Johannes XXIII
Ondertitel: "de paus van het concilie", door Peter Hebblethwaite (uitg. Gottmer-Haarlem, 646 blz.). De schrijver staat bekend als een van de beste Vatikaan-kenners van onze tijd. Het boek is zeer boeiend geschreven en geeft ook een kijk op de verwikkelingen en achter-gronden van de Vatikaanse politiek tijdens en na de laatste wereldoor-log.
Vooral uit het dagboek van Johannes XXIII waaruit H. veel citeert, komt deze paus naar voren als een vroom man.
Het is merkwaardig dat het devies van Calvijn "Soli Deo gloria = alleen aan God de eer" dezelfde inhoud heeft als dat van Ignatius van Loyola, de stichter van de jezuïentenorde: "Ad maiorem Dei gloriam = tot meerdere eer van God".
De oefeningen van Ignatius zijn er dan ook geheel en al opgericht om een mens te brengen tot onvoorwaardelijke toewijding aan dat ideaal:
"Wanneer de lof en de glorie van de goddelijke majesteit gelijkelijk gediend worden, verlang en verkies ik, met het doel Christus onze Heer na te volgen en metterdaad sterker op Hem te gelijken, samen met de arme Christus, armoede meer dan rijkdommen; beledigingen waarmee ook Christus beladen was, boven eerbetoon; ik verlang voor Christus liever voor waardeloos en dwaas te worden gehouden dan in deze wereld als wijs en voorzichtig te worden beoordeeld" (Geestelijke Oefeningen van Ignatius, no. 167) (p. 166).
Roncalli (zo was zijn familienaam) heeft die Geestelijke Oefeningen o.a. in december 1902 onde leiding van een pater redemptorist gevolgd. Hij noteert in zijn dagboek: "Het doel van de schepping is om de Heer te loven, te vereren en te dienen" (p. 51). De pater redemptorist gaf hem als leidende gedachte mee: "God is alles; ik ben niets" (p. 53).
Nederigheid als middel gebruikt door de hoogmoed
De ervaring is echter dat de geldingsdrang, de hoogmoed, ontzettend taai is. Je krijgt deze oerdrift er nooit helemaal onder.
In de R.-K. kerk weten de priesters dat zij pas dan kans krijgen om te stijgen op de hiërarchische ladder, wanneer ze de indruk geven nederig te zijn. De 'nederigheid' wordt dan ook gebruikt als een middel om eer op te strijken. Een voorbeeld daarvan was de verkiezing van Pius X tot paus:
"Giuseppe Sarto, patriarch van Venetië, die zijn nederigheid met nadruk onderstreepte. Na de vierde stemronde verklaarde hij: 'Ik zal afstand doen van het kardinalaat en kappucijner pater worden'. Hij bracht zijn dreigement echter niet ten uitvoer en ging in de zesde stemronde met 50 stemmen strijken" (p. 60). Ook Roncalli ontkwam daar niet aan. Vlak voor het konklaaf waarin hij tot paus werd gekozen, schreef hij aan zijn zus: "Van de oude mensen hier is de patriarch de meest vitale; hij wordt met verbazing bekeken door het goede volk van Venetië". H. tekent hierbij aan: "Toch is dit voortdurend benadrukken van zijn eigen goede lichamelijke conditie alleen begrijpelijk als een wenk aan het college van de kardinalen" (p. 309). Roncalli was 77, toen hij tot paus werd gekozen. Zijn ijdelheid komt ook daarin tot uiting dat hij "vele uren poseerde voor de beeldhouwer Giacomo Manzú, die communist was" (p. 556).
Vroomheid een list van de duivel
Desondanks was Johannes XXIII vroom. Maar… Christus heeft niet gezegd: "Wie vroom is, heeft het eeuwige leven", maar: "Wie in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven" (Joh. 6:47).
Vroomheid kan de meest listige truc zijn van de duivel om iemand van het geloof in Christus af te houden en dus verloren te laten gaan. Vroomheid zonder geloof in Christus alleen is overmoed. Zulk een vrome nadert tot God in de arrogantie van zijn vroomheid. Hij denkt God te kunnen behagen met zijn religieuze gevoelens en maakt daardoor het kruis van Christus tot een nodeloze vertoning, dus tot een bespotting.
De ware vroomheid is een gevolg van het geloof en kan het geloof dus nooit vervangen als een andere weg om tot God te gaan en met Hem verzoend te worden. De vroomheid die op het geloof volgt, is werkelijk nederig. De gelovige mens belijdt en beleeft dat hij nu niet en nooit God kan behagen op grond van iets in hemzelf, ook niet op grond van zijn vroomheid, omdat alles in hem aangetast en bedorven is door de zonde.
Vertekening van het Evangelie
ln "Moeder, ik klaag u aan" heb ik het r.-k. stelsel "de meest geraffineerde uitvin-ding van de duivel" genoemd. Dat raffinement bestaat daarin dat de duivel erin is geslaagd om de rooms-katholiek ertoe te brengen op allerlei andere dingen buiten Christus zijn vertrouwen te stellen.
De naam van Christus wordt nog in die kerk beleden, maar Hij is er niet de enige en volkomen Zaligmaker voor verloren zondaars, die enkel door het geloof in Hem de vrijspraak van de zonde en het eeuwige leven ontvangen. De nederigheid wordt er gepredikt, maar als een deugd waarmee men God aangenaam kan stemmen, en tegelijkertijd wordt in die kerk de eerzucht tot het hoogste opgejaagd door het vooruitzicht op roem en heerlijkheid als priester, bisschop, aartsbisschop, kardinaal en paus.
Achter de schermen van het r.-k. toneel - zo stel ik mij dat voor-zit de duivel zich krom te lachen over deze volstrekte vertekening van het Evangelie van Christus, over deze baantjesjagerij, waarbij men met vertoon van nederigheid de hoogste ereposten tracht te bereiken.
In onze tijd is er in de charismatische beweging een vroomheid in het kwadraat ontstaan nl. de "doop in de Heilige Geest", een nieuwe misleiding van de duivel. Hij stelt het voor alsof dat je 'high voelen' waarover deze mensen schrijven, van de Heilige Geest komt, terwijl ze daardoor nog vuriger Maria zijn gaan vereren en nog onvoorwaardelijker zich zijn gaan buigen onder het gezag van de paus, -alsof de Heilige Geest iets zou leren dat in tegenspraak is met Zijn eigen Woord in de Bijbel.
Religieus fanatisme
Deze vroomheid (buiten het geloof in Christus om) maakt de R.-K. Kerk zo gevaarlijk. Ook de inquisiteurs waren vrome mensen, denk maar aan onze Nederlandse paus Adrianus VI.
"Mijn gedicht speelt zich af in Sevilla in Spanje, in dieallerontzettendste tijd van de inquisitie toen tot meerdere ere Gods in het land dag in dag uit de brandstapels oplaaiden en in autodafé's vol pracht en praal de boze ketters op de mutserd smoorden" (Dostojevsky's Gebroeders Karamazov, het hoofdstuk over de Groot-inquisiteur).
Vroomheid zonder geloof leidt vanzelf tot religieus fanatisme. Denk maar aan Ghomeiny. "Tot meerdere eer van God" zijn er heel wat mensen gefolterd en afgeslacht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juli 1986
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juli 1986
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
