In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Petrus de eerste getuige

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Petrus de eerste getuige

9 minuten leestijd

Inderdaad, dat was hij. Maar dat betekent niet dat hij daardoor zeggenschap kreeg over de andere apostelen. Iemand die het dichtst bij het ongeluk stond, toen dat gebeurde, krijgt daardoor nog niet het recht om anderen die wat verder af stonden, te bevelen. Hij is alleen maar de eerste getuige, maar daardoor niet de eerste in macht en bevoegdheid.

Petrus was een eersterangsgetuige, omdat Jezus hem als eerste verschenen is. De elven zeiden tot de leerlingen van Emmaus: "De Heere is werkelijk verrezen. Hij is aan Simon verschenen" (Lk. 24:34). Paulus zegt dat hij door overlevering te weten is gekomen "dat Hij is verschenen aan Kefas en daarna aan de Twaalf' (1 Kor. 15:5).

De vraag die dan onmiddellijk bij ons opkomt, is: Kunnen we in de Bijbel een reden vinden waarom de Heere als eerste aan Petrus is verschenen?

Is dat misschien omdat Petrus de zogenaamde eerste paus is, bekleed met een absoluut gezag, waaraan de andere apostelen zich onvoorwaardelijk moesten onderwerpen?

Dat is op zichzelf al niet waarschijnlijk, want: 1. waarom heeft Jezus dan Petrus ook niet als eerste tot Zijn apostel benoemd? Volgens Mattheús en Markus "zag Hij twee broers, Simon die Petrus genoemd wordt en diens broer Andreas … en Hij sprak tot hen: Komt, volgt Mij; Ik zal u vissers van mensen maken" (Mt. 4:18-22). En Johannes: "Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van die twee die het gezegde van Johannes (= de Doper) hadden gehoord en Jezus achterna waren gegaan. De eerste die hij ontmoette, was zijn broer Simon tot wie hij zei: Wij hebben de Messias gevonden" (Joh. 1:40-41). In eerste instantie is Andreas dus eerder Jezus gevolgd dan Petrus. En als ze later meer officieel door Christus worden geroepen, wordt geen voorrang van Petrus boven Andreas vermeld.

Waarom zou Christus dan nog eerder aan de vrouwen (Mat. 28:9-10) en aan Maria van Magdala (Joh. 20:11-18) verschenen zijn? Wel krijgen de vrouwen déze opdracht: "Gaat aan Zijn leerlingen en aan Petrus zeggen: Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult ge Hem zien zoals Hij u gezegd heeft" (Mk. 16:7).

Waarom van de ene kant niet omgekeerd: "Aan Petrus en aan Zijn leerlingen'.'" Volgens Rome gaat de paus toch immers steeds vóór de bisschoppen. Waarom wordt van de andere kant Petrus toch apart genoemd?

Christus' voorkeur voor de zwakken

Het lijkt mij dat we dat moeten verklaren uit de voorkeur die de Heere steeds heeft getoond voor de zwakkeren. Daarom verscheen de Heere ook eerst aan vrouwen, daarna pas aan mannen. (In sommige kringen is er een neiging om op grond van andere teksten de vrouw zoveel mogelijk op de achtergrond te houden in de gemeente. We moeten daar voorzichtig mee zijn en ons realiseren dat de grondboodschap van het Christendom, nl. de opstanding van Christus, voor het eerst door vrouwen aan de gemeente is gebracht. En radikaal daarmee in tegenstelling is de wet van het celibaat, waardoor de vrouwen zozeer gediscrimineerd worden dat ze zelfs niet gehuwd mogen zijn met een ambtsdrager van de kerk.)

Hij heelt de gebrokenen van hart

Ook Petrus was uitermate zwak geweest. Hij had de Heere tot driemaal toe onder ede verloochend. "Toen keerde de Heere Zich om en keek Petrus aan … En hij ging naar buiten en begon bitter te wenen" (Lk. 22:62).

En Christus heeft op Zichzelf de woorden van Jes. 61:1 toegepast: "De Heere … heeft Mij gezonden om … verbrokenen heen te zenden in vrijheid" (Lk. 4:19). Daarom ligt het helemaal in de lijn van Christus om eerst aan de vrouwen te verschijnen, maar vervolgens aan Petrus als eerste onder de mannen.

Deze grondlijn treffen we vaak aan in de Schrift bv.: "Ik ben de Heilige, die woont in den hoge, maar ook in het geslagen en diep vernederd gemoed; Ik geef nieuw leven aan het vernederend gemoed, nieuw leven aan het geslagen hart" (Jes. 57:15).

Daarom wilde de Heere zo spoedig mogelijk aan Petrus verschijnen. Hij wilde nieuw leven geven aan de gebroken Petrus. Hij wilde hem persoonlijk de verzekering geven dat zijn zonde hem vergeven was, de zonde van de verloochening onder ede.

Petrus ervoer het als eerste

Zo zullen we ook de woorden van Christus moeten verstaan, die Hij tot Petrus richtte, toen Hij hem de verloochening voorspelde: "Wanneer ge eenmaal tot inkeer gekomen zijt, versterk dan op uw beurt uw broeders" (Lk. 22:32).

Hier zien we dan een tweede reden waarom Petrus de eerste getuige kan worden genoemd. Hij heeft niet alleen als eerste de Heere als de Opgestane gezien, maar ook als eerste ervaren dat de Heere inderdaad de zonden vergeeft en aan de gebrokenen nieuw leven schenkt door hen te laten delen in de kracht van Zijn eigen opstanding.

Petrus kan de andere apostelen (en alle christenen, ook ons) versterken in hun geloof in de vergeving der zonden, wanneer zij (en ook wij) soms helemaal de verkeerde kant zijn uitgegaan en zwaar misdreven hebben. Hij kan erop wijzen: Christus is aan mij niet als laatste - want dat had ik vanwege mijn verloochening van Hem wel verdiend - verschenen, maar als eerste omdat Hij aldus duidelijk wilde maken dat Hij niet gekomen is om zogenaamd brave en rechtvaardige mensen - want die zijn er niet - te redden (want als er wél brave en rechtvaardige mensen zouden zijn, dan hadden die geen Redder, dus ook Christus, niet nodig), maar om zondaars van hun schuld te bevrijden en met God te verzoenen.

Het is dan ook onbegrijpelijk dat Rome zelfs déze tekst meent te kunnen gebruiken als een argument dat aan Petrus een gezag is verleend boven de andere apostelen. Het Griekse woord 'sièrizoo' dat hier gebruikt wordt, heeft op geen enkele wijze de betekenis van: "Heers over uw broeders", maar van: "versterken, bemoedigen, opbeuren, standvastig maken, doen volharden." Zo schrijft Paulus aan de Thessalonicensen dat hij Timotheús naar hen zal zenden: "Hij moest u sterken (stèrizoo) en bemoedigen in uw geloof' (1 Thess. 3:2).

Petrus op de pinksterdag

Juist omdat Petrus persoonlijk zó sterk de vergevende liefde van de opgestane Heiland had ervaren, was hij uitermate geschikt om als getuige op te treden van het Evangelie van de volstrekte genade.

We zien dat dan ook gebeuren op de pinksterdag. Hand. 2. Dan zegt Petrus: "Deze Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen" (v. 32). En in Hand. 3:13 lezen we dat Petrus tot het volk sprak: "De God van Abraham, Izaak en Jakob, de God van onze vaderen, heeft Zijn dienaar Jezus verheerlijkt, die gij hebt overgeleverd en voor Pilatus verloochend."

Petrus kon toen degenen die door zijn preek verbroken werden, verzekeren: "Ook voor u is er genade, want ook ik heb de Heere verloochend, maar heb volkomen vergeving van mijn zonde gekregen." We lezen dan ook het resultaat: "Velen echter van hen die de toespraak gehoord hadden, namen het geloof aan en het aantal mannen steeg tot ongeveer vijfduizend" (4:4).

Het apostelcollege zendt Petrus naar Samaria

Zo kunnen we ook het volgende bericht begrijpen: "Toen de apostelen in Jeruzalem vernamen dat Samaria het woord Gods had aangenomen, vaardigden zij Petrus en Johannes naar hen af, die na hun aankomst een gebed over hen uitspraken, opdat zij de Heilige Geest zouden ontvangen" (Hand. 8:14).

Inderdaad, wanneer er gebeden moet worden dat de Geest der genade (Zach. 12:10) in volheid over degenen die tot geloof in Christus zijn gekomen, wordt uitgestort, dan moet Petrus, de eerste getuige van de genade, erbij zijn.

Let echter op: Het is duidelijk dat Petrus hier beschreven wordt als iemand die ONDER, niet die BOVEN het college van de apostelen staat. Hij wordt, samen met Johannes. door de apostelen in Jeruzalem naar Samaria gezonden. Welnu het college dat iemand afvaardigt, staat boven degene die afgevaardigd wordt. Ook daarmee is de leer van het pausdom volledig in strijd. Het is ondenkbaar dat de bisschoppen wanneer die in vergadering bv. op een algemeen concilie bij elkaar zijn, de paus ergens naar toe zouden kunnen afvaardigen. Volgens Rome heeft het concilie geen enkele bevoegdheid over de paus, maar wel omgekeerd.

Christus verklaarde Petrus rein

Petrus wordt ook door God uitverkoren om als eerste het Evangelie aan de heidenen te brengen. Die opdracht krijgt hij in een visioen, waarin hem te kennen wordt gegeven dat hij ook dieren die volgens de mozaïsche wet als onrein werden beschouwd, moet eten.

Petrus sputtert dan tegen: "Dat in geen geval. Heere, want nog nooit heb ik iets gegeten dat onheilig of onrein was." Maar dan krijgt hij te horen: "Beschouw niet als onheilig wat God rein heeft verklaard" (Hand. 10:11-15).

Daarmee kan Petrus het doen. Het zal hem herinnerd hebben aan zijn eigen recente verleden. Toen was hij uitermate onrein geworden voor God, omdat hij Christus verloochend had: "Ik ken die man niet." En op godslastering en loochening van God stond de doodstraf. (Lev. 24:16). En toch had Christus hem als rein verklaard, omdat Petrus tot bekering en tot geloof in Hem als Zaligmaker voor zondaars gekomen was.

En dan verkondigt Petrus aan het huisgezin van Cornelius: "En wij zijn getuigen van alles wat Hij … gedaan heeft. Hij gaf ons de opdracht aan het volk te prediken en te getuigen … Van Hem leggen alle profeten het getuigenis af dat ieder die in Hem gelooft, door Zijn Naam vergiffenis van zonden verkrijgt" (v. 34-43).

Paulus weerstaat Petrus

Helaas heeft Petrus zich daar later niet aan gehouden. We lezen dat hij, uit vrees voor de christenen uit de Joden (uit de kring van Jakobus), niet meer gewoon met de christenen uit de heidenen mee at, maar "zich begon terug te trekken en afzijdig te houden."

Dat dreigde funeste gevolgen te hebben, want "de overige Joden veinsden met hem mee, zodat zelfs Barnabas zich door hun veinzerij liet meeslepen." Dan weerstaat Paulus hem openlijk en verwijt aan Petrus zijn huichelachtig gedrag. Er is dan niemand die Paulus onder handen neemt en op zijn nummer zet: "Paulus, hoe durf jij je zó tegenover Petrus, de paus, op te stellen? Jij bent alleen maar een bisschop-apostel. Maar Christus heeft aan Petrus het onfeilbare leergezag gegeven. En wanneer Petrus een uitspraak doet over geloof of zeden (hier was het een kwestie van zede, gedragscode), dan heb jij je daar blind aan te onderwerpen."

Integendeel, het is duidelijk dat de Heilige Geest Paulus volkomen in het gelijk stelt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 mei 1985

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Petrus de eerste getuige

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 mei 1985

In de Rechte Straat | 32 Pagina's