In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Plan om paus te doden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Plan om paus te doden

8 minuten leestijd

In ons decembernummer schreven we over Juan Fernandez, de priester die de paus wilde vermoorden in Fatima. Op deze daad van religieus fanatisme moest wel een psychische terugslag volgen. Fernandez beschrijft dat in de vorm van een gesprek met de verzoeker. Was dit werkelijk de duivel of moet dit slechts psychisch geduid worden?

Het was 13 mei tegen de avond. Ik had reeds verschillende ondervragingen moeten doorstaan, die op zichzelf korrekt werden gesteld en waarbij geen fysiek geweld werd gebruikt, maar die uitermate vernederend waren. Ik had sinds mijn vertrek uit Parijs op 11 mei niet meer geslapen. Daarbij kwam de uiterste krachtsinspanning in die dagen. Het gevolg was dat ik volkomen uitgeput raakte.

Een van de inspecteurs van politie zei toen iets, geheel vanuit zijn goede trouw, dat mij op de rand van de ineenstorting bracht: "Iedereen is blij dat de paus gespaard is gebleven".

De verzoeker stond toen op en fluisterde mij met een vrouwelijke stem toe: "Nu zie je zelf waartoe dit alles gediend heeft. Wat jij tot een beslissend godsoordeel had willen maken, is volkomen ten gunste van hem uitgevallen en jij hebt geheel en al de nederlaag geleden, bijna evenzeer als Savonarola. Je hebt een meer dan voldoende bewijs geleverd dat de Maagd Maria hem beschermt precies zoals zij dat een jaar tevoren heeft gedaan in Rome (toen hij werd aangevallen door de Turk). Word nuchter en wees bereid de gevolgen te aanvaarden van je dwaling en je stommiteit, van je dromerij, jij, ezelskop, verworpene, haantje de voorste, onbenul, hoogmoedige… crimineel varken!".

Het afbraakkarakter van deze innerlijke aanval werd versterkt door de allerminst prettige ervaringen, die op mij afkwamen in de gevangenis. Ik moet erkennen dat het moeilijk voor mij was om in die storm staande te blijven.

Het duurde een tijd voordat ik antwoordde op de aanvallen van de verleidelijke heks, maar ik deed het met al mijn kracht:

"Nee! Jij zegt dat het de Maagd was die hem in Fatima gered heeft. Maar ik zeg jou, oude bedriegster, dat hij zijn leven heeft te danken aan het cordon van veiligheidsagenten dat hem omringde. Maar waarom heeft hij die zozeer in de Maagd vertrouwt en die het overal laat voorkomen alsof hij zich helemaal aan haar heeft overgegeven - 'Totus tuus' (= Geheel de uwe. HJH.), zo roept hij overal - dan nog de bescherming nodig van de politie?

Jij zegt dat mijn veroordeling door het gerecht mijn mislukking zal zijn. Maar ik herinner je aan het voorbeeld en de woorden van Christus, die gestorven en opgestaan is, die geen ander teken aan dit verdorven en overspelige geslacht heeft aangekondigd dan het teken van Jona de profeet (Mk. 16:4).

Jij lijkt met je flemerige stem bovendien veel op sommige humanisten en moderne vijanden van de kerk, die niets anders over Savonarola weten te zeggen dan zijn mislukking. Maar die mislukking was even grandioos als zijn getuigenis tijdens zijn leven. Bij voorbeeld: Macchiavelli zei over hem met een schijnheilige klank in zijn stem dat hij (Savonarola) 'een ongewapende profeet' was. En Maurras meende dat zijn mislukking voldoende grond was om hem te veroordelen.

Maar ik wil dat jij, ellendig wijf, weet dat ik geen aanstoot heb genomen aan de mislukking van Savonarola, en evenmin aan die van Joachim van Fiore, noch aan die van de Spiritualen of tenslotte van Franciscus van Assisië, de heraut van een nieuwe morgen die jammer genoeg nooit gekomen is, omdat de pausen die hem heilig verklaarden, tegelijkertijd zijn vernieuwingswerk verwoest hebben, door het in stukken uit elkaar te trekken.

"Maar", zo vervolgde de stem, "jij geldt nu in de ogen van iedereen als een gek. En een gek wordt opgesloten. Men luistert niet naar een gek. Niemand interesseert zich meer voor hem. hoeveel waardevols hij ook moge zeggen". Ik antwoordde: "Goed, luister dan eens en voor altijd, jij, onreine oude vrouw; je hebt gelijk. Ik bén dwaas, en vanwege een dubbele dwaasheid. Ik ben dwaas omdat ik bedwelmd ben door mijn liefde voor O.L. Vrouw van Fatima, én omdat ik dronken ben van weerzin tegen het communisme en zijn trawanten… met of zonder witte toog" (bedoeld is het witte gewaad van de paus. HJH.). Toen verdween de mysterieuze stem en liet mij voor een poosje met rust. Later keerde de stem echter terug:

"Goed, je kunt zeggen wat je wilt. maar zowel de wet van God als die van de mensen veroordelen je als een misdadiger, een moordenaar, een doodslager. De wet van God in de tien geboden is duidelijk genoeg: 'Gij zult niet doodslaan'. En in het Nieuwe Testament beveelt Christus Petrus dat hij het zwaard in de schede moet steken.

Van de andere kant: feiten zijn feiten. Je wordt nu gedaagd voor een burgerlijk gerechtshof. Daar word je aangeklaagd vanwege poging tot doodslag van het staatshoofd van een bevriende vreemde mogendheid. Bovendien zal de bekentenis die je in dit boek gaat publiceren, je veroordelen."

"Ho, ho, nu moet je even stoppen. Denk niet datje stroom van lege, geestloze woorden mij aan het wankelen zullen brengen.

Het Oude Testament staat vol van heilige terechtstellingen. De profeet Elia bv. heeft eigenhandig de valse profeten omgebracht (1 Kon. 18:40). Judith heeft een tyran gedood. Dat was aangenaam in Gods ogen, hoewel Thomas van Aquino er zijn verachting over heeft uitgesproken.

En ook de psalmen dragen soms een vergeldingskarakter. Bijv.: "Dat (Zijn) gunstgenoten van vreugde opspringen om (die) eer; dat zij juichen op hun legersteden. De lofverheffingen Gods zullen in hun keel zijn; en een tweesnijdend zwaard in hun hand; om wraak te doen over de heidenen (en) bestraffing over de volken" (ps. 149:5-7).

In het Nieuwe Testament gebruikt de Heere soms geweld (Joh. 2:15) en Hij prijst de geweldigen, want zij alleen zijn waardig het Koninkrijk Gods in te gaan (Mat.

11:12). (Letterlijk staat daar: "En van de dagen van Johannesde Doper tot nu toe wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan en de geweldigers nemen het met geweld". SV. HJH.).

Deze passages over het geweld zijn zeldzaam in het N.T., dat is waar. maar ze bewijzen dat, ook al zou de Heere het geweld niet verdedigen. Hij het in elk geval ook niet veroordeelt.

En als Hij Petrus beveelt het zwaard in de schede te steken, zegt Hij niet tegen hem: Gooi het zwaard weg.

Christus heeft nog nooit iemand gedood, ook dat is waar, maar Hij was de 'Magister humilitatis' (Leermeester van de nederigheid), die gekomen was om te redden wat verloren was en niet om te veroordelen. Maar Hij heeft de rol van de gerechtigheid voorbehouden aan Elia, de 'magister iustitiae = de leermeester van de gerechtigheid' en aan Zijn discipelen die zouden optreden in de laatste dagen, wanneer de ongerechtigheid overal zou gaan triomferen.

Welnu voor iedereen die ogen heeft om te zien, moet het duidelijk zijn dat we leven in die laatste dagen. We kunnen de tekenen daarvan overal waarnemen. Bovendien, de Heere die aan de Joden 'het teken van de hemel' dat zij vroegen, weigerde (Mk. 8:11), heeft zich aan de mens van de twintigste eeuw geopenbaard door het zonnewonder van Fatima. Hij heeft aldus de profetie met betrekking tot de laatste dagen vervuld: "Et erunt signa in sole = en er zullen tekenen zijn in de zon" (Lk. 21:25).

Vervolgens is de geschiedenis van christelijk Europa vol van heilige en glorierijke wapenfeiten zoals de kruistochten, de Reconquista (= de herovering van Spanje op de Moslims).

Wat de menselijke wet betreft, die vergeeft doodslag, wanneer die gepleegd wordt vanuit een gerechtvaardigde zelfverdediging. Zal dan een katholiek land als Portugal niet eveneens vergeving schenken op grond van het feit dat deze poging tot doodslag gebeurd is met het oog op en ter verdediging van een waarde, die oneindig veel groter is dan het eigen leven? Het gaat hier immers om het leven van de Kerk van Christus. Mijn daad had immers tot doel een einde te maken aan dat duistere proces van afbraak - Paulus VI sprak zelf over zelf

afbraak - waarvan de Kerk het slachtoffer is en waarvoor de laatste pausen de meeste verantwoordelijkheid dragen.

Is er een burgerlijke wet die de romeinse soldaat Longinus veroordeelt, die met een stoot van zijn lans in de zijde van de Heere een einde maakte aan Zijn lange en pijnlijke doodsstrijd en te zelfder tijd de wegen opende van het nieuwe leven en de genade? En mag een burgerlijke wet iemand als moordenaar veroordelen, die de toevoer van de zuurstof afbreekt van iemand die in doodsstrijd verkeert en wiens hart daardoor tot stilstand komt?

Ik bevind mij in eenzelfde omstandigheid. Immers het hart van de Kerk. al het heilige dat zij bezit: haar leer, haar sacramenten, haar misoffer - is op een onherstelbare wijze aangetast en verziekt.

De burgerlijke wetgeving erkent de aanranding als een excuus voordoodslag. En gaat het in mijn geval niet over een geestelijke aanranding die door Karol Wojtvla wordt gepleegd, de schennis van het derde geheim van Fatima? Hij bedient zich van die schennis, dit zich vergrijpen aan een geheim dat God door Maria heeft geopenbaard, om daarmee de onderneming van de afbraak, die door het tweede Vatikaanse Concilie op touw is gezet, te rechtvaardigen. Hij verzet zich tegen de wil van de heilige Maagd Maria, doordat zowel hij als zijn voorgangers het derde geheim niet willen openbaren.

Dit moet je weten, jij, beest van de hel en allen die mij beschuldigen in de hel en op de aarde: door mijn aktie in Fatima wilde ik de bloedende tranen drogen van een Maagd, die geschonden is in haar intiemste geheimen door de grootste bedrieger van alle tijden: Karol Wojtyla.

ONZE SLOTBESCHOUWING

uit het boek van Fernandez, kunt u enig idee krijgen van de denkwereld van de traditionalistische rooms-katholiek. Wat zou het een bevrijding betekenen voor hem, wanneer hij zich in alle eenvoud gewonnen zou geven aan het Woord Gods alleen, zonder daarnaast en daarboven te steunen op allerlei openbaringen die een verschijning die zich Maria noemt, gegeven heeft aan kinderen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Plan om paus te doden

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's