In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

ONTMOETINGEN 1 1

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONTMOETINGEN 1 1

12 minuten leestijd

Hartelijk dank voor uw snelle reaktie op mijn schrijven. Het heeft mij erg aangegrepen dat u uw brief begon met dat gebed. Want toen ik mijn brief verzond, bad ik: "Ach Heere, laat ik het toch van V verwachten en mijn hoop niet stellen op mensen, maar misschien, als het IJ behaagt, kan het antwoord toch een wegwijzer zijn op mijn levenspad".

Maar diep in mijn hart verwachtte ik er eigenlijk niets van, omdat ik bang was dat u mij niet begrijpen zou. Toen ik echter uw brief had gelezen, werd ik er erg door ontroerd. Ik werd er stil van.

U hebt in heel duidelijke bewoordingen uiteengezet wat mij dwars zit. Dat minderwaardigheidsgevoel, daar heb ik heel mijn leven al mee te kampen.

Ik moet u eerlijk bekennen dat ik niets van het psychische leven af wist. Ik voelde wel: 'Ik heb iets', maar ik wist het niet onder woorden te brengen.

Drie jaar geleden kwam ik echter in zo'n diepe put terecht, dat ik die gevoelens niet meer aan kon; ik had daardoor een enorme angst gekregen.

Ook lichamelijk kreeg ik allerlei narigheid en belandde toen bij de huisarts. Die constateerde gelijk die angst, schreef medicijnen voor, maar gaf mij tevens het advies om een psychiater of psycholoog te raadplegen.

In eerste instantie wilde ik dat beslist niet, maar mijn man was het helemaal eens met het advies van de huisarts. Daarom heb ik er toch maar toe besloten en volg zodoende al ongeveer twee jaar een therapie bij een psycholoog.

Ik heb daar veel geleerd. Maar ook door het lezen van boeken die de psycholoog mij aanraadde, heb ik steeds meer inzicht gekregen in het psychische leven van de mens en ben gaan begrijpen hoe dat functioneert.

Nu dan nog de geestelijke kant. Deze moeilijkheden hebben mij ertoe gebracht mij afhankelijk te weten van de Heere en ik ben daardoor een biddend leven gaan leiden. De Heere heeft, doordat Hij mij telkens hielp, mij dikwijls getoond, wie Hij voor mij wilde zijn: een liefhebbend en genadig God in Christus; ook toen ik drie jaar geleden in die diepe neerslachtigheid was verzeild geraakt.

Maar het verdriet mij zeer dat het psychische leven zo overheersend is geworden in mij. Het lijkt of het geloofsleven daardoor vaak verdrongen wordt. Dan ben ik zo wantrouwend ten aanzien van de Heere. En dat slaat mij lam en brengt weer nieuwe angst- en minderwaardigheidsgevoelens teweeg. Dan rijst de vraag in mij naar boven: Waartoe besla ik nutteloos een plekje op de aarde?

Ik voel dan wel dat ik daarin verkeerd bezig ben. maar ik kan er toch niet overheen komen. Die gevoelens zijn mij dan de baas.

U schrijft over de vertroebelde sfeer tussen God en de mens. Daar hebt u volkomen gelijk in, want ik krijg de zaken dan niet meer fris op een rij. En dat geeft dan weer een krampachtig en wantrouwend, angstig leven ten opzichte van de Heere.

Ik kan daardoor zo weinig van het leven genieten, terwijl er zoveel is om dankbaar voor te zijn: lieve man, lieve kinderen, fijn huis, goede boterham enz. Ik heb altijd gedacht: Ik heb dit nodig, dus moet ik dit dragen, want wie zijn kruis niet op zich neemt en Mij navolgt, die kan Mijn discipel niet zijn.

Maar dan komt er toch een moment dat dit niet meer gaat. De last is, in eigen waarneming, te zwaar. Ik kan het niet meer aan.

Ik volg nu een therapie, maar ook daarbij heb ik problemen. Ik ben nu eenmaal erg negatief. Daardoor durf ik van de therapie niets te verwachten. Dan klinkt er een verwijt in mij: Moet ik het niet bij de Heere zoeken in plaats van bij een psycholoog?

Uw brief eindigt zo liefdevol. Ik wilde dat ik die kracht van Christus maar meer gevoelde. Misschien zouden de problemen die ik heb, meer op de achtergrond geraken en zou ik er me niet zo door overweldigd voelen.

ANTWOORD

Uw huisarts heeft u een zeer verstandige raad gegeven. Lichamelijke klachten hebben vaak (ook) een psychische oorzaak. Allerlei uitdrukkingen in onze taal wijzen daar reeds op: Iets kan zwaar op je maag liggen; iemand kan zijn gal uitspuwen; van je hart een moordkuil maken; iets op je lever hebben.

Dat u een lieve en verstandige man hebt, hoefde u niet eens te zeggen. Dat had ik al uit uw eerste brief begrepen. Dat is ook iets om heel erg dankbaar voor te zijn. Minderwaardigheidsgevoel is iets heel pijnlijks. Daar praat je maar liever niet over, want dan is het net of je een wonde openrijt.

Dat u daar toch met uw man over kon praten, is een bewijs van zijn begrip voor uw moeilijkheden en van uw onderlinge uitstekende verhouding. Want als je daarover met een ander praat, stel je jezelf kwetsbaar op. Dat kun je alleen doen tegenover iemand in wie je veel vertrouwen hebt.

Uw man is ook heel verstandig. Helaas zijn er, die zich van dergelijke psychische problemen af maken door de vermanende vinger op te steken: "Vertrouw maar op de Heere Jezus en dan komt alles vanzelf in orde. De oorzaak van al je moeilijkheden is dat je niet voldoende geloof hebt."

Dat is in dezelfde trant zoals sommigen beweren: "Je hoeft niet lichamelijk ziek te zijn, wanneer je tot geloof bent gekomen, want Christus heeft al je krankheden gedragen. Dus weg met de doktoren, weg met de medicijnen. En als je toch naar een huisarts gaat, is dat een teken dat je niet voldoende geloof hebt."

Dergelijke godsdienstige fanatici kunnen ons nog dieper de put inpraten. Ze proberen ons opnieuw onder de wet te brengen nl. onder de wet van hun geloofstheorieën.

Versta me goed: natuurlijk - daarover zijn we het allemaal eens - legt Christus de balsem van Zijn liefde op al onze wonden, ook op de wonde van het minderwaardigheidsgevoel.

Maar die balsem ontvang je door het geloof als een gave van God, niet door het geloof als een wet die de mens moet volbrengen.

Het geloof als een gave van God ontspruit aan het Woord, niet aan de menselijke inspanning. Wanneer je in het Woord gaat zien wie God is, nl. de barmhartige God en Vader in Jezus Christus, dan ontstaat een besef, en daardoor ook een gevoel, van veiligheid bij Hem.

En dat gevoel van veiligheid hebben we zo nodig. Minderwaardigheidsgevoel ontstaat in je vroegste jeugd, doordat jeje om welke reden dan ook bedreigd bent gaan voelen.

Ouders kunnen daar soms niets aan doen. Dat gevoel van onveiligheid kan veroorzaakt worden door kleine omstandigheden, bv. door een lichaamsgebrekje.

Wanneer je dan op latere leeftijd door het geloof zicht hebt gekregen op God als de liefdevolle Vader, die alles vergeeft op grond van Zijn Zoon in Wie Hij alle welbehagen heeft en die als Lam Gods al onze zonden heeft weggenomen, dan kan daardoor een diep en warm gevoel van volstrekte veiligheid bij je gaan groeien.

We zingen het immers zo mooi: "Geen vader sloeg met groter mededogen / op teder kroost ooit Zijn ontfermend' ogen / dan Isrels Heer op ieder die Hem vreest. Hij weet wat van Zijn maaksel zij te wachten / hoe zwak van moed en klein wij zijn van krachten en dat wij stof van jongsaf zijn geweest" (ps. 103).

Die Vader weet dus van al uw moeilijkheden. Hij kent uw noden en uw angsten. Mag ik u een mooie tekst meegeven, die mij altijd heel erg heeft aangesproken? "De eeuwige God zij u een woning en van onder eeuwige armen" (Deut. 33:27). Door het geloof weet ik Gods eeuwige Vaderarmen onder mij. Hij draagt mij altijd weer opnieuw. "Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?" (Rom. 8:31). Maar ga uzelf nu a.u.b. geen verwijten maken: O dan vertrouw ik blijkbaar niet voldoende op God als mijn genadige Vader. Als u dat doet, gaat u het geloof weer opvatten als een wet, als een 'moeten'.

En dat wil die genadige Vader juist niet. Spreek uzelf heel eenvoudig bij Hem uit. Zeg het maar: "Onze Vader, Vader van onze Heere Jezus Christus, U ziet mijn verkleumde ziel. U ziet in mijn hart de krampen van het minderwaardigheidsgevoel. U ziet mijn negatieve stemmingen, waardoor ik geremd word in de vertrouwelijke omgang met U. Trek mij tot U door Uw Woord en door Uw Heilige Geest. Ik wil zo graag stil bij U uitrusten. Neem toch die spanningen bij mij weg of althans neem de verlammende kracht eruit weg. Laat mij U verheerlijken door een volkomen vertrouwvolle geloofsovergave aan U. U nodigt mij daartoe immers Zelf uit in Uw Woord, als U Paulus laat schrijven: "Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen heeft overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?" (Rom. 8:32). Vader, geef aan mijn geest en als het mag. ook aan mijn psyche, met name ook aan mijn gevoel, de zekerheid van volstrekte veiligheid en geborgenheid bij U om wille van het verzoenende en volbrachte werk van Uw Zoon, Jezus Christus. Amen!"

U schrijft: "Waartoe besla ik nutteloos dat plekje op de aarde?". In de eerste plaats: wees dankbaar dat u deze houding van de bescheidenheid hebt.

Er zijn ook mensen die rondlopen met een air van: "Kijk eens wie daar aan komt! Dat ben Ikke! Ga opzij en maak plaats voor mij, want ik ben zo uitermate gewichtig." Zulke mensen kunnen anderen platslaan, kapot trappen onder de klompen van hun zelfvoldaanheid.

In de tweede plaats: uw plekje is niet nutteloos. Uw hemelse Vader heeft dat ene plekje van u, en van elk mens, met zorg uitgekozen. Hij heeft u ook bestemd voor een heel konkrete taak. Hij verwacht veel van u. Wat? Dat u niets van uzelf, maar alles van Zijn Zoon verwacht en Hem aldus grootmaakt. "Opdat (het zij) gelijk geschreven is: Wie roemt, roeme in de Heere" (1 Kor. 1:31).

Op dat ene plekje, daar in uw gezin, waar de Heere u geplaatst heeft, straalt de Zon van Zijn gerechtigheid (Mal. 4:2), Jezus Christus. U moogt uzelf door het geloof koesteren in die warme stralen.

Geniet daar dan van. Zo wil God het. U vindt het toch ook fijn, wanneer u ziet hoezeer uw kinderen genieten van iets dat u voor hen gemaakt hebt. Zo vindt de hemelse Vader het ook fijn, wanneer Hij ziet hoezeer wij genieten van de gaven, die Zijn Zoon voor ons heeft verworven.

Hij geniet ervan, wanneer Hij ziet hoe onze door de (gevolgen van de) zonde verkleumde en verkrampte harten ontdooien, wanneer wij door het geloof naderen tot het vuur van de liefde van Zijn Zoon, en zo tot Hem als de Vader en tot Zijn liefde.

De Zoon verzekert ons: "En Ik zeg u niet dat Ik de Vader voor u bidden zal, want de Vader Zelfheeft u lief, omdat gij Mij liefgehad hebt en hebt geloofd dat Ik van God ben uitgegaan" (Joh. 16:27).

In Hebr. 7:25 lezen we echter: "Hij leeft altijd om voor hen te bidden". Ik denk daarom dat de Heere Jezus heeft willen zeggen: "Denk niet dat Ik bij de Vader zou moeten aandringen om u te helpen, wanneer ik uw smekingen aan Hem voorleg, alsof die Vader Mijn gebeden voor u eigenlijk liever niet verhoort. De Vader Zelf heeft u lief en doet niets liever dan Mijn gebeden voor u verhoren." Mijn vrouw en ik ontvingen als trouwtekst: "Geniet het leven met de vrouw die gij liefhebt, al de dagen van uw ijdele leven, die (God) u gegeven heeft onder de zon" (Pred. 9:9). Genieten van elkaar als man en vrouw, als ouders en kinderen, als grootouders en kleinkinderen, als broers en zussen, is dus een opdracht van de Heere. Denk ook aan Fil. 4:4.

Tenslotte: ik vind het erg fijn dat ik ook deze brief van uen mijn antwoord in IRS mag opnemen. Anderen zitten met dezelfde problemen, die u zo goed weet te formuleren. Ze herkennen zichzelf daarin en worden erdoor getroost. Zie 1 Kor. 12:26.

En laat ik er dan ook nog iets persoonlijks aan toevoegen. Ik ontving uw brief op zaterdagmorgen, nadat ik die nacht een ernstige aanrijding had gehad, waarbij beide auto's total loss raakten. We werden met een taxi (van de verzekering) thuis gebracht waar we om twee uur arriveerden.

Ik voelde mij erg beroerd en down. Het lome en matte gevoel waarover u schreef en dat ik vroeger ook zo vaak gekend had, kwam weer over mij. Zeker, de bestuurder van de andere auto moest, nadat de politie hem de 'blaasproef had afgenomen, mee naar het politiebureau voor verder onderzoek vanwege te veel alcohol. Maar als ik nóg beter had uitgekeken, was het ongeluk misschien niet gebeurd.

Toch gaf uw brief mij een zekere troost. Ik realiseerde mij weer: Wij leven, als gevolg van de zondeval, in een dal van tranen. Het lijden en het verdriet slaan telkens toe. Dat las ik in uw brieven en dat ervoer ik nu zelf ook weer.

Zeker, in de taxi op weg van Utrecht naar Arnhem heb ik getracht in de gemeenschap met de Heere de rust weer te hervinden. Er gaat immers een soort oerschrik door je heen, wanneer je even heel dicht bij de dood komt te staan. Ik kreeg die rust ook wel, maar het neerslachtige gevoel was ik niet meteen kwijt.

We waren ook erg dankbaar dat niemand van ons - mijn vrouw zat naast mij gewond was, ook de bestuurder van de andere auto niet.

Wij zijn bezig met Jeremia's Klaagliederen. En op maandagmorgen lazen wij deze prachtige woorden: "Het zijn de goedertierenheden des Heeren dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben; zij zijn elke morgen nieuw. Uw trouw is groot" (KI. 3:22-23). Ja, wat zijn wij vaak gespaard voor dreigende gevaren waarvan we zelf geen weet hadden. Laten we de Heere voortdurend danken, intens danken!

Ik ben het depressieve gevoel nog niet helemaal kwijt, maar toch straalt de zon van Gods goedertierenheid steeds krachtiger over mij. En ik weet dat ik misschien morgen, of de volgende week, mij weer mag verheugen in Gods vriendelijke Aangezicht. Zijn Naam zij voor altijd geprezen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 februari 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

ONTMOETINGEN 1 1

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 februari 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's