Ds Pàrraga over Spanje
De groepjes gelovigen in het gebied van Murcia behoren bijna allen tot de'Kerk van Philadelphia'een beweging hoofdzakelijk van zigeuners.
Maar tegenwoordig heeft deze beweging zich ook onder de Spanjaarden uitgebreid. De leider echter is een zigeuner. Alleen al in Cartagena is er een gemeente van 200 leden en zij wordt zeer gezegend. Andere groepen zijn erg verdeeld, onderling afgun stig en wantrouwend. De voorgangers, die geen enkele opleiding hebben genoten, strijden om de eerste plaats.
Andere groepjes zijn van de Pinkstergemeenten, de Vergadering van God, maar die hebben een seminarie bij Madrid. Het bestaat nog maar kort en heeft nog niet veel predikanten afgeleverd. Ze zijn zeer Bijbelgetrouw, watje van de Baptisten niet zeggen kunt.
Toch betekent dit niet dat zij op een goed fundament bouwen, want ze hebben veel te veel ontzag voor allerlei roomse leer. Ze weerspreken nooit het onderwijs van Rome. Er zijn wedergeborenen in de Roomse kerk, zeggen ze… Rome is veranderd, men leest de Bijbel, er zijn nu goede boeken.
We moeten niet denken dat Spanje verandert want de traditie en gewoonten zijn rooms-katholiek en dus moeten wij in onze gemeenten plaatselijke gebruiken invoeren zoals de dansen van de streek, de volksmuziek enz.
Zo praten de studenten van het Pinksterseminarie. Ik heb 3 of 4 keer in Murcia gepreekt, in een gemeente van 20 leden ongeveer. Omdat ik echter de Christus der Schriften predikte, die een levende Christus is, de opgestane Heer en niet een houten beeldje zonder macht, hebben ze mij de afgelopen drie maanden niet meer gevraagd.
Toen ik hun voorganger naar de reden vroeg, zei hij: José, jouw onderwijs is prachtig en grondig, het is gezond voedsel, er is veel lering in, maar in onze kerk zijn we overeengekomen ons niet tegen de leer van Rome af te zetten en jij valt hun leer aan. Als je je richt naar onze besluiten, accoord. Doe je dat niet dan kun je bij ons niet voorgaan.
Uiteraard zei ik hem geen respect voor de roomse afgoderij te kunnen opbrengen, noch voor hun satanische leer van het vagevuur en het bidden van de rozenkrans voor de doden, noch voor de verering en het aanroepen van de heiligen, enz.
Zij antwoordden mij: Wij geloven als uzelf dat de kerk van Rome vals is, afvallig, een vijand van het Evangelie, maar we respecteren haar. Ik zei toen: ik sterf liever dan respect te betuigen aan de vijanden van het Evangelie.
Andere groepen echter. Pinkstergemeenten en Philadelphia beweging in onze streek laten mij herhaaldelijk voorgaan.
De situatie in Spanje is slechter dan in de dagen van vervolging, want Rome heeft ingezien dat zij voor de Evangelische beweging niet hoeft te vrezen.
De vrijheid is geworden losbandigheid. De koning tekende de wet die recht geeft op abortus en in Murcia zijn er zeven centra van schandelijke homosexuelen, die officieel vergunning hebben van de overheid. Alles is geoorloofd. Allen moeten elkaar respecteren.
En deze wereldse geest is onder het christenvolk doorgedrongen. Dat wat de Schrift zegt is niet zo belangrijk. Leven in gehoorzaamheid aan het Verbond, bezegeld met het bloed van Jezus Christus (Hebr. 8, 9), is dat evenmin.
Spanje heeft, meer dan iets anders, nodig getrouwe werkers, dienaars van het Evangelie. De mensen zijn vandaag stekeblind. Met vrijheid, en toch meer dan ooit onderworpen aan het bijgeloof van de Middeleeuwen.
Eén van mijn tantes stierf een paar weken geleden. Er werd een nacht van rouw gehouden, in Murcia waken ze zo'n hele nacht bij de dode, met alle familie-leden en buren. Mijn tante was niet erg vroom. Nooit ging ze naar een mis. Toch had zij in haar vingers een rozenkrans. Mijn nichten, die geen van allen naar de mis gaan, zeiden me dat tegenwoordig alle doden een rozenkrans tussen de vingers krijgen en negen nachten komen de buren de rozenkrans bidden, om de ziel te helpen spoedig het vagevuur te ontkomen.
Als dit niet gebeurt heeft iedereen kritiek en vinden ze het ketters. Maar ze begrijpen zelf niet wat ze doen. Het gebeurt omdat iedereen het doet. Velen van hen vloeken de naam van God elk ogenblik. Anderen zeggen: na de dood is het uit. Maar desondanks bidden ze toch de rozenkrans.
Daarna wordt de dode in de kerk gebracht en wordt een mis opgedragen. Acht dagen later weer één. Naar deze missen komen alle buren en familieleden. Als je ernaar vraagt zeggen ze: wij geloven er ook niet in maar als we dit nalaten is er kritiek.
Aan een van mijn buurvrouwen die nu vrijdags naar mijn huis komt om het Evangelie te horen, vroeg ik: Hoeveel missen ontbreken er nog voordat uw man het vagevuur verlaten kan'? Dat weet ik niet, zei ze, ik heb al voor een jaar missen aan de priester betaald a 500 pesetas en het wordt me te veel want ik ben arm en het pensioen is niet toereikend. Bovendien heeft mijn man mij slecht behandeld, hij sloeg me, vloekte, was een boze geest. Ik geloof dat hij maar in de pijniging moet blijven, ik kan niet nog meer missen betalen. Ik weet dat het hem in het geheel niet helpt maar mijn kinderen bellen mij op en zeggen: Mama, vergeet niet dat het al twee maanden geleden is dat er een mis voor papa opgedragen werd en u weet, hij heeft het nodig…
Het komt als onmogelijk voor dat mensen in de twintigste eeuw dit geloven, maar hier is dat nog altijd zo. De drie dochters zijn getrouwd en de moeder komt naar mijn Evangelische bijeenkomsten zonder dat de dochters haar in de steek laten en dat zij angst heeft dat ze dat zullen doen.
Zo gaan we voort met zaaien en strijden.
God in Zijn barmhartigheid, verlost mensen uit de duisternis. Een tante van mij van 75 jaar werd in de vrijheid gezet. Op een dag was er een processie waarbij een dode Christus door de straat werd gevoerd. Ik zei haar: waar komt u zo plechtig aangekleed vandaan? Ik ben dezelfde Christus wezen vereren, diejij vereert, zei ze, want Hij is een en dezelfde. Ik antwoordde: Tante, de Christus die ik vereer is gezeten in de hemelen aan de rechterhand des Vaders, waar Hij voor mij bidt.
Hij is opgestaan uit de doden en is niet zoals dat beeld dat u gezien hebt, dat zich niet zou kunnen bewegen als de mensen het niet tevoorschijn haalden. Het is een stuk hout zonder leven, zonder macht. Als dat de echte Christus was zou ik gisteravond de zweep gegrepen hebben toen de dorpsjeugd op rockmuziek danste en de meisjes aan de ingang van de kerk dronken waren. Deze Christus is niet dezelfde die ik liefheb en dien.
Mijn tante heeft nu tweemaal het Nieuwe Testament gelezen en nu leest zij de hele Bijbel. Ze is gelukkig en is verjongd. De rozenkrans die ze in haar slaapkamer had, een grote, bijna één meter, is nu weg. Ze gaat niet meer naar missen voor de doden. Nog steeds zijn er enige heiligenbeelden in huis maar telkens als ik haar opzoek zie ik weer één minder.
Op de herdenkingsdag gaat de hele familie naar het graf van mijn oom, 38 jaar geleden gestorven. De laatste keer zeiden de kinderen: Laten wij de rozenkrans bidden, mama, voor papa, zoals we elk jaar doen. Zij zei: doe het zelf maar als je daar zin in hebt, maar ik doe het niet.
Het graf van mijn oom is als een huisje met ruimte voor heel de familie en een altaar met de afbeelding van de heilige Antonius en van Sint Jozef, maar mijn tante zei me: kunnen we dat niet van het altaar wegdoen? En er iets uit de Bijbel plaatsen?
Voor de eerste keer in de geschiedenis van dit dorp zal men dan in dit familiegraf kunnen lezen: 'Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven'. Tot vandaag zijn er alleen maar heiligenbeelden, allemaal uit dezelfde fabriek. Heel de begraafplaats is vol beelden… Maar geen enkel woord van hoop. De mensen in Spanje leven ondereen godsdienst die hen geen hoop geeft…
Drie andere mensen werden ook uit deze door mensen bedachte godsdienst verlost. Maar het gaat langzaam. De strijd die er op volgt is zwaar, want heel de familie is tegen, ook de buren en dat is waarom velen niet breken met de traditie.
VREES NIET, GELOOF ALLEEN doordr. Martyn Lloyd Jones (uitg. Kok Kampen, 76 blz. f 12,90).
Een zeer boeiende verhandeling over het boek Habakuk. In het boek Habakuk wordt nl. het probleem van de geschiedenis behandeld. "Hoe lang schreeuw ik en Gij hoort niet, (hoe lang) roep ik geweld, tot U, en Gij verlost niet" (1:2). "Waarom heeft God toegelaten dat het modernisme opkwam, dat het geloof ondermijnt en zelfs de fundamentele waarheden van het geloof ontkent? Waarom heeft God de gebeden van Zijn trouwe volk niet verhoord? Wij bidden al dertig, veertig jaar voor een reveil… Maar er schijnt nog niets te gebeuren" (p. 14).
Dr. Lloyd Jones put uit het boek Habakuk zeer wijze lessen, die van groot belang kunnen zijn, wanneer dergelijke angstige vragen ook op ons afkomen en ons in verwarring dreigen te brengen. Hartelijk aanbevolen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1986
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1986
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
