Zijn demonen nog steeds aktief?
Waarom lezen we in het N.T. zoveel over de aktiviteiten van de demonen, terwijl de duivelen zich veel minder manifesteren in onze tijd?
Het antwoord dat daarop gewoonlijk wordt gegeven, luidt: Toen de Vorst van het licht op aarde verscheen, moesten de aktiviteiten van de vorst der duisternis wel toenemen in omvang en intensiteit.
Dat antwoord is zeker waar, maar het kon mij nooit helemaal bevredigen.
Luther en de duivel
In 't Kerkblaadje van 16 jan. '87 las ik een boeiend artikel van drs. A. de Reuver over "Luther's gevangen geweten". Daarin haalt hij uitspraken aan van Luther, waaruit blijkt dat hij heel reëel rekening hield met de werkzaamheid van de duivel. Luther schreef:
"Wij zullen Worms binnentrekken, zelfs al zoeken alle poorten van de hel en machten van de lucht het te verijdelen. Het komt er nu op aan. de duivel eruit te jagen".
Nog in Eisenach wordt hij door zo'n agressieve ziekte bevangen, dat men ernstig voor zijn leven vreest. En als hij kort daarop hersteld is en zijn vriend in Worms laat weten: "Ik kom, mijn Spalatinus, hoewel de satan door meer dan één ziekte heeft geprobeerd mij daarvan terug te houden", laat hij er geen onduidelijkheid over bestaan, door welke hindernissen hij heen moet waden: die van de helse hinderaar zelf.
Een Voodoo-samenkomst
Dat de duivel een realiteit is, meen ik ook zelf te hebben ervaren in Haïti. We waren op zaterdagavond, met nog een andere Nederlandse familie, bij elkaar ten huize van familie Verduin in Port au Prince. We hadden heerlijke gesprekken over de rijkdom van Gods openbaring in Christus.
Maar gedurende de hele avond drong tot ons het geluid door van een Voodoosamenkomst. Steeds maar weer dezelfde monotone klanken, ondersteund door hard getrommel.
Men bracht mij naar huis. Ik dacht daar verder niet meer aan en ging slapen. Maar in die nacht verschenen de demonen in mijn dromen. Nu kunnen dromen bedrog zijn; al moeten we niet vergeten dat de Bijbel vaak waarde hecht aan dromen, althans meer waarde dan wij, nuchtere Hollanders, dat doen.
Om vijf uur in de morgen werd ik wakker. Toen beleefde ik bewust de vieze werkelijkheid van de demonen. Toen was het geen droom meer.
Hoe moet ik die aanwezigheid van deze machten der duisternis beschrijven? De beste vergelijking is die van vleermuizen, die in de duisternis rondvliegen. Zo kwamen deze demonen op mijn ziel aangevlogen om mij te benauwen.
Nee, ik had niet de neiging om zoals Luther deed met een inktpot naar deze wezens te gooien. Daarvoor besefte ik al te duidelijk, dat ze wel werkelijk waren, maar van een andere, niet-stoffelijke dimensie. Paulus schrijft dan ook dat wij niet hebben te strijden "tegen vlees en bloed, maar… tegen de geestelijke boosheden in de lucht" (Ef. 6:12).
De geestelijke wapenrusting
Ik wist vanuit Gods Woord wat mij te doen stond.
"En neemt de helm der zaligheid" (Ef. 6:17). Vanuit mijn geloofsvertrouwen in Christus wist ik dat ik een kind van God ben, zalig geworden door genade alleen, en dat niemand mij kan rukken uit de hand van Christus en van Zijn Vader: Joh. 10:28-30. Vanuit die belofte weerde ik mij tegen de aanvallen van de duisternis. "En neemt het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord". Ik prees Christus als de Overwinnaar over dood en hel. Ik riep Zijn bloed over mij af. Ik loofde Gods trouw in de vastheid van Zijn Verbond. Ik roemde in de volstrektheid van de genade: "Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem die ons liefgehad heeft. Want ik ben verzekerd dat… noch overheden noch machten… noch enig schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods welke is in Christus Jezus, onze Heere" (Rom. 8:37-39).
Bidden IN de Geest
"Met alle bidding en smeking, biddende te allen tijde in de Geest".
Later op de dag bemerkte ik dat de Franse vertaling heeft: "par" = door en niet "dans" = in de Geest. Jammer. Waarom hebben mensen altijd weer de neiging om Gods Woord te verbeteren en weigeren ze om te vertalen wat er letterlijk staat?
Paulus spoort ons dus aan om ons te verheffen naar en in de Geest. Natuurlijk kan dat alleen als de Heilige Geest ons daartoe verheft. Dat weten we uit andere uitspraken van de Bijbel. Maar hier staat dat wij ons door ons bidden moeten verheffen tot in de Geest.
Ik heb dat dan ook maar eenvoudig geprobeerd. Ik heb de Heilige Geest aangeroepen, want ik wist dat Hij veel sterker is dan heel dat leger van boze geesten in de luchten om ons heen.
Ik heb mij aan die Heilige Geest overgegeven in een volstrekt geloofsvertrouwen. Want ik meen dat Paulus dat daarmee bedoelt. Schakel je eigen krachten, je eigen denken, willen en voelen uit en laat de Heilige Geest in en door je werken. Adem die Geest in en adem die Geest uit.
Immers wat kunnen wij, mensjes van vlees en bloed, tegen dat geraffineerde spel van heel dat machtige leger van de duisternis? Maar wanneer wij bidden in de Geest van Jezus Christus, zijn wij onoverwinnelijk.
Meer dan overwinnaars in Hem
De strijd duurde minstens een uur, misschien twee uur. Dat kan ik mij niet goed meer herinneren.
Toen daalde de vrucht van de Geest weer in mij neer: "Liefde, blijdschap, vrede"
(Gal. 5:22). Toen zag ik ook duidelijk het verschil met de wrange uitwerking van de aanwezigheid van de demonen. Die aanwezigheid kwam op mij over als vies, luguber, glibberig, benauwend, beangstigend.
Meer licht
Ik meen ook enkele bijbelse gegevens daardoor wat beter begrepen te hebben: 1. Wat een vreselijke strijd heeft Christus niet moeten strijden tegen de demonen! Heel Zijn reine wezen ademde een en al weerzin uit tegen de viezigheid van de duivel.
En toch lezen we: "Toen werd Jezus door de Geest weggeleid in de woestijn om verzocht te worden door de duivel" (Mat. 4:1). Door Zijn eigen Heilige Geest! Wat een lijden!
2. De duivel is zeker bijzonder aktief geweest tijdens het verblijf van Christus op aarde, maar Christus leeft toch immers voort in de Zijnen?
Zou een van de redenen waarom wij in onze tijd minder merken van de aanwezigheid van de demonen, niet kunnen zijn dat wij daar te weinig antenne voor hebben, zoals we misschien ook minder geestelijke antenne hebben voor de werking van de Heilige Geest? Het zou kunnen zijn dat wij de Bijbel te veel stuk hebben gesneden met al onze onderscheidingen, begrippen en stellingen. We hebben daardoor een net vol redeneringen op de Bijbel gelegd. Maar dan is het mogelijk dat het levende water van het Woord Gods voor een (groot) gedeelte tussen de mazen van dat net van begrippen, stellingen en redeneringen heen vloeit.
Het zou ook kunnen zijn dat dat een van de redenen is waarom de duivel zich over het algemeen zo koest houdt in onze kerken. Als het waar is dat de heerlijke waarheden van de Bijbel voor een (groot) gedeelte bij ons zijn vastgeroest, dan kan hij maar beter niet zijn staart roeren en zich niet in zijn ware gedaante vertonen, want dan zou hij ons in de armen van de Heilige Geest drijven.
Immers als Paulus schrijft over de realiteit van de geestelijke boosheden in de luchten rondom ons, dan doet hij dat niet om ons bang te maken, maar om ons ertoe te brengen de volledige geestelijke wapenrusting aan te doen, waaronder het hanteren van het Woord als het zwaard des Geestes en het bidden in de Geest een belangrijke plaats innemen.
Zoudt u daarover eens willen nadenken?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1987
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1987
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
