GIJ ZULT ALS GOD ZIJN
… scheppende goed en kwaad
Van 25 tot 31 augustus werd in Ariccia (ten zuiden van Rome) een wereldsynode gehouden van gehuwde r.-k. priesters en van (nog) niet gehuwde priesters, die van oordeel zijn dat het celibaat voor de priesters niet langer als een verplichting mag worden opgelegd.
Aan deze synodevergadering nam ook een gehuwde ex-bisschop deel nl. de thans 65-jarige Argentijn, Jeronimo José Podesta, die op 2 sept. 1962 door Paulus VI gestraft werd met de 'suspensio a divinis' = het verbod van de uitoefening van de wijdingsmacht; voor een bisschop is dat o.a. het verbod om iemand tot priester of bisschop te wijden. De reden was dat hij liefde had opgevat voor een van zijn medewerksters en dat ook openlijk toonde.
Zelf heb ik er ook een moment aan gedacht om die synode bij te wonen. Ik wilde dan van die gelegenheid gebruik maken om te getuigen van de ware vrijheid, die ons deel wordt enkel door het geloof in Christus. Ik wilde hen toeroepen: Niet als de paus jullie de vrijheid geeft (bv. om te trouwen), zijn jullie waarlijk vrij, maar: "Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijn" (Joh. 8:36).
Gezags-dief
Toch heb ik gemeend dat het beter zou zijn deze synode niet bij te wonen. Reden: Het was in wezen een synode van gehuwde priesters, die echter r.-k. willen blijven. Tot op zekere hoogte erkennen zij de paus nog steeds als de hoogste gezagsdrager van de kerk. Dat bleek o.a. uit het feit dat ze een brief naar de paus hebben geschreven met het verzoek het verplichte celibaat voor de priesters af te schaffen.
Door aan die synode deel te nemen zou ik, hoewel ongewild, toch de indruk wekken alsof ook ik de paus als de hoogste gezagsdrager van de christenen zou erkennen; en vervolgens dat ik mijn priesterambt zou hebben neergelegd om te kunnen trouwen. Maar volgens mij is de paus juist de hoogste gezags-dief op aarde, want hij matigt zich het gezag van Christus aan.
U hebt in de pers ook kunnen lezen dat de paus de brief die deze synode van gehuwde priesters hem had gestuurd, ongelezen verscheurd heeft. Ik wil hieronder enkele kanttekeningen vanuit de Bijbel plaatsen naast dit krantebericht.
Zij kenden reeds het goede
In Gen. 3:5 lezen we hoe de duivel Eva ertoe brengt Gods gebod te overtreden door haar voor te spiegelen: "Gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad".
Het goede kenden Adam en Eva reeds. Ze zagen het elke dag om zich heen. Ze zagen het in de pracht van het paradijs, in de gouden zonsondergang, in de heldere maan en in de met miljoenen sterren bezaaide hemel, inde vele bloemen, waarin de bijen zoemden om ze tot bevruchting te brengen, in het spel van de liefde van de dieren, in de tedere zorg van het moederdier voor haar jongen. Voortdurend beaamden zij het: God, gij hebt alles goed, zeer goed, gemaakt. En bovenal kenden zij persoonlijk de Al-goede, de Schepper van alle mooie dingen. Ze mochten vertrouwelijk met Hem omgaan. God had hen geheiligd, dwz. voor Zichzelf afgezonderd. Voortdurend vertoonde Hij aan hen Zijn vriendelijk, vaderlijk aangezicht.
De verlokking van de duisternis
Maar ze kenden nog niet het kwade. Ze wisten heel goed dat het kwade niet slechts "de afwezigheid van het goede" is (zoals later Aristoteles en nog weer later Thomas van Aquino zouden beweren). Als het kwade alleen maar de afwezigheid van het goede zou zijn, zouden ze het kwade immers al kennen nl. langs de weg van de ontkenning van het goede dat ze reeds kenden.
Het kwade is echter - dat beseften zij heel goed - een aktieve macht, een dreigende en tegelijk lokkende duisternis. Aan die verlokking bezweek Eva, toen zij luisterde naar het in de slang geïncarneerde kwaad, de duivel. "En de vrouw zag dat die boom goed was tot spijs en dat hij een lust was voor de ogen, ja een boom die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar en hij at".
Sindsdien is de geschiedenis van de mens een voortgezet kennen van het kwade geworden. Het kwade heeft zich in de meest brute vormen vertoond, pervers, wreed, in de pure wil tot vernietiging, tot vertrappen, vernederen, anderen en zichzelf verlagend.
… SCHEPPENDE goed en kwaad
Maar de grootste triomfen beleeft de duivel, wanneer hij er de mens niet slechts toe kan brengen om het kwade te kennen, maar zelfs om het kwade te scheppen. Adam en Eva zagen het kwade nog als een gegeven buiten hen. Ze wilden het kennen.
Zij wilden aldus aan God gelijk worden.
Maar hun nakomelingen wilden steeds meer God van Zijn troon stoten. Ze wilden niet slechts gelijk aan God worden, naast God, maar in plaats van God komen te staan. "Gij zult als God wezen, scheppende goed en kwaad". Ze zijn zichzelf tot wet, autonoom. Ze maken zelf uit wat goed en kwaad is.
God krijgt opdrachten van de paus
Het meest duidelijke voorbeeld daarvan zijn de pausen. Zij menen wetten te kunnen uitvaardigen, waarvan de overtreding een absoluut kwaad is. Vaak gaan die wetten radikaal in tegen wat God Zelfheeft geboden. En dat ondanks Gods uitdrukkelijke waarschuwing: "Wee hen die het kwade goed noemen en het goede kwaad" (Jes. 5:20).
En dat niet alleen; ze hebben God in dienst genomen als een soort politieman. Wie de wetten van de paus overtreedt, wordt door God Zelf bekeurd en op de eeuwige bon geslingerd. Hij kan die straf alleen ontlopen, wanneer hij meteen (terwijl hij nog op aarde leeft) het voornemen maakt om die zonde zo spoedig mogelijk aan een daartoe door de paus gemachtigde priester te biechten.
Zodoende wordt God tot een knechtje van de paus gemaakt, tot zijn loopjongen die stipt uitvoert wat de paus Hem opdraagt, tot de beul die de door de paus tot de eeuwige dood veroordeelden terechtstelt.
De tegenstander van God
En laten we dat nu nog nader concretiseren: het verplichte celibaat voor de r.-k. priesters.
God zeide: "Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot één vlees zijn" (Gen. 2:24).
De paus echter zegt: "U hebt dat wel als een heilige orde, als een groot goed, bestemd voor 'de' man, maar ik beslis dat de 400.000 priesters van mijn kerk niet een vrouw mogen aanhangen en geen liefdeseenheid met haar mogen vormen in een huwelijk".
God zegt: "Het huwelijk is iets kostbaars; laten we het allen in ere houden" (Hebr. 13:4 RK. Vert.).
De paus zegt: "Maar voor de priesters van mijn kerk is het huwelijk een schande, een stuk smerigheid".
God heeft gewild dat een door de Heilige Geest geïnspireerd boek van de Bijbel geheel zou gewijd zijn aan het bezingen van de sublieme schoonheid van de liefde tussen bruid en bruidegom, tussen man en vrouw, voor élk mens.
De paus vervloekt de priester die deze reine liefde in een huwelijk wil beleven, alsof hij daarmee zijn hele menszijn besmeurt.
God zegt: "Geniet het leven met de vrouw die gij liefhebt, al de dagen van uw ijdele leven, die God u gegeven heeft onder de zon" (Pred. 9:9).
De paus zegt tegen de priesters die getrouwd zijn met de vrouw die ze liefhebben: "Jullie moeten haar verstoten; je moet ze met de kinderen die u bij haar verwekt hebt, wegjagen". De paus eist dus dat deze priesters hun eigen vrouw in feite tot weduwe en hun kinderen tot wees maken. Eens zullen de pausen te maken krijgen met de God die Zich in de Bijbel de beschermer van de weduwen en wezen noemt.
God zegt: "Een opziener (episcopos - waar het Nederlandse woord 'bisschop' vandaan komt) moet de man van één vrouw zijn" (1 Tim. 3:2).
De paus zegt: "Een bisschop in mijn kerk moet de man van geen enkele vrouw zijn".
God zegt ook van de ouderlingen (presbuteroi - waar ons Nederlandse woord 'priester' vandaan komt) dat ze de man van één vrouw moeten zijn (Titus 1:5-6). De paus echter zegt: "Geen enkele priester in mijn kerk mag de man van een vrouw zijn".
God zegt: "Het is beter te trouwen dan te branden van begeerte" (1 Kor. 7:9 RKV).'
De paus zegt: "Voor de priesters van mijn kerk is het beter dat ze branden van begeerte dan dat ze trouwen".
Paulus, geïnspireerd door de Heilige Geest, schrijft: "Hebben wij geen recht een christenvrouw (de SV heeft meer letterlijk: 'een vrouw, een zuster zijnde' bedoeld is: zuster in het geloof - want er staat: 'adelphèn gunaika') mee te nemen zoals de andere apostelen en de broeders des Heeren en Kefas?" (1 Kor. 9:5. RKV).
De paus zegt ofwel: "Daar trek ik mij niets van aan. Ook al was de apostel Petrus getrouwd, ik verbied het huwelijk aan alle priesters en bisschoppen van mijn kerk. Ofwel hij stelt het voor alsof de apostelen en ook Kefas (= de Aramese naam voor Petrus) bij hun reizen steeds een vrouw meenamen zonder ermee getrouwd te zijn.
God vergelijkt in Zijn Woord Zijn liefde voor Zijn volk (Hosea 2:1) en de liefde van Christus voor Zijn gemeente (Ef. 5:25-27) met de liefde van de man voor zijn vrouw in het huwelijk.
De paus straft een priester die een huwelijk aangaat, met de excommunicatie (= de uitsluiting uit de gemeente van Christus), volgens het nieuwe kerkelijke wetboek dat deze paus in 1983 uitvaardigde nl. in canon 1394, par. 1.
God zegt dat een gelovige geen gemeenschap met een hoer mag hebben, omdat zijn lichaam een tempel van de Heilige Geest is (1 Kor. 6:12-20). "Hoereerders… zullen het Koninkrijk Gods niet beërven". "Maar buiten zijn de hoereerders …" (Openb. 22:15).
De paus echter sluit de hoererende priesters niet uit de gemeente. Volgens canon 1395 van het nieuwe kerkelijke wetboek moet een dergelijk priester die publiek de hoeren afloopt, alleen maar gestraft worden met de suspensie = het verbod om zijn priesterlijke funkties uit te oefenen, maar niet met de excommunicatie, de kerkelijke ban. Een wettig gesloten huwelijk van een priester is dus volgens de paus een zeer zware zonde, die met de excommunicatie gestraft moet worden, maar hoererij wordt veel lichter gestraft. Moet de paus die zich opwerpt als verdediger van de morele waarden, in de wetgeving de geringschatting van het huwelijk tegenover de hoererij laten vastleggen? Volgens diezelfde canon wordt zelfs een priester, die kinderen sexueel misbruikt, niet met de excommunicatie gestraft; nogmaals, de vreselijke straf van de excommunicatie is er slechts voor de priester, die zijn, misschien tot dan toe clandestiene, liefdesrelatie wil laten wettigen in een voor Gods aangezicht gesloten huwelijk.
De elfde koning
Steeds meer begin ik te geloven dat dhr. A. Luijben gelijk heeft, wanneer hij in zijn boek: "Door het oog der profeten" schrijft dat de elfde koning van Daniël 7:24 het pausdom is. In v. 25 staat over die elfde koning te lezen: "Hij zal zich tegen de Allerhoogste richten, de heiligen van de Allerhoogste mishandelen en zich vermeten feesttijden en wet te veranderen. Ze zullen aan zijn macht zijn overgeleverd voor een tijd, tijden en een halve tijd" (RK Vert.).
Volgens het nieuwe r.-k. kerkelijke wetboek moeten als zondagen gevierd worden vier feestdagen ter ere van Christus nl. kerstmis, driekoningen (6 januari), de hemelvaart en de eucharistie (= de verandering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus door de transsubstantiatie) en vijf dagen ter ere van heiligen: de onbevlekte ontvangenis en de ten-hemel-opname van Maria, het feest ter ere van Jozef, van de apostelen Petrus en Paulus, en van alle heiligen (canon 1246).
NB. In Nederland was met toestemming van Paulus VI de Maria-ten-hemelopname (15 augustus) als verplichte feestdag afgeschaft, maar mgr. Ter Schure van Den Bosch pleitte er onlangs voor om die feestdag, althans voor beneden de Moerdijk, weer als verplichting in te voeren.
Hoe de pausen de wetten van God veranderd hebben, zagen we reeds in een detailpunt nl. van het celibaat.
Herder?
In canon 331 van het nieuwe r.-k. kerkelijke wetboek geeft de paus zichzelf vele glanzende machtstitels zoals "Vicarius Christi = Plaatsbekleder van Christus", maar ook "Universae Ecclesiae his in terris Pastor = Herder van de gehele Kerk op deze aarde".
Maar het beeld dat Christus van Zichzelf geeft als goede Herder is heel anders. De goede Herder gaat het éne verloren schaap opzoeken in de wildernis. Deze paus echter verscheurt ongelezen een brief van priesters van zijn kerk, die vanwege de wet van het celibaat in grote psychische en geestelijke nood zijn geraakt.
Wat een walgelijk machtsvertoon! Hij heeft dat gebaar verricht voor het aangezicht van het gehele mensdom, want het heeft in alle kranten gestaan. En volgens deze synode van gehuwde priesters zijn er minstens 80.000 gehuwde priesters op de wereld. Daarnaast is er een nog veel groter aantal dat zonder gehuwd te zijn relaties met vrouwen onderhoudt. Uit wat ik vroeger vernam inde biechtstoel en de spreekkamer, krijg ik de indruk dat misschien niet eens 10% hun celibaatsgelofte onderhoudt.
In "Bezinning op het pausbezoek" heb ik geschreven dat deze paus op mij overkwam als iemand die het oprecht meent. Ik begin daar nu aan te twijfelen.
Oecumene met de duivel
Het spijt me heel erg. maar ik kan op grond van de leer en de handelingen van de pausen slechts tot déze harde konklusie komen: Oecumene met de paus en met hen die het pausdom aanhangen, is oecumene met de duivel.
In 2 Thess. 2:8 wordt gezegd: "En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden". Zeer waarschijnlijk moet hier vertaald worden, niet "de ongerechtige", maar "de wetteloze", want de meest waarschijnlijke Griekse tekst is 'anomos', dat is een woord, samengesteld uit de ontkenning 'a' en 'nomos = wet'.
En in v. 7 wordt gezegd dat de verborgenheid, het geheimenis, der wetteloosheid (anomia) reeds in de tijd van Paulus werkzaam was. En die wetteloosheid bestaat daarin dat de mens de grote tegenstander van God wordt, "de tegenstander die zich verheft boven al wat God heet of verering ontvangt, zo zelfs dat hij zich neerzet in Gods tempel en zich voor God uitgeeft" (v. 4 RKV).
Wanneer je vasthoudt aan een door jezelf gemaakte wet, terwijl het duidelijk is dat van de 400.000 r.-k. priesters minstens 350.000 die wet niet kunnen onderhouden, wanneer je die mensen naar de hel blijft verwijzen en aan God opdracht geeft om die straf uit te voeren en tegen alle gehuwde priesters te zeggen: "Gaat weg van Mij gij, door de paus en daarom ook door Mij vervloekten, in het eeuwige vuur", ben je dan niet, ondanks allerlei vrome woorden, als de wetteloze, "zichzelf vertonende dat hij God is" (v. 4 SV)?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1985
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1985
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
