… op het zand van menselijke redeneringen
Christus wilde Zijn gemeente niet op mensen bouwen. Hij wist: "Ook al is elk mens een leugenaar. God is waarachtig" (Rom. 3:4; een citaat uit ps. 116:11). Daarom staat er van Hem geschreven: "Maar Jezus van Zijn kant had geen vertrouwen in hen, omdat Hij allen kende. Hij wist water inde mens stak en daarom was het niet nodig dat iemand Hem over de mens inlichtte" (Joh. 2:24-25). En zou Jezus die Zelf geen vertrouwen had in de mens, ons dan met huid en haar, met ziel en lichaam, voor tijd en eeuwigheid overleveren aan de mannen, die te Rome zetelen?
Zou Hij mens zijn geworden, geleden hebben en de vreselijke kruisdood gestorven zijn om ons tot geestelijke slaven te maken, die alleen maar de zegekar van de pausen mogen trekken?
De vrijheid die Christus bracht
Mozes was de leider, die Israël bevrijdde van het slavenjuk van de farao's van Egypte. Christus is de tweede Bevrijder, die ons waarlijk vrijmaakt (Joh. 8:36). Tegenover de heerlijkheid die Hij bracht, zinkt die van Mozes in het niet. "Wat eens heerlijkheid scheen, is eigenlijk geen heerlijkheid, vergeleken bij deze alles overtreffende heerlijkheid" (2 Kor. 3:10).
Maar hoe kan men de 'vrijheid' die Christus is komen brengen, 'heerlijkheid' noemen, wanneer die zou betekenen dat wij ons blind, onder de bedreiging van de eeuwige dood in de hel, zouden moeten onderwerpen aan de uitspraken van een absolute alleenheerser in Rome? Zo alomvattend was zelfs de dictatuur van de farao niet.
Dat Christus de Zijnen niet wilde knechten onder een absolute heerschappij van Petrus, blijkt ook daaruit dat Mattheiis vlak daarna tegen dezelfde Petrus zegt: "Ga weg, satan, terug!" (v. 23). Nee, Christus wilde Zijn gemeente niet bouwen op een mens, die wél het ene moment kan spreken vanuit een openbaring die hij van de Vader heeft ontvangen (v. 17), maar het volgende moment spreekt vanuit een openbaring van de Satan en daardoor zelf een satan, een tegenstander van Christus, wordt (v. 23).
"De poorten der hel' zouden heel gemakkelijk een gebouw met zulk een wankel fundament kunnen "overweldigen" (v. 18). De Satan zal proberen de apostelen "te ziften als de tarwe" (Lk. 22:31). En Petrus valt dan volledig door de mand. De Satan brengt hem ertoe zijn Meester onder ede te verloochenen. Moeten wij desondanks zulk een zwakkeling verheerlijken als het fundament van de kerk van alle tijden? Moeten we ons vertrouwen stellen op dit soort mensen? - en zo zijn wij allemaal, ook de pausen, d.i. slap, zondig, ellendig.
Niet op Petrus als persoon
Maar ik kom weer terug op die beeldspraak die Jezus gebruikte: "Gij zijt Petros en op deze petra zal lk mijn gemeente bouwen." Daarop grondende pausen hun macht. Petros en petra betekenen beide rots, steen, rotssteen. Waarschijnlijk betekent 'petra' meer de rots in zijn massiviteit, en petros de delen van een rots, afgebrokkelde stukken rotssteen.
Ik meen echter dat de argumenten voor dat onderscheid niet doorslaggevend zijn. We kunnen daarom niet met zekerheid zeggen dat Mattheús daarmee wilde aangeven dat Petrus slechts een steen uit de Rots, Christus, is. Het enige dat we met zekerheid kunnen zeggen, is dat Mattheús, doordat hij twee verschillende woorden gebruikte, wilde aangeven dat de kerk van Christus niet op de persoon van Petrus is gebouwd.
Konklusies van de pausen uit die beeldspraak
Christus zei tegen Simon: "Gij zijt Petros (= rots, rotssteen)", dus, zo zeggen de pausen, heeft God ons de macht gegeven om te beslissen over het eeuwig wel en wee van alle mensen.
DUS … mogen wij besluiten, wanneer een huwelijk al of niet voor God geldigis. DUS is een huwelijk tussen een rooms-katholiek en een protestant ongeldig, wanneer de r.-k. partner niet wil beloven dat hij/zij "alle krachten zal inspannen om te bereiken dat alle kinderen r.-k. worden gedoopt en opgevoed" (canon 1125 van het nieuwe Kerkelijke Wetboek). DUS is een huwelijk van een r.-k. priester ongeldig, ook al is dat wettig gesloten voor de burgerlijke overheid, "Gods dienaresse" (Rom. 13). DUS moet een gehuwd priester zijn vrouw en kinderen verstoten, omdat wij dat eisen.
DUS … mogen wij, pausen, uitspreken dat er naast een hel ook een vagevuur is, terwijl God dat met geen enkel woord in de Schrift heeft geopenbaard. DUS mogen wij beslissen hoelang een mens in het vagevuur moet lijden, want wij verklaren dat God ons de macht heeft gegeven van de aflaat d.i. de macht om de straffen in het vagevuur geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden.
DUS … is er een onderscheid tussen doodzonden (een zware overtreding van de geboden van God en van de pausen, met als straf de hel) en dagelijkse zonden (een geringe overtreding van de geboden van God en van de pausen, met als straf het vagevuur), ofschoon in de Bijbel geen spoor van zulk een onderscheid te vinden is.
DUS, dus, dus …! Want Jezus heeft gezegd: "Gij zijt Petros (rots, rotssteen)." Wat een aanmatiging!
Zo redeneren ze eindeloos voort
DUS … willen wij, pausen, in triomf worden rondgedragen. DUS wil ik, paus Wojtyla, dat er miljarden aan mijn reizen worden besteed, opdat ik kan worden toegejuicht door de miljoenen van de aarde, terwijl Christus wiens plaatsbekleder ik ben, aan het kruis werd uitgejouwd.
DUS … wil ik met staatseer ontvangen worden door de koningin en de regering van Nederland.
DUS … benoem ik mannen tot bisschoppen in Nederland, ook al wil de overgrote meerderheid die mannen niet als hun leiders hebben. En wie zich niet aan mijn beslissingen wil onderwerpen, verdoem ik naar de hel. Ik heb die macht, want Jezus heeft tot Petrus gezegd: "Gij zijt een rots."
Op die beeldspraak bouwen wij, pausen, het machtige roomse kerkinstituut met zijn kerkelijke wetboek van 1752 canones, die weer onderverdeeld zijn in paragrafen en sub-paragrafen.
Want wij, pausen, hebben zulk een geniaal verstand dat wij die absolute macht zien zitten in die beeldspraak van de rots. Als iemand dat niet daarin ziet, dan komt dat, omdat zijn intellektueel niveau niet reikt aan het onze.
Wij hebben daarom ook geen duidelijk Schriftbewijs nodig om onze macht te bewijzen. U moet van ons aannemen dat wat wij zien zitten in die beeldspraak, God er ook werkelijk in gelegd heeft. En als u twijfelt aan onze intelligentie, als u het waagt om tegenover onze machtsaanspraken u te beroepen op het geschreven Woord van God in de Bijbel, dan verklaren wij dat u door God wordt verdoemd.
Mijnheer Wojtyla,
Denkt u werkelijk dat úwintellekt zoveel scherper is dan het onze? En zelfs al zou dat het geval zijn, Paulus roept ons, dus ook u. op om niet op menselijke redeneringen te bouwen:
"Wij werpen redeneringen omver, elke verschansing door de hoogmoed opgeworpen tegen de kennis van God. Wij nemen elke gedachte gevangen om haar te onderwerpen aan Christus" (2 Kor. 10:4-5).
Gelooft u werkelijk dat die geweldige macht en eer die de pausen in de loop der eeuwen naar zichzelf hebben toegehaald, het gevolg is van hun nederigheid waarmee zij beweren dat ze 'dienaar der dienaren Gods' willen zijn?
Heel Nederland staat al maanden op zijn kop, omdat u straks ons land bezoekt, daartoe uitgenodigd door … uzelf. En datzelfde is al gebeurd in de vele landen waar u geweest bent.
Wat is uw antwoord op de argumenten die wij, christenen van de Reformatie, uit Gods Woord naar voren halen om aan te tonen dat uw aanspraken op de absolute macht volkomen ongegrond, en dus goddeloos, zijn?
Ik weet het. Paulus heeft ons ervoor gewaarschuwd. Uw hoogmoed werpt telkens verschansingen op tegen de kennis van God. die wij slechts uit de Schrift kunnen verkrijgen. Maar mét Paulus werpen wij al uw redeneringen waarmee u tegenover de Schrift uw pauselijke glorie tracht te verdedigen, omver in de kracht van dat Woord van God.
Toen Simon. de tovenaar, de kracht van de Heilige Geest naar zich toe wilde halen om ermee te gloriëren en financieel winst uit te kunnen slaan, zei de apostel Petrus tegen hem: "Wees ten ondergang gedoemd, jij met je geld, omdat je gemeend hebt de gave Gods voor geld te kunnen krijgen. Je hebt part noch deel aan deze leer, want je hart is niet oprecht tegenover God. Leg die slechte gezindheid van je af en bid de Heere dat die slechte gedachte je vergeven mag worden" (Hand. 8:20-22).
De eer die u voor uzelf opeist, heeft al miljarden gekost. En straks zal ook ons land miljoenen moeten neertellen voor de heerlijkheid, waarmee u zich omringt. Is dat de nederigheid, die Christus ons heeft voorgehouden?
DE ALTERNATIEVE PAUSKRANT
Ontvangt u als bijlage van dit nummer. Méér exempl. 15 ct., bij 5000 of meer: 12 ct. per stuk. Eventueel reductie. Verspreid deze krant zoveel en zo spoedig mogelijk!
NABESTELLING
Dit nummer kan worden nabesteld. 1 ex. f 2,05 inclusief portokosten; f 0,95 exclusief portokosten voor méér exemplaren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 mei 1985
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 mei 1985
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
