In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Geloof in Gods kracht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geloof in Gods kracht

13 minuten leestijd

In ons aprilnummer schreef dr. Nunez van Guatemala over de gemeente die wij zoeken moeten, dat zij zich moet onderscheiden door: 1. integrale groei; 2. onderwijs in het Woord; 3. de bediening van de Geest; 4. een geest van aanbidding. We luisteren verder naar wat deze predikant uit een van de landen van de Derde Wereld ook óns te zeggen heeft.

Geloof in de kracht van God

De gemeenten met een integrale groei zullen steeds leven uit het vertrouwen in de beloften Gods. Zij geloven niet slechts in God, ze hechten zich ook helemaal aan Hem vast door het geloofsvertrouwen, dat Hij bij machte is het Woord dat ze als onfeilbaar aanvaarden, te verwezenlijken.

Het lijkt een paradox, maar het is blijkbaar mogelijk dat wij 'ongelovige' gelovigen (creyentes incrédulos) zijn en dat we méér steunen op wat we zien dan op wat God in Zijn Woord heeft beloofd.

Wij vergeten gemakkelijk dat "een krachtig gebed van de rechtvaardige veel vermag" (Jak. 5:19), omdat God dit gebed hoort en verhoort overeenkomstig Zijn soevereine wil. Hij honoreert het geloof van hen die Hem met hun ganse hart zoeken, maar zonder geloof is het onmogelijk Hem te behagen (Hebr. 11:16). In Seoel (Korea) - en dat is iets dat alle gemeenten die sterk zijn gegroeid, met elkaar gemeen hebben - is er een aanhoudende en vurige gebedspraktijk. In een van de presbyteriaanse kerken is er een groep broeders en zusters, die elke morgen samenkomen om te bidden, voordat ze naar hun werk gaan.

In een presbyteriaanse camping wordt voorrang verleend aan gebed, overdenking van Gods Woord en lofprijzing. Verspreid over de camping zijn er hutjes die nauwelijks ruimte bieden aan één persoon. Daarin trekken veel gelovigen zich terug om uren doorte brengen in gebed, in intens luisteren naarde Schrift en aanbidding.

De enorme groei van de kerken in Korea is te danken aan het gebed van de vele christenen, die geloven in de vastheid van Gods beloften.

Broederliefde

Jezus heeft gezegd: "Hieraan zullen zij allen bekennen dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander" (Joh. 13:35). De broederliefde is dus het kenmerk van het discipelschap van Christus.

Het was die onderlinge liefde die de meeste indruk heeft gemaakt op de heidenen van destijds in het Romeinse rijk. En ontegenzeggelijk is de liefde van de evangelische christenen onder elkaar het machtigste getuigenis van de kracht van het Evangelie voor onze landgenoten.

In een wereld vol haat, egoïsme en geweld kan de echte christelijke liefde niet onopgemerkt blijven, die 'agapè', die niets voor zichzelf vraagt en zich helemaal wijdt aan het welzijn van de anderen…

Christus heeft niet gezegd dat men de apostelen zou herkennen als Zijn discipelen, omdat het mannen waren met buitengewone talenten of met bovennatuurlijke en spectaculaire gaven, maar: "Hieraan zullen zij allen bekennen dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander".

De liefde is het zegel van het echte discipelschap. Zonder de liefde heeft niets van wat wij zeggen of doen, waarde voor het Koninkrijk Gods. Waartoe dienen de meest sensationele gaven, de menslievendheid die diepe indruk maakt, of zelfs het martelaarschap, indien dat alles niet gepaard gaat met authentieke, christelijke liefde? (1 Kor. 13).

Bedenk daarbij wel dat het menselijke hart die liefde niet kan voortbrengen, omdat ze niet een vrucht is van het vlees, maar van de Heilige Geest (Gal. 5:2223). De apostel zegt bovendien dat het de Heilige Geest is, die de liefde Gods in onze harten uitstort (Rom. 5:5).

Bovendien: de echte christelijke liefde drukt zichzelf niet slechts uit in woorden, maar ook in daden, zoals Christus Zijn liefde bewezen heeft niet slechts in woorden, maar in de offerdaad van het kruis.

"Hieraan hebben wij de liefde gekend, dat Hij Zijn leven voor ons gesteld heeft; en wij zijn schuldig voor de broeders het leven te stellen. Zo wie nu het goed der wereld heeft en zijn broeder ziet gebrek lijden en zijn hart voor hem toesluit, hoe blijft de liefde Gods in hem? Mijn kinderkens, laat ons niet liefhebben met het woord noch met de tong, maar met de daad en waarheid" (1 Joh. 3:16-18). De eerste christenen van Jeruzalem hebben de opdracht van de broederliefde zeer serieus opgevat. Ze hebben de gemeenschap met elkaar (de koinonia) zo intens beleefd dat ze alles onder elkaar deelden, zodat er niemand onder hen was die gebrek leed (Hand. 4:32-35). De koinonia werd totdiakonie, dienstbetoon, in de kracht van de broederliefde.

Dit discipelschap moet bloeien in de gemeente en alleen dan zal er een machtig getuigenis van haar uitgaan tot allen die nog niet in Christus geloven.

Wat zou het niet een goed begin zijn, wanneer wij ons er voor inzetten dat er niemand meer in onze gemeenten is, die gebrek lijdt!

De gemeente met de integrale groei zal niet onverschillig voorbijgaan aan de broeder of zuster, die in nood verkeert (Jak. 2:14-26). Ook zij die zich in een toestand van grote armoede bevinden, zijn in staat om de andere armen van Gods volk te helpen (2 Kor. 8:1-6).

Slechts een kerk die zelf leeft uit de liefde, heeft het recht om aan een wereld die beheerst wordt door het wreedste egoïsme, de liefde te verkondigen.

De verkondiging van het Evangelie

De evangelisatie is een verantwoordelijkheid voor iedere christen afzonderlijk en voor elke gemeente als geheel. Petrus schrijft dat wij Gods volk zijn om te verkondigen de grote daden van Hem die ons uit de duisternis geroepen heeft naar Zijn wonderbaar licht (1 Petr. 2:9-10).

Wij moeten het Evangelie verkondigen, opdat de mensen daardoor komen tot de kennis van God en. Hem kennende. Hem ook gaan verheerlijken. Het motief van onze evangelisatie moet dus de eer van God zijn, niet slechts het medelijden met de schapen die ronddolen zonder herder.

Dat motief mag nooit zijn: ónze kerk moet toenemen in aantal en daarom in macht; ónze kerk moet de anderen overtreffen!

De eer van God is het verheven motief dat ons bewegen mag en moet bij onze poging het Evangelie te verbreiden. De Heere toont Zijn reddende kracht tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade in Christus (Ef. 1:6), "opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen de uitnemende rijkdom van Zijn genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus" (Ef. 2:7).

Evangeliseren is aan de mensen het goede nieuws verkondigen van de verlossing en zaligmaking in Christus en hen ertoe trachten te bewegen dat ze hun vertrouwen stellen in Hem alleen, opdat ze Hem volgen. Hem dienen en naar Hem uitzien in gemeenschap met Gods volk in deze wereld (1 Thess. 1:2-10). Er zijn vele manieren van evangelisatie. Geen enkele methode is de enige en alomvattende.

De christenen die de bijzondere gave van evangelist hebben gekregen, verdienen alle steun en bemoediging van de gemeente.

We moeten de Heere danken voor hen die in grote samenkomsten op een aangename en overtuigende wijze de grondwaarheden van het Evangelie aan de eenvoudigen kunnen duidelijk maken. Maar we moeten de Heere evenzeer danken voor de broeders en zusters, die in het verborgene van mond tot mond de blijde boodschap verbreiden.

Om aan ons land te verkondigen wat het discipelschap van Christus inhoudt, is er -een algehele mobilisatie nodig van de gemeenten. Alle krachten moeten worden ingeschakeld. Aanhoudend en overal, in de steden, de dorpen en gehuchten, moet het Evangelie verkondigd worden.

De zendingsroeping van de gemeente

De Heere heeft ons de opdracht gegeven om het Evangelie te verkondigen aan alle creatuur, aan alle volken, aan de gehele wereld, tot het uiterste der aarde. Maar de statistieken wijzen uit dat slechts 20% van alle huidige aardbewoners het Evangelie hebben gehoord.

Meer dan drie miljard mensen moeten nog bereikt worden met de goede tijding dat er heil is voor alle zondaars, die tot belijdenis van hun zonden en tot geloof in Christus komen.

Maar… "Hoe zullen zij dan (Hem) aanroepen in Wie zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij (in Hem) geloven van Wie zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen zonder wie (hen) predikt? En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden zijn?" (Rom. 10:14-15).

Nadat het Evangelie reeds gedurende een eeuw in ons land is verkondigd, wordt het tijd dat wij ons inzetten om dat Evangelie ook te prediken aan andere naties. Er zijn hele gebieden waar, om welke reden dan ook, het zaad van het Woord nooit werd uitgestrooid. Er zijn velden "wit om te oogsten". Wie gaat die oogst binnenhalen?

Sociaal besef

Het Evangelie is veel meer dan de belofte van geestelijke en eeuwige zegeningen voor de afzonderlijke mens die in Christus gelooft. In 1 Kor. 15:3^4 schrijft Paulus over dat Evangelie dat de inhoud ervan is: "dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; en dat Hij is begraven en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften". In enkele trekken tekent hij daar de grondbeginselen van het Evangelie. Maar het is nodig om deze schets verder te detailleren met behulp van andere Schriftgedeelten.

Er zijn namelijk nog andere grote christologische leerstukken, die nauw verbonden zijn met de dood en de opstanding van Christus. Dat zijn bv. de vleeswording, de hemelvaart en de wederkomst van Christus.

Zo zou je ook verder vragen kunnen stellen over de aard van de zonden, waarvoor Christus gestorven is, overeenkomstig 1 Kor. 15:3. Zijn daaronder niet de zonden begrepen, die gepleegd worden op sociaal gebied?

Het is zonder meer duidelijk dat het Nieuwe Testament veel meer verkondigt dan in deze ene tekst van Paulus te lezen staat. Paulus spreekt zelfs over de "onnaspeurlijke rijkdom van Christus" (Ef. 3:8).

Het is evident dat het N.T. leert dat het Evangelie de mens die in Christus gelooft, totaal kan veranderen. De gehele mens wordt in Christus getransformeerd, niet slechts de ziel. Ook het lichaam van de gelovige is opgenomen in Gods verlossingsplan.

Ons lichaam is een tempel van de Heilige Geest (1 Kor. 6:19), moet aan God gewijd zijn (Rom. 12:2), om wel te doen (Rom. 6), is voorwerp van de zorg van de hemelse Vader (Mat. 6:25-34) en zal eenmaal verheerlijkt worden (Rom. 8:20-23) tot de gelijkheid van het opgestane lichaam van Christus (Fil. 3:20-21). Niemand kan dus met recht en reden beweren dat de boodschap van het Evangelie zich niet zou richten tot de hele mens.

Het N.T. laat ook zien dat de christenen zich niet moeten terugtrekken uit het maatschappelijke leven. Zij moeten als een zout alles doordringen en als een licht schijnen in de duisternis van deze wereld (Mat. 5:13-16).

Christus bad tot Zijn Vader: "Ik bid niet dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van de boze… Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, (alzo) heb ik hen ook in de wereld gezonden" (Joh. 17:15, 18). In de kracht van Christus zijn de discipelen de wereld ingetrokken om daar in de sociale context van die tijd het Evangelie te verkondigen.

De discipelen hebben de opdracht van Christus goed verstaan. Daarom zijn ze niet gevlucht naar de woestijn zoals de Essenen. Ze hebben ook geen groepen gevormd, die aan de rand van de samenleving een afgezonderd bestaan zouden leiden zoals later gebeurd is door de monniken en kloosterzusters.

Wanneer de christenen het Evangelie verkondigen en beleven in zijn totaliteit, dan kunnen zij niet onopgemerkt blijven. Dan moeten zij invloed uitoefenen op de maatschappij, ook in de sociale sector daarvan.

In Hand. 17:6 wordt van de christenen gezegd: "Dezen die de wereld in beroering hebben gebracht, zijn ook hier gekomen". Het christendom tastte blijkbaar de gevestigde orde aan. Wanneer het licht verschijnt, is de confrontatie met de duisternis onvermijdelijk. Dat heeft het echte christendom twintig eeuwen lang ondervonden.

De evangelische kerk moet niet met de rug naar de wereld staan, ook niet in die landen waar ze slechts een onbeduidende minderheid uitmaakt. Maar het zal veel moeilijker voor haar worden om tegenover de sociale problemen een houding van onverschilligheid aan te nemen, wanneer zij in de meerderheid is. Dan is de kerk als een stad op de berg, die niet verborgen kan blijven. Dat heeft de Heere gezegd. Daarom moeten wij, christenen van Guatemala, sociaal bewust worden, zodat we straks, als wij eventueel de meerderheid vormen in ons land, met waardigheid de sociale verantwoordelijkheid op ons nemen.

Vurig in de hoop

De gemeente bevindt zich midden in de wereld om haar zendingsopdracht in alle opzichten te volbrengen zoals haar Heere dat wil. Maar ze is niet van de wereld. Ze is als een pelgrim op weg om haar Heere te ontmoeten (1 Petr. I: I; 2:11; 1:17). De gemeente leeft uit de herinnering en uit de hoop. Ze herdenkt voortdurend de grote verlossende heilsfeiten. die twintig eeuwen geleden plaatsvonden. En ze ziet uit naar de wederkomst van Christus.

Beiden, de herinnering en de hoop, ontmoeten elkaar in de viering van het Heilig Avondmaal. "Doet dit tot Mijn gedachtenis", heeft de Heere gezegd - de herinnering; "totdat Hij wederkomt" - de hoop.

In die tussentijd moet de gemeente plannen maken en werken alsof het nog honderd jaar of méér kan duren, voordat de Heere wederkomt, én verwachtend naar Hem uitzien alsof Zijn wederkomst vandaag zal plaatsgrijpen.

De gemeenten die leven uit de stellige verwachting van de wederkomst van Christus, spannen zich meer in om Zijn opdracht te vervullen. De christelijke hoop is vast; zij zal ons niet beschaamd doen staan (Rom. 5:2-5). Ze heeft reinigende kracht en voert ons naar levensheiliging (1 Joh. 3:1-3). Ze is een stimulans tot trouwe vervulling van onze opdracht (Mt. 24:44-51). De hoop is zalig (Titus 2:13), ze schenkt ons een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde te midden van de wederwaardigheden van dit leven.

De christen die blijde is in de hoop, is een realist. Hij is niet pessimistisch, wanneer hij de grote sociale en politieke beroeringen in deze wereld gade slaat. Van de andere kant geeft de christen zich ook niet over aan een vals optimisme. Hij weet dat de mens uit zichzelf niet in staat is een betere wereld te scheppen. De christen die verleden, heden en toekomst beschouwt in het licht van de Schrift, leeft uit de zekerheid dat zijnGod alles soeverein in handen heeft.dat Hij de Heere van de geschiedenis is en dat Zijn eindprogramma onfeilbaar zal verwezenlijkt worden in de tijd, die Hijzelf heeft vastgesteld.

Daarom blijft de christen hopen tegen alle menselijke hoop in. Hij weet dat hij niet de speelbal is van een noodlot. Daarom blijft hij te allen tijde rustig de beloften van de Heere afwachten en kan een woord van opbeuring en hoop spreken tegenover wie hem omringen.

Hoeveel mensen leven er in ons land niet aan de rand van de uiterste wanhoop! Ze verwachten niets meer. Het lijkt erop alsof de samenleving hen de rug heeft toegekeerd en alsof zelfs de hemel zich tegenover hen heeft toegesloten. Ze zijn volkomen gedeprimeerd door hun eigen ellende en door de uitzichtloze situatie in ons eigen land en in de hele wereld. Een wolk van het meest zwarte pessimisme heeft zich op hun levens neergelegd. Ze hebben geen enkel vertrouwen meer, in niemand en in niets.

Ja van één ding zijn ze zeker nl. dat heel de wereld hen heeft vastgestrikt en dat het daarom niet de moeite loont om zich ook maar enige illusie te maken, dat er voor hen nog eens een dag aanbreekt waarop hun leven wat dragelijker wordt. Van hoe groot belang is het dan niet dat de gemeente van Christus de banier van de hoop hoog opheft en aan ons volk de boodschap van de christelijke hoop doet horen!

KONKLUSIE

Dit is de kerk die in Guatemala moet groeien. Een kerk die integraal groeit, die onderwezen wordt in het Woord, die zich overgeeft aan de bediening van de Geest, die zich wijdt aan de aanbidding van God, die vertrouwt in Zijn beloften, die gekenmerkt wordt door de broederliefde, die het totale Evangelie verkondigt op plaatselijk, nationaal en internationaal niveau, die zich bewust is van haar sociale verantwoordelijkheid, vurig is in de hoop op de wederkeer van haar Heere.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1986

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Geloof in Gods kracht

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1986

In de Rechte Straat | 32 Pagina's