In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

ONTMOETINGEN 15

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONTMOETINGEN 15

10 minuten leestijd

Uw gedachten over de liefde tot de Heere 'met uw hele wezen' in IRS nov. 86 vind ik ontroerend.

Met alle respekt voor de teergevoelige woorden waarmee u deze gedachten weergeeft, vraag ik me af of het niet zinnig is om soms nog eenvoudiger te schrijven.

U zult dan, denk ik, meer mensen binnen de taalarme gereformeerde gezindte bereiken.

U zult deze mensen bovendien een groot pleizier doen, als u meer eenvoudige citaten van. onder hen min of meer bekende of geprezen, schrijvers opneemt. Moge ik mijn bedoeling met een citaat verduidelijken.

In het boek "Een verrassende nalezing" van Wulf er t Floor lezen weopblz. 100, waarin het gaat over 'de tedere zorg van Christus omtrent Zijn zwakke lammeren':

"Zij kunnen niet veel leed verdragen, maar worden lichtelijk ziek, en somtijds zo erg dat ze dreigen te sterven, alsof ze nog nooit genade gekend hebben.

Komt er eens iemand die hen wat hard en meesterachtig behandelt en hun gronden eens, ten onrechte, de bodem inslaat, - o dan zijn ze zo uitermate treurig en gewond dat er geen troosten of helen aan is.

Daarom zegt de apostel: Maar wij die sterk zijn, zijn schuldig de zwakheden der onsterkeri te dragen en niet onszelf te behagen (Rom. 15:11).

Ook is het goed dat ze zichzelf door niemand willen laten opbeuren dan door de Heere Jezus".

Om eventueel misverstand te voorkomen: deze brief bedoelt niet (negatief) te kritiseren, maar slechts opbouwend te zijn.

ANTWOORD

Meer dan een poging tot een antwoord zal het niet zijn, want de vragen die u aan de orde stelt, hebben vele kanten en nuances.

In elk geval heel hartelijk dank voor uw brief. Nee, maak u geen zorgen dat wat u schrijft, negatief bij mij zou overkomen. Daarvoor is de toon van uw schrijven veel te sympathiek en te broederlijk. De Fransen zeggen: C'est le ton qui fait la musique. En de toon van uw schrijven zit vol van de muziek van de liefde.

Overigens, zelfs al zou die toon wat negatief zijn geweest, het zou van weinig ootmoed getuigen, wanneer ik daardoor geprikkeld zou zijn. Geldt niet: 'Het zijn uw vrienden die uw feilen tonen"? En vooral: wij vormen een gemeenschap der heiligen, een lichaam van Christus, waarvan de ledematen elkaar moeten dienen tot opbouw en groei in ons 'allerheiligste geloof. En dat betekent dat we elkaar in alle rust moeten kunnen corrigeren en aanvullen vanuit de Schrift. Ziehier dan mijn poging tot een antwoord:

1. Ik zou niet anders kunnen schrijven. Zo is mijn aard. Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is. Een nachtegaal moet niet een lijster gaan naapen en omgekeerd. Dan gaat hij zeker vals zingen. Zo zou ook ik mij geweld moeten aandoen, wanneer ik de door u bedoelde taal zou gaan nabootsen. Dan zou ik het gevoel hebben dat ik niet oprecht ben.

Wanneer ik dergelijke artikelen voor IRS schrijf, dan denk ik nauwelijksaan de lezers. Ik wil dan mijn droefheid over mijn zondigheid en zonden voorde Heere uitschreien en tegelijk voor Zijn aangezicht vol dankbaarheid juichen over de vergeving, over het rijke heil dat mij ten deel is gevallen in de liefdevolle eenheid met de barmhartige Vader in Jezus Christus.

Dan zoek ik ook naar schoonheid in de taal, naar ik meen: niet om daarmee te pronken, maar omdat ik dan de Heere door het geloof mag aanschouwen, de Heere die één en al schoonheid is. Ik wil wat ik dan aanschouw, weergeven inde beelden, het rythme, de kleur en klank van de woorden.

En dan kan ik alleen maar grijpen uit de woordenschat die mij ter beschikking staat. Dan kan ik niet bij anderen woerden gaan lenen, waarvan ik de eigenlijke betekenis en de gevoelsnuance niet ken. Als ik dat toch zou proberen, zou dat tot gevolg hebben dat mijn lied voor de Heere zou stokken en verstommen. Want dan zou ik mijzelf niet meer zijn. En ik weet dat de Heere van ieder van ons, dus ook van mij, een allerpersoonlijkste liefdesverklaring wil horen.

Die liefdesverklaring kan bij de een zich uiten in uitbundigheid van eigen gekozen woorden en bij een ander in door de traditie geijkte termen. Dat mag allemaal, mits het maar uit het hart voortkomt. Want de Heere ziet niet naar onze lippen, maar naar ons hart. Wij kunnen met onze lippen het sublieme antwoord op vraag 1 van de Heidelbergse Catechismus opdreunen, terwijl er niets daarvan meetrilt in ons hart.

Ik weet dat ik vanwege deze beperktheid minder mensen aanspreek en ik betreur dat. Want mij hart loopt zozeer over van de vreugde van het heil, dat ik die vreugde graag aan ieder kwijt wil. En ik vind de Naam van de Heere zo hoog en heilig, dat ik graag zou zien dat zoveel mogelijk mensen Zijn Heerlijkheid bezingen. Want de Heere troont op de lofzangen Israëls (ps. 22:4).

Maar die beperktheden moeten we aanvaarden. Anderen vullen aan wat bij mij ontbreekt, zoals ook ik wellicht aanvul wat bij anderen minder uit de verf komt. En aanvullen is allerminst een aanvallen, maar een daad van liefde.

2. Toch zou ik de volgende vraag willen stellen: Is er geen gevaar dat mensen inslapen bij termen en uitdrukkingen, die ze al zo vaak hebben gehoord? Die worden dan als munten die afgesleten zijn, doordat ze jarenlang van hand tot hand en van duim tot duim zijn gegleden.

Natuurlijk wil ik niet zeggen dat we dit overgeleverde materiaal dan maar moeten afschaffen. De Heidelbergse Catechismus zal ons altijd dierbaar blijven, omdat we daarin vaak lieflijkheden hebben ontdekt, die daarom als een geur aan die termen en uitdrukkingen zijn blijven hangen.

Maar van de andere kant: Zou het ook niet goed zijn, wanneer wij het oude telkens ook weer in nieuwe bewoordingen horen verkondigen?

Op de conferentie in Haamstede die tot achtergrond en ondergrond de prediking van de Nadere Reformatie heeft, hoorde ik de predikanten De Butter, Harinck en Beens in eigentijdse taal de rijkdom en ernst van het Evangelie verklaren.

Nu neem ik meteen aan dat bij mij termen uit mijn rooms-katholieke verleden (die dus door protestantse lezers moeilijk worden verstaan) er tussendoor glippen, terwijl ik dat zelf niet bemerk, hoewel ik dat steeds probeer te vermijden. Ik weet dat u mij dat niet kwalijk neemt en dat de meesten vanuit de context wel zullen opmaken wat ik precies bedoel.

3. Nu wat uw citaat betreft: ik vind dat heel erg mooi. Maar eerst iets over de termen. Daarin zijn geen woorden, die ik niet begrijp, maar wel woorden die ikzelf nooit zou durven gebruiken.

Het woord 'meesterachtig' bv. moest ik in Van Dale opzoeken. Daarin wordt als betekenis gegeven: "als van een meester; als iemand van gezag die zegt hoe het wezen moet". Het woord 'schoolmeesterachtig' ligt wel binnen het bereik van mijn taalgevoel. Ook het woord 'onsterk' zal ik niet licht gebruiken.

Maar de toon van dit citaat, en daarom ook de bedoeling van de schrijver, komt bij mij helemaal over. Hij beschrijft daarin de geesteshouding van de 'stillen in den lande', de ootmoedigen en zachtmoedigen, die "het aardrijk zullen beërven" (Mat. 5:5), de geliefden van Christus, Die immers ook 'zachtmoedig en nederig van hart' (Mat. 11:29) was en is.

Wel heb ik er behoefte aan om deze kwetsbaren van gemoed aan te moedigen: Het is volkomen juist dat u zich door niemand wilt laten opbeuren dan doorde HeereJezus, al schenkt de Heere Zijn vertroosting vaak door middel van andere ledematen van Zijn lichaam. Maar laat u tevens door niemand 'bemeesteren' dan door de Heere Jezus, al gebruikt de Heere daarvoor vaak de vermaning van andere broeders en zusters. Wees dus niet meteen uit het lood geslagen, wanneer zulk een keurmeester met het paslood van zijn kenmerken uw geloof gaat afmeten en eventueel als ondeugdelijk wil wegwerpen. De Farizeeën hebben dat ook met de Heere gedaan; zie ps. 118:22; Mt. 21:42; 1 Petr. 2:7.

4. Onlangs bezocht ik een gereformeerde, verontruste broeder in een bejaardencentrum. Hij is een oprechte gelovige en durft, hoewel met veel schroom, te zeggen dat hij zich een kind van God weet.

Hij is de tachtig al gepasseerd. Daarom had ik er behoefte aan om aan de voeten van deze Gamaliël te zitten en te putten uit zijn levenswijsheid, die hij in een jarenlange omgang met de Heere heeft opgedaan. Ook wilde ik de gemeenschap der heiligen beleven in de blijdschap om het heil dat de Heere ons om niet geschonken heeft. Toch moet ik zeggen dat het mij 'lichtelijk' tegenviel. Als ik probeerde de liefde en de heerlijkheid des Heeren onder woorden te brengen, verwees hij naar geschriften en preken van voorvaderen. Maar ik had zo graag de lofzang met zijn eigen woorden gehoord.

Ik las hem wel uit een vijftien psalmen voor en kwam daarbij zelf telkens opnieuw onder de indruk van de diepten van de gedichten van deze vromen uit het Oude Testament.

Maar deze broeder citeerde dan telkens de berijmde psalmen. Die kende hij van buiten, want die waren er op 'de school met de Bijbel' ingestampt.

Hij zei mij ook dat hij dagelijks uit de Bijbel las na het middag-en avondeten. Maar waarom niet méér? zo vroeg ik mij af. Heeft hij daar dan geen behoefte aan: om eens heel stil, misschien een kwartier, zelfs een uur, alleen te zijn met de Heere, die heel persoonlijk tot ons wil spreken door Zijn Woord?

Als je de tachtig gepasseerd bent, dan weetje dat het niet zo heel lang meer zal duren en dan komt de Heere je voor altijd naar Zich toehalen om je in liefde te omhelzen. Maar waarom je tijd dan niet zoveel mogelijk gebruiken om je daarin reeds nu in te leven? Is dat niet een noodzaak van je hart? Kun je nog wel een moment buiten Hem, wanneer je weet dat Hij Zich weldra in de volle heerlijkheid van Zijn liefde aan je openbaren zal?

Ik realiseerde me echter opnieuw hoe verschillend wij, ook als gelovigen, zijn. We beleven alles vaak anders en ook als we het op eenzelfde manier beleven, zal de een zich gemakkelijker uiten dan de ander.

5. Ik ben weer eens de Institutie van Calvijn gaan lezen. Opnieuw kom ik onder de indruk van de geweldige gaven, die hij van de Heere gekregen heeft. Wat zag hij de dingen scherp en geestelijk! Maar tegelijk vond ik het jammer dat zijn taaien stijl voor velen ontoegankelijk is. Neem eens zijn brief aan koning Frans. Raak van inhoud met zijn heldere begrippen en zijn dóór en dóór bijbelse argumentatie. Maar wat zou het waardevol zijn, wanneer die lange zinnen wat meer in stukken werden gehakt en levend werden gemaakt. Wantje proeft de levendige en energieke Calvijn door alles heen. Ik meen daarom dat de vertaling van Sizoo, hoe getrouw ook, toch niet de echte Calvijn goed laat zien.

En hetzelfde denk ik ook over de prachtige geschriften van de Nadere Reformatie. Wat zou het een zegen zijn, wanneer die in voor iedereen begrijpelijke taal zouden worden omgezet. Maar ik begrijp ook dat dit een kostbare geschiedenis zou worden. Helaas!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

ONTMOETINGEN 15

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's