In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Ik mocht Christus gewinnen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ik mocht Christus gewinnen

12 minuten leestijd

Vervolg van het getuigenis van ex-priester T. Vanhuysse, zoals hij dat heeft uitgesproken tijdens de vergadering van de comité's in Dordrecht.

Gods Woord het vaste fundament

Dit wou ik even vooropstellen omdat ik weet vanuit mijn eigen bekeringsgeschiedenis dat God niet duldt dat naast Zijn Woord nog andere 'geestelijke gedachten' worden aangehangen, ook al worden die als een dogma door een kerk voorgehouden te geloven.

De Spreukendichter zegt: "Alle rede Gods is doorlouterd; Hij is een Schild degenen, die op Hem betrouwen. Doe niet tot Zijn woorden, opdat Hij u niet bestraffe en gij leugenachtig bevonden wordt." (30:5-6).

De troost van Gods woord wordt weggenomen door de vele redeneringen van mensen die in plaats van dat woord worden gesteld. Mensen hebben nog zo weinig hoop omdat zij de Christus van de Schriften niet kennen, de Hoop der heerlijkheid.

Calvijn heeft dit zo goed begrepen wanneer hij vermaant: "Laat de kerk niet wijs zijn uit zichzelf, en niet uit zichzelf iets bedenken; maar laat haar de grens voor haar wijsheid daar stellen, waar Hij ophoudt te spreken. Op die wijze zal ze ook geen vertrouwen hebben in alle uitvindingen van haar verstand; en in de dingen waarin ze op Gods Woord steunt, zal ze door geen gebrek aan vertrouwen of weifeling wankelen, maar ze zal daarop met grote zekerheid en sterke standvastigheid rusten." (Inst. IV, VIII, 13).

Ik geloof dat het zo belangrijk is om dit steeds weer voor ogen te houden; als mensen zijn we zo vlug geneigd om ons klein verstand te verabsoluteren en om leringen aan te prijzen die vreemd zijn aan Gods Woord. Ik ben zo blij dat God mij vanuit Zijn Woord de overtuiging heeft gegeven dat de gemeente van Jezus nooit kan gebouwd of geleid worden door Gods Geest zonder het Woord!

Heel dikwijls heb ik moeten horen in gesprekken: De Heilige Geest heeft mij laten zien…; en als ik dan probeerde duidelijk te maken dat Gods Woord het anders zegde, dan werd ik als ongeestelijk beschouwd.

Maar zo dikwijls waren de gevolgen van dat 'zien' partijschappen en pijnlijke onenigheid.

Zalig zijn zij die zich steeds weer willen stellen onder de autoriteit van Gods Woord.

En daar ben ik nu zo blij om dat God me daar telkens weer attent op maakt, om alles wat ik hoor en lees te toetsen aan de Bijbel.

God heeft me vanuit Zijn Woord duidelijk gemaakt dat alles wat wij hier achter onze slapen koesteren, al onze ideetjes en gedachtetjes, dat we ze moeten brengen onder de gehoorzaamheid aan Jezus Christus, hoe pijnlijk de konsekwenties ook kunnen zijn voor ons hoogmoedige vlees.

Ik stond buiten de genade

God heeft me door Zijn Woord laten zien dat ik als priester in de R.-K. Kerk buiten de genade stond (Gal. 5:4), omdat mijn leven ingebouwd was in het systeem van zelfverlossing. Mijn leven was een produkt van Roomse traditie, het resultaat van wat ik zou willen noemen: het volkskatholicisme.

Ik was niet die geleerde man naar wie men opkeek, die hoog theologisch geschoolde man die men in het voorbijgaan eerbiedig groette, maar ik was iemand die zich thuis voelde tussen de gewone man; ik was gedreven door een passie om goed te doen aan wie dan ook zonder aanziens des persoons. Een ontembaar activisme had zich van mij meester gemaakt, die me op den duur kompleet uitholde. Geestelijk zat ik na tien jaar bediening kompleet aan de grond. Ik kon het fiasco van mijn ambtelijke bediening niet meer ontlopen, vooral in die momenten waar ik geconfronteerd werd met de diepste nood van de mens, met grondig verdriet van mensen. Daar had ik geen antwoord op.

Pijnlijk is het om zoiets te moeten bekennen.

Ik moest de mensen in de onzekerheid laten over wat hen na dit leven te wachten stond. Aan mensen die zwaar ziek waren, kon ik de troost van Gods Woord niet geven. Aan mensen met schuldgevoelens over verkeerde stappen die ze in het leven hadden gedaan, kon ik niet de vergeving en de verzoening van God aanbieden. Aan onze jonge mensen kon ik geen fundament meegeven waarop een Gode welgevallig leven kon gebouwd worden.

Trouwens mijn eigen leven was niet gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, maar op het drijfzand van wat wij in onze opleiding aan leerstellingen en geestelijke bezieling hadden meegekregen. Maar wij misten de 'zin van Christus' (1 Kor. 2:16).

We leefden niet vanuit de gezindheid van Christus. Onze manier van denken, ons aanvoelen van de dingen, ons optreden als priester was niet gekenmerkt door de zin van Christus, maar door de betrachting te beantwoorden aan wat de kloosterregel voorschreef.

Schuld, schuld, schuld

O, ik herinner me nog zo goed hoe moeilijk ik het had in alle situaties vooral in het noviciaat om daaraan te voldoen.

Wat kon ik mij schuldig voelen als ik een of andere geestelijke oefening niet had gedaan, als ik in plaats van een half uur meditatie 's morgens, slechts 20 minuten had gemediteerd. Ik kreeg daar echte schuldgevoelens van. Alles, de hele sfeer, werkte mee om schuldgevoelens op te wekken. Al je fouten moest je telkens weer gaan belijden bij de novicemeester of bij een andere geestelijke leider. Dit werd zo erg dat ik heel onzeker en onrustig werd. Dit heb ik lang meegedragen: altijd weer die schrik om iets verkeerd te doen of iets verkeerd te zeggen.

Mede ook door mijn opvoeding - ik ben immers streng katholiek en puriteins opgevoed - werd ik heel introvert. Je was zodanig bezig met jezelf, met dat vleselijk streven naar vervolmaking en zelfheiliging, dat er nog weinig aandacht en ruimte werd geschapen voor het Woord van God.

Al die geestelijke oefeningen die we dagelijks weer opnieuw moesten herhalen, alle ascetische onthoudingen vormden het wankele fundament waarop wij met al onze wilskracht en energie een Gode welgevallig leven moesten proberen op te bouwen.

Drek!

Maar de Heere heeft op een dag in mijn leven duidelijk gemaakt dat Hij daar helemaal niet mee gediend is, dat Hij daar niets mee kan doen, dat Hij niets kon gebruiken van alles wat wij met ons menselijk vernuft hadden uitgedacht, van alles wat wij op eigen kracht probeerden te veranderen of te verbeteren in ons leven.

Datgene waarvan wij dachten dat het waardevol zou zijn in Gods ogen, was echter vlees, onrein.

"Al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed" (Jes. 64:6).

En Calvijn zegt: 'Want van de mens, ook al is hij nog zo volmaakt, gaat niets uit, dat niet met een of andere vlek besmet is."

Alles waarop ik me had kunnen beroemen als r.-k. priester, daarvan zegt de Heere: Weg ermee, niks waard. Vuilnis, zoals Paulus het zegt.

Paulus heeft uit genade mogen ontdekken dat alle godsdienstigheid, hoe oprecht en hoe correct ook beleefd, in de ogen van God waardeloos is, indien men meent daarop te mogen vertrouwen als een soort springplank naar de eeuwigheid.

Paulus, die een man was die theologisch goed was geschoold - hij had immers school gelopen bij Gamaliël, en als je zo'n referentie kon voorleggen kon je direkt nu., ut Mag en je werd door iedereen gewaardeerd - Paulus die onberispelijk was in het nakomen van wat de wet van hem vroeg, die Paulus deed de opmerkelijke uitspraak:

"Alles wat mij winst was, heb ik om Christus' wil schade geacht".

Dit woord heeft me heel diep aangegrepen toen ik het voor de eerste keer tot mij liet doordringen. Ik moet af en toe nog wel eens de opmerking horen: Toon joh, je hebt nu zolang gestudeerd, en waar sta je nu? Je had het toch veel beter kunnen hebben? Je had het ver kunnen schoppen in het leven.' En dan moet ik denken: 'Och kon je maar inzien welke rijkdom er ligt in het kruis van Christus! 'Precies om die rijkdom, in de ogen van de wereld een dwaasheid, heb ik het allemaal schade geacht, om Jezus te kennen; om gemeenschap te hebben met de Vader, om ter verheerlijking van Zijn naam, door het leven te gaan."

Maar ja, we beseffen maar al te goed het Woord van God: "dat het woord des kruises een dwaasheid is voor hen die verloren gaan, maar voor ons die behouden worden is het een kracht Gods."

Steeds weer heeft elk mens de neiging om te vertrouwen op zijn eigen wijsheid, op zijn eigen verstand. Wij noemen het dan wel heel eerbiedig: 'gezond verstand'; maar het is precies dat 'gezond verstand' dat de wereld zo ziek heeft gemaakt en van ons samenleven een puinhoop heeft gemaakt. De wereld gaat verloren in de wijsheid van de mens.

De wijsheid Gods

"Waar is de wijze?", zegt Paulus, "Waar de Schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas gemaakt?" (1 Kor. 1:20).

Wat een diepingrijpende uitspraak doet Paulus hier!

Alle wijsheid van mensen, van filosofen of theologen waar geen plaats is voor het kruis van Christus, is dwaasheid!

Denken we maar eens aan het enorme arsenaal van wijsheid en wetenschap en menselijke denkkracht, die keurig ligt opgestapeld in onze bibliotheken. Van dit alles zegt Paulus dat het pure dwaasheid is in confrontatie met de Heere God. Weetje, Gods Woord is zo vertroostend in de situatie waarin ik me momenteel bevind. De neiging komt weieens op om te denken:

"Ja, je hebt gelijk, ik sta toch nergens in het leven; maatschappelijk gezien ben ik van geen tel meer; ik kan ook niet veel; technisch ben ik een dwaas". Maar het is zo vertroostend je geborgen te weten in God. Bij Hem is het goed.

Ik heb geijverd…

Paulus was ook een hartstochtelijk man als het ging om het naleven van de wet. Met hart en ziel zette hij zich in voor wat zijn kerk van hem vroeg. Hij was een man van aanzien binnen het Jodendom. Hij had het ook ver gebracht in het Jodendom, veel verder, zegt hij in de Gal. brief, dan veel van zijn tijdgenoten. (Gal. 1:14). Wat een man zeg!

Rooms-katholieken zouden zeggen: 'Als die niet in de hemel komt, dan komt er niemand'.

En toch, zegt Paulus, ik heb het alles schade geacht: al mijn ijver, al mijn inzet was integendeel een belemmering voor mijn heil!

Wat heb ik vroeger als priester hartstochtelijk geijverd voor mijn kerken voorde parochiegemeenschap waarvoor ik verantwoordelijk was. In de naaste omtrek sprak men lof over de missen die in mijn kerk werden gedaan. Ik heb geijverd opdat de jeugd het goed zou hebben. Ik zorgde voor een degelijke opleiding van de vormelingen. Wat heb ik gezwoegd voor 'Broederlijk Delen'. Onze vastenaktie diende als model voor andere parochies. Ik heb jeugdlokalen uit de grond gestampt, een nieuwe kerk gebouwd; een kapel voor Maria gebouwd en zo'n kanjer van een beeld laten overbrengen uit Lourdes.

Ik legde me de discipline op om iedere dag huisbezoeken te doen. Mensen lief, wat heb ik voor de Heere gewerkt!

En dikwijls dacht ik: Zou God nu echt niet tevreden zijn??

Zou ik niet op 'vlees' kunnen vertrouwen? Zou ik aan God niet mogen zeggen: 'Lieve God, zie eens wat een lijst van werken ik voor u heb uitgevoerd… Herinnert Gij u nog die dag dat ik die jongen uit de sloot heb gehaald; hij was stomdronken. Mijn bed heb ik hem gegeven en zelf heb ik die nacht op de grond geslapen…

Maar Paulus kon bovendien nog zeggen dat hij naar de gerechtigheid der wet onberispelijk was: men kon niets op hem aanmerken.

Ik deed af en toe wel eens een stommiteit; ik kwam wel eens te laat om de mis te doen, omdat ik 's avonds voordien een pintje te veel had gedronken en van die dingen meer.

Maar Paulus was een voorbeeld over de ganse lijn!

En toch moest hij bekennen: "Alles wat mij winst was, heb ik om Christus' wil schade geacht".

Door het geloof…

De Heere heeft ook mij de ogen geopend en op een dag heeft Hij mij bij het lezen van Zijn Woord gewezen op Jezus Christus, de ENE, de WARE en de VOLKOMEN Zaligmaker, wiens gerechtigheid mij uit genade wordt toegerekend op grond van het geloof in Zijn verlossingswerk.

Dat was mijn persoonlijke ontmoeting met de God van de Schriften. Dat was in mijn leven het kritieke punt: geloven in Jezus Christus de volkomen Zaligmaker, gekomen om Zijn volk te redden van de zonde; Christus, die ik slechts kan kennen door de Schrift.

Dit geloof heeft het leven van Paulus volkomen veranderd.

Dit heeft ook mijn leven totaal overhoop gehaald: het besef dat Jezus Christus, Zoon van God, mens is geworden, in mijn plaats aan het kruis is gestorven endaar op 'het vloekhout' "tot zonde is geworden", heeft geboet voor mijn zonden alsof Hijzelf al die zonden had gedaan! Het kruis van Jezus is een realiteit geworden in mijn leven.

Het confronteert mij iedere dag met mijn eigen onmacht God welgevallig te zijn, maar tevens met de opstandingskracht van Jezus Christus die mij optilt uit mijn zwakheid en miezerigheid en me deelgenoot maakt aan de heerlijkheid van Zijn Goddelijk leven.

Wat een wonder! "Die ons tevoren verordineerd heeft…" Ef. 1:5. Wat een genade! Wij zijn zonen van God. Méér dan de engelen zijn wij!

Voor God was het in Zijn grote liefde nog niet genoeg dat wij door Hem uitverkoren waren om heilig en onberispelijk voor Hem te zijn, maar Hij wilde ons als zonen bezitten en niet als volmaakte dienaren.

Wij hebben daarvoor geen biechtsakrament meer nodig, geen vagevuur, geen aflaten. Nu reeds ben ik heilig en rein voor Gods aangezicht. En dit dank zij de volkomenheid van Jezus' verlossingswerk.

Om Christus' wil ben ik voor God een volmaakt rechtvaardige, een volkomen heilige.

Het gebeurt nog wel eens dat ik een gevoel krijg van schuld omdat ik vroeger onwetend weliswaar - de mensen toch een dwaalweg heb voorgehouden. Maar nu mag ik weten dat God mij behandelt alsof ik heel mijn leven even zuiver en even heilig en even gehoorzaam ben geweest als Jezus Christus zelf. Het is om van te duizelen. Ik kan alleen nog maar stil zijn en danken en de Heere prijzen om Zijn genade…

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Ik mocht Christus gewinnen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

In de Rechte Straat | 32 Pagina's