Oecumene in Latijns Amerika
Het protestantisme in Latijns Amerika vormt een kleine, maar dynamische minderheid. Met uitzondering van de immigrantenkerken, nl. de Lutherse en de Anglikaanse, is het bestaan van de protestantse kerken een getuigenis in Latijns Amerika. Het toont de kracht van het oude Evangelie, wanneer dat in alle helderheid en eenvoud gebracht wordt. Van de andere kant laat het ook zien dat er een grote geestelijke leegte, en dus een enorm pastoraal tekortschieten van de R.-K. Kerk, bestond, toen de protestantse zendelingen naar Latijns Amerika kwamen.
In het verleden heeft de R.-K. Kerk op dat vooruitdringen van het protestantisme gereageerd met vervolging.
We weten van de vervolgingen, die door de Inquisitie werden ingezet. We herdenken nog steeds de martelaren zoals Mateo Salado in Lima, die in 1573 werd gefolterd en daarna verbrand, omdat hij lutheraan was.
Maar ook in onze twintigste eeuw zijn honderden protestanten ter dood gebracht in Colombia en zijn er velen in de gevangenis gezet en vervolgd in Peru, Bolivia, Mexico en Brazilië.
Nog steeds zijn er echter verfijnde vormen van discriminatie en verdrukking in bijna alle landen van Latijns Amerika en Spanje. Vandaaruit is het antikatholicisme van de protestanten in die landen voor een gedeelte te verklaren, hoewel we deze negatieve gevoelens niet goed willen praten.
Zelfkritiek
ln de laatste tientallen jaren zijn er door rooms-katholieken serieuze pogingen gedaan tot zelfkritiek.
Het congres van de Katholieke Aktie van 1953 kwam tot de konklusie "dat de overgrote meerderheid in dit subcontinent slechts bestaat uit naam-christenen". In febr. 1960 verklaarde de r.-k. priester, Carlos Ranken CSC, in een interview voor het tijdschrift van de V.S. "Maryknoll": "In Latijns Amerika moet een lijk opnieuw tot leven worden gebracht. De kerk lijkt er nog steeds machtig, maar ze is vermolmd. Haar religieuze kracht en vitaliteit is uit haar weggevloeid. Ze heeft geen invloed meer op het leven van de mensen. Geloof is in wezen alleen maar een stukje traditie en folklore. Ze is veel te veel vereenzelvigd met de Spaanse cultuur." ')
ln onze dagen erkent de R.-K. Kerk dat de kerstening van ons subcontinent zeer gebrekkig is geweest. César Arróspide, een r.-k. lekenleider, schreef over Peru: "Ondanks het feit dat het christendom reeds vier eeuwen geleden in Peru de heersende godsdienst werd, geleid door een strakke kerkelijke hiërarchie, zijn in dat land nog steeds uitgebreide gebieden zendingsterrein, en dat in de strikte zin nl. dat daar nog altijd het Evangelie aan heidenen moet worden gepredikt." 2)
En in juli 1981 bevestigde de jezuïet Jeffrey Kleiber: "Sinds de tijd dat Peru zich heeft losgemaakt van de Spaanse overheersing, heeft de kerk van Peru een diepgaande en toenemende crisis als instituut doorgemaakt. Dat is vooral in twee symptomen tot uitdrukking gekomen: een toenemend gebrek aan roepingen voor het priesterschap en het kloosterleven, en tegelijkertijd een stremming van het intellektuele en pastorale leven." 3 )
Kleiber onderwierp het probleem van de priesterroepingen aan een analyse en toonde aan dat in 1901 82% van de priesters Peruanen waren, maar in 1973 slechts 39%; de rest, dus 61%, was buitenlander. Dat is een teken van de enorme zwakte van de kerk, die zoveel invloed heeft op het publieke leven van Peru.
De protestantse expansie
Vanwege deze redenen die de R.-K. Kerk thans vanuit zelfbezinning toegeeft, is de enorme uitbreiding van het protestantisme in Latijns Amerika te begrijpen. De zendingsijver van hen die al sinds een eeuw hebben gewerkt onder de gewone mensen waaraan zij zich aanpasten en wier leven zij deelden, kwam voort uit hun liefde tot Christus en uit hun bewogenheid om het heil van hen die dreigden verloren te gaan. Zij hebben zich niet als een élite gedragen, die zich verheven waanden boven de eenvoudigen.
Historisch kan daarom worden aangetoond dat het een hedriegelijk simplisme is, wanneer men het voorstelt alsof die zendingsijver voortkwam uit Engels of A merikaans imperialisme.
Wie de levens bestudeert van mensen als Diego Thomson, Penzotti of Juan Ritchie, zal bemerken dat zij gedreven werden om ten koste van onvoorstelbare offers naar Latijns Amerika te komen, omdat zij de geestelijke duisternissen zagen waarin het volk verkeerde.
Eerlijke r.-k. historici hebben dat erkend. Zo bv. is de karmeliet Ireneo Rosier, na jarenlange studie van het protestantisme in Chili tot de konklusie gekomen: "Het Latijns-Amerikaanse protestantisme heeft de weg rechtstreeks naar Christus geopend, terwijl het erop lijkt dat binnen het katholicisme het authentieke, echte gelaat van Christus omfloerst was door de beschavingstraditie en door de verwikkelingen van de voorbije eeuwen". ) 4
Iemand anders bevestigt dat aldus: "Momenteel geeft het Latijns-Amerikaanse protestantisme ongetwijfeld antwoord op legitieme religieuze behoeften zoals dat ook gebeurd is in de zestiende eeuw, toen de Reformatie onstond". ) 5
Moeilijkheden in de oecumene
Juist daarom staan de Latijns-Amerikaanse protestanten wantrouwend tegenover elke oecumenische toenadering van de R.-K. Kerk zolang die kerk niet radikaal is veranderd.
Zij hebben dat lege naam-christendom met al die praktijken die vreemd zijn aan het Evangelie en die er zelfs lijnrecht tegenover staan, van nabij gezien en aan den lijve ondervonden. Zij hebben Christus pas als hun persoonlijke Zaligmaker en Heere gevonden, toen ze dat naam-christendom verlieten, en zich bekeerden. Ondanks de gebreken van dit evangelisch-bewogen protestantisme staat hetvoor hen als een paal boven water dat zij juist daarin een andere levensvisie, een andere hoop, dé Hoop, hebben gevonden, terwijl ze in de officiële kerk dat Evangelie nooit hadden gehoord.
Ook in de R.-K. Kerk is er iets veranderd. De onverdraagzaamheid tegenover het protestantisme in het verleden is langzamerhand aan het verdwijnen. Een van de redenen is geweest dat ons subcontinent zich los heeft gemaakt uit de vaste greep van de R.-K. Kerk en dat deze kerk daarom minder over sociale machtsmiddelen beschikt. 6 )
Dialoog, maar met wie?
Thans vertoont de R.-K. Kerk enige openheid voor de dialoog en aanvaardt binnen haar gelederen een zekere mate van pluralisme. Maar met wie wil zij deze dialoog aangaan?
Het "Document van Puebla" waarin de R.-K. Kerk haar positie in onze tijd officieel uiteenzet, spreekt duidelijke taal. In par. 1107-1127 wordt over dit onderwerp geschreven. We citeren:
"Vooral sinds Vaticanum 11 is onder ons de belangstelling voor de oecumene gegroeid. Een uiting daarvan is de gezamenlijke verspreiding, de kennisverdieping en de waardering van de Schrift. In persoonlijke en openbare gebeden wordt steeds meer aandacht geschonken aan de eenheid van alle christenen. Ontmoetingen hebben plaats tussen christenen van verschillende belijdenissen. Gezamenlijk strijd men voor de rechten van de mens, voor gerechtigheid en vrede op aarde. Op verschillende plaatsen is men gekomen tot oprichting van Raden van Kerken." (1107). Maar dan vervolgt het document:
"Toch bestaat er bij velen nog onkunde en wantrouwen tegen de oecumene. Dat wantrouwen komt bij ons, katholieken, voor een groot gedeelte voort uit het proselitisme (= de bekeringsijver), dat een ernstige sta-in-de-weg is voor een waarachtige oecumene."
Juist die opmerking over het 'proselitisme' laat zien hoezeer de R.-K. Kerk bang is voor de enorme groei van het protestantisme in Imijns Amerika.
Het document schrijft die groei toe aan "vrije godsdienstige bewegingen" en spoort aan tot een nauwgezette studie van "de redenen waarom deze bewegingen zo snel groeien, met het doel om zelf antwoord te kunnen geven op de behoeften waarbij die bewegingen aansluiten zoals: een levende liturgie, een praktische onderlinge broederschap en de inschakeling van de afzonderlijke kerkleden bij de zending (evangelisatie)" (1122). Toch ontbreekt ook de kritiek op die "protestantse bewegingen" niet:
"De 'vrije godsdienstige bewegingen' tonen aan dat er een behoefte bestaat aan onderlinge gemeenschap, de behoefte om alles zoveel mogelijk met elkaar te delen, om ook bij de eredienst zelf aktief te zijn. Van de andere kant vertonen deze groepen een duidelijk gemarkeerd proselitisme, een bijbels fundamentalisme en een strikt letterlijke opvatting van hun eigen leerstukken." (1109). Dat is duidelijke taal. De R.-K. Kerk wil de dialoog en de samenwerking met de 'historische kerken', maar bekijkt met scheve ogen de 'vrije godsdienstige bewegingen', en dat zijn juist de kerken die groeien en die dan ook geen dialoog met Rome willen.
En het zijn die kerken die vasthouden aan het gezag van het Woord van God, maar het 'Document van Puebla' brandmerkt ze als 'fundamentalistisch'. Die 'bewegingen' vormen de overgrote meerderheid van de protestanten en zolang de R.-K. Kerk hen niet serieus neemt en hen 'proselitisme en fundamentalisme' verwijt, kan er van een waarachtige oecumene geen sprake zijn.
Opnieuw rooms triomfalisme
Voor het tot stand komen van zulk een oecumene zou ook nodig zijn dat de RK. Kerk zichzelf grondig zou herzien. Maar de laatste jaren constateren we precies het tegenovergestelde.
De geest van zelfkritiek die we vroeger konden waarnemen en die de conferentie van Medellin in 1968 had gekenmerkt, heeft plaats gemaakt voor een nieuwe geest van triomfalisme en conservatisme.
De ex-voorzitter van de CELAM (= conferentie van de Latijns-Amerikaanse bisschoppen), mgr. López Trujillo, heeft dat aldus geformuleerd:
"Onze doelstelling is thans verschillend. Nú is dat de herovering van de katholieke identiteit. Katholiek zijn is ónze manier van christen zijn. Wie zich wil ontdoen van die specifieke trekken van ons katholicisme pleegt een aanslag tegen óns christen-zijn." 7 )
Wat zijn die typische trekken van het katholicisme? Mgr. Trujillo somt ze in zijn artikel op: de volksdevotie, de Maria-vroomheid, de godsdienstige praktijken (zoals bedevaarten, rozenkrans, het dragen van scapuliermedaljes, de beeldenverering enz.) en de r.-k. opvattingen over het huwelijk. En verschillende van deze typische trekken van het rooms-katholicisme zijn volgens de evangelische protestanten in strijd met de geest van het Evangelie.
De oecumenische dialoog gebeurt alleen met een kleine minderheid van de protestanten, nl. met de kerken van immigranten en met die kerken die niets of nauwelijks iets doen aan evangelisatie, die dus vanuit r.-k. standpunt bezien niet doen aan 'proselitisme'.
Die kerken zijn meestal lid van de Wereldraad van Kerken. De R.-K. Kerk heeft met hen geen moeite. Maar zij heeft wel problemen met die kerken die geloven dat zending en evangelisatie behoren tot de wezenlijke taken van de gemeente van Christus.
Voetnoten:
1 Citado por W. Stanley Rycroft, A Factual Study of Latin America (Nueva York: UPCUSA, 1963), p. 211.
2 Ricardo Pattee, El catolicismo contemporaneo en Hispanoamérica (Buenos Aires: Ed. Fides, 1951), pp. 388-39.
3 J. Kleiber, S.J., "La escasez de sacerdotes en el Peru: una interpretación historica," en Historica (PUC, Lima, julio de 1981), pp. lss.
4 I. Rosier, Ovejas sin pastor (Buenos Aires: Ed. Lohlé, 1963), pp. 9-10. 5 Antonio Canedo, citado por F. Mallay, Inquietante America Latina (Barcelona: Estelam, 1967), p. 101.
6 El proceso de pérdida del control social ha sido estudiado cuidadosamente por Ivan Vallier en Catolicismo, control social y modernization en America Latina (Buenos Aires: Amorrotu, 1971).
7 Alfonso Lopez Trujillo, "La Iglesia en America Latina, una rapida mirada," en Criterio Nos. 1777-78 (diciembre de 1977), p. 702.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1986
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1986
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
