In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Alleen maar…vertrouwen!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Alleen maar…vertrouwen!

4 minuten leestijd

Het Evangelie is zo ontzaggelijk eenvoudig. Een kind kan het begrijpen (Mat. 11:25).

Maar juist daarom is het voor volwassenen misschien zo moeilijk.

Ik weet nog heel goed dat voor mij daarover voor het eerst het licht opging. Daar en toen, in Brazilië, toen op die avond, kwam ineens het vermoeden in mij naar boven:

"Zou het dat zijn? Vraagt God dan alleen maar vertrouwen in Zijn liefde, een liefde die zo groot is dat Hij mij ondanks al mijn zondigheid alles wil vergeven en mij als Zijn kind wil aannemen?"

Dus niet door de sakramenten? Ik hoef mij dus niet af te vragen of ik welaan al die voorwaarden die de R.-K. Kerk stelt voor de geldigheid van de sakramenten, met name van de biecht, heb voldaan?

Dus niet door bemiddeling van mensen? Er is dus geen paus, die zich als een middelaar tussen God en de mensen mag opstellen en die weer de priesters als tussenmiddelaars mag aanstellen?

Die paus heeft dus niet het recht om aan die éne voorwaarde die Christus heeft gesteld nl. het vertrouwen in Hem, iets en zelfs heel veel toe te voegen?

Dus ook niet door andere middelaars in de hemel? Ik ben dus ook niet afhankelijk van de gunst van Maria, die ik moet zien te verwerven door veel tot haar te bidden, door mij helemaal aan haar toe te vertrouwen, door overal en altijd haar naam groot te maken.

Dus zelfs niet op grond van mijn eigen goede werken? Al dat geploeter in het klooster, die lichaamskastijding, die zelfvernedering, het was allemaal niet nodig om Gods genade te verdienen?

En ik had meteen begrepen dat, als dat het Evangelie zou zijn, dat vertrouwen zich helemaal moest en mocht concentreren op Christus. Ik voelde aan, dat de Vader aldus de Zoon wilde eren, doordat Hij die Zichzelf gaf tot in de kruisdood om ons te redden, dé Middelaar, de Enige (1 Tim. 2:5), zou worden op Wie al ons vertrouwen zich zou moeten richten. In Christus vertrouwen zou tegelijk zijn: vertrouwen in de Vader. "Want alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve (te gronde ga), maar eeuwig leven hebbe" (Joh. 3:16).

Toen ik dat had gezien, steeg er een grote warmte in mij naar boven, een warmte die zich richtte op die éne, wonderbare Figuur, die mens-geworden Zoon van God, het Woord dat vlees is geworden. Ik zag Hem daar, in die raadselachtige glimlach, als de weerglans van Gods onvergankelijke liefde.

Nóg durfde ik dit niet meteen te aanvaarden. Het was te mooi om waar te zijn, te groot. Het kwam over mij als vanuit een andere dimensie. Van zulk een liefde had ik nooit durven dromen: Een rechtvaardige God, mijn Wetgever en Rechter, die alle, alle reden had om mij te veroordelen tot de eeuwige dood, maar die in plaats daarvan Zijn eigen Zoon geeft om mij, nogmaals een dóór en doorzondig mens, te kunnen vrijspreken en mij als Zijn kind aan Zijn boezem te kunnen drukken, terwijl Hij niet meer horen wil over mijn schuldige verleden: het is voorgoed weggewist met het bloed van Zijn eigen Zoon.

In het begin zag ik het geloof dat God van mij vroeg, als een soort tegenprestatie, als het éne goede werk in plaats van de vele goede werken die in de R.-K. Kerk van mij geëist werden, wilde ik het eeuwige leven verwerven.

Later begon ik in te zien dat het geloof in Christus eigenlijk niet een voorwaarde kan genoemd worden. Door dat geloof omhels ik alleen maar de liefde van God. Door dat geloof word ik één met Christus. Daardoor vertrouw ik mij helemaal aan Hem toe en ontvang aldus al de zegeningen, die Hij voor mij verdiend heeft. En nog weer later zag ik dat dit gelovig vertrouwen bovendien een geschenk van God is. Zijn Heilige Geest heeft het in mij gewekt door het Woord.

Maar op dat moment interesseerde mij dat ook niet erg. Ik zag Gods liefde levensgroot voor mij staan in Christus. Ik werd onweerstaanbaar tot Hem getrokken, zoals Hij door het Woord Zich aan mij openbaarde. Toen kón ik alleen maar zeggen: "Ja, Heere, ik vertrouw helemaal op U." En op datzelfde moment ervoer ik de waarheid van Zijn belofte: Ik wist dat mijn zonden vergeven waren en het eeuwige leven stroomde door mij heen.

En sindsdien heb ik op allerlei wijzen geprobeerd om dit eenvoudige Evangelie aan mijn vroegere geloofsgenoten duidelijk te maken, biddend dat de Geest ook hen zou verlichten. Sindsdien heb ik helaas ontdekt dat ook in protestantse kringen soms die eenvoud van het Evangelie verduisterd wordt. O God, wees ons, zondaars, genadig!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1985

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Alleen maar…vertrouwen!

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1985

In de Rechte Straat | 32 Pagina's