen.

"In gedachten zag hij de gedroogde kopjes van Stoffels, Vader, dominee Schippers, professor Beilsma en al die andere coryfeeën van het calvinisme in trossen in het Tropenmuseum hangen" (p. 118).

Daaruit bli jkt je onderbewuste wens om je vader, en iedereen die je op een of andere manier herinnert aan je vader, een kopje kleiner te maken.

Vind je dat nu een boeiende bezigheid: voortdurend mensen, zo niet lichamelijk dan toch minstens geestelijk, zo niet in werkelijkheid dan minstens in je dag- en nachtdromen, in mootjes hakken?

Je hebt zelf kinderen (ook een zoon?). Vind je het een prettige gedachte, wanneer je weten zou: mijn zoon zou mij graag levend villen?

Waarom ga je dan in heel je boek als een razende te keer tegen je eigen vader? En als je je keert tegen allen die een persoonlijk Godsgeloof belijden en vooral tegen de calvinisten, zie je dan niet dat je hen als schietschijven gebruikt, waarbij je in wezen niet hen (dus ook niet mij), maar slechts je vader wilt treffen?

Je binding aan je moeder blijkt o.a. op p. 7: "Uit haar houding sprak nerveuze, tedere toewijding. Haar ogen glansden. Het waren, vond Henkeman. de mooiste ogen van IJmuiden-Oost". En: "De zon scheen warm en hij lag aan de vijverrand met zijn hoofd op Moeders borst in haar lachende ogen te kijken. Met zijn wijsvingers raakte hij de kuiltjes in haar wangen aan" (p. 13).

Maar telkens stootte ik ook op je teleurstelling in je moeder: "Waarom had Moeder niet een beetje bewondering voor hem?" (p. 35): Hoe kan het ook anders? Zij is (was) evenals jij en ik dat ben: een mens, dus een wezen met beperkingen en met aangeboren zelfzucht.

En die teleurstelling in 'de' vrouw heb je ook beleefd in dat communistische dienstmeisje, dat met haar giechelende vriendinnetje twee taartjes voor je ogen opat, zonder jou iets te geven (p. II).

Ik hoorde dat je gescheiden bent. Heb je in die echtscheiding niet eveneens je teleurstelling in 'de' vrouw van je jeugd herbeleefd?

Zou het niet beter zijn om die kettingreaktie van de haat en de bitterheid te doorbreken? Waarom moeten je kinderen, en eventueel hun kinderen, gedwongen worden om weer een schakel in die ketting van verscheurdheid en verdriet te vormen?

Je noemt je vader "een ijzersterke godsdienstgek" en je moeder "zijn psalmzingende slavin" (p. 47). Je spreekt over zijn calvinistische boeken als over "vrijheidsberovende bakbeesten" (p. 82).

Maar jij bent een tijdje priester en leider geweest van de Hare Krishnabeweging van Nederland. Je herhaalde toen eindeloze keren de mantra's en trachtte ook anderen voor die godsdienst te winnen. Geloof je daar nu niet meer in?

En hoe zou jij het gevonden hebben, wanneer iemand smalend over je zou gesproken hebben als over een "godsdienstgek"? Moeten we tegenover elkaar niet elementaire fatsoensnormen in acht nemen? Natuurlijk is het alleszins geoorloofd en soms ook geboden om je tegenover de leer die iemand aanhangt, met alle beslistheid op te stellen. Maar het is niet korrekt en bovendien goedkoop, wanneer je iemand wiens overtuiging je niet deelt, voor gek verklaart.

Hoe het ook zij, jij bent in je boek veel grotere fanaticus dan je vader ooit is geweest, nl. een fanaticus in het bestrijden van het christelijke geloof.

Je vader is op mij wel overgekomen als een theologische kamergeleerde maar niet als een kortzichtige, verbeten vechter voor het calvinisme zoals jij hem tekent.

Ik wil nu die oorspronkelijke recensie even onderbreken om Henk aan het woord te laten:

Hartelijk dank voor uw lankmoedige en liefdevolle recensie. Ik vind haar werkelijk hart verw armend.

Christus wil dal de kinderen tot Hem (Henk schrijft 'Hem' met een kleine letter, wat vanuit zijn standpunt konsekwent is) komen. U bezit de onschuld van zo'n kind, want u hebt de verhalen over Henk Bavink (dat is de hoofdfiguur in het boek. HJH) letterlijk genomen als zijnde de persoonlijke geschiedenis van Henk van Teylingen. Zo wordt er 'in de wereld' niet naar een verhalenbundel gekeken. Men neemt veeleer aan dat de auteur 'autobiografisch materiaal heeft verwerkt'.

Deze bundel 'Zorgvlied' staat vol zuiver historische en zuiver verbeelde zaken. Ook in het verhaal 'Een tweede Luther', waarvoor u inderdaad tot op zekere hoogte model hebt gestaan, zien we historie en verbeelding fiks met elkaar vermengd. Zoals Henk van Teylingen twee rijksdaalders van meneer Hegger stal, steelt Henk Bavink twee rijksdaalders van Steven Stoffels. Maar zoals Henk Bavink van Steven Stoffels een boek over de Jivaro's kreeg, kreeg Henk van Teylingen dat niet van meneer Hegger. Dominee Bavink is weliswaar afgeschilderd als een hyper-steile calvinist, voor wie de doorsnee-lezer weinig sympathie zal opbrengen, maar in zijn afwijzing van zijn vader doet Henk Bavink in steilheid niet onder.

MIJN TUSSENOPMERK.ING: Deze vermenging van fiktie en werkelijkheid heeft het voor mij erg moeilijk gemaakt. Ik herinnerde mij bepaalde verhalen over mij ook niet, maar vanwege de echte feiten die je beschreef, meende ik ook het overige als echt gebeurd te moeten aanvaarden. Het komt wel vaker voor dat de ene mens een gebeurtenis vergeet, terwijl de ander die in zijn geheugen heeft gegrift. Ik vervolg nu weer mijn oorspronkelijke recensie:

Ik vermoed ook datje grootste grief tegen hem (waarvan je je misschien niet helemaal bewust bent) was dat hij volgens jou een studeerkamerman was, die tussendoor ook nog kinderen verwekte, maar niet een vader die gezellig met zijn kinderen kon stoeien. Hij heeft je vermoedelijk niet de warmte van de vaderliefde gegeven, waar elk kind behoefte aan heeft en die het nodig heeft voor een gezonde psychische groei.

Helaas heeft hij die warmte waarschijnlijk niet kunnen geven, omdat ook hij die warmte in zijn jeugd misschien nooit van zijn vader heeft gekregen.

Maar weer volgt dan de vraag aan jou: Waarom tracht jij dan die cyclus van slechte oorzaak met slecht gevolg niet te doorbreken?

Ik kan mij goed indenken dat je door mijn inwoning bij jullie nog wanhopiger werd: "Hoewel hij de bekeerling nog niet gezien had, wist hij dat de komst van de man niets goeds voorspelde om de eenvoudige reden dat Vader enthousiast over hem was" (p. 110). "Aan dat houten bureau kon de ex-pater redemptorist zijn ene godsdienstwaanzin in de andere veranderen" (p. 111).

Toch merk ik iets van relativering bij jou. doordatje aan het einde van dat hoofdstuk vrij sympathiek over mij schrijft. Je laat ook die andere pater redemptorist die je ontmoette, over mij zeggen: "Zo'n vreselijk aardige vent"(p. 117). Daarom verwacht ik ook datje niet negatief zult reageren op deze openhartige bespreking van je boeken op de vragen die ik je stel. (wordt vervolgd)

ANDER PAPIER

U zult bemerkt hebben dat we afgestapt zijn van het glanzende papier. Reden:

1. Ouderen hadden ons er al vaker op gewezen dat ze last hadden van de schittering van het papier, vooral bij lamplicht. 2. Het matte papier is goedkoper, zodoende hoeven we de abonnementsprijs niet te verhogen.

Het nadeel is dat de foto's daardoor iets minder mooi uitkomen. Maar dit nadeel weegt niet op tegen bovenstaande voordelen.

GIFT VAN F 1000,-

Wij ontvingen een gift van f 1000,- voor stoelen in de kerkzaal van ds. Canha in Odivelas met slechts de initialen S.C. te R., zodat we slechts op deze wijze de goede ontvangst kunnen berichten en onze hartelijkste dank kunnen uitspreken.

RECTIFICATIE

In de brochure "Hangt het heil af van handloplegging?" schreef ik opp. 15: "Dr. Visser hoort dan ook tot de traditionalisten van de kring van mgr. Lefebvre".

Dat dr. Visser zichzelf als traditionalist beschouwt, zegt hijzelf in zijn brochure. Hij publiceert ook in een tijdschrift van traditionalisten in Duitsland.

Ik heb echter daaruit ten onrechte de conclusie getrokken, dat hij dus zou behoren tot de kring van mgr. Lefebvre. Dr. Visser schreef mij dat hij nog verder gaat dan mgr. Lefebvre en zelfs ontkent dat er in de nieuwe Misliturgie die door Paulus VI is goedgekeurd. transsubstantiatio plaats heeft. Maar daarover uitgebreider in ons volgende nummer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juli 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Henk van Teylingen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juli 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's