In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

WOORDEN … EN HUN WERKELIJKE WAARDE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WOORDEN … EN HUN WERKELIJKE WAARDE

10 minuten leestijd

Ik las een aangrijpend boek: "In Zijn voetspoor", door C.M. Sheldon (uitg. Gideon - Hoornaar. 129 blz. f 8,95). Het daarin verhaalde heeft zich afgespeeld rond het jaar 1890. Het boek werd voor het eerst gepubliceerd in 1896 en werd in 21 talen vertaald.

Als u beslist niet wilt dat u geestelijk aan de tand wordt gevoeld, als u in geen geval uw gemakkelijke leventje dat u met heel veel vrome woorden goed praat, wilt wijzigen, dan moet u dit boek niet lezen. Want het bezorgt u dan alleen maar wat onrust. En het zou dagen kunnen duren, voordat u weer bent teruggekeerd tot de rust van uw burgerlijke, christelijke bestaan.

Maar wanneer u de uitdaging aandurft om uw mooie en vrome woorden te laten toetsen aan de werkelijkheid, aan het voorbeeld van Christus, wanneer u misschien vaag-bewust een afkeer hebt van de lauwheid, de vieze zelfvoldaanheid waarin u zich tot nog toe gewenteld hebt, schaf u dan dit boekje aan.

Het boek opent met ds. Henry Maxwell, die op vrijdagmorgen bezig is met zijn preek voor de zondag. Hij was al verschillende keren gestoord en daarom was hij steeds meer gespannen geworden.

Maar dan is het een hele tijd stil. Hij had als tekst gekozen: 1 Petr. 2:21. Hij was nu aangekomen bij het derde punt van zijn preek: Als we door Christus verlost zijn, moeten we ook Zijn voorbeeld volgen.

Dan wordt er wéér gebeld. Twee keer. Dan gaat hij naar beneden. Een zwerver staat op de stoep en vraagt om werk. Helaas kon ds. Maxwell hem niet helpen. "Maxwell deed de deur dicht en hoorde hoe de man langzaam de straat uitliep. Hij zag er zo verlaten en neerslachtig uit".

En dan komt de zondag in de gemeente, die bestond uit vele rijken en voornamen. Dan gebeurt er iets volkomen onverwacht. Ik citeer:

Een zwerver spreekt de gemeente toe.

De preek was afgelopen. De gemeente werd opgeschrikt door wat geroezemoes. Het kwam achter uit de kerk, vanonder het balkon. Er kwam een man uit de schaduw daar en hij liep door het gangpad naar voren. Eer het goed tot de verbaasde gemeente doordrong wat er gebeurde, had hij de open ruimte voor de preekstoel bereikt en zich omgedraaid, zodat hij met zijn gezicht naar de mensen stond.

"Sinds ik hier binnenkwam," zei hij, "heb ik me afgevraagd of het wel goed was om het een en ander te zeggen aan het einde van de dienst. Ik ben niet dronken, ik ben niet gek en ik heb niets kwaads in de zin, maar als ik sterf-en het is heel waarschijnlijk dat dat over een paar dagen zal gebeuren - wil ik zeggen wat ik op mijn hart had in een plaats als deze en voor een groep mensen als u."

Henry Maxwell was niet gaan zitten. Hij bleef, leunend op de preekstoel, naar de vreemdeling staan kijken. Het was de man die afgelopen vrijdag bij hem aan de deur was geweest, dezelfde sjofele, stoffige man. Zijn verkleurde hoed hield hij in zijn handen. Het leek wel een gebaar van vriendelijkheid. Hij was ongeschoren en zijn haar zat verward. Waarschijnlijk had er nog nooit zo iemand voorin de Grote Kerk gestaan.

De manier waarop de man sprak, was niet aanstootgevend. Hij was niet opgewonden en zijn stem was zacht maar duidelijk.

Niemand van de aanwezigen maakte aanstalten om de vreemdeling tegen te houden of zijn toespraak te onderbreken. Misschien had de eerste schok van zijn onverwachte verschijning iedereen zo van zijn stuk gebracht, dat niemand wist wat hij het beste kon doen. In ieder geval ging de man verder, alsof hij niet verwachtte dat hij in de rede zou worden gevallen en alsof hij zich in het geheel niet bewust was van het ongebruikelijke onderdeel dat hij had ingevoerd in het decorum van de dienst in de Grote Kerk. Terwijl hij sprak, leunde Maxwell over de rand van de preekstoel, en zijn gezicht werd steeds bleker en verdrietiger. Maar hij deed geen moeite de man tegen te houden, en de gemeente zat doodstil en hield haar adem in.

"Ik ben geen gewone zwerver, hoewel ik niet geloof dat Jezus ooit geleerd heeft dat de ene zwerver meer waard is dan de andere, u wel?" Hij stelde de vraag heel vanzelfsprekend, alsof de gemeente een zondagsschoolklasje was. Hij was even stil, hoestte pijnlijk en ging verder.

"Ik ben tien maanden geleden mijn baan kwijtgeraakt. Ik heb het hele land doorgezworven en geprobeerd weer werk te krijgen. Er zijn er nog een heleboel zoals ik. Ik klaag niet, hoor. Ik stel alleen feiten. Maar toen ik daar onder het balkon zat, vroeg ik me af of wat u het volgen van Jezus noemt hetzelfde is als wat Hij leerde. Wat bedoelde Hij toen Hij zei: 'Volg Mij'?" De man draaide zich om en keek omhoog naar de preekstoel. "De dominee zei dat het voor een discipel van Jezus nodig is dat hij in Zijn voetstappen treedt. En hij zei ook dat die stappen 'gehoorzaamheid, liefde en navolging' zijn. Maar ik heb niet gehoord wat hij daarna precies bedoelde. Wat bedoelde hij vooral met de laatste stap? Wat bedoelen jullie christenen, als jullie zeggen: 'Treden in de voetstappen van Jezus'? Ik heb drie dagen lang door deze stad gezworven en geprobeerd eten, onderdak en werk te vinden. En in die hele tijd heb ik van niemand een woord van medeleven of troost gehoord, behalve van uw dominee hier, die zei dat het hem speet en dat hij hoopte dat ik ergens anders een baan zou vinden. Waarschijnlijk wordt er door zwervers als ik zo vaak misbruik van u gemaakt, dat u alle belangstelling voor andere zwervers hebt verloren. Ik geef niemand de schuld hoor. Ik stel alleen feiten. Ik begrijp best dat u mensen zoals ik niet aan een baantje kunt helpen. Dat vraag ik niet van u. Maar wat ik me afvraag is: wat wordt er bedoeld met 'Jezus volgen"? Wat bedoelt u als u zingt: 'Ik volg U waar U me leidt? Betekent het dat u lijdt en uzelf verloochent, zoals ook Jezus deed, om te proberen verloren, noodlijdende mensen te redden? Mensen zoals ik. Wat bedoelt u met dat volgen? Ik zie heel wat van de schaduwzijde van het leven. Er leven in deze stad meer dan vijfhonderd mannen die er net zo slecht aan toe zijn als ik. De meesten hebben een gezin. Mijn vrouw is vier maanden geleden gestorven. Ik ben blij dat ze uit de problemen is. Mijn kleine meisje is in huis bij een ander gezin, totdat ik werk vind. En toch raak ik in de war als ik zoveel christenen zie die in weelde leven en zingen: 'Jezus, ik heb mijn kruis opgenomen. Ik verlaat alles om U te volgen.'

Ik moet denken aan mijn vrouw, die in een huurhuisje in New York is gestorven, en die, terwijl ze naar adem snakte, aan God vroeg of Hij ons dochtertje ook wilde wegnemen. Natuurlijk kunt u er niet voor zorgen dat er niemand meer van de honger sterft, ondervoed of dakloos is. Maar wat betekent het Jezus te volgen? Ik heb begrepen dat christenen veel pachtgoed bezitten. De eigenaar van het huisje waarin mijn vrouw is gestorven, was lid van een kerk, en ik heb me afgevraagd of hij Jezus wel helemaal volgde. Ik heb wat mensen opeen bidstond pas horen zingen:

Neem mijn leven, laat het Heer, toegewijd zijn aan Uw eer.

Neem mijn zilver en mijn goud, dat ik niets daarvan behoud.

Toen ik buiten op de trap zat, vroeg ik me af wat ze daarmee bedoelden. Volgens mij zouden er een heleboel moeilijkheden in deze wereld niet bestaan, als iedereen die zulke liederen zong, er ook naar handelde. Maar ik zal het wel niet begrijpen. Wat zou Jezus doen? Het lijkt wel alsof de mensen in de kerken goede kleren hebben en mooie huizen en 's zomers met vakantie kunnen gaan, terwijl duizenden mensen buiten de kerken in uitgeleefde huisjes sterven, de hele stad af moeten zoeken naar werk, nooit een schilderij of een piano in huis hebben, en opgroeien temidden van zonde, ellende en dronkenschap."

De man greep plotseling naar de tafel waarop het brood en de wijn voor het Avondmaal stonden en legde er zijn vuile hand op. Zijn hoed viel voor zijn voeten op het tapijt. De hele gemeente veerde overeind. Dokter West stond half op uit zijn bank, maar nog steeds was er geen enkele stem die de stilte verbrak. De man wreef met zijn vrije hand over zijn ogen en viel zonder enige waarschuwing plat voorover in het gangpad. Dominee Maxwell zei: "Laten we deze dienst als beëindigd beschouwen."

Hij liep de trap van de preekstoel af en knielde als eerste bij de man neer. Onmiddellijk stond iedereen op en liep de gangpaden in. Dokter West zei dat de man nog leefde. Hij was flauw gevallen. "Hij heeft iets aan zijn hart", mompelde hij en hielp om de man het kamertje van de dominee binnen te dragen.

Maxwell en enkele van zijn gemeenteleden bleven enige tijd in het kamertje. De man lag op de bank en ademde zwaar. Toen iemand de vraag stelde wat er met hem moest gebeuren, stond Henry erop dat hij mee zou gaan naar zijn eigen huis. Hij woonde vlakbij en had een logeerkamer, (p. 11-15)

Wat zou Jezus doen?

De daarop volgende zondag sterft de zwerver 's morgens vroeg. De gehele gemeente, vooral ds. Maxwell, is diep aangegrepen door deze gebeurtenissen. Dan komt ds. M. met het volgende voorstel:

"Ik roep uit uw midden vrijwilligers op, die oprecht en ernstig beloven dat ze een jaar lang niets zullen doen, zonder zich eerst af te vragen: Wat zou Jezus in dit geval doen?".

Ongeveer vijftig mensen bleken daartoe bereid. Later groeide hun aantal nog wat, maar ook het verzet van andere gemeenteleden nam toe.

Daarna vertelt het boek wat de konsekwenties waren in de levens van verschillenden, die dit besluit genomen hadden. Buitengewoon boeiend.

Zou dat misschien de reden zijn waarom ons christendom zo weinig aantrekkingskracht uitoefent op niet-christenen nl. dat wij volstaan met woorden en nog eens woorden. De een is nog zwaarder, gevoeliger, vromer, juichender, somberder dan de ander. Eindeloos wordt er geboomd over dogmatische verschillen. En ondertussen verkommeren vlak naast ons de eenzamen, de armen.

Christus was heel anders. Na de nederige voetwassing zei Hij: "Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gelijk Ik u gedaan heb, gij ook doet" (Joh. 13:15). Ja maar … alsjeblieft geen roomse werkheiligheid en pas op vooreen nabootsing van Christus en … Zo rammelt onze theologische machine maar door en we zijn weer klaar met de oproep van Christus om Zijn voorbeeld te volgen. We kunnen ons gezapige, zelfzuchtige, soms geniepige leventje weer verder zetten. Ons vrome geweten is weer gerust.

Laat élk Woord Gods op u inwerken

Ik geloof stellig in de "volharding der heiligen". Niemand kan een schaap dat Christus toebehoort, roven uit Zijn hand.

Maar we mogen niet met dit duidelijke Schriftgegeven andere, even duidelijke Bijbelteksten krachteloos maken.

Zo lezen we in Mt. 18:35 aan het slot van de gelijkenis over de onbarmhartige dienstknecht: "Alzo zal ook Mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet van harte een ieder zijn broeder zijn misdaden vergeeft".

"Alzo" - wat is dat? De gelijkenis vertelt dat een koning eerst aan een knecht, blijkbaar een manager van het hele bedrijf, diens schuld van 10.000 talenten (= miljoenen guldens) kwijt schold. Maar diezelfde knecht wilde aan een medeknecht die hem slechts honderd schellingen ( = nauwelijks een paar tientjes) schuldig was, niet de gelegenheid geven om dat af te betalen. Hij liet hem in de gevangenis zetten. Toen trok de koning de eerste kwijtschelding terug en liet de knechtmanager in de gevangenis werpen.

We mogen ons daar niet van af maken met de leer over de verharding der heiligen en ondertussen onze wrok tegen een mede-mens blijven koesteren en weigeren hem van harte te vergeven.

APOSTOLISCHE VADERS 2. Uitermate boeiend omdat dit boek de vertaling bevat van heel vroege geschriften van christenen. Ze worden ingeleid en toegelicht door de vertaler, dr. A.F.J. Klijn. De geschriften zijn: brief van Barnabas, fragmenten van Papias, brief aan Diogenes (met fragmenten uit de prediking van Petrus), apologie van Quadratus, pastor van Hermas. Uitg. Kok Kampen, 250 blz. f 32,80.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1985

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

WOORDEN … EN HUN WERKELIJKE WAARDE

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1985

In de Rechte Straat | 32 Pagina's