Brief Francisco Rodriguez
Waarde Broeders en Zusters,
Ik wil uw aandacht vragen voor het volgende, waaruit het grote belang van En la Calle Recta blijkt.
Ik heb dat zelf kunnen bemerken bij een groep die bestaat uit acht gelovigen, op 90 km. afstand van Ponferrada. Ik heb deze groep een keer bezocht met als bijzonder doel na te gaan welke betekenis ons tijdschrift voor hen heeft.
Ze zijn allen de 70 gepasseerd. Hoe vreemd het ook klinkt, deze mensen hebben het Evangelie leren kennen in Cuba. Ze waren naar dat land getrokken op zoek naar goud en zilver, en ze hebben iets gevonden dat veel kostbaarder is: het geloof. Ze zijn naar Spanje teruggekeerd en zijn, ondanks allerlei moeilijkheden, trouw aan hun geloof gebleven.
Spanje heeft naar Latijns Amerika alleen maar het bijgeloof en de afdwalingen van de Bijbel geëxporteerd. Maar sommige Spanjaarden zijn uit dat continent teruggekeerd vol geestelijke rijkdommen en zonder al dat bijgeloof van Rome. En la Calle Recta heeft deze gelovigen geholpen - en doet dat nog steeds - om trouw te blijven aan het Woord Gods. Dat is daarom van zo groot belang, omdat zij niet een voorganger kunnen onderhouden, die hen in het Woord onderwijst. Ze hebben in ons tijdschrift de eenvoud van en de trouw aan de Schrift bemerkt. Ze zijn ook onder de indruk van de voortdurende oproep die van de artikelen uitgaat, nl. van de noodzaak om te groeien in Gods verborgen omgang, in de persoonlijke en levende geloofsovergave aan Christus, zonder daarbij nadruk te leggen op een bepaalde liturgie die door een kerk wordt voorgeschreven. Daardoor hebben ze weerstand kunnen bieden aan de druk die vanuit hun r.-k. omgeving op hen, soms op bijna ondragelijke wijze, wordt uitgeoefend. Een voorbeeld:
Een oudere zuster werd dodelijk ziek. De pastoor, samen met enkele 'beatas' (= vrouwelijke kwezels, kerkuilen) en wellicht door hen daartoe geprest, kwam naar het huis van deze zieke gelovige om haar de laatste sakramenten toe te dienen, te beginnen met de Biecht. Natuurlijk weigerde haar zoon hen de toegang tot het huis.
Daarom ging de pastoor, samen met de 'beatas'. naar de rechter en vroeg gerechtelijke volmacht om het huis te mogen betreden om deze protestantse zieke de r.-k. sakramenten te bedienen, vanzelfsprekend geheel en al tegen de wil van de zieke.
De rechter gaf die volmacht, maar de andere protestantse gelovigen wendden zich tot de gouverneur van de provincie, die de uitspraak van de rechter vernietigde en brandmerkte als absurd.
De zieke stierf, maar de pastoor en de beatas namen wraak. Ze weigerden de toestemming voor een begrafenis op het plaatselijke kerkhof. Deze strafmaatregel zou moeten dienen om hen af te schrikken, die het nog ooit zouden wagen de r.-k. sakramenten voor de stervenden te weigeren. Om verdere moeilijkheden met de pastoor te vermijden hebben deze gelovigen daarop een gedeelte van hun akkerland bestemd voor de begrafenis van hun doden.
Dat alles heeft natuurlijk veel indruk gemaakt op de parochieleden. De schrik zat er voortaan goed in en ze bekeken de protestanten daardoor met meer wantrouwen dan ooit tevoren.
Ook in andere plaatsen is iets dergelijks gebeurd met Spanjaarden, die gelovig uit Latijns Amerika zijn teruggekeerd. De eigen begraafplaatsen die zij hadden moeten inrichten, omdat de R.-K. Kerk hen de begrafenis op het plaatselijke kerkhof niet toestond, is wel een afschrikmiddel, maar toch ook een getuigenis, een monument van hun geloofstrouw.
In Penalba, een dorp niet ver van Ponferrada, hebben we hetzelfde. Daar zijn het twee graven, ver van het dorp, ver van het lokale kerkhof, van Spanjaarden die als gelovige protestanten uit Argentinië waren teruggekeerd. Men noemde hen "de mensen die de Bijbel lazen".
Wij ontvangen honderden brieven van lezers van En la Calle Recta. Ook deze gelovigen uit de provincie Lugo hadden ons geschreven, maar nooit iets verteld over hun omstandigheden. Daarom lijkt het mij wenselijk dat ik meer dergelijke bezoeken breng aan lezers van ons blad om meer omtrent hun moeilijkheden te weten te komen en om elkaar door deze gemeenschap der heiligen op te bouwen in het geloof. Uit brieven blijkt dat het vaker voorkomt dat gelovigen zo volkomen geïsoleerd leven, bijna zonder kontakt met andere gelovigen.
Maar… er is een moeilijkheid en dat zijn de afstanden: 100,200, soms 300 km. bij ons vandaan. Mijn auto die al acht jaar dienst heeft gedaan, kan dit niet meer aan. Het zou te riskant zijn. Te vaak zouden we met pech en averij langs de weg staan. (Daarmee beantwoord ik een van uw vragen).
Van de andere kant weet ik dat mijn werk in de gemeente en mijn redaktie- en vertaalarbeid voor En la Calle Recta mij nauwelijks tijd voor zo iets overlaat. En toch is zulk een kontakt met de lezers van ons blad, vooral wanneer die zo in de eenzaamheid leven, heel belangrijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
