In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Twee ex katholieken getuigen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twee ex katholieken getuigen

7 minuten leestijd

We laten hieronder een brief volgen, die de brs. Demedts en Waterval schreven aan charismatische priesters, nadat zij met hen een gesprek hadden gehad. Het doet ons bijzonder deugd te constateren, hoe bij hen het ambt van de gelovige funktioneert, het beroep op Gods Woord dat aan elke gelovige, dus niet slechts aan de kerkleiders, is gegeven.

Bedankt voor uw reactie. Wij meenden daaruit te mogen concluderen dat naar uw inzicht de kath. charismatische beweging (hierna: k.ch.b.) van grote waarde is voor de verkondiging van het heil in Christus binnen de R.-K. Kerk. Hierover zijn wij zeer bezorgd.

Een ander evangelie

Uit diverse contacten met vooraanstaande mensen in de k.ch.b. en uit aan ons toegezonden informatiemateriaal is ons duidelijk gebleken dat het "evangelie" dat de k.ch.b. predikt nog steeds hetzelfde "evangelie" is dat de R.-K. Kerk al vanaf het Concilie van Trente verkondigt. Dit "evangelie" is er een waarvan Paulus spreekt in Gal. 1:6-11 en dat hij een ander, en dus geen, evangelie noemt. Ook in ons eigen leven hebben wij dit "evangelie" als duisternis ervaren en hebben door Gods genade na een moeizame weg het licht van het ware bijbelse evangelie gevonden. We willen nu echter wat concreter worden.

Kruisig uw verstand

Ten eerste willen we erop wijzen dat de k.ch.b. de Schrift niet aanvaardt als het alleen gezaghebbende Woord van God. Willens en wetens bindt men zich aan de overlevering van het r.-k. leergezag. (Inde Dogmatische Constitutie van de kerk, nr. 25, staat letterlijk: "De uitspraken van de paus zijn niet vatbaar voor beroep op enig ander oordeel"). Een van de mensen uit de k.ch.b. met wie wij gesproken hebben, verklaarde ons duidelijk dat het r.-k. lidmaatschap met zich meebrengt dat de onderwerping aan het leergezag van pausen en bisschoppen een noodzakelijke "kruisiging van het verstand" vereist. Is dit echter niet gewoon kritiekloze en slaafse gehoorzaamheid aan mensen en veroordeelt de Schrift dit niet duidelijk? (Zie Matt. 15:6 en Joh. 10:35). Het afschuwelijke is echter dat vanuit Rome een dergelijke slaafse gehoorzaamheid ook werkelijk wordt afgedwongen. Immers, een ieder die het absolute gezag van de paus (dus ook op grond van Gods Woord) in twijfel durft te trekken, wordt door de pausen ver vloekt. Aldus Pius XII in de encycliek waarin hij het dogma van de Maria-tenhemel-opname afkondigde in 1950.

Afbreuk aan de Verlossing

Vervolgens willen we graag de leer van de k.ch.b. ten aanzien van de Verzoening aan de orde stellen. Ook hier wijst men een onbijbelse weg. Men houdt vast aan het Roomse standpunt dat de zondaar het heil van Christus slechts deelachtig kan worden, indien hij trouw de kerkelijke sacramenten ontvangt. Men wil wel wijzen op het werk van Christus, maar men doet toch duidelijk afbreuk aan dit verlossend werk door de mensen te binden aan menselijke instellingen die in de Schrift "werken der wet" genoemd worden. (Zie Rom. 3:19, 20 en Gal. 2:15, 16). Daarvan weten we toch dat dit een heilloze weg is. Dit komt ook tot uiting in m.n. de visie die binnen de k.ch.b. leeft t.a.v. de eucharistie. Men belijdt de klassieke leer van het concilie van Trente die volgens de 22e zitting, canon 3, luidt: "De mis is een offer voor de verzoening van de zonden." Hoe duidelijk is dit in strijd met de Schrift! (Zie Hebr. 7:23-27, 10:12, 14).

Terug naar de biechtstoel

Voorts ontkracht men het Woord van God door opnieuw te wijzen op de noodzaak van het sacrament van de biecht voor de vergeving van zonden. Hoe kan men hier toch zo star vasthouden aan het middelaarschap van de priester in het licht van Joh. 6:47, 1 Joh. 1:7-9, 2:1-2? Wij mogen immers toch direkt tot Christus gaan? (Zie Matt. 14:28 en 1 Tim. 2:5). Toch leert Rome: "Indien iemand ontkent dat de sacramentele Biecht krachtens goddelijk recht is ingesteld en noodzakelijk is tot het heil, die zij vervloekt" (Conc. van Trente, 14e zitting, canon 6). U is wellicht bekend dat onlangs paus Johannes Paulus II in een "Apostolische Vermaning" (van 2 dec. 1984) en Mgr. Simonis in zijn Vastenbrief van februari 1985 (waaruit het volgend citaat: "De zonde juist in haar diepe ernst - dus in de zin van een echte verbroken relatie met God - kanalleen maar door de gewijde bedienaar worden vergeven.") weer gewezen hebben op de noodzaak van de persoonlijke biecht.

Samenvattend dient dan ook opgemerkt te worden dat helaas ook de aanhangers van de k.ch.b. door hun leerstellige trouw aan Rome de eeuwige Zoon van God van eer beroven die Hem krachtens Zijn zaligmakend werk toekomt. Ter afsluiting van deze brief willen we nog op twee kenmerken van de k.ch.b. wijzen die ons in onze contacten zijn opgevallen.

De Geest voert niet naar dwaalleer

Het eerste kenmerk is dat zij een grote nadruk legt op de werking van de Heilige Geest en Zijn genadegaven. Op zichzelf is dit toe tejuichen. De vraag mag echter toch gesteld worden of het mogelijk is dat de Geest (van wie de Schrift getuigt dat Hij de weg wijst tot de volle waarheid - Joh. 16:13 - en Christus verheerlijkt-Joh. 15:26, 16:5-15) wedergeborene christenen overgeeft aan bovengenoemde dwaalleringen. Wij menen van niet. Ja nog sterker, wij hebben stellig de indruk dat indien de k.ch.b. een waarachtig werk van Gods Geest zou zijn, dat dan de kerkelijke hiërarchie geen steun zou betuigen en zich er onmiddellijk van zou distanciëren. Is dit alleen niet al een bewijs voor het feit dat de k.ch.b. in werkelijkheid netjes in de pas van Rome blijft lopen, hetgeen strookt met onze bevindingen?

Open houding?

Dat er individuele mensen binnen de k.ch.b. oprecht God willen zoeken en Hem willen dienen, staat voor ons buiten kijf. Het gaat er ons om aan te tonen dat alles erop wijst dat de k.ch.b. als geheel door Rome gebruikt wordt, enerzijds om mensen binnen het kerkelijk systeem vast te houden, anderzijds- en dit betreft het andere kenmerk - om in de richting van evangelische christenen de indruk te wekken dat oecumenische toenadering Rome zeer dierbaar is. Deze tweeslachtige houding blijkt verder ook hieruit dat in contacten met protestanten de k.ch.b. angstvallig de fundamentele theologische verschillen of verdoezelt of gewoon niet ter sprake brengt (onder het motto van: "Laten we het liever niet hebben over wat ons scheidt maar wat ons bindt"), terwijl men als mensen van de k.ch.b. onderling zich zonder blikken of blozen overgeeft aan bijv. de verering en aanroeping van Maria en de heiligen. Onze vraag is: getuigt dit van een gezonde open houding?

Tweesnijdend zwaard

Wellicht vindt u de toon van onze brief te scherp. Dat kunnen we begrijpen. We hebben echter ondervonden dat hier alleen een profetische manier van spreken en schrijven de juiste is. Immers, gebruikt als toetssteen, is het Woord van God zelf scherper dan een tweesnijdend zwaard (Hebr. 4:12), dus ook waar het de onwaarachtige leer van de k.ch.b. betreft. Derhalve wilden ook wij zeifin trouw aan de Schrift geen zoetsappige, vergoelijkende wijze van spreken gebruiken. Het gaat hier immers om zaken van eeuwig leven of eeuwige dood. De Schrift eist toch van ons dat we de geesten beproeven (zie 1 Joh. 4:1-6) en dat we ongerechtigheid, en dus ook dwaalleer, ontmaskeren (zie Ef. 5:11)? Wij zouden willen dat allen die zeggen onvoorwaardelijk voor de Schrift te buigen, ook metterdaad de Schrift serieus zouden nemen en dus een ondubbelzinnig standpunt zouden innemen. Wij kunnen ons helaas niet aan de indruk onttrekken dat vele evangelische christenen, deels uit onwetendheid maar deels ook willens en wetens, zich schuldig maken aan dezelfde tweeslachtigheid die ook de k.ch.b. vertoont. Hoe kan men zich als christen toch ooit verbonden voelen met hen die de zaligmakende leer van "de rechtvaardiging door het geloof alleen" loochenen? Al het andere berooft de Heere God toch immers van Zijn eer? Wij zouden dan ook nadrukkelijk willen waarschuwen dat men rooms-katholie

ken die tot geloof zijn gekomen, niet moet verwijzen naar de duisternis van de k.ch.b. Men moet hen de raad geven zich aan te sluiten bij een Schriftgetrouwe gemeente.

Broeders in Christus, wij binden u op het hart: vergewis u van de feiten en neem duidelijk stelling. Nogmaals, het gaat ons-en ook anderen - er niet om om personen te treffen, maar om de leer waarvan we overtuigd zijn dat deze regelrecht naar het eeuwige verderf leidt. In Hem verbonden,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1985

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Twee ex katholieken getuigen

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1985

In de Rechte Straat | 32 Pagina's