De Schepping
De Roeach broedde op de vloed, de woestheid bloedend aan Zijn voet. De Geest ging zweven op het diep, de afgrond die om orde riep.
De Vader zegt Zichzelve uit en legt Zijn licht neer in geluid. Hij golft Zijn luister sprekend voort en laat ze huizen in Zijn Woord,
het heilig Evenbeeld van God, Zijn Kind, Zijn liefde en genot. Zijn Echo, nimmer mat of moe: Het Woord wil naar de Vader toe.
De Macht besloot: Nu maken wij! De Schepper zeide: Dat er zij! En uit het Oer ontstond de droom: de wereld spelend in sjaloom.
En door de Adem en het Woord bracht toen de Vader alles voort. Hij was het die uit sluimer riep, terwijl de wilde leegte sliep.
De vogel looft het paradijs en ook de hoge edelweis zingt neuriënd haar melodie: de berg, het dal, één symphonie.
Maar in dit mooie een gemis: God vond er geen gelijkenis. En daarom maakte Hij de mens tot beeld van Hem en liefste wens.
Het kwade kwam en sloeg en sloeg, én 't Lam dat onze zonden droeg. Het Woord werd vlees, de Geest viel neer,
De Vader wenkt: Mijn kind keer weer!
O Zoon van God, o neem mij aan! Wees mij de Weg die ik moet gaan! Voer mij naar zalen vol van licht, verzoen mij met Gods aangezicht!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1986
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1986
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
