Wat is geloven?
De vraag over de juiste benaderingsmethode is belangrijk. Maar veel ernstiger is de vraag naar de achtergronden van waaruit wij die vraag beantwoorden. In dit artikel wil ik proberen door te stoten naar die achtergronden.
Hier dreigt dan wel sterker nog dan in de andere artikelen het gevaar dat mijn visie daarover overkomt als een oordelen over het geloofsleven van anderen. En met nadruk wil ik herhalen dat dit heslist niet mijn bedoeling is. Ik wil slechts mogelijkheden aan de lezers voorleggen.
Is geloven het aanhangen van een aantal waarheden?
Zo heeft het eerste Vatikaanse Concilie het geloof gedefinieerd. "Met goddelijk en katholiek geloof moeten al die dingen geloofd worden, die in het geschreven of overgeleverde Woord van God vervat zijn en die de Kerk hetzij in een plechtige uitspraak hetzij door het gewone en universele leergezag als van Godswege geopenbaard als te geloven worden voorgehouden" (Denzinger's Enchiridion, nr. 1792).
Als we dat voor ogen houden, dan kunnen wij begrijpen wat Trente heeft uitgesproken: "Indien iemand beweert dat… hij die geloof bezit zonder liefde, geen christen is, die zij vervloekt" (zesde zitting canon 28).
Trouwens ook volgens Trente richt het geloof zich op waarheden. Door het geloof "geloven wij dat alles wat van Godswege geopenbaard en beloofd is, waar is" (zesde zitting caput 6).
Geloven is gebroken worden
Wij hebben allen de neiging om het geloof zó op te vatten. Dan kunnen we onszelf nog volledig handhaven. We hoeven dan niet op de knieën. We kunnen net als de Farizeeër vooraan en rechtop in de tempel (de kerk) staan.
Maar 'geloven' volgens de Bijbel is in wezen niet het aannemen van 'iets', maar van Iemand nl. van de Zoon van God, die mens is geworden om hen die zich aan Hem in geloof toevertrouwen, te redden van de eeuwige dood die zij verdiend hebben.
Wanneer je tot zulk een geloof komt, blijft er niets meer van je over. Dan kun je alleen maar door de grond zakken van schaamte. Dan leer je jezelf kennen in het licht van Gods heiligheid en liefde, zoals die geopenbaard wordt in Jezus Christus.
Je ziet dan die grote liefde Gods en daartegenover je eigen liefdeloosheid. Je ziet dat God het enige Middelpunt is en moet zijn van het ganse heelal, ook van jouw leven.
Maar je ontdekt dan daartegenover je eigen gruwelijke egoïsme. Het is'ik, ik, ik' datje zondige hart voortdurend tikt. Alles heeft vanaf je vroegste jeugd gedraaid om dat eigen aanbeden ikje. Daarvoor moest alles en iedereen wijken.
O je kon die ikdrift op allerlei wijze camoufleren, soms onder heel mooie voorwendsels en met de allervroomste woorden. Je kon jezelf heel nederig voordoen, terwijl je er in wezen niets van meende. Die nederigheid was vals en je wilde ze alleen maar gebruiken om de lofprijzingen van anderen uit te lokken, dus om naar complimentjes te vissen.
En als je dat door de verlichting van de Heilige Geest (ineens) bent gaan zien, dan walg je van jezelf. Je bent er kapot van. Je had niet gedacht dat het zó erg was. Je klaagt jezelf dan heel diep aan. Je ziet jezelf als een brutale dief van Gods eer, een Majesteitsschenner, een ondankbare hond tegenover God.
Geloven is vertederd worden
Maar tegelijk word je vertederd door Gods liefde. Je weet datje Hem op allerlei wijze beledigd hebt, dat je ten diepste vijandig tegenover Hem stond. Je hebt zozeer in aanbidding voor je eigen 'ik' neergeknield gelegen, dat je desnoods over lijken wilde gaan om dat 'ik' op zijn troon te kunnen handhaven. Je voelt dat er diep in je een haat was tegen God, omdat die door Zijn geboden de uitleving van je ikdrift wilde verhinderen. Je zou ook Hem wel uit de weg willen ruimen, als je dat kon, om zo volop je ikdrift te kunnen uitrazen.
En nu zie je die God op je afkomen, NIET met de opgeheven vuist, klaar om je te verpletteren onder Zijn gerechtvaardigde toorn, maar met een gelaat dat straalt van vergevende liefde, met handen waarin Hij Zijn eigen Zoon als Offerlam voor jouw zonden aanbiedt.
Als de Heilige Geest een mens die liefde heeft laten zien, dan kan hij daar niet meer tegenop en hij wil het ook niet meer. Dan kan hij alleen maar schreien in verootmoediging en zelfaanklacht én in vreugde over zulk een vergevend God.
Geloven is worden als een kind
Maar van nature wil niemand van ons zó in zijn hemd komen te staan. Instinktief verzet onze ikdrift, onze hoogmoed, zich tegen zulk een vernedering. We klampen ons aan van alles vast om deze ontluistering van onszelf te voorkomen. En één van de meest voor de hand liggende oplossingen, die we zoeken, is dat we het geloof beschouwen als het aannemen van waarheden.
Zo zag Nicodemus het ook: "Rabbi, wij weten dat… "(Joh. 3:2). Maar Jezus gaat daar meteen radikaal tegen in: "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Tenzij dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien."
Dat wil dus zeggen: "Nicodemus, Ik kan op dit niveau niet met je praten. Je zult Mijn eigenlijke bedoelingen tóch niet kunnen begrijpen. Dan moet er eerst een diep-ingrijpende verandering bij je plaatsgrijpen. Je zult moeten worden als een kind. En die verandering kun je zelf niet tot stand brengen. Die moet als een geschenk van Boven, van de Heilige Geest, over je komen."
Nicodemus was ook in het Verbond
Een ander middel om aan die noodzaak van de wedergeboorte en de persoonlijke bekering te ontkomen, is om te vluchten in een leer van het Verbond.
Dan redeneer je: "Ik ben uit gelovige ouders geboren, dus in het Verbond Gods ingeschreven. Dat is bovendien aan mij bevestigd in de Doop. Dus mag ik van de veronderstelling of zelfs van de zekerheid uitgaan dat ik alle weldaden van het Verbond, dus ook de wedergeboorte en de persoonlijke bekering, heb ontvangen. Daarom nu geen gezeur meer van mensen, die je de indringende vraag stellen: Bén je wel echt wedergeboren? Ben je wel echt tot bekering gekomen? Heb je alleen maar wat waarheden of heb je Christus aangenomen als je enige en volkomen Zaligmaker (Joh. 1:12)? Ik ben in het Verbond en nu rest mij slechtsde taak om te leven overeenkomstig de eisen van dat Verbond."
Een vraag: Maar Nicodemus was toch óók in het Verbond? En dat Verbond was aan hem bezegeld door de besnijdenis. Hij was ook een vroom Farizeeër en in die zin een oprecht gelovige. Want hij zocht Jezus op in de nacht.
En desondanks zei Jezus niet tegen hem: "Je hebt alle weldaden van het Verbond ontvangen. Dus ik kan meteen met je praten, omdat je vanzelfsprekend als besnedene wedergeboren bent."
Samenraapsel van ethische waarheden?
Wanneer wij altijd maar strijden tegen het rijtje: "abortus, euthanasie, homofilie enz." en bovendien nog de paus en de bisschoppen als geestverwanten aanvaarden, wekken we dan niet tegenover iedereen, met name ook tegenover de roomskatholieken, de indruk dat de goede christenen die zich verenigen in de EO. niet veel meer zijn dan een rechtse club?
Zo verduisteren wijzelf de heerlijkheid van het Evangelie van Jezus Christus. Zo moffelen wij de glans van Gods neerdalende liefde weg achter ons rijtje ethische waarheden.
Moeten we onze vreugde in Christus bedwingen?
Petrus schrijft: "In Hem (Christus) verheugt gij u met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde" (1 Petr. 1:8).
Ik neem aan dat de leden van het diskussieteam "Deze week" deze heerlijke en onuitsprekelijke vreugde in Christus ook bezitten. Maar waarom komt dat dan nooit tot uitdrukking in hun gesprekken, waarvoor - laat ik dat even uitdrukkelijk zeggen - ik overigens veel waardering heb. Menen ze dat het niet betaamt om aan die vreugde uitdrukking te geven? Denken ze dat Christus van hen vraagt dat ze altijd maar weer, zaterdag op zaterdag, die vreugde bedwingen moeten, zodat de luisteraars er niets of zo weinig mogelijk van bemerken?
Persoonlijk geloof ik niet dat Christus dat van ons vraagt. Ik ben overtuigd dat wij die vreugde in Hem aan iedereen mogen (en zelfs moeten) zichtbaar maken, opdat ook anderen naar die vreugde gaan verlangen.
Geloven is leven in voortdurende afhankelijkheid
Geloven is je niet één keer kind weten nl. bij je wedergeboorte, je bekering, maar is voortdurend leven in de afhankelijkheid van de Heilige Geest.
Broeders en zusters, ook ons christelijke leven is onvruchtbaar, wanneer het niet telkens bedauwd wordt door de Heilige Geest. Tot het einde van ons leven zullen we in die afhankelijkheid van de Geest moeten leven. Anders krijgt het 'vlees', onze vroegere ikdrift, weer alle kansen. Dan gaan we ons op allerlei wijze gewichtig en geweldig vinden. Dan zoeken we opnieuw onze eigen eer.
Geloven is je altijd weer kinderlijk afhankelijk weten van Jezus Christus, die ons leiden wil door Zijn Woord en Zijn Heilige Geest, uit pure genade.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1985
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1985
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
