In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Vanonder de wet vandaan

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vanonder de wet vandaan

10 minuten leestijd

Ik meen dal de opheffing van onze machteloosheid alleen kan gebeuren door een daadwerkelijke terugkeer naar het bijbelse en reformatorische beginsel:

Vanonder de wet vandaan

Bijna in al zijn brieven heeft Paulus een harde strijd te voeren tegen hen, die wel Christus willen aannemen, maar in feite Hem slechts zien en gebruiken als een hulpmiddel om daardoor (beter) de wet te kunnen volbrengen en op grond van die wetsvolbrenging Gods welbehagen over zich te trekken, zodat ze straks vol zelfvoldaanheid op grond van hun brave en vrome leven de hemel mogen binnenwandelen.

De duivel heeft het zelfs klaargespeeld om de dwaalleer waartegen Paulus streed, als een dogma geproklameerd te krijgen door de grootste (wat ledental betreft) 'christelijke' kerk.

Ik heb al vaak canon 32 van de zesde zitting van het concilie van Trente (opnieuw bevestigd in het r.-k. kerkelijke wetboek van 1983) geciteerd, waann zij die leren dat wij door onze goede werken de hemel niet kunnen verdienen, vervloekt worden. De duivel is er zodoende in geslaagd om Christus Zelf en Zijn apostelen, die immers hetzelfde leren, te laten vervloeken door de grootste 'christelijke' kerk. Wat een triomf van de macht der duisternis!

Maar… hoe zit het met ons? O we zijn beslist orthodox. We zijn bereid om de Drie Formulieren met een dikke streep, misschien zelfs met ons bloed, te onderschrijven.

Maar… "al ware het dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden en had de liefde niet, zo zou het mij geen nuttigheid geven" (1 Kor. 13:3).

Geloof zonder liefde is godsdienstfanatisme, een zeer gevaarlijk louter psychisch verschijnsel dat oorzaak is geweest van kerkscheuringen en godsdienstoorlogen en dat belijders van het ware, christelijke geloof op de brandstapels de marteldood heeft doen sterven.

Het wetticisme kan zo gemakkelijk tussen de mazen van onze orthodoxie doorglippen. De duivel is erg vindingrijk en hij heeft bovendien een gemakkelijke bondgenoot in ons 'arglistige hart' (Jer. 17:9).

En als de satan erin geslaagd is ons opnieuw onder de wet te krijgen, dan kan hij in zijn vieze handjes wrijven, want dan staan wij onbeschermd buiten Christus. "Christus is u ijdel geworden, die door de wet gerechtvaardigd (wilt) worden; gij zijt van de genade vervallen" (Gal. 5:4).

Dan kan hij "al de vurige pijlen van de boze" op ons afvuren en we zullen die dan niet kunnen blussen, want we bezitten dan niet meer 'het schild des geloofs' (Ef. 6:16). Die brandende pijlen schieten dan altijd raak, want buiten Christus kunnen we terecht door deze 'aanklager onzer broederen' (Openb. 12:10) aangeklaagd worden vanwege onze vele overtredingen van Gods wet.

En is dat niet de eigenlijke oorzaak van onze machteloosheid dat wij ons onder de wet hebben laten brengen?

We strijden tegen van alles, tegen de Schriftkritiek, tegen een gemakkelijk 'Neem-Jezus-maar-aan'-Evangelie, tegen de gezangen in de kerk, tegen het nieuwe liedboek, tegen het rythmisch zingen van de psalmen, tegen de nieuwe Bijbelvertaling, tegen abortus, tegen homosexualiteit, tegen euthanasie, tegen, tegen, tegen…

Maar strijden we ook ergens vóór? Zeker, zullen sommigen zeggen: Wij strijden voor onze eigen kerk, want die is de meest zuivere openbanng van het lichaam van Christus, we strijden voor de leer van de Nadere Reformatie, enz.

Allemaal prachtig! Maar strijden we voor Iemand? Is ons hart vol van Christus en loopt daarom onze mond over van Hem?

Als ik in gezelschappen soms een dergelijke vraag stel, dan wordt het vaak stil. Ik vraag me dan af: waarom?

Is het omdat ze diep in hun hart het ermee eens zijn? Vinden ze zelf ook dat wij met onze overvolle agenda's nauwelijks tijd hebben om onze harten op te heffen naar Christus, zodat we door Hem vertroost worden met de verzekering: "Ziet, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld!" (Mat. 28:20)?

Of worden ze stil, omdat ze zich generen voor mijn getuigenis? Vinden ze dat zo iets te persoonlijk is en dat je dat maar voor jezelf moet houden? Denken ze: We hebben wel wat anders te doen dan over Christus Zelf te praten; we moeten de handen uit de mouwen steken om Zijn Koninkrijk op aarde te vestigen en uit te breiden?

Of hebben ze er innerlijk geen antenne voor en denken ze: 'Kerel, waar heb je het over? We onderschrijven toch immers onze Drie Formuleren. Wat wil je nog meer? Doe niet zo sentimenteel aub.?'

Soms denk ik wel eens dat Johannes de Doper zou moeten terugkeren en tegen ons hetzelfde zou moeten zeggen als tegen de kerkmensen van zijn tijd: "Maar Hij staat midden onder u, die gij niet kent" (Joh. 1:26).

Direkt hoor ik protesten: "Maar ik ken Hem heel goed! Ik heb trouw de catechisatielessen gevolgd". Of zelfs nog meer: "Ik heb mijn diploma van catecheet of mijn kandidaats- of doctoraatsbul in de theologie op zak". Of: "Ik heb een kast vol boeken van de 'oude schrijvers', die ik allemaal, sommige zelfs meerdere keren, gelezen heb".

En toch, en toch! En toch kan het zijn dat midden in uw verstand, daar in die bovenkamer van u, waar de muffe lucht hangt van heel veel boekenwurmen. Hij staat die gij met uw hart niet kent.

Waarom zijn wij zo machteloos? Omdat we nog steeds zo sterk zijn. Paulus schrijft: "Want als ik zwak ben, dan ben ik machtig" (2 Kor. 12:10).

Ik heb, meen ik, al eens eerder geschreven dat Paulus hier het woord 'asthenès' gebruikt. Dat is een samenstelling van 'a = zonder' en 'sthenos = kracht, sterkte'. Daarom kan dit woord m.i. beter worden vertaald met 'krachteloos, zonder kracht'.

Als ik tot de zekerheid ben gekomen dat er in mij geen enkele kracht aanwezig is, juist dan worden we uit onszelf uitgedreven om die kracht ergens buiten onszelf te zoeken. En die kracht vinden wij als gelovigen dan uitsluitend en helemaal in Christus. En dän zijn we uitermate sterk.

Want "Christus (is) de kracht Gods" (1 Kor. 1:24). En hoe kan het ook anders? Hij is immers aldus door de maagd Maria, zonder de tussenkomst van de kracht van een man, ontvangen: "De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden" (Lukas 1:35).

Maar gelovigen mogen eveneens de vreugdevolle zekerheid hebben dat zij "niet uit den bloede noch uit de wil des vleses noch uit de wil des mans, maar uit God geboren zijn" (Joh. 1:13).

En ook wij hebben de belofte: "Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, die over u komen zal" (Hand. 1:8).

Het is heel moeilijk om goed weer te geven wat ik precies bedoel. Er zijn er misschien, die alles wat ik tot nog toe geschreven heb, beamen, terwijl die beaming louter een instemming met het verstand is gebleven.

Daarom is het misschien goed om die grondhouding van het weten van de volstrekte eigen krachteloosheid èn het roemen in de volkomen kracht van Christus, die mijn deel wordt door het levende geloof, nog verder te omschrijven, ook in de gevolgen daarvan.

Jezelf krachteloos weten en alle kracht in Christus is hetzelfde als wat de Heere bedoelde, toen Hij zei dat wij moeten worden als een kind (Mt. 18:3) en dat wij wedergeboren moeten worden, dus geestelijk als een kind moeten beginnen (Joh. 3:3).

En dat is zo moeilijk voor ons: worden als een kind, je volstrekt afhankelijk weten van God uit Wie wij geboren zijn, op geen enkele wijze meer steunen op iets van jezelf, maar alles verwachten van Christus, "de kracht Gods en de wijsheid Gods"(l Kor. 1:24).

Dat betekent dat je hart altijd naar omhoog gericht staat: "Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand) Gods. Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God" (Kol. 3:1-3).

Paulus spoort hier de gelovigen aan tot deze levenshouding van het in afhankelijkheid zien naar omhoog, naar Christus. Dat is dus niet iets dat ons vanzelf aanwaait. "Oefen uzelf tot godzaligheid" (1 Tim. 4:7). We moeten ons daarvoor dus inspannen.

Nee, dan ben ik niet in strijd met wat ik eerst benadrukt heb, nl. onze volstrekte krachteloosheid in onszelf. Dezelfde Paulus die onze krachteloosheid leert, vermaant ons ook om ons te oefenen in de godsvrucht, de vroomheid, de verborgen omgang met de Heere, het je volledig afhankelijk weten van Hem. Dat is weer een van de vele slimmigheidjes van de duivel om de ene tekst tegen de andere uit te spelen, zodat wij als gevolg daarvan in onze luie stoel van de zelfvertroeteling, dus het zelfbedrog, blijven zitten.

Een ander aspekt van hetzelfde is wat Paulus noemt "het sterven aan ons vlees, ons zondige 'ik'".

Sterven is ophouden te leven. Dat vervelende, lastige 'ik' van ons moet eens en voorgoed van ons te horen krijgen, dat we er voortaan geen rekening meer mee willen houden, dat we er helemaal van uitgaan dat het voor ons niet meer bestaat. Paulus: "Alzo ook gij, houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levend zijt in Christus Jezus, onze Heere" (Rom. 6:11).

Als dus ons 'vlees', de zonde als macht in ons, zich weer bij ons aanmeldt - en dat gebeurt telkens opnieuw, ons hele leven lang - moeten we tegen die ongenode gast zeggen: "Wat doe jij hier? Daar is het gat van de deur! Toen ik mij aan Christus overgaf, heb ik jouw diktatuur, jouw brutale macht, van mij afgeschud en je de toegang tot mijn hele wezen, ook tot mijn lichaam, ontzegd. Want ik ben nu volledig het eigendom van Christus geworden en mijn lichaam is nu een tempel van de Heilige Geest. Maak dus datje wegkomt! Je hebt hier niets meer te maken!"

Dat kan een vermoeiende bezigheid zijn, want die ouwe rakker keert altijd weer terug en doet niets liever dan belletje trekken. Maar: "Oefen uzelf tot godzaligheid!".

Weer een ander aspekt van hetzelfde is: tot een levenseenheid groeien met Christus, leven in, met, door en uit Hem.

"Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, (doch) niet meer ik, maar Christus leeft in mij". En als iemand dan tegen Paulus zegt: "Maar u hebt toch nog een taak op aarde", dan antwoordt hij: "En hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof van de Zoon van God, die mij liefgehad heeft en Zichzelf voor mij overgegeven heeft" (Gal. 2:20).

Je kunt dus ook zeggen: Die levenshouding is: helemaal opgaan in Christus, je door het geloof verplaatsen in Hem, alles vinden in Hem, "want het is (des Vaders) welbehagen geweest dat in Hem al de volheid wonen zou" (Kol. 1:19). "Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk" (Kol. 1:9).

Pas als wij leeg zijn geworden van onszelf, kunnen wij deze volheid van Christus ontvangen. Israël was vol van zichzelf, daarom heeft de Heere het aan zijn vijanden overgeleverd: "Ik haat zijn paleizen, daarom zal Ik de stad en haar volheid overleveren". "Gij die blijde zijt overeen nietig ding; gij die zegt: Hebben wij ons niet door onze sterkte hoornen verkregen?" (Amos 6:8, 13)."

En heeft Jezus niet gezegd: "Omdat gij lauw zijt en noch koud noch heet, zal Ik u uit Mijn mond spuwen, want gij zegt: Ik ben rijk en verrijkt…"(Openb. 3:16-17).

EEN HEERLIJKE BELOFTE:

"Zo Ik de hemel toesluit, dat er geen regen zij of zo Ik de sprinkhaan gebied het land te verteren of zo Ik pest onder Mijn volk zend

en Mijn volk waarover Mijn Naam genoemd wordt, zich verootmoedigt en bidt en zij Mijn aangezicht zoeken en zich bekeren van hun boze wegen -

zo zal Ik uit de hemel horen en hun zonden vergeven en hun land genezen" (2 Kron. 7:14).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 februari 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Vanonder de wet vandaan

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 februari 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's