Wat moeten wij met onze collectieve schuld?
Met die collectieve schuld bedoel ik de schuld van het Nederlandseen w ijder: het Europese volk in heden en verleden, daarbij inbegrepen de schuld van onze (verre) voorvaderen.
Als reformatorische christenen geloven wij in de God van het Verbond, die trouw blijft aan Zijn eenmaal gegeven woord, ondanks de voortdurende ontrouw van Zijn volk waartoe wij behoren en ondanks de herhaalde ontrouw van ons als afzonderlijke gelovigen.
In de hoofdstukken 27-30 van Deuteronomium wordt echter niet slechts de zegen van het Verbond, verzinnebeeld in de bergGerizim. verkondigd, maar ook de vloek, wanneer men het Verbond verbreekt. Die vloek wordt verzinnebeeld in de berg Ebal.
Daar lezen we bv.: "Vervloekt zij, die het recht van de vreemdeling, van de weduwe en de wees buigt!" (Deut. 27:19).
Wij waren Gods volk uit de heidenen (Hand. 15:14), wij, de volken van Europa. (Ook de r.-k. volken zoals Spanje. Portugal en Italië. Hoe kunnen we anders de Doop van de rooms-katholieken als geldig erkennen?) En wat hebben onze vaderen, met name ook onze Nederlandse vaderen, gedaan met de vreemdeling, de Indiaan en de neger van Afrika? Ik citeer en vertaal uit "Haiti, the black republic" van Selden Rodman:
De 'beminnelijke' Indianen…
"Toen Columbus in 1492 het huidige Haïti ontdekte, schreef hij aan de koning van Spanje over de Indianen, die er toen leefden: Ze zijn beminnelijk, gemakkelijk in de omgang, vreedzaam en verdienen alle lof. Ze doen helemaal niet aan afgoderij. Ze geloven dat alle kracht en macht en alle goede dingen hun oorsprong in de hemel hebben. Ze menen dat onze schepen en manschappen uit die hemel zijn gekomen. En omdat ze dat geloofden, toonden ze geen enkele vrees voor ons" (p. 5).
"Deze Indianen dragen geen wapenen. Drie van ons zouden er duizend van hen kunnen verslaan. Daarom kunnen ze gemakkelijk gecommandeerd en aan het werk worden gezet. We moeten ze leren onze gewoonten over te nemen" (p. 6). Met dit motief hebben de westerse kolonialisten een wreed, cultureel imperialisme doorgevoerd en de prachtige oude cultuur van de Indianen volledig uitgeroeid.
… werden door 'Christenen' uitgeroeid
Deze vreedzame Indianen waren in 1492. toen Columbus Haïti ontdekte, nog met 300.000. In 1508 waren er nog 60.000 en in 1548 nog slechts 500 van deze beminnelijke, ongewapende Indianen over. Het 'christelijke' Spanje heeft dus een genocide, een volkerenmoord, bedreven. En waarom? Puur vanwege hun gouddorst. Deze Indianen bezaten veel goud dat ze door de eeuwen heen hadden verzameld, terwijl ze er nauwelijks de waarde van kenden.
Dat is de zonde van Achab in het kwadraat, Achab die de akker van Naboth begeerde en hem daarom onder vrome voorwendsels ter dood liet brengen. Maar dan komt de vervloeking van Godswege door Elia: "In plaats dat de honden het bloed van Naboth gelekt hebben, zullen de honden uw bloed lekken, ja, het uwe" (1 Kon. 21:19).
Jacht op zwart wild
In 1697 moest Spanje Haïti afstaan aan Frankrijk. Vanaf die tijd werden negers in Afrika 'gevangen' als wild waarop men kon jagen en onder vreselijke omstandigheden naar Haïti gedeporteerd.
"Nek aan nek gebonden in de verpestende atmosfeer in het ruim van het schip, doorstonden alleen de sterksten deze barre overtocht" (p. 10).
Ik citeer nu uit Oosthoek's Encyclopedie het artikel over "slavernij" van H.J.W. Volmuller die een uitvoerige litteratuurlijst geeft. Ik had echter geen tijd om die te raadplegen.
"Een zeer belangrijke markt voorde slaven was vanouds Rome. Toen na de grote ontdekkingsreizen en de vestiging van de Spaanse en Portugese koloniën Engelsen en Hollanders hun onderzoekingstochten begonnen, vonden dezen ook in Zuid Europa het instituut van de slavernij. De Engelsen en de Nederlanders namen de usanties (= gewoonten) van de Spanjaarden in de negerhandel over".
"De slavenhandel heeft in belangrijke mate bijgedragen tot accumulatie (= opeenhoping) van kapitaal in Europese landen ten koste van de zwarte bevolking, speciaal in Afrika".
"De behandeling van deze slaven was in hoge mate onmenselijk. Men liet hen zich veelal in letterlijke zin doodwerken". "Naar schatting was de Hollandse slavenhandel in de tweede helft van de 17e eeuw tienmaal groter dan die der Engelsen". Nederland heeft ook als een van de laatste landen de slavenhandel afgeschaft nl. in 1857 en 1863.
Je vraagt je af: Hoe is dit mogelijk geweest in een land, waar regelmatig het Woord Gods verkondigd werd in de kerken en gelezen en overdacht werd in de gezinnen?
Rechteloosheid van de slaven
"De eigenaar van een plantage had al lang vol afgunst geloerd naar een prachtige boom in de tuin van zijn buurman. Hij kon tenslotte zijn begeerte niet meer bedwingen en gaf een van zijn slaven opdracht die boom uit te graven en in zijn eigen tuin te plaatsen. Maar de buurman kwam er achter en protesteerde. En wat deed deze plantagebaas toen? Hij liet zijn slaaf op een ladder vastbinden en gaf hem honderd zweepslagen… als straf voor de diefstal van de slaaf!" ("Haïti", p. 10).
Ik heb dat vroeger ook wel gemerkt: De negers kregen van alles de schuld en de blanken gingen vrijuit. Want de negers zijn lui, onbetrouwbaar enz… Dus! "O God, wees ons, blanken, genadig ondanks onze zwarte ziel!"
Vlucht in haat en heidendom
Ik citeer weer uit het boek "Haïti": "Ongeveer om de twintig jaar waren de zwarten voor verreweg het grootste gedeelte aan hun wrede slavenarbeid bezweken en moest het 'zwarte vee' weer worden aangevuld door klopjachten in Afrika en transporten naar Haïti". "Twee dingen hielden de slaven psychisch overeind in deze hopeloze toestand: hun haat tegen het ras van hun uitbuiters en hun deelname aan de religieuze ceremonies van hun voorouders, de Voodooreligie" (p. 10).
Dat betekent dus dat de 'christenen' uit het westen er de oorzaak van zijn geweest dat deze heidense godsdienst ook nu nog diep geworteld is in het Haïtiaanse volk.
En dan keer ik weer terug tot de vraag: Wat moeten we met onze collectieve schuld? Een kort antwoord:
1. Wanneer wij echt tot geloof zijn gekomen, hebben wij ons zo diep verootmoedigd voor Gods aangezicht, dat wij ons volkomen schuldig hebben verklaard, niet alleen vanwege onze persoonlijke zonde, maar ook vanwege onze collectieve schuld.
Maar tegelijk mogen we dan weten dat wij door het verzoenende werk van Christus vrijgesproken zijn van alle, zowel persoonlijke als collectieve, schuld. Dan mogen we in Christus vrijuit gaan en genieten van de barmhartige liefde van God in Hem.
2. Dat neemt niet weg dat wij er op uit moeten zijn om ook tezamen onze collectieve schuld uit te spreken. We kennen immers deze troostrijke belofte: "Zo Ik de hemel toesluit, dat er geen regen zij of zo Ik de sprinkhaan gebied het land te verteren of zo Ik pest onder Mijn volk zend; en Mijn volk waarover Mijn Naam genoemd wordt, zich verootmoedigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken en zich bekeren van hun boze wegen; zo zal Ik uit de hemel horen en hun zonden vergeven en hun land genezen" (2 Kron. 7:14).
In het verleden zijn er wel zulke verootmoedigingsdagen geweest, maar daarbij werd steeds een grote plaats ingeruimd voor het wijzen met de beschuldigende vinger naar anderen, naar degenen die pleiten voor de vrijheid van abortus, euthanasie enz.
Natuurlijk moeten we dat veroordelen, maar dat moet niet gebeuren op een verootmoedigingssamenkomst. Dan hebben we genoeg aan onze eigen gezamenlijke schuld.
3. Een derde weg is die van de ootmoedige, dienende liefde ten opzichte van de zwarte bevolking. Dat is een weg van zelfverloochening. Dat geldt met name voor zendelingen en ontwikkelingswerkers.
Wij moeten aanvaarden dat zij verschillende reformatorische waarden nog niet zien en beleven. Het is een bekend feit dat de calvinistische traditie gestaag werkende, ijverige, plichtsgetrouwe en betrouwbare mensen kweekt. Maar wij hebben zelf onze ouders in Nederland niet uitgekozen. Laten we dan geduldig zijn met de zwarte bevolking, wanneer die soms als lui, onbetrouwbaar en onberekenbaar op ons overkomt. De zonden van onze vaderen zijn er mede schuldig aan dat zij zo zijn geworden. Iemand die met een Hollands superioriteitsgevoel naar de Derde Wereld trekt om daar eens even op z'n Hollands alles op poten te zetten, is gedoemd tot mislukking en frustraties. zoals Columbus, te proberen dat zij onze (christelijke) gewoonten, onze Nederlandse cultuur, overnemen. Wij moeten hen het Woord Gods verkondigen. En dat Woord is in staat om zo diep in een volk door te dringen dat alle gewoonten gekerstend worden, zonder dat zij hun eigen culturele identiteit daarbij verliezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1987
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1987
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
