Gehoorzaamheid aan Rome
Wanneer een christen hardnekkig een met onfeilbaar gezag door de paus afgekondigd of bekrachtigd leerstuk ontkent, begaat hij een zonde tegen het geloof en is een ketter; aldus canon 750 en 751 van het nieuwe kerkelijke wetboek. Canon 752 vervolgt echter: "Geen geloofsinstemming met, maar wel godsdienstige onderworpenheid van verstand en wil is vereist aan een leeruitspraak, die hetzij de paus hetzij het college van de bisschoppen doen over geloof en zeden terwijl zij hun authentieke ambt uitoefenen, ook al willen ze die leer niet als definitief bindend afkondigen; de christgelovigen moeten dus vermijden wat met die leer niet overeenstemt."
Zulk een onderscheid is voor protestanten moeilijk te begrijpen. Ik wil proberen het te verduidelijken met twee voorbeelden.
Toen Pius XII in 1950 het dogma van de lichamelijke Maria-ten-hemelopname afkondigde, voegde hij eraan toe, dat indien iemand dit dogma vrijwillig zou ontkennen of in twijfel trekken, hij daardoor totaal was "vervallen van het goddelijk en katholiek geloof' (aldus in zijn encycliek "Munificentissimus Deus"). Hij is dan dus geen gelovige meer, maar een ongelovige, een heiden. Het tweede voorbeeld:
Deze paus heeft opnieuw uitgesproken dat het celibaat voor de priesters een groot goed is dat dus gehandhaafd moet worden. Hij heeft echter die uitspraak niet als definitief bindend voor alle tijden voorgesteld. Het is geen onfeilbare uitspraak. Wie zich aan die uitspraak niet onderwerpt, wordt daardoor nog geen ongelovige, maar hij zondigt wel ernstig tegen de vereiste onderworpenheid aan het gezag van de paus. Hij begaat dus een zware zonde van ongehoorzaamheid. Daardoor doet hij een doodzonde, verliest het kindschap Gods en de wedergeboorte die hij door de Doop had gekregen, en als hij komt te sterven, zonder dat hij deze zware zonde van ongehoorzaamheid aan een priester gebiecht heeft, gaat hij voor altijd naar de hel.
Het is echter duidelijk dat nog slechts heel weinig rooms-katholieken van Nederland zich aldus min of meer blind onderwerpen - met verstand en wil! - aan dergelijke uitspraken van het kerkelijke leergezag.
In de "Theologia Moralis" van Aertnijs-Damen (Lib. II, Tract. I, caput III, art. 11, par. 1, quaer. 5) wordt dit verder uitgewerkt. "Er wordt niet een godsdienstige instemming met zulk een uitspraak vereist, die zo vast is dat ze de mogelijkheid van dwaling uitsluit, daar de kerk immers daarover geen onfeilbare uitspraak heeft gedaan; maar die instemming moet ofwel zo zeker zijn, dat men daardoor de vrees voor dwaling uitsluit; of opinativus (= men komt niet verder dan een opinie) die zelfs niet elke vrees voor dwaling in zulk een kerkelijke uitspraak uitsluit; al naar gelang de ernst waarmee Rome een dergelijke leer verkondigt of de tegenovergestelde leer veroordeelt".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1986
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1986
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
