In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

ZALIG ZIJN… ZIJ DIE TREUREN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZALIG ZIJN… ZIJ DIE TREUREN

4 minuten leestijd

De zaligsprekingen zijn alleen te verstaan met een gelovig hart. Het is de sublieme taal van het Koninkrijk Gods waar heel andere wetten gelden.

"Zalig zijn zij die treuren". Waarover? Dat zullen we moeten begrijpen uit wat erop volgt: "Want zij zullen vertroost worden". Waarover wil de Heere ons vertroosten?

In de eerste plaats wil H ij ons vertroosten. wanneer wij treuren om onze eigen zonde. Kent u dat treuren? Kent u die bepaalde, weemoedige glans die zich aan uw ziel voordoet, wanneer u denkt aan uw zonden?

Aan de zonden van het verre verleden, van de tijd vóór uw bekering? Kan het u pijn doen, wanneer de schijnwerpers van het Woord Gods glijden over de duisternis, waarin u toen leefde als "vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende en zonder God in de wereld". "Daarom gedenkt dat gij die eertijds heidenen waart… dat gij in die tijd waart zonder Christus" (Ef. 2:11-12).

Over de zonden van het nabije verleden, van gisteren en van vandaag?

Erkent u die zonde telkens weer als schuld voor God?

Nee, u moogt daar niet te lang bij stilstaan. Dat wil de Heere Zelf niet. En mensen die toch maar blijven wroeten in hun zonden van het verre en nabije verleden, kweken wel bij zichzelf een droefheid aan, maar dat is niet "de droefheid naar God" (2 Kor. 7:10), maar een eigenzinnige droefheid naar de mens, die in wezen slechts somberheid en zwartgalligheid is.

Als u deze 'droefheid naar God' in u ervaart, laat uzelf dan ook door Hem vertroosten. Laat het Hem tegen u zeggen door de mond van de profeet:

"Wie is een God gelijk Gij die de ongerechtigheid vergeeft… want Hij heeft lust aan goedertierenheid. Hij zal Zich over ons weer ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden ten onder brengen; ja, Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen" (Micha 7:18-19).

Belijd het telkens weer: "Ik heb gezondigd tegen de Heere". En hoor Zijn verbazingwekkende vertroostende antwoord: "De Heere heeft ook uw zonde weggenomen" (2 Sam. 12:13). "Zie, het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt" (Joh. 1:29).

Vervolgens wil de Heere ons troosten, wanneer wij treuren niet slechts over de schuld, maar ook over de macht van de zonde in ons.

Een gelovige heeft er intens verdriet over, dat hij maar niet geraakt tot de hoogte van het gebod van de liefde tot God boven alles en tot de naaste als onszelf. Hij heeft de Heere lief en wil daarom zo graag Zi jn gebod volmaakt volbrengen. Zijn spijs is het de wil van de hemelse Vader te doen (Joh. 4:34). Hij ziet telkens weer Christus vóór zich: de pure, vleesgeworden liefde Gods. Hij zou zo graag aan deze Geliefde gelijk willen worden, maar het lukt hem niet, althans niet geheel en al.

De Heere wil ons ook troosten, wanneer wij lijden om de smaadheid die Zijn Naam wordt aangedaan, heel bijzonder wanneer dat gebeurt door hen die zich sieren met de mooie naam van 'christen'.

De Heere ziet heel duidelijk in onze harten dat verschil tussen een verbetenheid waarmee wij vechten, omdat ónze traditionele normen en zeden worden aangetast, èn de droefheid omdat Zijn heilig gebod met voeten wordt getreden. Alleen deze laatsten wil Hij troosten met Zijn vertroosting.

Het is dus duidelijk dat de droefheid naar God kan en zal samengaan met een enorme blijdschap, doordat we vertroost worden door God Zelf. Daarom spreekt Paulus over zichzelf "als droevig zijnde, doch altijd blijde" (2 Kor. 6:10).

Waarom zijn er zo weinig vertrooste, en dus blijde christenen? Omdat er zo weinig zijn, die echt treuren. Ze hebben dan in wezen ook geen behoefte aan troost.

Paulus getuigt dat God slechts "de nederigen vertroost" (2 Kor. 7:6) en datje alleen maar wanneer je in jezelf niets hebt, alles kunt bezitten in Christus (2 Kor. 6:10). Maar mensen die niet de pijn voelen om eigen zonde en onvolkomenheid en integendeel zichzelf voortdurend schouderklopjes geven vanwege hun vermeende prestaties, komen niet in aanmerking om door God vertroost te worden.

Wat jammer! Want er is niets heerlijkers denkbaar dan deze 'enige troost in leven en sterven'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

ZALIG ZIJN… ZIJ DIE TREUREN

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's