In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Aan de christenen van Nederland

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aan de christenen van Nederland

20 minuten leestijd

Als christenen die trouw willen zijn aan Gods Woord, hebben wij de roeping om te getuigen van Christus en wij ontvangen daartoe de kracht van de Geest van Pinksteren (Hand. 1:8). In Zijn Naam moeten wij de werken der duisternis ontmaskeren en bestraffen (Ef. 5:11). Vandaar:

I. EEN LAST DES HEEREN TEGEN DE PAUS

De last des Heeren die zich richt tegen u, Karol Wojtyla, komt niet uit de mond van een mens, maar uit de mond van de Mens, Jezus Christus, want "uit Zijn mond ging een tweesnijdend zwaard" (Openb. 1:16), "het zwaard des Geestes hetwelk is Gods Woord" (Ef. 6:17).

Het is niet een mensenwoord dat uw verzinsels doormidden splijt, maar het Woord van God,

"want het Woord Gods is levend en krachtig en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard… en het is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten" (Hebr. 4:12).

Niet een mens veroordeelt u, maar het eeuwige en blijvende Woord van God. Verootmoedig u daarom voor de Almachtige, voordat het voor u onherroepelijk te laat is en u met de verworpenen vol ontzetting gaat roepen "tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons en verbergt ons van het aangezicht van Hem die op de troon zit en van de toorn van het Lam" (Openb. 6:16).

"Bekeer u: en zo niet. Ik zal haastig tot u komen en zal tegen hen krijg voeren met het zwaard van Mijn Mond" (Openb. 2:16).

U hebt het woord 'petra - steenrots' van Mat. 16:18 naar u toegehaald en beweert dat Christus Zijn kerk zou gebouwd hebben op u als paus, doordat Hij aan u de onfeilbare en absolute macht over alle christenen zou hebben gegeven. U noemde uzelf in Keulen onbeschaamd "de opvolger van Petrus". Maar wij richten tot u de woorden die Christus richtte tot Petrus: "Ga weg achter Mij,satanas,gij zijt Mij een aanstoot, want gij bedenkt niet de dingen die Gods zijn, maar die der mensen zijn' (Mat. 16:23).

U bent een (handlanger van de) satan. Christus heeft aan de verzoeking van de satan weerstaan, toen die Hem "meenam op een zeer hoge berg en Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid toonde en tot Hem zeide: Al deze dingen zal ik U geven, indien Gij, neervallende, mij zult aanbidden" (Mat. 4:8-9).

U, en uw collega's-pausen, hebt echter van de mensen steeds geëist dat zij voor u zouden neervallen en uw voeten kussen en u met allerlei religieuze hulde zouden vereren. Zo hebt u voor uzelf verlangd wat de duivel van Christus vroeg.

Maar Christus heeft geantwoord: "Ga weg, satan, want er staat geschreven: De Heere, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen".

Zo zeg ik ook tot u in de Naam van Christus: Ga weg, satan, want u bedenkt louter dingen der mensen. U hebt u een koninkrijk gebouwd van aardse eer en macht dat lijnrecht staat tegenover het Koninkrijk Gods dat Christus heeft verkondigd en dat Hij op de basis van Zijn smadelijk en smartelijk sterven op Golgotha heeft gevestigd.

U zondigt ook voortdurend tegen het gebed: "De Heere, uw God, zult gij alleen dienen" en roept anderen op om dat te doen, nl. door de verheerlijking van Maria. Paulus schrijft aan de Kollossenzen: "Want gij dient (douleuete) Christus" (3:24), maar u roept op tot een huperdouleia van Maria, een hyper-mensvergoding.

U hebt in uw pausdevies laten opnemen: "Todus tuus = geheel de uwe, o Maria". Maar u moogt uzelf niet religieus geheel en al aan een schepsel toewijden. Dat is in strijd met het eerste gebod.

U VERLOOCHENT CHRISTUS

Toen u op 30 april op het vliegveld in Bonn arriveerde, zei u tot het gehele Duitse volk en tot iedereen in de wereld die het maar horen wilde: "Ik ben de opvolger van Petrus". Inderdaad, dat bent u nl de opvolger van de Petrus, die zijn Meester verloochende: "En hij begon zichzelf te vervloeken en te zweren: Ik ken deze Mens niet"(Mk. 14:71), want:

U hebt in het nieuwe kerkelijke wetboek (canon 833) dat u in 1983 hebt uitgevaardigd, opnieuw van de pastoors, de bisschoppen en kardinalen geëist dat zij bij hun ambtsaanvaarding met de hand op het Evangelie onder ede de Christus der Schrif ten verloochenen door het uitspreken van de geloofsbelijdenis van Trente.

Daarin moeten zij o.a. zweren dat ze van harte instemmen met de vervloekingen, die het Concilie van Trente heeft uitgesproken over hen die de leer van de Reformatie belijden:

"Indien iemand beweert dat de mensen gerechtvaardigd worden alleen door de toerekening van de gerechtigheid van Christus of dat de genade waardoor wij gerechtvaardigd worden, slechts een gunst van God is. die zij vervloekt" (zesde zitting canon 11).

"Indien iemand beweert dat het geloof waardoor wij gerechtvaardigd worden, niets anders is dan het vertrouwen op de goddelijke barmhartigheid die ons de zonde vergeeft om wille van Christus of dat wij alleen door zulk een vertrouwen gerechtvaardigd worden, die zij vervloekt" (canon 12).

"Indien iemand beweert dat de gerechtvaardigde mens zelf door de goede werken niet waarlijk het eeuwige leven zou verdienen, die zij vervloekt" (canon 32).

Aldus spreekt u de vervloeking uit (en dwingt anderen eveneens die vervloeking uit te spreken):

1. Over onze Heere, Jezus Christus Zelf. Want Hij heeft gezegd: "Wie in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven" (Joh. 6:47), dus niet: "Wie goede werken verricht, verdient daardoor waarlijk het eeuwige leven".

Christus zei: "Alzo ook gij, wanneer gij zult gedaan hebben al wat u bevolen is, zo zegt: Wij zijn onnutte dienstknechten; want wij hebben maar gedaan wat wij schuldig waren te doen" (Lk. 17:10).

Maar u gaat daar lijnrecht tegen in: "Wij hebben dan waarlijk het eeuwige leven verdiend".

2. Over de apostelen. Allereerst over Petrus. Petrus heeft op de eerste Pinksterdag slechts Christus verkondigd. Met geen woord repte hij over Maria, die daarbij aanwezig was.

Maar op de Pinksterdag van 1987 gaat u Maria centraal stellen en spoort de mensen aan om voor het verwerven van de eeuwige zaligheid al hun vertrouwen op haar te stellen. Een heel jaar lang tot 15 augustus 1988 moeten ze meer dan ooit al de liefde van hun hart richten op haar, die door u verheerlijkt wordt als moeder van God en moeder van de mensen.

De vorsten van het rijk van de Meden en Perzen brachten koning Darius ertoe om een bevel uit te vaardigen dat gedurende dertig dagen niemand een verzoek tot een god mocht richten tenzij aan of via hem (Dan. 6:8).

Daniël gehoorzaamde slechts aan de levende God en werd in de leeuwenkuil geworpen. U meent dat u de mensen die zich niet storen aan uw bevelen, op grond van uw pauselijk gezag kunt werpen in de eeuwige kuil waar de duivelen huizen. Maar het is de vorst der duisternis die u heeft geïnspireerd tot uw goddeloze bevelen o.a. in canon 833.

Petrus is tot inkeer gekomen. Staande voor het sanhedrin, in het aanschijn van de dood waarmee zij, die de opdracht hadden gegeven Christus te veroordelen tot de gruwelijke kruisiging, hem bedreigden, heeft hij zijn vroegere meineed ongedaan gemaakt en samen met Johannes getuigd: "Deze is de Steen die door u, de bouwlieden, veracht is. Welke tot een hoofd des hoeks geworden is" (Hand. 4:11).

Ook u, Karol Wojtyla die de pretentie voert dat u de steenrots bent waarop Christus Zijn kerk heeft gebouwd, hebt de Steen, de Christus der Schriften, verworpen van Wie Petrus eveneens getuigde: "En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder de hemel geen andere Naam die onder de mensen gegeven is, door Welke wij moeten zalig worden" (v. 12).

Ook u hebt de Christus der Schriften onder ede verloochend, toen u de eed aflegde op de geloofsbelijdenis van Trente. U hebt Hem aldus minstens drie keer verloochend nl. bij de aanvaarding van uw ambt als professor in de filosofie, als bisschop en als kardinaal. Wanneer komt u tot berouw zoals Petrus en gaat zoals hij bitter wenen over uw zware zonde?

Ik heb slechts eenmaal aldus Christus onder ede verloochend nl. toen ik het ambt als professor in de filosofie aanvaardde. Maar de Heere heeft mij aangezien met Zijn liefdevolle en bedroefde ogen. Daar kon ik niet tegen en ik heb onder tranen Hem om vergeving gevraagd en ben door Hem aangenomen in de vreugde van de verzoening.

U ontzegt Christus verachtelijk de Naani van enige en volkomen Zaligmaker, want u spoort de mensen aan om vooral een andere naam aan te roepen, nl. de naam van Maria; en u beweert dat wij niet uitsluitend door Zijn goed werk. Zijn heilig leven en verzoenend sterven, maar eveneens door onze goede werken zalig moeten worden. O zeker, u neemt soms de Naam van Christus op uw lippen. Maar Christus heeft de Farizeeën en wetgeleerden van Zijn tijd aangeklaagd als huichelaars:

"Gij hebt alzo Gods gebod krachteloos gemaakt door uw inzetting. Gij geveinsden! Terecht heeft Jesaja van u geprofeteerd, zeggende: Dit volk nadert tot Mij met hun mond en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich ver van Mij. Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen die geboden van mensen zijn" (Mat. 15:6-9).

U keert zich ook tegen Paulus, die zegt: "Want indien Abraham uit de werken gerechtvaardigd is, zo heeft hij roem, maar niet bij God" (Rom. 4:2).

Zo hebt ook u. Karol Wojtyla, veel roem vanwege uw werken, maar niet bij God. De wierookwolken waarin u zich laat huldigen bij uw triomftochten over de wereld, zijn een afschuwelijke stank voor de heilige God.

"Doch hem die niet werkt, maar gelooft in Hem die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid, gelijk ook David de mens zalig spreekt, die God de rechtvaardigheid toerekent zonder werken" (v. 5-6).

Mijnheer Wojtyla, alleen dan is er ook voor u de hope der zaligheid, wanneer u tot de ootmoedige erkentenis komt dat uw hart, zoals het hart van alle mensen sinds de zondeval, slechts goddeloosheid ademt, en tevens uw vertrouwen stelt in de Heilige Gods, Jezus Christus, het Lam dat de zonden der wereld op Zich nam (Joh. 1:29), deze Zoon van God die door de beademing van Zijn Geest (niet door Maria zoals u beweert) zondaars doet wedergeboren worden zodat ze daardoor kinderen van God worden.

En de apostel Johannes getuigt: "Indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige" (1 Joh. 2:1).

Maar vierkant daartegenin beweert u: Indien iemand gezondigd heeft, laat hij "Maria aanroepen onder de titels van voorspreekster, helpster, bijstand, middelares" (uw Maria-encycliek nr. 40).

U meent dus beter te weten wat Maria voor de christenen betekent dan de apostel Johannes, die haar bij zich aan huis nam.

Daarom kan uw kerk op geen enkele wijze apostolisch genoemd worden, want u hebt door uw valse verkondiging de eenheid met de apostelen en hun leer verbroken. In Keulen hebt u 'krachtens apostolische volmacht' Edith Stein en in Múnchen de jezuïet Rupert Mayer zalig verklaard en gezegd dat zij daarom voortaan openlijk verheerlijkt en aangeroepen mogen worden.

Mijnheer W ojtyla, welke apostel heeft u daartoe de volmacht gegeven? Wijs ons één apostel aan, die gezegd heeft dat men gestorven christenen religieus mag vereren en aanroepen.

U hebt hen zalig verklaard op grond van hun heldhaftige deugdbeoefening. Maar ook aldus hebt u de wereld een ander evangelie en een valse hoop verkondigd.

Want het ware Evangelie zegt dat de mens niet zalig wordt door de beoefening van deugden, maar door genade en geloof in C hristus alleen.

U eindigde daar de mis met "mijn apostolische zegen". De apostelen wijzen u echter vanwege uw valse leringen onder verv loeking af. "Doch al ware het ook dat wij of een engel uit de hemel u een ander Evangelie verkondigde buiten hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt" (Gal. 1:8).

En wat is dat Evangelie dat door Paulus is gepredikt: "Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof… niet uit werken, opdat niemand roeme" (Ef. 2:8-9). "En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken, anders is de genade geen genade meer" (Rom. 11:6).

U noemt u Johannes Paulus, de Tweede. Maar Johannes waarschuwt ons voor u: "Kinderkens, het is de laatste ure, en gelijk gij gehoord hebt dat de antichrist komt, zo zijn ook nu vele antichristen geworden… Zij zijn uit ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet" (1 Joh. 2:18).

Een abonnee op onze Spaanse editie in Guatemala schreef ons: "De paus schrijft over het jaar 2000, dat wij ons daarop moeten voorbereiden samen met Maria. Volgens mij is deze paus de onmiddellijke voorloper van de Antichrist, zoals Johannes de Doper de voorloper was van Christus".

U LOOCHENT OOK DE VADER

"Deze is de antichrist die de Vader en de Zoon loochent (1 Joh. 2:22).

U loochent de Vader zoals Hij door de Schrift Zichzelf aan ons openbaart. Ook daarom bent u de antichrist:

De engel zei: "Gij zijt rechtvaardig, Heere" (Openb. 16:5). Maar u beweert dat God de zonde twee keer straft, eerst aan Zijn Zoon die de straf van hen die in Hem geloven heeft weggenomen, en dan nog eens aan die gelovigen in het vagevuur. Zulk een God de Vader kent de Schrift niet.

U verdringt de hemelse Vader van Zijn plaats. U laat zich aanspreken met de naam "Heilige Vader" waarmee Christus Zich richtte tot Zijn Vader (Joh. 17:11).

Een van uw voorgangers, Gregorius VII, zegt zelfs dat hij terecht God wordt genoemd en daarom door geen mens kan geoordeeld worden: "Deum appelatum nee posse Deum ab hominibus judicare manifestum est".

De 'verschijning' in Medjugorje zou aan het meisje Vicka gezegd hebben: "De paus moet zich beschouwen als de vader van alle volkeren en niet alleen van de christenen" (Katholiek Nieuwsblad 20 maart 1987).

Ik geloof best dat dit waar is, maar tevens dat dit een verschijning uit de hel is, want de Bijbel leert nergens dat wij een "Heilige Vader" voor alle christenen en voor alle volken als een bediening van de Heilige Geest zouden ontvangen. Het Nieuwe Testament somt wel meerdere bedieningen op, die Christus als een gave aan Zijn gemeente heeft gegeven zoals die van apostel, profeet, herder en leraar, maar nergens de gave van een paus of een "Heilige Vader", die op aarde de plaats van God de Vader zou innemen. Overigens: onze minister Ruding heeft al een officieel bezoek aan u gebracht om met u als de vader der mensheid, in het bijzonder als de vader van de Latijns-Amerikaanse landen met hun corruptie en sociale ongelijkheid, de mondiale problemen te bespreken.

11 VERNEDERT DE HEILIGE GEEST

Uw voorgangers, met name Pius IX, hebben gemeend dat de Heilige Geest hen onvoorwaardelijk op hun wenken zou bedienen en u stemt in met die aanmatiging. U beweert dat de Heilige Geest u onfeilbaar bijstaat, wanneer u als paus de mensen verplicht om iets te geloven. Christus heeft echter tot alle apostelen gezegd: "De Geest der waarheid. Hij zal u in al de waarheid leiden" (Joh. 16:13), dus niet: Hij zal u uitsluitend leiden door Petrus en later door de mannen in Rome die zich 'Heilige Vader' laten noemen.

U beweert dat u beschikt over Sakramenten waarlangs de Heilige Geest Zijn gaven aan de mensen doet toestromen 'ex opere operato' = krachtens de eigen werkzaamheid van die Sakramenten.

U beweert dat u de wijze waarop die Sakramenten moeten worden toegediend, naar believen kunt veranderen en dat de Heilige Geest Zich dan aan u aanpast. Zo verlaagt u de Heilige Geest tot een knecht, een instrument voorde verwezenlijking van uw machtsstreven.

U verdringt de Heilige Geest van Zijn plaats. Christus heeft gezegd (Joh. 3:5) dat wij slechts door Zijn werking uit het Woord wedergeboren worden.

Maar u schrijft dat werk van de wedergeboorte mede toe aan Maria, "want zij brengt zonen ter wereld, van de Heilige Geest ontvangen en uit God geboren, vooreen nieuw en onsterfelijk leven" (uw Maria-encycliek nr. 6)… alsof wij op eenzelfde manier als Christus uit Maria zouden worden geboren door de ontvangenis van de Heilige Geest.

In Kevelaer hebt u er de nadruk op gelegd dat Maria zou zijn "de troosteres der bedroefden". Maar Christus noemt slechts de Heilige Geest als de Trooster, die Zijn plaats zal innemen, de heilige Helper die wij voor alles "erbij mogen roepen" (Parakleet). Hij zegt niet dat die Geest daarbij de hulp van een vrouw, ook niet van Zijn moeder, nodig heeft.

Daarom kunnen wij geen enkele gemeenschap hebben met u en met de aan u onderworpen leiders van uw kerk, die u blind volgen. "Want wat heeft de gerechtigheid gemeen met de ongerechtigheid en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis?" (2 Kor. 6:14).

U verkondigt immers een andere Drie-enige God, een andere Vader, Zoon en Heilige Geest dan de Schrift ons leert.

Wij hoorden hoe u, overigens terecht, de diktatuur van Hitier veroordeelde. Maar moet u dan ook niet uzelf veroordelen?

Want wat is diktatuur? Immers: alle macht in handen van één mens. Maar u schrijft uzelf een macht toe, die nog veel ingrijpender is dan die van Hitler.

Hitler kon alleen dreigen met concentratiekampen, lichamelijke foltering en dood. Maar u zegt dat u de macht hebt om degene die uw wetten overtreedt, te straffen met lichamelijke en geestelijke pijn in de eeuwige vlammen van de hel.

(Natuurlijk willen wij u als persoon niet gelijkstellen met de totaal verdorven Hitier. Het gaat ons om de vergelijking tussen de dictatoriale stelsels, die u beiden vertegenwoordigt).

Als dat waar zou zijn, dan zou God u hebben aangesteld als een super-dictator. Immers u beweert dat u aan niemand op aarde verantwoording schuldig bent voorde wetten en dekreten, die u uitvaardigt en dat u tevens de hoogste rechter bent over de naleving van uw wetten.

Karol Wojtyla, wij geloven niet dat de Zoon van God mens is geworden en een vreselijke dood is gestorven om ons daarna over te leveren aan de slavernij van een super-dictator.

Integendeel, Hij heeft gezegd: "Wacht u voor de mensen!" (Mat. 10:17). En die waarschuwing geeft de Heilige Geest ook reeds in het O.T.: "Vertrouwt niet op prinsen, op het mensenkind bij wie geen heil is" (ps. 146:3).

Die waarschuwing nemen wij ook daarom in acht, omdat blijkt dat u soms zo onwaarachtig bent. Ook nu weer hebt u in Duitsland het pleidooi gevoerd voor oecumene, eenheid van de christenen en een verenigd Europa. Waarom hebt u geprobeerd uw luisteraars zand in de ogen te strooien? Waarom hebt u niet duidelijk gezegd wat u (overeenkomstig de hernieuwde vervloekingen van de protestanten in uw kerkelijk wetboek van 1983) bedoelde: Eenheid van de christenen is blinde onderwerping aan uw vermeende absolute gezag, en eenheid van Europa: onderwerping aan u als politieke super-dictator?

Wij volgen het voorbeeld van Christus, die Petrus zalig sprak, toen die getrouw het Woord Gods verkondigde, maar Die hem een satan noemde, toen Petrus Hem een dwaling toefluisterde. Daarom noemen wij ook u een satan en we zijn dan in de lijn van Maria, die op de bruiloft van Kana gezegd heeft: "Zo wat Hij u zal zeggen, doe dat".

En als u Hitier (terecht) veroordeelt, waarom veroordeelt u dan niet tegelijk de vroegere pausen die de verplichte ster voor de Joden hebben ingevoerd en duizenden Joden levend hebben laten verbranden?

U verheerlijkt Rupert Mayer, omdat die tegen de naziterreur heeft geprotesteerd. (Wij verzetten ons tegen uw pauselijke terreur als geestelijke super-dictator). Maar had u dan niet tegelijk Pius XII moeten veroordelen, omdat die gezwegen heeft, terwijl hij volledig op de hoogte was van de massale uitroeiing van de Joden?

We eindigen met deze oproep: Bekeer u van uw goddeloze aanmatiging en smeek de Heere dat Hij u toch nog genadig moge zijn, want er is deze belofte:

"Zo Mijn volk zich verootmoedigt en bidt en zij Mijn aangezicht zoeken en zich bekeren van hun boze wegen, zo zal Ik uit de hemel horenen hun zonden vergeven"(2 Kron. 7:14).

II AAN DE CHRISTENEN VAN DE REFORMATIE

Naar aanleiding van bovenstaande oproep tot de paus willen wij enkele vragen aan u voorleggen met de bede krachtens het Sola Scriptura daarop een antwoord te zoeken vanuit de Schrift alleen.

1. Als de Farizeeën en wetgeleerden in onze dagen zouden leven, dan zouden ze zich (zoals wij) zeker ook keren tegen abortus, euthanasie, homosexualiteit en over het algemeen tegen elke vorm van zedenverwildering zoals die thans in Nederland om zich heen grijpt… precies zoals de paus en de bisschoppen van Nederland.

Sommigen onder ons trekken daaruit de konklusie dat we dus zoveel mogelijk één front met de paus en de bisschoppen moeten vormen.

Moeten we bij al dit soort problemen niet steeds de vraag stellen: Wat zou de Heere

Jezus doen?

Welnu, Hij heeft beslist niet met de Farizeeën en wetgeleerden van Zijn tijd willen samenwerken. Hij heeft niet geredeneerd: We moeten ons met hen sterk maken tegen de vrijzinnigheid van de Sadduceeërs.

Waarom niet? Omdat zij "de sleutel der kennis weggenomen" (Lk. 11:52) hadden. Zij leerden dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door genade en geloof alleen, maar het eeuwige leven waarlijk zou moeten verdienen door zijn goede werken, precies zoals de paus en de bisschoppen nu leren.

Christus heeft hen ontmaskerd als huichelaars, die uiterlijk wel streden voor de wet Gods, maar dat alleen maar deden om voor vroom en wetsgetrouw door te gaan om aldus door de mensen geëerd te worden en macht over hen te kunnen uitoefenen: "Gij slangen, gij adderengebroedsels, hoe zoudt gij de helse verdoemenis ontvluchten?" (Mat. 23:33). "Wee u, Farizeeën, want gij bemint het voorgestoelte in de synagogen en de begroeting op de markten". "Wee u, gij wetgeleerden, … gijzelf zijt niet ingegaan en die ingingen hebt gij verhinderd" (Lk. 11:43, 52).

2. "Het Evangelie is niet naar de mens" (Gal. 1:11). Het Evangelie is een totale afbraak van de mens met al zijn pretenties en zelfwaan, een sterven aan ons zondige 'ik' om met Christus op te staan tot het nieuwe leven.

Daarom moeten wij steeds op onze hoede zijn dat wij, wanneer wij eenmaal door genade het Evangelie in geloof hebben aanvaard, ons niet telkens weer van de Christus der Schriften laten aftrekken.

De duivel gebruikt gemene streken om ons in zijn strikken te vangen. Hij doet zich bij bijbelse christenen graag voor in de gedaante van "de engel des lichts" (2 Kor. 11:14). In onze tijd kleedt hij zich graag in het gewaad van de ethische waarden. Alles is er hem om te doen om ons opnieuw onder de wet te brengen en ons zo van Christus vandaan te sleuren.

Zou Paulus ook niet over veel orthodoxe christenen van de Reformatie in onze tijd moeten zuchten, dat zij "door de arglistigheid van de slang bedrogen" zijn, dat ze van de eenvoud die in Christus is, zijn afgeweken en zo heel gemakkelijk dwaalleraars accepteren, die een ander evangelie brengen (2 K.or. 11:1-4)?

3. Wij verwijten de roomsen dat zij twee openbaringsbronnen hebben: de Schrift en hun roomse tradities. Maar is het waar dat wij het Sola Scriptura praktizeren? Of hebben wij: De Schrift plus onze algemeen-protestantse tradities en daarnaast nog de tradities van elke kerk of geloofsgemeenschap afzonderlijk? Hoe kunnen we anders de protestantse onderlinge versplintering verklaren?

4. Wij zeggen dat wij door de Reformatie uit het diensthuis van Rome zijn uitgeleid. Maar leven wij wel uit de vrijheid der kinderen Gods, die Christus voor ons heeft verworven?

5. Als de roomsen ons gadeslaan, worden ze dan jaloers op de vreugde, die wij uitstralen vanwege de rijkdom van het Evangelie van de vrije genade en vanwege onze onderlinge liefde?

6. Kent u iets van de bewogenheid van Paulus: "Wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig!" (1 Kor. 9:16)? Konkreet: wat doet u om uw roomse naaste op de hoogte te brengen van het Evangelie van de vrije genade in Christus?

H.J. Hegger, predikant-direkteur van de Stichting In de Rechte Straat.

NB:

1. Wilt u ons helpen bij de kosten van deze advertentie? Giro 901.000 van Inde Rechte Straat te Velp. Hartelijk dank!

2. Verschenen is de brochure van ds. H.J. Hegger: "Antwoord op de Mariaencycliek", 24 blz. f 2,50 plus f 1,20 portokosten. Bestellen: IRS, Postbus 131, 6881 AC Velp G.

3. Wij zouden die brochure graag naar zoveel mogelijk priesters in Nederland sturen. Hoeveel exemplaren neemt u voor uw rekening. Vermeld bij uw overmaking "lektuurfonds". Hartelijk dank!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Aan de christenen van Nederland

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's