Hoe gelooft u?
Vol verwachting begon ik aan het tweede boek van Péde Bruin:"Wie is uw vader?" (uitg. Bosch en Hoven Groenekan, 203 blz. f 27,50). Het is een grote teleurstelling geworden. Ik kan dit boek dan ook niet aanbevelen.
De belangrijkste reden van mijn teleurstelling, is wat de Bruin schrijft over de leer van de uitverkiezing van Calvijn.
Hij citeert drie plaatsen uit diens Institutie over de uitverkiezing, maar verzwijgt andere plaatsen waar Calvijn duidelijk spreekt over de menselijke verantwoordelijkheid. Een voorbeeld: "De mens valt dus, terwijl Gods voorzienigheid het zo verordineert; maar hij valt door zijn eigen schuld." "Dus door zijn eigen boosheid heeft de mens de zuivere natuur, die hij van de Heere ontvangen had. verdorven. Laat ons daarom liever in de verdorven natuur van het menselijk geslacht de duidelijke oorzaak der verdoeming die ons nader bekend is, aanschouwen dan de verborgen en geheel en al onbegrijpelijke oorzaak in Gods praedestinatie onderzoeken" (Institutie Boek III. hoofdstuk 23, art. 8).
Geen geloof op grond van bewijs
Ik was blij met het eerste boek van Pé de Bruin: "Geen geloof zonder bewijs." Ik had die titel in dezelfde Geest opgevat als het gezegde: "De mens komt niet in de hemel op grond van zijn goede werken, maar hij komt evenmin in de hemel zonder goede werken."
Zo baseer ik mijn geloof niet op bewijzen, want dan zou het geloof geen geloof meer zijn. Maar dat neemt niet weg dat ik mijn geloof op vele wijzen door argumenten aannemelijk kan maken.
Zo baseer ik ook mijn heilsverwachting niet op mijn goede werken, want dan zou de genade (= het heil) geen genade meer zijn. Maar wanneer ik bij mijzelf zou moeten konstateren dat er bij mij geen enkele vrucht van goede werken aanwezig is, geen enkele poging om de liefde te verwezenlijken in mijn leven, geen enkel verdriet om de zonde die ik telkens weer bij mijzelf bemerk en die ik grondig haat, dan is ook mijn heilsverwachting vals, "want het is onmogelijk dat, wie door een waarachtig geloof in Christus is ingeplant, niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid" (zd. 24).
De luchtballon van onze afgod
Maar nu krijg ik de indruk dat Pé daarmee bedoelde: Geen geloof tenzij op de basis van het bewijs. En dan kan ik het niet met hem eens zijn.
Een geloof dat enkel steunt op bewijzen, is geen geloof meer. Een god die uitsluitend de eindkonklusie van een menselijke redenering is, is geen God, maar een afgod.
Zulk een god is dan niet het maaksel van onze handen, een beeld v an hout of metaal, maar het maaksel van ons verstand, een denk-beeld.
Zulk een god is te vergelijken met een ballon, die we zelf vullen met gas en omhoog laten stijgen en hem aan een touw vasthouden, zodat die ballon, ook al staat hij nog zo hoog aan de hemel boven ons, met óns meegaat. Wij beschikken dan over die, misschien reusachtige, luchtballon.
Die ballon, die god, dat produkt van ons eigen denken en willen, hebben we wellicht heel mooi versierd. De gouden en zilveren figuren die we erop getekend hebben, schitteren in de zon. Maar ze verkondigen ónze roem. Ze schetteren het overal rond: "Kijk eens hoe geweldig dat intellekt is die deze god heeft gemaakt! Hem, d.i. die menselijke maker van die god, zij alle eer!"
Ik wist niet eens meer of God bestond
Zelf heb ik vroeger geprobeerd mijn leven op te bouwen enkel op mijn verstand. Krachtens mijn aard ben ik filosoof, denker. Daarom werd ik ook benoemd tot "professor in de filosofie en de geschiedenis van de filosofie aan het groot-seminarie van Tietê in Brazilië."
Wat was het resultaat? "Ik kwam hopeloos vast te zitten. Keek ik de ene kant uit, dan zei ik: Ja, God bestaat. Keek ik de andere kant uit, dan zei ik: Nee, God bestaat niet. Het bestaan van een onveranderlijke God, die vrij de wereld geschapen heeft, is een innerlijke tegenspraak. Maar toen ik zo volstrekt met mijn denken tegen de muur was gelopen…" (Mijn weg naar het licht, 13e druk p. 105). Maar de Heere heeft mij geschonken het geloof dat "een bewijs is der zaken die men niet ziet" (Hebr. 11:1).
Sterren verbleken bij de Zon
En sindsdien "zie" ik dingen, waarvan mijn verstand zelfs geen vermoeden had. Zeker, het is een "geloofszien", maar dan toch een "zien." Ik mag zeggen dat ik ben "ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus" (Hebr. 12:2). En "in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk" (Kol. 2:9). "wie Mij heeft gezien, die heeft de Vader gezien" (Joh. 14:9).
Want "hetgeen het oog niet gezien en het oor niet heeft gehoord en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft voor hen, die Hem liefhebben. Doch God heeft (het) ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods" (1 Kor. 2:9-10).
Wanneer je iets van de heerlijkheid en de liefde van God mag aanschouwen, verbleekt daarbij het krachtigste betoog van het sterkste verstand en het fijnste gespinsel van het meest subtiele redeneervermogen zoals de sterren verbleken, wanneer de zon opkomt.
W aar klopt het hart van de kerk?
En met name is dat het geval met de openbaring van Gods uitverkiezing. Calvijn noemt die terecht het cor ecclesiae = het hart van de kerk.
Voor mijn besef (voor anderen is dat wellicht anders) ben ik God kwijt, wanneer ik Hem niet meer zou kunnen zien als de Uitverkiezende.
God is de volstrekt Onafhankelijke; anders is Hij geen God. Juist daarom hijg ik zozeer naar Hem. omdat ik Hem in wezen nooit grijpen kan. Ik kan alleen maar door Hem gegrepen worden.
Calvijn heeft de Schrift nagesproken. Die is wat de uitverkiezing betreft, vol komen duidelijk. Ik noem slechts twee teksten: "Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader hem trekke" … "tenzij het hem gegeven zij van de Vader" (Joh. 6:44, 65).
Vae soli!
Ik geloof dat hier bij Pé de Bruin het feit zich wreekt, dat hij al die jaren nadat hij de R.-K. Kerk verlaten heeft, voor een groot gedeelte alleen is gebleven. Dat staat ook vermeld in de inleiding van het boek: "Na ruim tien jaar onafhankelijke Bijbelstudie, als dagtaak verricht, publiceerde de oud-journalist Pé de Bruin (59) in 1983 zijn eerste boek: Geen geloof zonder bewijs. Zoals zoveel anderen is Pé de Bruin, onbedoeld, geen lid van een kerk of van een andere groepering."
Maar het oude "Vae soli = wee de eenzame" geldt wel bijzonder voor de gelovige. Niet voor niets wordt tot zeven maal toe in Openb. 2 en 3 herhaald: "Wie een oor heeft, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt."
Als je als gelovige op jezelf blijft staan, verschraal je onvermijdelijk en dan loopje groot gevaar de Bijbel individualistisch, en dus verkeerd, te verstaan. We kunnen dat niet prettig vinden - immers een volmaakte gemeente of gemeenschap van gelovigen vind je nergens - maar zo is nu eenmaal Gods verordening.
Natuurlijk kan een mens soms de roeping hebben om helemaal alleen te staan tegenover de overgrote meerderheid zoals dat met Luther het geval was. Maar dan moet de Heere je daar innerlijk - en liefst ook uiterlijk - ter dege van overtuigd hebben dat dit Zijn wil is.
Het loflied van de uitverkiezing
Pé de Bruin heeft de harteklop van de bijbelse leer van de uitverkiezing nooit gehoord.
Dat is begrijpelijk. Hij (evenals ikzelf) heeft in de R.-K. Kerk alleen maar een karikatuur van die leer gehoord. Vroeger botste ik daar ook tegen op. Ook ik zou het toen Pé hebben nagezegd: "Deze uitermate gruwelijke woorden (van Calvijn) krijgen dan een bijbels jasje aan…" (p. 101).
Maar door gesprekken met gelovigen is mij het licht hierover opgegaan. En nu kan ik van niets heerlijkers zingen dan van deze genadige uitverkiezing van God. Je moet dat ineens gezien, geschouwd hebben. Dan rekt het uiterste in je zich naar omhoog en kreunt in ootmoed en verbrokenheid en juicht in onuitsprekelijke vreugde om déze God.
"ENGLISH LESSONS FROM THE BIBEE", samengesteld door de heer S. Paas. Het is een lesboek, bestemd voor het onderwijs in de Engelse taal, waarbij gebruik gemaakt is van teksten en idioom uit de Engelse Bijbel, f 12,50, uitg. De Bunschoter, Postbus 10, 3750 GA Spakenburg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1985
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1985
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
