In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

CHRISTUS? JA! PRIESTERS? NEE!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

CHRISTUS? JA! PRIESTERS? NEE!

8 minuten leestijd

Ex-priester Francisco Rodriguez schrijft geregeld in onze Spaanse editie boeiende en aktuele artikelen. Het lijkt mij dienstig dat wij daaruit telkens vertalen, allereerst vanwege de inhoud van die artikelen, die ook voor ons waardevol zijn; maar ook opdat u aldus een beetje kunt meeleven met deze tak van onze arbeid: onze Spaanse editie die door u mogelijk wordt gemaakt. Onder bovenstaande titel schreef br. Rodriguez:

April van dit jaar was er een uitzending voor de Spaanse televisie, die handelde over de diskriminatie van gehuwde r.-k. priesters, die nog lid willen blijven van de R.-K. Kerk. Zij proberen nog zoveel mogelijk als priesters te blijven fungeren, samen met hun vrouw en kinderen. Maar ze worden door de hiërarchie gehaat en zoveel mogelijk ter zijde geschoven en weggeschopt naar de rand van de kerkelijke samenleving. Er wordt met afschuw over hen gesproken als over bedorven vlees, mensen die uit de hoogte van de maagdelijke kuisheid zijn neergevallen in de verachtelijke armen van een vrouw.

Het was voor mij boeiend te zien en te horen hoe sommige van deze priestervrouwen deze vernedering door de R.-K. Kerk doorleefden. Een van haar zei: "Ik voel mij als vrouw van een priester "machacada", d.i. in de grond gestampt, verpletterd door de kerk. Ze verbieden ons de communie, de deelname aan de sakramenten." (Ik - HJH - zou daaraan willen toevoegen dat de R.-K. Kerk de vrouwen als een "macho" behandelt = als een mannetjesdier dat de vrouw alleen maar als voorwerp ziet, hetzij om haar zonder liefde te bezitten of haar vol verachting van zich af te werpen).

Deze priesters en hun vrouwen gaven in hun belev ing van gezin en godsdienst er blijk van dat ze wilden terugkeren naar de beginselen van het christendom. Hun manier om de 'Eucharistie' (Avondmaal) te vieren is heel eenvoudig en komt dichter bij de bijbelse vorm dan die van de r.-k. pompeuze mis.

Maar ik was wel verwonderd over het feit dat zij toch maar bleven vasthouden aan het r.-k. priesterschap alsof dat bijbels zou zijn. Daarmee drukten ze toch ook uit dat zij de R.-K. Kerk nog steeds als de draagster van de waarheid beschouwen.

Ik kan maar moeilijk begrijpen hoe deze mensen toch maar willen vasthouden aan een kerk, die hen van de sakramenten uitsluit, omdat ze gebruik hebben gemaakt van het recht dat God in de Bijbel aan elk mens schenkt nl. om in het huwelijk te treden.

Zij gaven ook uiting aan hun sociale bewogenheid. Ik kon hen daarin goed volgen, want ook ik heb als priester in de jaren 1965-1970 met enkele collega's mij gestort in de sociale problemen en gevochten voor een oplossing daarvan. Maar de Heere heeft mij laten zien dat ik daarmee alleen een leegte wilde opvullen, die alleen door Hem zou kunnen worden gevuld.

Ik vroeg mij ook af: Deze mensen hebben de moed gehad om te breken met de puur menselijke wet van het celibaat, omdat ze hebben ingezien dat de paus niet het recht heeft in te gaan tegen wat God aan elk mens toestaat. Maar waarom ontdoen ze zich niet van al die priesterlijke aanmatiging? Ze kunnen toch weten dat dit een louter menselijk, door de machtskerk uitgedacht, verzinsel is, geheel in strijd met wat de Bijbel leert.

Is het wel eerlijk wanneer je de Bijbel enkel gebruikt om daarmee te laten bevestigen wat je zelf graag hebt bv. het recht om te trouwen? Moet je niet konsekwent zijn en de Bijbel in alles aanvaarden, ook als daarin onprettige dingen worden geleerd zoals dat je je bekeren moet en dat zich bekeren betekent een sterven aan jezelf en een bereidheid om het kruis achter Christus aan te dragen?

Deze priesters kwamen met een berg teksten uit de Bijbel aandragen, waaruit blijkt dat God hen het recht geeft om te trouwen en dat geen mens het recht heeft om dat te verbieden. Maar diezelfde Bijbel verkondigt dat alle priesterschap, onderscheiden van de andere gelovigen, geëindigd is in Christus, toen die eens en voorgoed het algenoegzame offer op Golgotha bracht.

"Van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden. En genen zijn wel vele priesters geworden, omdat zij door de dood verhinderd werden altijd te blijven. Maar Deze, omdat Hij in eeuwigheid blijft, heeft een onvergankelijk priesterschap. Waarom Hij ook volkomen kan zalig maken degenen die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden. Want zulk een Hogepriester betaamde ons, heilig, onschuldig, onbesmet, afgescheiden van de zondaren en hoger dan de hemelen geworden, voor Wie het niet elke dag nodig was, gelijk de hogepriesters, eerst voor zijn eigen zonden slachtoffers op te offeren, daarna (voor de zonden van) het volk, want dat heeft Hij eenmaal gedaan, toen Hij Zichzelf opgeofferd heeft". (Hebr. 7:22-27).

Wanneer mensen nu nog beweren dat ze een speciaal ambt van priester uitoefenen en werkelijke offers kunnen brengen, dan is dat een volkomen ontkenning van de opstanding van Christus. Het priesterschap van het Oude Verbond werd uitgeoefend door sterfelijke mensen en omdat zij sterfelijk waren, hadden zij opvolgers nodig, daar anders dat priesterschap zou ophouden te bestaan. Maar deze Jezus sterft niet. Hij blijft leven na Zijn opstanding. Daarom kan Zijn priesterschap niet op anderen overgaan. Het blijft voor altijd met Hem, de eeuwig Levende, verbonden.

En Hij kan dan ook altijd hen die door Hem tot God naderen, ontrukken aan de eeuwige dood die zij verdiend hadden. Want Hij leeft voor altijd om voor hen te bidden. En Hij heeft, om aan dat gebed kracht te geven, het niet nodig dat Hij elke dag weer nieuwe (mis)offers opdraagt, want Hij heeft Zichzelf eens en voor altijd geofferd door de éne offerande van het kruis.

Christus is niet iemand die ooit iets gedaan heeft voor onze redding en zaligmaking. Hij redt ons en maakt ons zalig, nog altijd. Hij heeft niet vroeger een keer voor ons gebeden, maar Hij doet dat nog altijd.

Als dit de juiste kijk is op Gods Woord, als dit het is wat de Bijbel ons duidelijk verkondigt, is dan het priesterschap van de R.-K. Kerk niet een sluier, die het eigenlijke van het priesterschap van Christus voor ons verduistert? En vormt dat priesterschap niet een belemmering voor de mensen om te komen tot een direkte ontmoeting met de levende Christus, onze enige en blijvende Zaligmaker en Middelaar, de Voorspreker voor ons bij de Vader?

Zeker, de Heilige Geest deelt Zijn gaven uit aan de ledematen van het lichaam van Christus, maar die dienen tot welzijn en opbouw van de gemeente (I Kor. 12:7; Ef. 4:16).

Het viel mij ook op dat deze gehuwde priesters op geen enkele wijze melding maakten van andere christelijke gemeenschappen, waar men wél leeft overeenkomstig Gods Woord, en dus zonder ambtelijke priesters.

Maar die gemeenschappen worden door het grote Rome protestanten genoemd. En misschien daarom is het dat die gehuwde priesters niet hebben stilgestaan bij de vraag of daar misschien het authentieke christendom te v inden is waar zij naar zoeken. Maar zij zullen het echte christendom nooit vinden zolang er tussen hen en de r.-k. kerkleiding slechts één geschilpunt bestaat: celibaat ja of nee.

Het grote probleem van de R.-K. Kerk is de afgoderij. En elk lid van deze kerk, of hij gehuwd is of niet, is een aanhanger van afgoderij.

Ik ken priesters die een tijd lang in hun priesterschap geloofd hebben, totdat het licht van het Evangelie voor hen opging. Toen zagen zij heel duidelijk de weg des heils, de wijze waarop een mens voor eeuwig behouden wordt en het leven van Christus deelachtig wordt: "Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave" (Ef. 2:8).

Toen hebben zij alles verlaten en hebben niet meer achterom gezien. Ze wilden niets meer weten van een priesterschap dat door Rome verleend wordt, noch van de voorrechten die daaraan verbonden waren. Ze hebben het steunen op eigen vermeende goede werken helemaal opgegeven: "niet uit werken, opdat niemand roeme" (Ef. 2:9). Zij zijn een nieuw leven begonnen, omdat ze uitsluitend bouwden op Jezus Christus, de Bron van het waarachtige, eeuwige leven.

Verschillenden van hen hebben een gezin gesticht. Ze weten zich nu "medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods" (Ef. 2:19). En hun vrouwen voelen zich niet te pletter geslagen (machacada) en gediscrimineerd door de R.-K. Kerk, want zij weten zich nu leden van een andere familie in Christus. Ze zien zichzelf als medeburgers van hen die van hun zonden zijn reingewassen door het bloed van Christus.

Ze zijn er helemaal niet bedroefd om dat de R.-K. Kerk hen niet meer toestaat deel te nemen aan afgoderij met de beelden van hout en steen op de altaren. Ze voelen zich helemaal niet gediscimineerd, omdat Rome haarde toegang ontzegt tot de bijgelovige en antibijbelse praktijken. Integendeel, ze zijn blij dat ze uit dat rijk vol duisternis vandaan zijn gehaald en door God Zelf zijn overgeplaatst in het Koninkrijk van Zijn licht.

Ze verblijden zich, omdat ze in de kracht van de Heilige Geest gehoor hebben gegeven aan de oproep: "Gaat uit van haar, Mijn volk" (Openb. 18:4).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1985

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

CHRISTUS? JA! PRIESTERS? NEE!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1985

In de Rechte Straat | 32 Pagina's