In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Bekeer mij....

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bekeer mij....

6 minuten leestijd

Bekeer mij…

De bede om bekering vinden wij ook in de Bijbel. Wat wel opvalt is, dat tegenover de ruim honderd oproepen tot bekering er maar twee smeekbeden om bekering, geuit door Efraïm (Jer. 31:18) en Jeremia (Klaagl. 5:21) in de Bijbel gevonden worden. Bij vele tot bekering geroepenen volgt geen enkele vorm van bekering. Bij een aantal andere geroepenen is er een bekering, maar… niet met het ganse hart (Jer. 3:10). Een valse, geen waarachtige bekering… een gehuichelde bekering, een halfslachtige bekering… dat is niet hetgeen de Heere wil. Hij, Die naar waarheid in het binnenste ziet, wil een eerlijk gebed om waarachtige bekering… en dan niet zoals Augustinus een tijd lang daarom gebeden heeft. Hij bad (volgens zijn eigen belijdenis): Heere bekeer mij, maar nu nog niet…! De Heere wil dat wij Hem in oprechtheid bidden om bekering en dat terstond. De Heere wil dat wij Hem bidden om bekering op de wijze zoals Hij dat in Zijn Woord voorgeschreven heeft en zoals Hij de eeuwen door al Zijn volk bekeerd heeft. Niet wat wij zo graag zouden willen, hoe dat gebeuren zal, maar zoals dat het meest tot Zijn eer en tot heil van onze naasten strekken zou, dient centraal te staan in ons bidden om bekering.

In de Heidelbergse Catechismus wordt eerst over onze ellende gehandeld, daarna over verlossing van al onze zonden en ellende en tenslotte over de bekering van zonden. Volgens de Remonstranten (!!) moest het onderwerp der bekering niet in het stuk der dankbaarheid maar in dat der verlossing behandeld zijn. Het wetticisme zoekt in het zich bekeren een grond om verlossing te verkrijgen. Het zoekt in het zich bekeren een middel om God te bewegen de bidder of bidster genadig te zijn. In de Heidelbergse Catechismus wordt de vraag: Aangezien wij naar het rechtvaardig oordeel van God tijdelijke en eeuwige straf verdiend hebben, is er enig middel waardoor wij deze straf zouden kunnen ontgaan en wederom tot genade komen… niet beantwoord met: U moet zich bekeren! God wil, zo wordt geantwoord, dat aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiede en dat niet door ons doen en laten (daarmee kan aan Zijn gerechtigheid geen genoegdoening geschieden). Slechts door het werk van de Middelaar Gods en der mensen, de Heere Jezus Christus, en dat toegerekend door God de Vader, toegeëigend door God de Heilige Geest en aangenomen door het geloof als Gods gave door ons gezocht, kan en zal onze schuld verzoend worden. Vandaar Gods bidden: laat u met Mij verzoenen!!

In ons bidden dient de bede om verzoening voorop te staan en de bede om bekering daarop te volgen, zoals de opstellers van de Heidelbergse Catechismus naar Gods Woord het ons hebben voorgehouden.

Ik bid al zo lang…

In ons bidden om bekering zitten maar al te vaak zo veel wettische elementen. Daarom moeten wij sterven… dat moet afsterven. Dat is meestal een langzaam en altijd een pijnlijk proces. Ja. de Heere moet ons in de dood overgeven… ons de dood doen vinden in al het onze, anders gebeurt het nooit dat wij als gans ellendigen en hulpelozen tot God gaan roepen zoals dat Hem behaagt. Bidden in de Naam van de Heere Jezus, met afzien van al het onze, om barmhartigheid, genade en hulp is de weg waarin Gods heil wordt verkregen namelijk verlossing, bekering en eeuwig leven. In die weg wil en zal de Heere leiden hen, die nederig naar Hem vragen om op Zijn tijd uit Christus' volheid op het ootmoedig smeekgebed te geven al wat ons ontbreekt en dat mild en overvloedig naar Zijn beloften en trouwverbond. Niet lang nadat het gesprek plaatsvond waarover ik schreef in het eerste gedeelte van dit artikel kon en mocht ik onze wijkouderling er iets van vertellen hoe in de bovenomschreven weg de Heere op mijn kermen zich over mij wilde ontfermen. Hij houdt getrouw Zijn Woord. Wat een blijdschap was er ook bij de ouderling, wiens onderwijs de Heere zo genadig wilde zegenen en dat zo veel eerder dan ik verdiende. Het bidden om bekering is iets dat nodig blijft tot de laatste snik. Pas bij de laatste snik sterft het eigen ik. Dan is door het proces van wedergeboorte en bekering de oude mens dood en komt de nieuwe mens tot volle ontplooiing in het volmaakt dienen van God uit volmaakte dankbaarheid.

Er gebeurt niets…

Er gebeurt meer dan men denkt wanneer in oprechtheid gebeden wordt: bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn. Vaak verwacht men dat er zeer bijzondere dingen gebeuren, bijvoorbeeld doordat men daarover wel eens iets gehoord of gelezen heeft. Ons verwachtingspatroon kan door en door verkeerd zijn omdat het zich niet richt op de "kleine" dingen die door alle vromen in mindere of meerdere mate gekend en ondervonden worden, maar op "grote" zaken, die slechts door weinigen van Gods kinderen ervaren zijn. De algemene vruchten der bekering waardig worden in 2 Kor. 7 opgesomd: droefheid naar God, naarstigheid, verantwoordelijkheid, onlust, vrees, verlangen, ijver, wraak. Er zijn verscheidene boekjes die over die vruchten op schriftuurlijke wijze handelen, bijvoorbeeld "De droefheid naar God" van prof. Wisse en "De bekering" van ds. C. Harinck. Lees en herlees die onder biddend opzien tot de Heere. Zelf heb ik veel profijt gehad van het lezen en herlezen van het boekje van A. Comrie: Het A.B.C. desgeloofs. Soms gebeurt er inderdaad niets. Ons verlangenspatroon kan een te "hoog" karakter dragen, waardoor de "dag der kleine dingen" veracht wordt (Zach. 4:10). Dat wij dan in het dorre wonen, soms lange tijd. is iets dat wij aan onszelf te wijten hebben. Dan blijven wij daardoor ongetroost. Er kunnen ook andere oorzaken zijn waarom er werkelijk niets gebeurt op ons bidden. Wanneer wij bijvoorbeeld God bidden om te doen wat wij van Hem begeren en wij doen niets of iets ten dele (naar dat het ons uitkomt) van wat Hij ons bidt te doen of te laten… dan hebben niet wij te klagen over Gods niet-horen naar ons, maar God klaagt over ons niet-horen naar Hem! De Heere sprak door middel van Hosea tot Efraïm: "Ik zou ze wel verlossen, maar zij spreken leugens tegen Mij… zij roepen ook niet tot Mij met hun hart, zij wederstreven tegen Mij ( Hos. 7:13-14). Er kunnen ook andere oorzaken zijn van onverhoorde gebeden. Lees Jes. 1:15! Laat ons bij uitblijven van wat wij van God baden, vragen hetgeen David bad in Psalm 139:23-24: Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart… beproef mij en ken mijn gedachten en zie of bij mij een schadelijke weg zij… en leid mij op de eeuwige weg. God doet aan armen… uit gena… Zijn hulp ter verlossing ondervinden maar… rijken zendt Hij leeg heen (Luk. 1:52-53). God wederstaat de hovaardigen, maar de nederigen schenkt Hij genade (Jak. 4:6) zij het ook op de tijd en op de wijze zoals dat Hem behaagt. Zo hij vertoeft, verbeid Hem, Hij zal gewisselijk komen (Hab. 2:3).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 november 1986

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Bekeer mij....

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 november 1986

In de Rechte Straat | 32 Pagina's