Mijn schip
Mijn schip heeft zijn haven verlaten.
Het water is zwart en diep.
Ik ga mijn weg gelaten.
Naar een haven, waar niemand mij riep.
Ik heb mijn schip prijsgegeven.
Aan elke wind die het stuurt.
Ik raadpleeg geen enkele zeekaart.
Al te lang heeft de reis geduurd.
Ik ben de een'ge die meevaart.
Met dode schimmen aan boord.
Waar het gaat is mij om het even.
Aan de einder geen morgen gloort.
Ik vaar omdat ik móet varen.
Naar een oeverloos verschiet.
Tot mijn schip in de bittere haven.
Verzinkt en de zeebodem ziet.
ANTWOORD:
En het geschiedde in een van die dagen, dat Hij in een schip ging en Zijn discipelen (met Hem); en Hij zeide tot hen: Laat ons overvaren aan de andere zijde van het meer. En zij staken af.
En toen zij voeren, viel Hij in slaap; en er kwam een storm van wind op het meer en zij werden vol (water) en waren in nood. En zij gingen tot Hem en wekten Hem op, zeggende: Meester, Meester, wij vergaan!
En Hij opgestaan zijnde bestrafte de wind en de watergolven, en zij hielden op en er werd stilte. En Hij zeide tot hen: Waar is uw geloof? Maar zij, bevreesd zijnde, verwonderden zich, zeggende tot elkander: Wie is toch Deze dat Hij ook de winden en het water gebiedt en zij zijn Hem gehoorzaam? (Lukas 8 : 22-25).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 1984
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 1984
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
