In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Dom Augustine Marie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dom Augustine Marie

7 minuten leestijd

Wij citeren uit de Portugese uitgave van het boek van Juan Fernandez K. "Ik beschuldig de paus":

Wie is deze abt?

Hij heeft tot voor kort ook behoord tot de richting van mgr. Lefebvre, maar heeft zich enige maanden geleden met deze paus verzoend.

Hij heeft een retraitecentrum waar mensen de 'geestelijke oefeningen' van Ignatius van Loyola kunnen volgen. Hij stuurt ook een maandelijkse brief uit naar belangstellenden in heel de wereld. Je kunt adressen daarvoor opgeven. Een rooms-katholiek heeft blijkbaar ook mijn adres naar het centrum gestuurd. Zodoende ontvang ook ik die brief regelmatig.

Als christenen kunnen wij wel instemmen met de ernst, die uit deze brieven spreekt. We moeten echter de oplossingen die Dom Augustine voorstelt, nl. de biecht en de Mariaverering, op grond van de Bijbel met alle beslistheid afwijzen. Ik laat hieronder een gedeelte volgen van de maandbrief van I nov. 1985:

Dierbare vriend van het Sint Jozefsklooster

Dag na dag loopt uw leven verder. Naar het einde toe. Daarna komt de eeuwigheid. Om u te helpen daaraan te denken, volgt hier een verhaal uit de vorige eeuw.

Over twintig minuten

Het gebeurde in een van de cellen van de gevangenis van La Roquette. Op een stoeltje zit de aalmoezenier Valadière.

De man die weldra wegens moord zal worden terechtgesteld, loopt uiterst gespannen in de cel heen en weer. Hij gaat op zijn bed zitten. De priester zet zich naast hem en dan ontwikkelt zich het volgende gesprek:

- Hoe laat is het? - Twintig voor vijf. - Dan zijn ze hier over twintig minuten…

Over twintig minuten ben ik dood… Vreselijk! Ik heb het tenslotte verdiend, ik verzet me niet… Maar als je bedenkt dat ik drie maanden geleden nog 'n eerlijk mens was. Ik kon die misdaad evengoed niet hebben begaan, maar nu kan ze door niets meer worden uitgewist…

Ik wandelde die dag zonder kwade bedoelingen mijn vrouw en kinderen tegemoet. Dan komt plotseling die ongelukkige Charles eraan. Hij plaagt me, lacht me uit. Nu ben ik altijd 'n opvliegend mens geweest. Waarom toch heeft men mij dat nooit afgeleerd… Ik zei dat hij moest zwijgen. "Mens, erger je niet om zo'n kleinigheid", zei hij, "jij met je smerig karakter. Alleman zegt dat jij met de een of andere kwade streek zult eindigen!" Hij was nog niet uitgesproken, toen mijn mes al in z'n lichaam drong… Naar 't schijnt recht in zijn hart… Is dat niet vreselijk!… Wat het maar 'n nachtmerrie, dan ontwaak je volkomen onschuldig… Maar nee… ik ben 'n moordenaar…

- Arme jongen, kijk toch niet steeds achterom… maak je liever gereed voor de toekomst. - Hoe laat is het? - Kwart vóór vijf. - De toekomst… die is zo gedaan. Nee, die is eeuwig, - Ach ja, dat weet ik wel… God is rechtvaardig. Die marteling al twee maanden lang is 'n vreselijke doodsstrijd; dat zal wel doorwegen op de balans. De dood…, van vrouw en kinderen moeten scheiden, de schande en het doorgestane leed, dat alles wekt Gods barmhartigheid op, is 't niet Eerwaarde?… Wie kon, juist één jaar geleden, gedacht hebben dat dit mijn einde al is…

- Vriend, maak je marteling niet nog erger… - 't Is mij soms net alsof ik m'n leven ga herbeginnen… alles uitwissen en het hervatten vanaf het punt waar ik het afbrak… Onzin… Hoe laat is het? - Kniel nu maar neer. Vertel God dat u de boetedoening aanvaardt, om het recht te hebben op zijn goedheid te hopen. - Ja, Eerwaarde… Die arme Charles… Ook hij heeft 'n gezin; 't is afschuwelijk! Ik word gek… Hoe laat is het nu? - Mijn jongen, het is nu de tijd om ingetogen, onder Gods oog uw ziel aan hem op te dragen. - Ja, dat doe ik… U laat mij toch niet alleen? - Nee, ik laat u niet alleen."

De celdeur ging open en de uitvoerders van het vonnis kwamen de man halen die sterven ging… Met vaste pas liep hij door de gevangenisgang. "De terechtstelling, wat een nachtmerrie!… murmelde hij. Ga ik misschien onschuldig ontwaken? Moed, fluisterde de priester en nam hem bij de arm, moed… Over enkele minuten bent u bij God, en hij vergeeft als het berouw oprecht is.

- Charles, Charles! Vergiffenis, alsjeblieft!… Wilt u mijn vrouw vragen of ze mij vergeeft?… Wat 'n ellendeling ben ik toch!… Zegt u aan mijn zoon dat ik als 'n berouwvol christen gestorven ben. - Herinner u wat onze Verlosser zei tegen de berouwvolle boosdoener: "Vandaag zult gij met mij in het Paradijs zijn" Vandaag!…

De akelige tocht eindigde op de binnenplaats van het gevang. Nauwelijks zichtbaar in de ochtendnevel stond daar het schavot. Een laatste omhelzing door de aalmoezenier… enkele snelle stappen… 'n paar woorden: "Vergiffenis!… Vergiffenis!… door de veroordeelde gemompeld, een laatste absolutie… dan de valbijl… de eeuwigheid die begint.

Of wij het willen of niet, ter dood veroordeeld zijn wij allemaal. Over hoeveel minuten de eeuwigheid? - De eeuwigheid, na enkele jaren van streven naar aardse goederen, successen, comfort, rust, aardse lusten… daarna de eeuwigheid, vol spijt, wroeging, wanhoop en vlammen, nooit aflatend en zonder het geringste sprankeitje hoop: "Breed is de weg die leidt naar het verderf en velen volgen hem" (Matt. VII, 13).

- Eeuwigheid, na enkele jaren van opofferingen, van smarten en van moeitevolle beoefening van de deugd: de eeuwigheid, boordevol vreugde, vertroostingen en onuitsprekelijke heerlijkheden: steeds bij God, steeds in God, samen met het geluk en God, zonder vrees, leed en beproevingen of verandering: "Hoe smal is de weg die leidt naar het eeuwige leven in de Hemel, en hoe weinigen zijn er die hem vinden" (v. 14).

Indien wij meer aan de eeuwigheid dachten, zouden wij een verandering voelen in onze harten. Mensen die door onenigheid en haat gescheiden zijn, zouden dan aan verzoening gaan denken. Want ze zouden immers niet voor God willen verschijnen met bitterheid in mond en ziel? De ziel zou dan niet langer een goed willen bewaren dat ze welbewust onrechtmatig bezit. Zou iemand dan willen doorgaan met het bedrijven van doodzonde in het huwelijk door contraceptie of door onzuivere handelingen in eenzaamheid. Of zou iemand dan de twijfel in zijn geweten blijven dragen en wachten totdat hij voor de goddelijke Rechter verschijnt om opheldering te krijgen? Zou men zich in 't algemeen gedragen zoals men het nu doet indien men aan de eeuwigheid dacht? Of handelen zoals men het nu doet? Of leven zoals men het nu doet?

Wie eraan denkt, dat na dit vergankelijke, korte leven er een onsterfelijk en altijddurend leven is, zou die er dan niet alle zorgen aan besteden? Wie zou niet besluiten om - bij het zien van een afgrond vlak bij zijn voeten - alles te ondernemen, alles te doorstaan, alles te verliezen om de val te voorkomen? Wie zou niet onophoudelijk vol verlangen zijn om, bij het overpeinzen van al de vreugden die een gelukzalige eeuwigheid ons bieden kan, dit alles te beleven? Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop, bekeer ons!

Wij bidden voor u en voor allen die u dierbaar zijn, levenden en afgestorvenen.

KOMMENTAAR:

1. Hier wordt aan Maria het werk van de Heilige Geest toegeschreven nl. het tot bekering brengen van mensen. Dom Augustine Marie, hoe durft u straks :o de eeuwigheid binnengaan, nadat u de mensen op een medemens, een schepsel, Maria hebt gewezen als hun hoop, terwijl de Bijbel duidelijk zegt dat slechts Christus onze hoop is?

2. Waarom verwees die priester die ter dood veroordeelde naar zichzelf, naar zijn berouw: "God vergeeft, als het berouw oprecht is"? Christus is de enige grond van mijn heilsverwachting, niet iets in mijzelf ook niet mijn berouw. En hoe kon hij die jongen misleiden met de bewering dat als wij boete doen, "het recht hebben op Gods goedheid te hopen"? Zo stuurde hij en zo stuurt u, dom Augustine Marie, de mensen met een ijdele hoop naar de hel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Dom Augustine Marie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's