In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Een man geen man, een woord geen woord

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een man geen man, een woord geen woord

6 minuten leestijd

Ons land heeft de zegen gehad dat het eeuwenlang onder het beslag van Gods Woord heeft gelegen. Daardoor zijn allerlei bijbelse wijsheden overgegaan in het denken van ons volk. En dat komt weer tot uitdrukking in verschillende spreekwoorden. Kén daarvan luidt: Ken man een man, een woord een woord. Ik beluisterde daarin: "Maar laat uw woord zijn ja ja, neen neen" (Mat. 5:37).

Naar de mate dat een kerk minder luistert naar het Woord v an God en meer naar zichzelf, dus naar het woord van de mens, zullen deze bijbelse wijsheden vervagen en zelfs in het tegendeel omslaan.

Ik heb al eens vaker erop gewezen dat de R.-K. Kerk een andere opvatting over de waarheid heeft dan de Reformatie.

Het grond verschil zit hem daarin dat volgens Rome liegen slechts dagelijkse zonde is. En de straf op de dagelijkse zonde is het vagevuur. De straf in het vagevuur kan echter geheel of gedeeltelijk worden kwijtgescholden door het verdienen van een volle of gedeeltelijke aflaat.

Door te liegen - tenzij er een zware zonde van onrechtvaardigheid bijkomt - kun je dus nooit in de eeuwige hel terecht komen.

Door bij de zonden de nadruk te leggen op de straf die eraan verbonden is, is er een groot gevaar dat men de zonde zelf blijft liefhebben, maar ze hoogstens probeert te vermijden vanwege de daaraan verbonden straf.

Dezer dagen had ik een gesprek met een pastoor in het bijzijn van een predikant en een begaafde jonge vrouw uit de rechtervleugel van de gereformeerde gezindte. Het meisje was nl. sterk onder de bekoring gekomen van het rooms-katholicisme zoals dat door deze pastoor gepresenteerd werd.

De pastoor ontving ons heel vriendelijk. Maar hij zorgde er zoveel mogelijk voor dat een direkte confrontatie met de Schrift werd vermeden.

Ik herkende mezelf van vroeger daarin volledig. Wij wisten het heel goed dat de predikanten ons verre de baas waren, wanneer het ging over de Bijbelkennis. Maar omgekeerd waren de predikanten niet opgewassen tegen onze filosofische scholing. Wij hadden niet voor niets gedurende twee j a a r op het groot-seminarie intens de filosofie en de geschiedenis van de filosofie moeten bestuderen. Wij waren erin getraind om de zwakke plekken in de redeneringen van de ander op te sporen. Onze strategie was er dan ook helemaal op gericht om de tegenstander buiten de gevaarlijke zone van de Schrift te houden. Op het terrein van het verstandelijk redeneren konden wij hen veel gemakkelijker verslaan.

Ik herkende mezelf ook inde manier waarop deze pastoor de leer van zijn kerk zo gunstig mogelijk wilde voorstellen. Zo had ook ik vroeger protestanten naar de R.-K. Kerk gelokt.

Toch was er méér dan dat. Deze pastoor was bovendien getraind in het moderne denken, dat ook de Gereformeerde Kerken veroverd heeft en bezig is het belijden in die kerken steeds meer uit te hollen.

Ik heb daarover geschreven in de brochure "De nacht is vergevorderd" p. 22-32. Ik citeer daaruit:

"De grondtrek van dit nieuwe soort denken kunnen we kort aldus samenvatten: het is niet een thetisch (en dus ook niet een anti-thetisch), maar een synthetisch denken. De Bijbel poneert, verkondigt een these, een stelling en trekt ook de uiterste, profetische konsekwenties van dit positie-kiezen zelfs tot in het martelaarschap toe. De Bijbel roept ons op om de stellingen Gods te betrekken, om als zaad van de vrouw de strijd aan te binden tegen het zaad van de slang. "Staat dan, uw lendenen omgord hebbende met de waarheid en aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid" (Ef. 6:14). En Judas roept ons op om tot het uiterste "te strijden voor het geloof dat eenmaal de heiligen is overgeleverd" (v. 3). De Bijbel poneert, verkondigt met alle stelligheid: Zo is het en niet anders! "Zo spreekt de Heere, de levende God". Maar dit synthetische denken zegt: Zo kan het zijn, we vermoeden het ook, maar het kan tenslotte ook het tegenovergestelde zijn. We zijn samen op weg, op zoek. We zijn ergens, maar we weten niet precies waar.

Dit andere soort denken is altijd op zoek naar de synthese, naar het compromis. Het wil voortdurend stellingen en tegenstellingen overbruggen."

Ik heb ook verder uitgewerkt hoe dit nieuwe soort denken duidelijk doel-gericht is. Het is pragmatisch van aard. Aan de waarheid wordt nauwelijks nog een eigen waarde toegekend. De waarheid moet ergens toe dienen. Ze moet ingeschakeld kunnen worden voor het welzijn van de mensen. Dit nieuwe soort denken is dan ook door en door humanistisch. De mens staat er volkomen in het middelpunt. Het werd mij langzamerhand duidelijk dat deze pastoor zich dit soort denken geheel eigen had gemaakt. Hij kwam dan ook tot de uitspraak dat hij vertrouwde op zijn kerk. Dat is konsekwent. Wanneer je geen vertrouwen hebt in het Woord Gods als absolute Waarheid, dan moet je op een mens of op een groep van mensen (de kerk) gaan vertrouwen.

Hij beweerde wel dat hij geloofde dat de dogma's van de R.-K. Kerk ook in de Schrift te vinden waren. Maar toen ik hem de vraag stelde: Gelooft u daarin omdat de Schrift het zegt of omdat uw kerk, met name de paus, zegt dat het in de Schrift staat, ontweek hij die vraag. Ook toen ik hem vroeg: Neemt u de mogelijkheid aan dat dogmatische uitspraken van de pausen ex cathedra achteraf in strijd blijken te zijn met de Schrift, ging hij daar niet op in.

Ik kreeg al spoedig het gevoel alsof ik tegenover één stuk glibberigheid stond. Ik vroeg hem dan ook: Waarom kunnen we niet in alle duidelijkheid als mannen over de verschilpunten praten en alles toetsen aan de Bijbel?

Ik begon zelfs aan zijn persoonlijke eerlijkheid te twijfelen en zei hem dat ook. "De aanleiding tot dit gesprek was dit meisje, dat blijkbaar onder de bekoring is gekomen van het rooms-katholicisme zoals u het haar voorstelt. Beseft u wel uw verantwoordelijkheid, wanneer ze eventueel lid wordt van uw kerk en straks tot de ontdekking komt dat uw kerk in leer en praktijk heel anders is?".

Later zag ik echter achter hem het grote r.-k. leugensysteem en kon ik toch weer de mogelijkheid van zijn subjektieve eerlijkheid aannemen.

Maar wél begon ik steeds meer mijn persoonlijke machteloosheid te beseffen. Christus heeft gezegd: "Laat uw woord zijn ja ja, neen neen" en Hij heeft eraan toegevoegd: "Wat boven deze is, dat is uit de boze". (Mat. 5:37). "En wat daar nog bijkomt, is uit de boze" (RKV).

En ik herinnerde mij wat Paulus schrijft in Ef. 6:10-20 dat we in wezen niet te strijden hebben tegen mensen van vlees en bloed, maar dat daarachter een heel leger van boze geesten in de luchten ons omringt en tegenover ons staat. En ook herinnerde ik mij het woord van de Heere dat dit geslacht van boze geesten enkel te bestrijden is met bidden en vasten. En vanzelf legde ik toen alles aan de Heere voor en bad in de stilte.

Mag ik u, lezers, naar aanleiding daarvan dan ook dringend verzoeken om voor ons en ons werk te bidden. Bidt voor allen die aan het geestelijk front staan, opdat ze niet moedeloos worden zoals dat even het geval was met Elia. Laten we samen één gemeenschap van biddenden vormen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1985

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Een man geen man, een woord geen woord

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1985

In de Rechte Straat | 32 Pagina's