In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

ONTMOETINGEN 2

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONTMOETINGEN 2

5 minuten leestijd

"Een vrouw, wanneer zij baart, heeft droefheid, omdat haar uur gekomen is. Maar wanneer zij het kindeke gebaard heeft, zo gedenkt zij de benauwdheid niet meer, om de blijdschap dat een mens ter wereld is geboren" (Joh. 16:21).

Zo zal het ook Gods kinderen vaak vergaan. Wat moet een mens soms niet door diepten van vertwijfeling heen. Dan lijkt het of hij innerlijk verscheurd, uit elkaar gereten wordt. Ofwel het is volkomen windstil geworden in de ziel van een gelovige. Alles is doods en dor. Er is geen briesje van Gods Geest te bespeuren. Je smacht van de dorst naar de frisse wateren. Je hijgt naar God en kunt Hem niet vinden.

Een hijgend hert

Ik denk daarbij aan het gedicht van de Korachiet in ps. 42 en 43. Hij is ver weg van de Heere, maar zijn ziel schreeuwt naar de levende God. Hij gaat onder een enorm verdriet gebukt: "Mijn tranen zijn mij tot spijs dag en nacht".

De psalmist voelt zich gejaagd, nerveus, onrustig. Hij probeert zijn ziel tot kalmte te manen: "Wat buigt gij u neder, o mijn ziel, en zijt onrustig in mij?". Hij spoort zijn ziel aan tot vertrouwvolle verwachting: "Hoop op God, want ik zal Hem nog loven voor de verlossing van Zijn aangezicht".

Maar in zulke tijden, als de Heere Zijn aangezicht voor ons verbergt, zeggen de mooiste teksten je nauwelijks iets. Je probeertje eraan op te trekken, maar je valt weer onverrichter zake op jezelf terug.

Maar de psalmist blijft aanhouden. Hij zegt: "Ik zal tot God zeggen: Mijn Steenrots, waarom vergeet Gij mij?".

Dat vind ik prachtig. Van de ene kant komt hij tot God met een klacht: "Waarom vergeet Gij mij?". Maar van de andere kant spreekt hij meteen al uit dat er geen reden is om te denken dat God hem vergeet, want God is immers zijn Steenrots op Wie hij volstrekt bouwen kan. En hij herhaalt dat later nog eens: "Want Gij zijt de God mijner sterkte; waarom verstoot Gij mij (dan)?"

De mist trekt op

En aan het einde van ps. 43 begint het licht al juichend door te breken: "Zend Uw licht en Uw waarheid, dat die mij leiden; dat zij mij brengen tot de berg Uwer heiligheid en tot Uw woningen; en dat ik inga tot Gods altaar, tot de God der blijdschap mijner verheuging, en U met de harp love, o God, Mijn God".

Ja, als dan de wolken zijn weggeschoven door de almachtige hand des Heeren en wij weer mogen schouwen in Zijn vriendelijk, vaderlijk aangezicht, dan zijn wij de voorafgaande benauwdheid spoedig vergeten. We zijn dan zo dankbaar en blij dat nu de weeën voorbij zijn. We willen dan graag vertellen over dat heerlijke dat we weer gevonden hebben. We willen juichen over de God van ons heil.

Goedertierenheid in het dal van duisternis

Maar hier moeten we oppassen. Anderen die ons dan zo horen jubelen over de uitredding, over deze God, "mijn God", kunnen daardoor geïrriteerd of ontmoedigd raken.

Denk u maar eens in in een mede-gelovige, die dagen, weken, soms maanden door een dal van diepe duisternis heen moet. De weeën blijven aanhouden, golf na golf, maar het kind wordt niet gebaard. De blijdschap breekt niet door, want God blijft Zich verbergen.

Wanneer hij dan van een ander de indruk krijgt dat die altijd maar huppelt over de bergtoppen van het licht, kan dat bij hem de vraag doen rijzen: Ben ik dan wel een gelovige, als ik altijd maar last heb van die tobberijen?

Daarom zal het goed zijn dat zij die het antwoord op de smeekbede: "Bevrijd mij" (ps. 43:1) reeds hebben mogen ondervinden, toch ook steeds iets vertellen over de voorafgaande weeën en niet slechts juichen over de vreugde, waarin zij zich nu baden mogen.

Ik ben er mij van bewust dat ik ditaspekt in het verleden niet voldoende gezien heb. Ik wilde vooral zingen van de goedertierenheid des Heeren, waarvan ik genieten mocht in de vreugde des heils.

Maar die goedertierenheid des Heeren was er evenzeer, toen ik door het dal van diepe duisternis ging. Hij deed mij (telkens opnieuw) die weeën doorstaan, niet om mij te kwellen, maar om mij steeds meer leeg te maken van mijzelf, zodat Hij mij zou kunnen vullen, steeds meer. met Zijn heerlijkheid.

De weeën van de geschonden schepping

En er zijn weeën die altijd blijven aanhouden. Dat zijn de weeën van de geschiedenis sinds de zondeval:

"Want wij weten dat het ganse schepsel tesamen zucht en tesamen (als) in barensnood is tot nu toe. En niet alleen (dit), maar ook wijzelf die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelf (zeg ik) zuchten in onszelf, verwachtende de aanneming tot kinderen, (namelijk) de verlossing van ons lichaam" (Rom. 8:22-23). Met reikhalzend verlangen ziet de. door de zondeval geschonden, schepping uit naar het openbaar worden van Gods kinderen. Daarom is onze reis door dit leven een pelgrimstocht naar het eeuwige Jeruzalem, waar het zuchten voor altijd zal ophouden, waar God Zelf onze tranen voorgoed uit onze ogen zal wegwissen. En niemand minder dan de Heilige Geest sluit Zich aan bij dat zuchten van de in barensnood verkerende schepping, een zuchten dat bewust doorleefd wordt door Gods kinderen. "En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp, want wij weten niet wat we bidden zullen gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen" (Rom. 8:26).

Daarom is er toch altijd weer hoop voor Gods kinderen in het tranendal van de zondige mensengeschiedenis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1986

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

ONTMOETINGEN 2

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1986

In de Rechte Straat | 32 Pagina's