De levende God
De Heere Jezus prees Petrus zalig, omdat hij Hem had beleden als "de Christus, de Zoon van de levende God" (Mat. 16:16). Wie is de levende God? Ziehier een antwoord: Daniël verwijt koning Belsazar: "Gij hebt u verheven tegen de Heere des hemels … en de goden van zilver en goud, koper, ijzer, hout en steen, die niet zien noch horen noch weten, hebt gij geprezen; maar die God in Wiens hand uw adem is en bij Wie al uw paden zijn, hebt gij niet verheerlijkt" (Dan. 5:23).
De levende God is dus de ware God, die in Zichzelf bestaat, onafhankelijk van elk mensenwerk. Een god die gemaakt is door ónze handen of het produkt is van óns denken, is een afgod. We zondigen niet slechts tegen het verbod van de beeldenverering, wanneer we wierook branden voor een beeld van goud, zilver, ijzer, hout of steen, maar evenzeer wanneer wij denken God te kunnen gieten in het graniet van ónze denkconstructies.
En tóch, hoe vaak heeft deze verkapte beeldenaanbidding niet plaats! We dragen in triomf de god van ónze theologie, van óns kerkinstituut, mee. Onze belijdenisgeschriften spreken een heel andere taal. Daarin zijn gelovigen aan het woord, die in nietigheid, onwaardigheid en besef van zondigheid neerzinken voor de grootheid van de levende God èn ootmoedig vertrouwen op de Vader der barmhartigheid.
De levende God is voor het schepsel ongrijpbaar. Je kunt alleen maar door Hèm gegrepen worden en dat grijpen Gods gebeurt slechts in en door Christus (Fil. 3:12). Wie met de besmeurde handen van zijn zondige verstand grijpt naar de levende God, wordt door het "Verterende Vuur" (Hebr. 12:29) gegrepen.
Lezer(es), ik móet u nu de vraag stellen: Hebt u Christus al eens echt beleden als de Zoon van de levende God? Ik bedoel niet met uw mond. Dat is heel gemakkelijk en dat hebt u zeker al meerdere keren gedaan. Maar hebt u het ook met uw hart gedaan? "Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid" (Rom. 10:10).
Als u dat niet gedaan hebt en u komt zo te sterven, dan zal Christus zeggen: "Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij die de ongerechtigheid werkt" (Mat. 7:23) d.i. "U hebt niet op Mij vertrouwd als de Zoon van de levende God, maar als de zoon van het godsbeeld dat u zelf gefabriceerd had".
Wanneer je de levende God ontmoet hebt, word je klein. Dan verstommen je praatjes. Dan roem je niet meer in jouw enige, ware Kerk van Christus of in de juiste bevindelijkheid of het(super)volle Evangelie datje beweert te verkondigen. Tot die levende God kun je alleen komen in de Christus, de Zoon, die Petrus beleed. Want je kunt die levende God alleen maar kennen in Hem. In Christus zie je die levende God handelend bezig. In Hem zie je Gods gerechtigheid en heiligheid, die de zonde op geen enkele wijze ongestraft liet; én Gods liefde die zich met ons verzoende in de Zoon.
En Beiden, Vader èn Zoon, zenden Hun Heilige Geest om ons de Zoon, en in Hem de Vader, te openbaren en om ons door de kracht van die Geest naar de levende God in Christus te trekken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1985
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1985
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
