In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

De priester die de paus wilde doden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De priester die de paus wilde doden

8 minuten leestijd

Op 5 dec. '85 werd ik uit Madrid opgebeld door Juan Fernandez Krohn, de priester die op 12 mei 1982 in Fatima geprobeerd heeft deze paus te doden. Hij was veroordeeld tot zeven jaar gevangenis, maar men had hem vanwege goed gedrag de helft van de straf voorwaardelijk kwijtgescholden.

Enkele dagen later ontving ik een brief van hem. Daarin deelde hij mee dat hij in een Spaans tijdschrift een reportage had gelezen over onze open brief aan de Heer Karol Wojtyla in het Reformatorisch Dagblad. Vaneen Spaanse predikant in Zwitserland met wie hij in kontakt stond, had hij vernomen dat het boek van mij 'Mijn weg naar het licht' in het Spaans was uitgegeven.

Hij schreef zijn zus in Madrid of die dat boek voor hem wilde kopen. In de derde boekwinkel trof zij het aan en stuurde het naar haar broer in de gevangenis. Hij

schreef daarover:

"Ik heb uw boek gelezen en ik vond daarin verschillende gemeenschappelijke trekken wat betreft uw en mijn weg.

Ik had bovendien vernomen dat uw organisatie een opvangcentrum heeft voor ex-priesters. Graag zou ik willen vernemen of ik in aanmerking kan komen voor zulk een opvang. Ik ben bereid tot elk werk, maar weet niet veel af van handenarbeid.

Gedurende de i'/ 2 J aar die ik in de gevangenis heb doorgebracht, heb ik een hele innerlijke ontwikkeling doorgemaakt, waardoor ik de evangelische christenen en de hele Reformatie anders ben gaan zien. Ik wilde mij daarom graag verdiepen in de werken van Maarten Luther."

Opvangen of afwijzen?

Wat moesten wij doen? Onwillekeurig schrik je ervoor terug om iemand, die tot zulk een daad (of althans een poging daartoe) bereid was, in je huis te halen. Van de andere kant mochten wij de mogelijkheid niet uitsluiten dat hij oprecht berouw zou hebben over deze poging tot doodslag, en daarom op zoek was naar het ware Evangelie.

Staat er ook niet van Paulus geschreven: "En Saulus, blazende nog dreiging en moord…". En toen Ananias van de Heere de opdracht kreeg Paulus te bezoeken in het huis dat gelegen was in de Rechte Straat te Damascus, maakte hij daarom eerst bezwaar: "Heere, ik heb uit velen gehoord van deze man…" (Hand. 9:1,13). Maar de Heere antwoordde hem dat hij toch naar Paulus moest gaan.

We vonden het echter veiliger dat ik eerst Fernandez zou bezoeken in Madrid en daarbij ook onze Spaanse ex-priester, br. Rodriguez, zou uitnodigen.

Beiden kwamen wij onder de indruk van zijn oprechtheid en van zijn zucht tot het trekken van konsekwenties uit zijn overtuigingen, tot het laatste toe, maar ook van de diepe geestelijke ellende waarin hij zich op dat moment bevond. "Hij heeft het vertrouwen in alles en iedereen verloren. Nu moet hij in eerste instantie iemand hebben in wie hij wèl vertrouwen kan hebben. En dat bent ú. Alleen zo kan hij langzamerhand een nieuw leven opbouwen", dat was de konklusie van br. Francisco Rodriguez, nadat wij dhr. Fernandez twee dagen hadden geobserveerd en met hem hadden gesproken.

Waarom naar Nederland?

Hij gaf drie redenen op waarom hij graag naar Nederland wilde komen:

" I. Ik w il een nieuw leven beginnen, ver van de roomse omgeving, ver ook van de journalisten die mij vaak achterna zitten om een of andere sensationele verklaring aan mij te ontlokken.

2. Ik wil graag de Reformatie bestuderen in haar bronnen; dus in het Duits of eventueel in het Nederlands, want Nederland is immers van ouds een protestants land.

3. Ik wil werk zoeken, liefst enigszins in overeenstemming met mijn opleiding, zodat ik zelf in mijn levensonderhoud kan voorzien. Ik heb twee jaar filosofie en vier jaar theologie gestudeerd aan het groot-seminarie van Ecóne (= van de bekende, door Rome geschorste conservatieve bisschop, mgr. Lefebvre). Daarvóór had ik al mijn kandidaatsdiploma in de economische wetenschappen en in de rechten behaald aan de universiteit van Madrid. Gedurende vier jaar heb ik pastorale ervaring opgedaan in parochies van mgr. Lefebvre. Ik beheers het Frans en het Portugees, en vanzelfsprekend mijn moedertaal, het Spaans, en het Latijn, en een beetje Engels."

Gesprekken in de Wartburg

Wat betreft punt 3 moest ik hem meteen elke verwachting ontnemen: Nederland probeert vreemdelingen eerder naar hun land terug te sturen dan dat ze nieuwe zou opnemen in ons werkproces, omdat we toch al zoveel werkloze Nederlanders hebben.

Wat betreft punt 1 en 2, dat leek mij wel een grond om hem althans enkele dagen in ons ex-priesterhuis op te nemen. Zodoende is dhr. Fernandez van 23 dec. 1985 tot 13 jan. 1986 bij ons geweest.

Vele gesprekken heb ik met hem gevoerd. Ik moest natuurlijk eerst intens naar hem luisteren om te weten te komen wat hem tot deze poging tot doodslag had gebracht.

Hij argumenteerde:

1. Ik was het met mgr. Lefebvre eens dat de kerk sinds Johannes XXIII in doodsstrijd verkeert. Vooral deze Poolse paus is bezig de Heilige Roomse Kerk te liquideren. De Kerk móet gered worden. De enige mogelijkheid is dat deze paus uit de weg wordt geruimd.

2. Elia heeft op de Karmel de baaispriesters eigenhandig omgebracht, toen Israël geestelijk in doodsgevaar verkeerde.

Mijn poging om de paus van het leven te beroven is mislukt. Misschien moet ik dat zien in de geest van Abraham. Die kreeg immers ook van God de opdracht om zijn zoon te slachtofferen, maar God Zelf heeft dat op het laatste moment verhinderd. Zo is het misschien ook de bedoeling van God geweest dat ik heb geprobeerd deze paus te doden, maar heeft Hij dat op het laatste ogenblik verhinderd, omdat door die poging voldoende de aandacht is gevestigd op de doodsstrijd, waarin de Kerk verkeert.

Ik antwoordde hem:

Wat betreft argument 1: Een paus is het resultaat van de grootst-gemene deler van de R.-K. Kerk, althans van de leiders van die kerk. Als deze paus sterft, wordt er een ander gekozen, die min of meer in dezelfde lijn zal handelen als zijn voorganger. Daarom was je daad in Fatima zinloos. Wat betreft argument 2:

a. De Oud-Testamentische profeten leefden in een theocratie.

b. Zij kregen een rechtstreekse openbaring van God dat zij zo iets moesten doen.

Heb jij ook zulk een rechtstreekse openbaring van God gehad dat je deze paus moest proberen te doden? Zijn antwoord luidde in alle oprechtheid: nee.

Daarop heb ik hem het volgende voorgehouden: Weet je wel dat jij aldus helemaal alleen als rechter bent opgetreden, die het doodsvonnis over een medemens hebt uitgesproken, a. enkel op grond van eigen redeneringen; b. zonder deze mens het recht en de gelegenheid te geven zichzelf te verdedigen; c. zonder enig horen van getuigen pro of contra? Bovendien had je besloten ook zelf de uitvoerder te zijn van je eigen rechterlijke vonnis.

Hij reageerde: "Dus u beschuldigt mij van de uiterste hoogmoed?". Ik antwoordde: Over de diepste drijfveren in je onderbewustzijn oordeel ik niet. Ik weet dat je in je bewustzijn oprecht bent geweest en je hebt je daad in Fatima vanuit je godsdienstige overtuiging verricht".

Zijn reaktie op mijn andere boeken

Ik had hem ook mijn boeken (in het Spaans) te lezen gegeven: 'Moeder, ik klaag u aan'. Die titel sprak hem enorm aan. want hij had in de gevangenis een boek geschreven: ik beschuldig de paus'.

Vervolgens 'Het zwaard over de herder' (over het pausdom). Ook dat verslond hij en ik merkte ook dat hij vele onderstrepingen had aangebracht in deze beide boeken. Ik waarschuwde hem echter nadrukkelijk: Ik strijd slechts met het geestelijke zwaard van het Woord Gods tegen de paus. Overeenkomstig Rom. 13 draagt alleen de burgerlijke overheid het materiële zwaard.

Ik zei hem ook dat ik het niet eens kon zijn met het gewapend verzet van de hugenoten in Frankrijk. De christenen uit de eerste eeuwen zijn wel gevlucht in de catacomben, maar ze hebben nimmer een opstand tegen de wrede Romeinse keizers beraamd. Integendeel, ze waren blij, wanneer ze waardig werden bevonden om voor de naam van Christus te lijden en te sterven. Denk maar aan de brieven van Ignatius van Antiochië. Niet het bloed van de soldaten, maar het bloed van de martelaars is het zaad van nieuwe christenen.

'Wat is geloven?'. Voor dit boek toonde hij totaal geen interesse. Heel voorzichtig heb ik desondanks telkens geprobeerd hem het Evangelie te verkondigen, waarin de mens met al zijn vermeende mooie idealen ontluisterd wordt als een zondige egoïst, die echter gerechtvaardigd kan worden door de ootmoedige, gelovige overgave aan Jezus Christus als zijn enige en volkomen Zaligmaker.

In de omgang met hem heb ik opnieuw ondervonden hoezeer het geloof een gave van God is. Wij kunnen dat zaligmakende geloof niet aan een ander mens geven. We kunnen wel proberen hem wat theologische ideeën aan te praten, maar ook al zouden we daarin slagen, dan heeft dat nog geen enkele eeuwigheidswaarde. Daarom zou ik u, lezers, dringend willen vragen om dhr. Fernandez in uw gebeden te gedenken, opdat ook hij spoedig door de Heere geplaatst wordt op de weg naar het Licht.

Paulus schrijft van zichzelf: "Die te voren een (gods)lasteraar was en een vervolger en een verdrukker; maar mij is barmhartigheid geschied, omdat ik het

onwetende gedaan heb in (mijn) ongelovigheid" (1 Tim. 1:13).

Paulus wil niet zeggen dat zijn onwetendheid een grond was waarom God hem heeft willen redden, waardoor hij dus de zaligheid zou hebben verdiend. Dat blijkt uit al zijn brieven, maar ook uit dit vers, waarin hij belijdt dat dat voorafgaande zondige leven tevens te wijten was aan zijn ongeloof. Zo wil ik ook dhr. Fernandez niet vrij pleiten, maar het feit dat hij vanuit oprechtheid heeft gehandeld, een oprechtheid die niet uit hemzelf stamt, maar die we aan de Heere moeten toeschrijven, kan ons misschien vertrouwen geven dat de Heere het werk dat Hij aan Fernandez is begonnen, ook zal voltooien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 december 1986

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

De priester die de paus wilde doden

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 december 1986

In de Rechte Straat | 32 Pagina's