Brief ds Rodriguez
Deze keer wil ik iets vertellen over mijn ontmoeting met een bisschop, die gedurende jaren voorzitter is geweest van de oecumenische beweging in Spanje en die ik als priester gedurende drie jaar heb gekend als mijn bisschop.
De redenen waarom ik weer kontakt met hem legde, waren:
1. Deze bisschop had altijd beweerd dat het priesterschap al van de aanvang af een last voor mij zou zijn geweest en ik wilde hem graag aan de hand van de Schrift aantonen, dat dit niet het geval is geweest.
2. Uit de reaktie op ECR (= onze Spaanse IRS) begreep ik dat verschillenden die zich "evangelisch" noemen, het ons kwalijk nemen dat wij zulk een duidelijke en krachtige houding tegenover Rome aannemen. Zij menen datje dat niet mag doen, want de oecumene gebiedt ons, zo zeggen zij, om toenadering te zoeken tot de R.-K..kerk. Daarom leek het mij het beste om de reden van mijn stellingname uiteen te zetten tegenover deze voorzitter van de oecumenische beweging.
Dit gesprek met mijn vroegere bisschop had echter niet het karakter van een oecumenische dialoog, zoals velen dat willen, maar het karakter van een getuigend gesprek op basis van de Bijbel.
Na de gebruikelijke plichtplegingen en het stellen en beantwoorden van de beleefdheidsvragen. kwamen we al gauw op de reden van mijn bezoek.
Ik begon met hem te herinneren aan wat hij mij geschreven had, toen ik in Velp op de Wartburg vertoefde, nl. dat voor mij het priesterschap een last geweest was en dat hij dat betreurde.
Ik gaf hem dit antwoord: Ik aanvaard niet een priesterschap als een bemiddeling tussen God en de mensen. De enige Middelaar tussen God en u, mij en alle mensen is Jezus Christus en er is geen andere Middelaar.
En u weet vanuit de theomistische filosofie dat iets wat niet bestaat, ook niet als een last op iemand kan drukken. Het priesterschap, bedoeld als een middelaarschap tussen God en de mensen, bestaat niet. Derhalve kon het ook niet een last voor mij zijn.
B. (= de bisschop): Dat is úw mening, maar de kerk denkt er anders over. R.(Rodriguez): Maar dat is niet mijn mening, monseigneur, dat is de leer van Gods Woord. En de hemel en de aarde zullen voorbij gaan. maar Gods Woord houdt stand in eeuwigheid. De overlevering van mensen of de leer van een kerk zijn niet bevoegd om het Woord van God te veranderen.
B.: Ja. maar dat is geen wezenlijke verandering van wat de Schrift leert. Eigenlijk valt wat de kerk leert, samen met wat de Schrift zegt. De kerk baseert haar leer op de Schrift en de overlevering.
R.: U zegt dat wat de kerk leert, samenvalt met wat de Schrift leert. Maar dan luidt mijn vraag: Hoe komt het dan dat wat de Schrift leert, niet samen valt met wat de kerk leert? En wie heeft aan de kerk de bevoegdheid gegeven om haar overleveringen te stellen tegenover de Schrift?
B.: Ik meen dat dit juist de taak is van de oecumene nl. na te gaan waar ieder van ons ontspoord is. De protestanten zeggen dat ze alleen de Schrift hebben, plus hun eigen overleveringen; en de kerk (hij bedoelde de R.-K.Kerk) heeft haar eigen overlevering. We moeten zoeken naar het positieve en het negatieve bij elkaar. R.: Ik zie het nu heel duidelijk. U hebt mij het etiket "protestant" opgedrukt en nu begint uw verstand, zoals dat in de r.-k.theologie gevormd is, de wapens te hanteren tegenover mij als protestantse tegenstander, die u vanuit de apologetica (= de leer hoe je de leer van je eigen kerk moet verdedigen) zijn aangereikt. Ik zou u willen vragen om die bekende argumenten maar in uw theologisch archief te laten rusten. Wat ik wil zeggen, is dit:
U en ik, wij zullen ons niet bij God kunnen aandienen als priesters, maar slechts als zondaars, die in verbrokenheid tot Hem naderen vanuit het geloof in Jezus Christus. Elk mens die het Koninkrijk Gods wil zien, moet opnieuw geboren worden, ook ú. Verberg uw verantwoordelijkheid niet achter de kerk, doordat u de kerk waartoe u behoort, "de kerk" noemt en de andere christenen slechts "protestanten". Dat is een spel van woorden, die geen waarde hebben, althans niet om u daarachter te verschuilen.
Wat is volgens u de oecumene? En vervolgens: zijn zij die ijveren voor de oecumene, wel helemaal oprecht?
B.: Oecumene is de opdracht van Christus vervullen: "opdat zij allen één zijn". En voorzover ik dat heb kunnen konstateren in samenkomsten en in besprekingen van commissies, is men oprecht in de oecumenische beweging, uitzonderingen daargelaten.
R : Waarom maakt u zich zo druk over dit éne gebod en legt de andere geboden naast u neer? B.: We moeten toch iets als uitgangspunt hebben waarvan allen het erover eens
zijn dat we die opdracht (van de eenheid) niet vervullen.
R.: En u bent van mening dat er zulk een eenheid mogelijk is, ondanks de radikale verschillen tussen rooms-katholieken en protestanten?
U weet toch immers dat de protestanten als geloofsbasis hebben de rechtvaardig making door het geloof, terwijl de rooms-katholiek zijn verwachtingen voor het eeuwige leven baseert op de goede werken en op de Sakramenten. De protestanten zeggen: Alleen de Schrift; de rooms-katholieken zweren bij het pauselijke leergezag, ze weten zich geheel en al afhankelijk van de heilsbemiddeling van de priesters, ze houden er een afgodische verering van Maria en de heiligen op na. Want hier in Spanje is die verering van Maria en de heiligen pure afgoderij. Monseigneur, verspil uw tijd en energie niet aan een taak, die een innerlijke onmogelijkheid is.
B.: Goed, ik erken dat dit voor mensen een onmogelijke zaak is.
R.: Wat mij betreft, ik zie als wezenlijke moeilijkheid voor een waarachtige oecumene, dat men niet wil uitgaan van de Schrift als enige en laatste beslissende norm. En zolang men dat niet doet. is dit oecumenisch gepraat slechts een in stand houden van de oude verdeeldheden, met daarbij het voordeel aan de kant van de machtigste partner: de R.-K.Kerk die zich door de jaren heen gespecialiseerd heeft in de redeneerkunde, met daarbij als leermeester niet de Schrift, maar vooral de heidense filosoof Aristoteles.
Toen ik daarna de trap van het bisschoppelijk paleis afdaalde en de gang passeerde die naar het aangrenzende gebouw, het groot-seminarie, leidt, vroeg ik opnieuw aan de Heere vergeving vanwege de vele zonden van afgoderij, die ik daar had bedreven gedurende mijn studie van de filosofie en de theologie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1985
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1985
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
