In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Zij...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zij...

4 minuten leestijd

In IRS sept. p. 3 heb ik betoogd dat Joh. 1:12 vertaald zou moeten worden met: "Zij die Hem ontvangen hebben". Mijn argument daarvoor was dat het Griekse woord "lambanoo" bijna steeds vertaald wordt met "ontvangen", zo bv. ook vier verzen verder in Joh. 1:16.

Maar er zijn nog andere redenen voor aan te voeren. In het huidige Nederlands gebruiken wij het woord 'aannemen' niet (meer) van personen zoals in de tijd van de SV misschien wél het geval was.

Wanneer de postbode aanbelt en ons een pakje aanbiedt, dan nemen wij dat aan. Maar als een vriend bij ons aanbelt, dan nemen wij hem niet aan, maar ontvangen hem met meer of minder hartelijkheid. We heten hem welkom en laten hem binnenkomen.

In die zin gebruikt ook Johannes het woord 'lambanoo' in 2 Joh. 10, als hij schrijft: "Indien iemand tot u komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet en zegt tot hem niet: Wees gegroet".

Wij gebruiken soms het aan het Frans (accepter) of aan het Engels (to accept) ontleende woord 'accepteren'voor personen. Iemand wordt bv. als je collega aangesteld. Als hij je niet ligt, moetje hem toch accepteren, anders vlieg je zelf de laan uit. Ligt hij je wél, dan accepteer je hem van harte.

Maar in die beide gevallen gaat het over een gelijke. In die zin kunnen wij Christus niet accepteren, aannemen. Want Hij is niet onze gelijke, onze collega.

We kunnen Hem zelfs niet als vriend kiezen uit de velen, die zich als onze geestelijke vrienden aan ons presenteren: Boeddha, Chrisnamurti, Mo hammed enz. Hij noemt de Zijnen wél Zijn vrienden, maar voegt er meteen aan toe: "Gij hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren" (Joh. 15:15-16). Daarom ben ik niet zo gelukkig met deze uitdrukking uit een bekend lied: "O kiest Hem als uw vriend nog heden".

Moeten we dan volkomen passief blijven afwachten of en zo ja wanneer Christus iets aan ons wil verrichten?

Nee, dat is niet de boodschap van de Bijbel. In de eerste plaats wil ik weer verwijzen naar het artikel van IRS juni p. 2-3 over het aktieve verwachten op grond van Gods belofte, een artikel dat ik, naar ik meen, voldoende met bijbelse argumenten heb onderbouwd.

En vervolgens: we moeten ook Openb. 3:20 serieus nemen. Daar zegt Christus: "Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen en de deur opendoen. Ik zal tot hem inkomen en Ik zal met hem Avondmaal houden en hij met Mij".

Allereerst wil ik hierbij opmerken dat wij uit onszelf nooit de deur kunnen, beter: willen opendoen. Want Christus binnenlaten betekent dat je er zelf helemaal aangaat. Je moet dan met Hem gekruisigd worden en sterven aan je zelfzuchtige 'ik'. Hij wordt dan volkomen heer en meester in het huis van je hart.

En daar heeft niemand zin in. Zij die zo gemakkelijk zeggen: "O ja, ik neem Jezus wel aan", hebben niet begrepen wat het zeggen wil: Christus bij je binnenlaten. Van nature kunnen we ons alleen maar tegen Christus verzetten, omdat hij niet slechts veel-eisend, maar alles-eisend is.

We kunnen daartoe alleen maar komen, wanneer we tot het inzicht zijn gebracht dat Christus tegelijk de alles-eisende én de alles-schenkende is. Maar dat moet dan wél een inzicht van het hart zijn geworden.

En dat verricht Christus aan en in ons door Zijn Woord en door Zijn Heilige Geest.

Eerst vertoont Hij Zich aan ons als de Wet, als de Volmaakte, die ook van ons eist: "Weest gij dan volmaakt gelijk uw Vader die in de hemelen is, volmaakt is" (Mat. 5:48). Dan sidderen we voor Hem terug: Nee, dat kan en wil ik niet. Ik wil niet zulk een leven van volstrekte dienstbaarheid zoals Hij dat heeft voorgeleefd. Maar daarna (of gelijktijdig) vertoont Hij Zich aan ons als het Evangelie, als de alles Vergevende en alles Gevende. De Heilige Geest maakt Christus tot één en al lieflijkheid voor ons.

En als we Hem dan horen kloppen aan de deur van ons hart, springen we op. Met onze, door Hemzelf vrijgemaakte, wil doen we open. En dan staat Hij daarvóór ons, met die eeuwige glimlach van de ontfermende liefde. Dan val je aanbiddend voor Hem neer en sta je tegelijk weer op, want Hij heft je naar Zichzelf omhoog. Dan sta je in de uiterste verbazing én zaligheid te staren naar deze reine en heilige Zoon van God, die bij je wil binnenkomen om er de gemeenschap met je te vieren in de innigheid van de maaltijd, waarin Hij Zichzelf aanbiedt als je brood en wijn. Dan … ja, "hoe zal ik U ontvangen?".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1985

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Zij...

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1985

In de Rechte Straat | 32 Pagina's