Mijn eerste communie
Als je 8 of 9 jaar bent, staat er iets groots voor je te gebeuren: de eerste communie (ter verduidelijking voor protestantse lezers: het ontvangen van het gewijde misbrood).
Dat betekent datje dan het lichaam van Christus gaat eten. We luisterden dan ook met grote oren, wanneer de pastoor ons probeerde te verklaren, hoe dat in zijn werk ging.
Hij stond voor de moeilijke taak om aan ons, kinderen van 8 a 9 jaar, het geheim van de transsubstantiatie uiteen te zetten; dat is de leer dat in de mis de substantie van brood en wijn veranderen in het lichaam en bloed van Christus, terwijl de uiterlijke hoedanigheden hetzelfde blijven.
Al zijn didaktische vermogens riep hij te hulp om ons dat bij te brengen. Hij begon op een bijna fluisterende toon. Maar al vrij snel begon zijn stem op te lopen, tegelijk met het blozen van zijn priesterlijke kaken.
Wij - o die boze schooljeugd! - hadden er plezier in om zijn stemvolume zo hoog mogelijk te laten oplopen en om zijn konen wijnrood te krijgen. Daarom zochten we naar veel bezwaren of althans naar vragen, waarop hij dan weer in kon gaan. Wanneer hij er genoeg van kreeg voortdurend te moeten kaatseballen tegen onze harde koppen, riep hij tenslotte uit: "Het is een dogma van de kerk."
Overigens moet ik eerlijk bekennen dat wij meer geïnteresseerd waren in het grote feest daarna, dan in de communie zelf. Onze brave pastoor had dat echter niet in de smiezen en wij lieten hem in zijn waan.
De Heilige, Katholieke, Apostolische Kerk van Rome
Een van de kinderen had protestantse ouders - 'ketters' noemde onze pastoor hen. Zijn vragen deden onze pastoor soms bijna uit zijn vel springen. Hij heette Pedro en was van mijn leeftijd. Vaak ging zijn vinger omhoog en dan begon hij steeds op dezelfde manier: "Mijnheer pastoor, mag ik een vraag stellen?"
Met opgetrokken wenkbrauwen keek zijne eerwaarde vanuit de lessenaar op hem neer en gaf hem toestemming met zijn vragen voor de dag te komen.
"Mijnheer pastoor, als de hostie (het brood, de ouwel) verandert in het lichaam van Christus, hoe kan het dan dat een mens wanneer hij de communie ontvangt, zich niet verslikt?"
"Zwijg, brutale vlegel", antwoordde de pastoor, "weet je niet dat er geheimen zijn, die een mens niet kan begrijpen?"
"Maar als we het toch niet kunnen begrijpen, waarom moeten we dan al die vragen van de catechismus van buiten leren?"
De wenkbrauwen van de pastoor fronsten zich nog meer: "De Heilige Moeder, de Katholieke, Apostolische Kerk van Rome leert het en dan hebben wij dat eenvoudig aan te nemen."
Wij wisten dat, wanneer hij al die plechtige titels van de kerk erbij haalde, het beter was om te stoppen met vragen.
Het Nieuwe Testament
Maar het toppunt van brutaliteit, althans in de ogen van de pastoor, beging
Pedro, toen hij enkele dagen voor de grote dag van de eerste communie een boekje uit zijn zak haalde om daarmee zijn gelijk te bewijzen. (Hij was blijkbaar goed geïnstrueerd door zijn ouders). Het boekje leek op een missaal, maar bleek het Nieuwe Testament te zijn.
Hij rukte Pedro het boekje uit de handen en proklameerde: "Dat boek mogen alleen de priesters lezen en dan moeten ze daarvoor bovendien nog verlof van de bisschop hebben." (Bedoeld zal zijn een protestantse vertaling van het N.T. Om die te mogen lezen moest je vroeger, ook als priester, daarvoor apart verlof hebben van de bisschop. H.J.H.). "Ik neem dat boekje mee en je krijgt het niet meer terug." Pedro mocht voorlopig de catechismuslessen niet meer volgen.
Maar wij probeerden uit solidariteit met de uitgebannen Pedro het de pastoor zo moeilijk mogelijk te maken met onze vragen.
Mijn droge keel
Op de avond vóór de grote dag moesten we allemaal biechten. Daarover hoop ik een volgende keer wat te zeggen. Ons werd op het hart gebonden niet meer te zondigen, opdat we de volgende dag waardig ter communie zouden kunnen gaan.
Vanaf 's nachts twaalf uur moesten we bovendien vasten. We moesten geestelijk en lichamelijk rein zijn.
Op de grote dag dromden we eerst nog samen in de sacristie. De pastoor herhaalde nog eens de belangrijkste instrukties. "In geen geval mag je op de hostie kauwen, want het is het lichaam van Christus."
En misschien was de dreigende toon waarmee hij ons dat inprentte, de oorzaak van de tragedie die zich weldra aan mij ging voltrekken.
Ik was het laatst aan de beurt om de hostie (ouwel) op de tong gelegd te krijgen. Normaal lost de ouwel zich snel op vanwege het speeksel. Maar vanwege de nervositeit waren mijn mond en keel helemaal droog geworden.
Toen de ouwel in mijn mond werd gedeponeerd, kwam hij meteen in mijn droge keel terecht en dat veroorzaakte een hevige braakneiging. Ik was zo vol consternatie, dat ik naar de sacristie rende en vandaar naar huis.
Ik was ook niet meer in staat om daarna nog mee te doen met het feest dat ze thuis klaar hadden gemaakt. Een jaar daarna deed ik mijn eerste communie in een andere parochie.
Zeker, het Heilig Avondmaal is een geheimenis. Maar dat is iets anders dan een filosofische puzzle zoals de filosofie van de transsubstantiatie.
Het Avondmaal is de uitbeelding en bezegeling van het geheimenis van een heilige God, die ons, zondaars, voor altijd van Zich moest wegwerpen krachtens Zijn gerechtigheid, maar die ons krachtens Zijn barmhartige liefde genadig wil aannemen in en door Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1985
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1985
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
