In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Briefwisseling

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Briefwisseling

8 minuten leestijd

Geliefde broeder in het geloof.

Wat een wonder is het, wanneer wij door het Woord en door de Heilige Geest mogen weten dat God ons liefheeft met een diepe en sterke liefde! Die liefde is als een geschenk op ons neergevallen, terwijl wij precies het tegenovergestelde verdienden nl. Gods toorn.

Ik wil u graag deelgenoot maken van onderstaande ervaring met de daaraan verbonden vragen.

Toen ik de Heere leerde kennen en tot bekering en geloof in Hem werd gebracht, bleef ik vanwege mijn werk in kontakt met (nog) niet-gelovige mensen. Daaronder bevond zich ook een priester van de kloosterorde van defranciscanen. Hij bekleedde een belangrijke positie in zijn orde.

Er ontspon zich een ware vriendschap tussen ons. Hij werd echter overgeplaatst. Zodoende had ik meer dan zeven jaar geen kontakt meer met hem. Wel had ik gehoord dat hij intussen getrouwd was met een meisje uit onze streek.

Maar wat een vreugde was het voor mij, toen hij gister ineens aanklopte bij ons eenvoudige huisje. Hij vertelde mij dat hij inderdaad zeven jaar geleden getrouwd was voor de burgerlijke wet en dat hij al diejaren al wacht op de toestemming van deze paus om ook voor de kerk te trouwen, maar die nog steeds niet gekregen heeft.

Ik nodigde hem uit om de enige weg des heils te betreden en om slechts Jezus Christus aan te hangen als zijn enige en volkomen Zaligmaker. Hij zei mij echter dat hij zich niet in een konfliktsituatie met zijn kerk, en met haar leer, bevond. Hij gaat nog naar de mis en heeft zijn twee kinderen, een meisje van vijf en een jongetje van twee, laten dopen.

Ik heb hem toen over u, broeder Hegger, gesproken en ik heb hem enkele exemplaren van In de Rechte Straat laten zien. We hebben er samen uitgelezen. Ook gaf ik hem uw "Mijn weg naar het licht", "Moeder, ik klaag u aan" en "Het zwaard over de herder". Hij toonde daarvoor veel belangstelling.

Ik vroeg hem verlof of ik u over hem mocht schrijven. Hij vond dat goed. Ziehier dus zijn adres… Ik hoop dat u hem persoonlijk zult schrijven.

KOMMENTAAR

Hier zien we levensgroot deze paus, Joannes Paulus II, in zijn wreedheid die schuilgaat achter zijn vriendelijkheid, voor ons. Zoals u weet, weigert deze JPII, in tegenstelling tot Paulus VI, aan priesters die tot de ontdekking zijn gekomen dat ze van de Heilige Geest niet de gave der onthouding hebben gekregen (en daarom branden van begeerte; zie 1 Kor. 7:9), de toestemming tot een kerkelijk huwelijk.

Dat betekent voor een rooms-katholiek dat zulk een man en vrouw, ook al hebben ze een geldig burgerlijk huwelijk gesloten, toch voor God gelden als mensen die zo maar wat samenhokken en dus, aldus de leer van Rome, voortdurend in staat van doodzonde, dat is: in vijandschap met God leven. Komen ze zo te sterven, dan gaan ze regelrecht naar de hel en komen daar nooit meer uit, ook niet door aflaten.

De paus heeft volgens de leer van Rome de volmacht om daar een einde aan te maken, dus om hun huwelijk ook voor het aangezicht van God te wettigen, zodat hun staat van vijandschap tegenover God ophoudt en zij naar de hemel gaan, wanneer ze komen te sterven. Maar JP II weigert dat.

Dat betekent vervolgens dat deze paus van deze priester blijft eisen dat hij vrouw en kinderen in de steek laat. dus dat deze vrouw een onbestorven weduwe wordt en dat de kinderen hun vader nooit meer mogen zien. Als deze priester het bevel van JP II opvolgt, worden deze weerloze drie in allerlei ellende gestort, want de R.-K. Kerk weigert tegelijk het levensonderhoud van deze vrouw en die twee kinderen op zich te nemen. Zij krijgt geen enkele alimentatie.

Als ik mij dat realiseer, dan kan ik opnieuw verontwaardigd zijn over de leiders van de kerken van Nederland, die destijds deze JP II met zoveel plichtplegingen omringd hebben en die daarna naar Rome zijn getogen om voor het aanschijn van de gehele wereld nog eens te onderstrepen, hoe geweldig deze paus is.

Vanzelfsprekend heb ik graag aan het verzoek gehoor gegeven en aan deze priester een brief geschreven, waarin ik hem wees op bovenstaande wreedheid van deze paus en waarin ik daarnaast getracht heb hem het Evangelie duidelijk te maken. Ik citeer verder uit mijn brief:

GEACHTE HEER X,

Van … ontving ik uw naam en adres met het verzoek om, met uw toestemming, u persoonlijk te schrijven. Graag wil ik dat doen en ik ben overtuigd dat u mij de fouten die ik in de Spaanse taal zal maken, niet kwalijk neemt. Ut desint vires, tarnen est laudanda voluntas - u herinnert zich misschien dit Latijnse gezegde nog wel (= Ook al ontbreken de krachten, toch is de wil, de goede bedoeling, prijzenswaardig).

Over de natuurlijke taalbarrière kunnen we nog wel heenkomen. Veel moeilijker is een andere taalbarrière, waarover Paulus schrijft in 1 Kor. 2:14. De Heere Jezus heeft tot de knappe professor Nicodemus, die geroemd werd als "de leraar van Israël", gezegd: "Indien Ik u de aardse dingen gezegd heb en gij niet gelooft, hoe zult gij geloven, indien Ik u de hemelse zou zeggen?" (Joh. 3:12). Daarom heb ik, voordat ik deze brief aan u ging schrijven, mijn hart opgeheven naar de hemel en gesmeekt dat de Heere door Zijn Geest ons in zulk een eenheid met elkaar verbindt, dat wij elkaar verstaan.

Ik zit hier in Nederland achter mijn schrijfmachine. De winter met zijn koude, sneeuw en ijs dient zich reeds aan. U verblijft ginds ver weg in Latijns Amerika onder een tropische zon.

Ik heb begrepen dat u tot de overtuiging bent gekomen dat u niet de gave van de onthouding van de Heilige Geest hebt ontvangen, waarover Paulus spreekt in 1 Kor. 7:7. U hebt daarom de raad van deze apostel opgevolgd: "Het is beter te trouwen dan te branden (van begeerte)" (v. 9).

Hoe kunt u dan nog steeds geloven dat de paus de opvolger van de apostelen zou zijn, wanneer hij in feite precies het tegenovergestelde tegen u zegt: "Het is beter te branden van begeerte dan te trouwen"? De paus kan, zo leert hij, uw huwelijk wettigen. Hij weigert dat echter en laat u en uw vrouw dus voortleven in staat van doodzonde, althans zo is de leer van de R.-K. Kerk.

Ik wil daar echter verder niet op ingaan, want al of niet gehuwd zijn heeft voorde eeuwigheid geen waarde. Voor gehuwden en ongehuwden is er slechts één weg, die naar het eeuwige leven voert.

Wie is die weg? Dat is Jezus Christus. U kent de tekst: "Ik ben de Weg en de Waarheid en het Leven" (Joh. 14:6).

Kent u die Weg? Misschien antwoordt u: "Natuurlijk ken ik die Weg. Ik weet wie Jezus Christus is. Ik heb toch immers vier jaar theologie gestudeerd."

Maar dat is niet het kennen van de Weg, Christus, zoals de Bijbel dat bedoelt. Vroeger heb ik op zo'n zelfde manier gedacht. Ik heb filosofie en geschiedenis van de filosofie gedoceerd aan het groot-seminarie van de paters redemptoristen van Tietê in Brazilië.

Maar zoals u wellicht intussen hebt gelezen in 'Mijn weg naar het licht', ben ik tot de ontdekking gekomen van het onvermogen om met ons natuurlijke verstand God persoonlijk te leren kennen.

Door gesprekken met gelovigen van de Reformatie, en vooral door de overdenking van de Schrift, ben ik tot het inzicht gekomen dat het kennen waardoor wij op de Weg, Christus, worden geplaatst, een kennen is van het hart, een geloofskennen.

Dit kennen ontspruit aan de vertrouwvolle overgave aan Christus, die de Heilige Geest in ons heeft bewerkt door het Woord Gods. Alleen van zulk een kennen geldt: "En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God en Jezus Christus die Gij gezonden hebt" (Joh. 17:3).

Door de geloofsovergave aan Christus wordt een mens opgenomen in het eeuwige leven dat Hij bezit. Een gelovige "blijft in God en God in hem"(l Joh. 4:16). Daarom heeft Christus ook gezegd: "Wie in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven" (Joh. 6:47).

Deze eenwording met Christus als een rank met de Wijnstok is een sublieme ervaring. Dan word je opgetild uit het aardse. Dan bedenk je "de dingen die boven zijn". Dan is je leven "met Christus verborgen in God" (Kol. 3:M).

Zeker, je hebt ook dan nog te strijden tegen verkeerde neigingen, die nog in je zijn overgebleven. Maar je weet tegelijkertijd dat die niet meer het diepste van jezelf uitmaken. Door het geloof is je leven voorgoed gericht op de verheerlijking van God. Zie Gal. 2:20.

Maar over al die hemelse en heerlijke dingen heb ik uitvoerig geschreven in "Wat is geloven?". Daarom eindig ik nu deze brief in afwachting van uw reaktie, nadat u dat boek gelezen hebt.

Intussen blijf ik echter met u, uw vrouw en kinderen verbonden in de gemeenschap der gebeden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 februari 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Briefwisseling

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 februari 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's