In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

OPEN BRIEF

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OPEN BRIEF

6 minuten leestijd

Excellentie,

In het Reformatorisch Dagblad van gister las ik een weergave van uw brief aan het Interkerkelijk Contact ln Overheidszaken aangaande de viering van de bevrijding op zondag 5 mei 1985.

Daaruit is mij duidelijk geworden dat U de visie van de christenen, die bezwaar hebben tegen deze viering op zondag, niet begrepen hebt.

U schrijft over "vele oprechte christenen, die geen behoefte hebben aan verschuiving naar een andere dag." Laat ik meteen vooropstellen dat ik het oprechtchristen-zijn van niemand, die anders denkt dan ik in deze kwestie, in twijfel wil trekken. Vanuit uw r.-k. achtergrond kan ik volkomen begrijpen dat, naar uw opvatting, wij de zondagsviering zien als een wet, waaraan sancties verbonden zijn. Zelf ben ik ook met die opvatting opgegroeid.

Ons werd geleerd dat de overtreding van het gebod: geen slafelijke arbeid te verrichten op zondag, doodzonde zou zijn met als gevolg de eeuwige straf in de hel, wanneer wij dat gebod in een ernstige mate zouden overtreden; en slechts dagelijkse zonde met als gevolgde tijdelijke straffen in het vagevuur, wanneer het om een geringe overtreding handelde. De paters redemptoristen leerden dat het verrichten van 'slafelijke arbeid' op zondag gedurende meer dan twee uur doodzonde zou zijn en daaronder dagelijkse zonde.

Bij ons thuis (in Limburg) redeneerden we dan: Laten we dan niet meer dan anderhalf uur werken, dan blijven we nog een half uur van de doodzonde, en dus van de eeuwige hel, af.

Wij, reformatorische christenen, zien echter de zondagsviering niet als "een wet op straffe van …" Wij geloven en belijden dat Christus alle straffen heeft uitgeboet van de zonden van hen, die zich in geloofsvertrouwen aan Hem hebben overgegeven. Wanneer wij dus de zondag vieren, dan is dat niet, omdat we bang zijn dat wij, bij een overtreding daarvan, de straf van de hel of van het vagevuur zouden moeten ondergaan.

Wij onderhouden de zondagsviering niet omdat die als een dreigend gebod buiten en tegenover ons staat, maar omdat dat gebod "in onze harten is geschreven" (Hebr. 8:10), sinds wij tot geloof kwamen. Sinds dat moment dat God ons innerlijk zozeer veranderde dat we een nieuwe schepping worden genoemd, beamen wij met ons ganse hart ten volle de geboden van God. Sindsdien zijn wij kinderen van God geworden en staan helemaal aan de kant van onze Vader. Het volbrengen van Zijn wil is daardoor een vreugde voor ons geworden, al weten we dat de zuiging van de zelfzucht ook bij ons niet is verdwenen en dat we daar geheel ons leven tegen moeten blijven vechten.

In het Oude Testament was de verplichting van de zondagsrust onder straf van de steniging door God voorgeschreven. In het Nieuwe Testament niet meer: Rom. 14:5. Maar dan is onze reaktie niet: Heerlijk, we zijn nu lekker vrij en dan gaan we op zondag maar doen waar we zelf zin in hebben.

Nee, de heiligheid van de dag des Heeren gaat ons veel meer ter harte dan de gelovigen van het Oude Testament. Onder de leiding van de Heilige Geesten vanuit de vrijheid van Gods kinderen zoals Paulus die beschrijft, met name in Rom. 14:5, heeft de kerk der eeuwen de viering van de dag des Heeren verplaatst naar de eerste dag van de week.

Die dag is voor ons een dankdag. Telkens opnieuw beseffen we dan, dat we de week mogen beginnen met de rust, die God ons geschonken heeft door en in Zijn Zoon, Jezus Christus. Die rust beschouwen we niet als loon voor onze prestaties van de afgelopen week. Wij zijn overtuigd vanuit de Bijbel en vanuit de persoonlijke ervaring dat wij God nooit iets kunnen aanbieden als een goed werk, waarin Hij behagen zou kunnen hebben. De volmaakte God kan alleen maar behagen hebben in het enige volmaakte werk nl. dat van Zijn Zoon.

Maar dat is nu juist het Evangelie, de blijde boodschap, nl. dat God dat volmaakte werk van Zijn Zoon om niet aanbiedt aan hen, die in Christus geloven. God beschouwt ons dan alsof wijzelf zo heilig, zo vol zuivere liefde, zijn als Christus. Dat is de genade, d.i. Gods neerbuigende goedheid over ons, die in onszelf slechts zondaars zijn en krachtens recht door Hem verworpen zouden moeten worden.

Op de zondag gedenken wij dat Christus uit de doden is opgestaan en dat wij mét Hem zijn opgewekt en uit Hem het eeuwige leven hebben ontvangen als vrucht van Zijn kruisdood.

Die dag is voor ons zo heilig, omdat het de dag is van ónze Heere, van ónze God, van ónze Vader in Jezus Christus. Wij wijden die dag, en daarmee onszelf, aan Hem toe.

Zeker, wij beschouwen alle dagen als een dag des Heeren. Elke dag dragen we aan Hem op. Elke dag trachten we in te richten naar Zijn eer. We willen dan Zijn liefde uitstralen in goedheid en geduld voor onze medemensen.

Maar op zondag "vieren" wij het op bijzondere wijze dat wij Hem geheel toebehoren als Zijn aangenomen kinderen en erfgenamen.

De zondag is dus voor ons een vreugde, de dag van ónze Vader, het grote familiefeest van Zijn kinderen en van elkaar als broeders en zusters in Christus. Dan nemen we er de tijd en de rust voor om in Zijn Naam samen te komen, naar Zijn Woord te luisteren en Zijn heilige aanwezigheid, de tegenwoordigheid van Christus, te vieren in de tekenen van brood en wijn.

Misschien zult U zeggen: Maar ik zie zo weinig van die vreugdevolle viering van de zondag bij u, reformatorische christenen. Helaas hebt U daar gelijk in. Maar ik schreef U al over de macht van het kwade, die ook in ons is gebleven, nadat wij tot geloof zijn gekomen.

Ik hoop dat het U (en anderen die dit lezen) intussen iets duidelijker is geworden wat onze diepste drijfveren zijn. Misschien kunt U dan ook begrijpen, waarom het ons zulk een pijn doet dat we de bevrijdingsdag met al de luidruchtigheid die daaraan verbonden is, nu moeten "ondergaan" op de dag des Heeren. Wij hadden zo graag de vijfde mei, dus die zondag, gebruikt om in onze kerken de Heere meer dan ooit te danken voor de zegen van de bevrijding van de onderdrukkers als een symbool van de bevrijding uit de duistere machten van de zonde, de dood en de duivel. Dan zouden we op de dag daarna, op de maandag dus, op andere wijze met vreugde het feit kunnen herdenken dat ons land veertig jaar geleden bevrijd werd van de vreemde overheersing.

Waarom hebt U ons hierin niet tegemoet kunnen komen? Voor U zou het geen enkel gewetensbezwaar hebben betekend, wanneer U de bevrijdingsdag op maandag zoudt moeten vieren. Waarom doet U die Uzelf als een oprecht christen wilt beschouwen, mee aan de ontheiliging van de zondag, de dag des Heeren, die een noodzakelijk gevolg is van zulk een gebeuren? Als U Christus van harte liefhebt, gaat het U dan niet aan het hart dat Zijn Naam steeds meer uit het openbare leven wordt weggerukt? Als U God beleeft als uw Vader in Christus, waarom komt U dan niet op voor Zijn eer, dus ook voor de heiliging van Zijn dag?

Inmiddels verblijf ik met de meeste hoogachting:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 1985

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

OPEN BRIEF

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 1985

In de Rechte Straat | 32 Pagina's