Persoonlijke brief aan de paus
Behalve de open brief heb ik ook een begeleidende persoonlijke brief aan de paus gestuurd. Ik heb gewacht met publikatie daarvan, totdat de paus genoeg tijd zou hebben gehad om te antwoorden. Nu er geen antwoord van hem is binnengekomen, meen ik er goed aan te doen ook deze persoonlijke brief te publiceren.
Mijnheer Wojtyla,
Hierbij ingesloten gelieve U aan te treffen een exemplaar van het Reformatorisch Dagblad, waarin bij wijze van advertentie een open brief van mij aan U is opgenomen. Graag wil ik daar nog het volgende aan toevoegen:
Deze brief komt voort uit mijn diepe bewogenheid met U persoonlijk en met de miljoenen, die door uw leer misleid worden.
Er is in mij geen enkel gevoel van persoonlijke vijandigheid tegen U. U hebt mij persoonlijk nooit iets kwaads aangedaan en zelfs al zoudt U dat hebben gedaan, dan gebiedt Gods Woord mij dat ik dat volkomen vergeef. Wij mogen ons op geen enkele wijze laten leiden door sentimenten van haat of rancune.
Al jarenlang lig ik onder de heilige last van dit Woord van God: "Gij nu, mensekind, u heb lk tot een wachter gesteld … Als Ik tot de goddeloze zeg: O goddeloze, gij zult de dood sterven! en gij spreekt niet om de goddeloze van zijn weg af te manen, die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen" (Ez. 33:8).
Mijnheer Wojtyla, sinds de zondeval worden wij allen als goddelozen geboren. En er is slechts één weg om opnieuw geboren te worden, dat is de ootmoedige en gelovige aanname van Jezus Christus als enige en volkomen Zaligmaker. Dan ontvangen wij de macht "om kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven" (Joh. 1:12).
Medemens Wojtyla, w ij als mensen zijn zo diep gevallen dat wij uit onszelf nooit tot dit zaligmakende geloof kunnen geraken. Dat geloof is een gave, die de Heilige Geest bewerkt in onze harten, een gave waarom we bidden moeten.
Christus heeft gezegd: "Voorwaar, voorwaar. Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven" (Joh. 6:47). Maar U leert mét het concilie van Trente dat de mens het eeuwige leven waarlijk kan verdienen ("vere mereri") door zijn goede werken (zesde zitting canon 32).
Daardoor bewandelt U zelf de weg naar de eeuwige dood en doet ook anderen die heilloze weg bewandelen. Als een blinde voert U zo miljoenen naar de ontzettende afgrond van Gods toorn en van de toorn van het Lam (Openb. 6:16). Jezus zeide: "Kan ook wel een blinde een blinde op de weg leiden'? Zullen zij niet beiden in de gracht vallen?" (Lk. 6:39).
Wij hebben allen verlichte ogen des harten nodig (Ef. 1:18), maar die ontvangen we slechts door de Heilige Geest. En we hebben nodig het licht op ons levenspad en dat is slechts het Woord van God (ps. 119:105).
Maar U wandelt bij het licht van uw eigen menselijke redeneringen en van allerlei menselijke overleveringen, waartegen Christus juist zo ernstig heeft gewaarschuwd. Daarom bent U een blinde.
Christus zegt tot hen die zich bewust zijn geworden van hun geestelijke blindheid dat ze bij Hem mogen komen en dat Hij ons dan ogenzalf zal geven "opdat gij zien moogt" (Openb. 3:18).
O kom dan tot de erkentenis van uw blindheid. Het ganse, indrukwekkende gebouw van uw kerk is gebouwd op de zandgrond van speculaties en sentimenten van mensen. Als straks de storm van het laatste oordeel losbreekt, dan zal dat alles in elkaar vallen en allen die zich daarbinnen bevinden, zullen omkomen, "en zijn val was groot" (Mat. 7:27).
Grond het huis van uw leven op het Woord van God alleen. Bid: "Heere, maak mij levend naar Uw woord" (ps. 119:107).
De Heere zegt in Ez. 33:11 dat Hij geen lust heeft aan de dood van de goddeloze. Hij verlangt dat wij ons bekeren van onze boze wegen en in verbrokenheid des harten onze schuld voor Hem belijden en enkel vertrouwen op Zijn vergevende, barmhartige liefde. Dan is het een vreugde voor de Heere om de goddeloze, ook u, het leven, het eeuwige leven, te schenken.
Vanuit de mens zelf is er geen bekering mogelijk. En dat geldt wel heel bijzonder voor U. Want U zit met duizenden vezels en met zware ketenen vastgeklonken aan de duisternis.
Dan zoudt U van uw hoge pauselijke troon moeten afdalen. Dan zoudt U nederig moeten worden als Jezus. Dan komt de ontzetting op U af van de miljoenen roomskatholieken, die op grond van uw verkondiging vertrouwden op hun eigen werken of op de automatische werking van door uw kerk verzonnen sakramenten of op de vruchteloze voorspraak van gestorven mensen. Velen van hen zijn reeds gestorven en voor eeuwig verloren gegaan, doordat U hen de weg naar het verderf wees.
Dan zoudt U zich voortaan diep moeten schamen voor de wierookwolken, die U weldadig opsnoof, voor de toejuichingen van de massa's, die U geleerd had meer op úw woord te bouwen dan op het duidelijke Woord van God in de Schrift.
U kunt dus niet uit Uzelf tot bekering komen; en misschien is de tijd voor uw bekering reeds voorbij; misschien heeft de Heere reeds over U de straf van de verharding gezonden. Ik weet het niet.
Maar wat bij mensen onmogelijk is, is wél mogelijk bij God. En in elk geval: ik heb de roeping U in de Naam van Christus te smeken: "Laat u met God verzoenen. Want Hem die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem" (2 Kor. 5:20-21).
De Heere nodigt ook U thans nog uit tot Zijn liefdegericht: "Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw" (Jes. 1:18). Straks, wanneer U zich niet bekeerd hebt, wacht U slechts de toorn van het Lam en kunt U slechts roepen: Bergen, valt op ons, heuvelen, bedekt ons!
Ik ga deze brief beëindigen. Ik laat U verder alleen met het Woord Gods dat ik U moest verkondigen. Deze heilige last is nu van mij af.
Johannes schrijft dat wij iemand die "deze leer" van de zaligmaking door genade en geloof in Christus alleen niet brengt, niet mogen groeten. Ik kan U daarom aan het slot niet groeten.
Jezus heeft gezegd: "Ik bid niet voor de wereld" (Joh. 17:9). U behoort met heel uw leer en optreden tot de wereld. Daarom weet ik niet of ik voor U bidden kan. Maar ik leg dit alles, ook mijn vraag over een gebed voor U, neer aan Zijn voeten. Ik weet dat Hij mij in alles door Zijn Geest leiden wil, zolang ik niets van mijzelf, maar alles van Hem verwacht.
Zo neem ik dan afscheid van U en onderteken:
ADHESIE JEUGDVERENIGING GEREFORMEERDE GEMEENTE VEENENDAAL
Wij ontvingen onderstaande bemoedigende brief van de Jeugdvereniging van de Gereformeerde Gemeente van Veenendaal.
Geacht bestuur,
wij hebben de open brief, die ds. H.J. Hegger aan de paus schreef, en die in het RD van 19 oktober j.1. werd opgenomen, gelezen.
De inhoud van deze brief heeft onze volledige instemming. Daarom willen wij adhesie betuigen door middel van onderstaande handtekeningen, en het werk van de Stichting steunen door middel van een gift.
Wij wensen u Gods zegen toe. Hij mocht uw werk zegenen, zodat Zijn Koninkrijk zal triomferen over de macht van de anti-christ.
Jeugdvereniging 'Sola Gratia', v.d. Gereformeerde Gemeente te Veenendaal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1985
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1985
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
