Grenst dit aan vergoddelijking?
De heer Janson stelt zich blijkbaar helemaal achter deze paus, die in tegenstelling tot Paulus VI aan geen enkele priester meer toestaat om te trouwen. Naar aanleiding daarvan wilde ik hem enkele vragen stellen.
1. U beweert dat een priester in volledige vrijheid zijn gelofte van celibaat aflegt. Kan men zulk een bewering nog staande houden in het licht van de ontdekkingen van de dieptezielkunde, bovendien als men weet, hoe jongens geronseld werden voor het priesterschap. Ik citeer uit de (r.-k) Bazuin van 5 aug. 1961:
„De huidige gang van zaken in Nederland is over het algemeen nog altijd zo, dat kleine jongetjes worden aangelokt tot het priesterschap door wilde verhalen van heeroom-uit-de-missie, door een toffe kapelaan, door eenfascinerende stemming in kerk en sacristie, door een lange baard en blote voeten, enz. Dit is voor hen de konkrete gestalte van hetpriesterschap. Hebben zijhun verlangen kenbaar gemaakt, dan worden zij naar seminarie of apostolische school gestuurd. In een besloten milieu wordt hun roeping beveiligd en bevestigd. Zij krijgen nauwelijks gelegenheid zich echt in te laten met de profane wereld en worden in een mannelijk milieu voorbereid op het celibaat. Deze opleiding wndt dan haar voortzetting en voltooiing in het groot-seminarie of klooster".
2. Maar hoe het ook zij, het is de eigen keuze geweest van deze jongeman. Wanneer hij nu, vooral door het kontakt met de vrouw in biechtstoel en spreekkamer, tot de ontdekking komt, dat hij zich radikaal heeft vergist en dat niet de gave der onthouding heeft gekregen, waarom mag hij dan ook niet zelf zijn keuze ongedaan maken, die op een achteraf onjuist gebleken veronderstelling was gebaseerd? Waarom ontmoet hij dan ineens de paus op zijn weg naar een huwelijk, die hem dat huwelijk op straffe van doodzonde en hel verbiedt?
3. Wanneer Christus iemand roept tot de ongehuwde staat, schenkt Hij hem/haar tevens de gave van de Heilige Geest van de onthouding. De paus kan zulk een gave niet geven aan een priester. Waarom blijft de paus dan toch eisen dat zulk een priester ongehuwd blijft?
4. Paulus zegt over iemand die tot de ontdekking is gekomen dat hij de gave der onthouding niet heeft ontvangen: „het is beter te trouwen dan van begeerte te branden" (1 Kor. 7:9 RKV). Moet een priester die tot diezelfde ontdekking is gekomen, dan aan Paulus (I) gehoorzamen of aanjoannes Paulus II, die zegt:„Het is beter te branden van begeerte dan te trouwen"?
5. Bent u het met deze paus eens, dat, wanneer een priester gehuwd is en kinderen heeft gekregen, hij vrouw en kinderen in de steek moet laten? Gelooft u werkelijk dat Christus wil dat mensen die elkaar hebben lief gekregen, op zulk een harde manier uit elkaar worden gerukt, enkel omdat een man in Rome dat zo heeft besloten?
6. Gelooft u werkelijk dat Christus zó willekeurig en grillig omspringt met lief en leed van Gods kinderen, dat Zijn zogenaamde plaatsbekleder op aarde, Paulus VI, in zulk een geval wél toestond dat zulk een gezin in vrede bleef samenwonen, terwijl deze paus ze met de harde hand uit elkaar wil halen?
7. Kunt u zich enigszins indenken dat het mij vreselijk tegen de borst stuit dat deze man die zoveel leed over tienduizenden uitstort, overal in de wereld met een vriendelijk gezicht verschijnt, kinderen op de armen neemt en openlijk kust, straks ook in Nederland, en zich door de massa's van de honderdduizenden laat toejuichen?
Heel mijn gevoel voor eerlijkheid, oprechtheid en rechtvaardigheid komt daartegen in verzet.
8. En het erge is dat deze man die zich een macht aanmatigt zoals geen enkele dictator in de wereldgeschiedenis, die macht enkel baseert op zijn eigen redenering, niet op de Schrift, het Woord van God.
9. Grenst dit niet aan vergoddelijking? Het is toch immers God alleen, die zó mag beschikken over de gewetens van de mensen. Is het niet huiveringwekkend dat iemand op grond van zijn eigen redenering beweert de macht te hebben ontvangen om over hemel en hel, eeuwige dood of eeuwig leven, te kunnen beschikken van alle christenen? De tijd van de stoffelijke brandstapels is voorbij, maar nog altijd meent deze man in Rome de bevoegdheid te hebben om tienduizenden priesters te laten omkomen op de brandstapels van hun begeerte, doordat hij weigert de toestemming te verlenen om te trouwen, terwijl hij die, volgens zijn eigen leer, wel kan geven. In Rom. 9:18 zegt Paulus van God: „Hij ontfermt Zich over wie Hij wil" (RKV). Ook de pausen menen zich te mogen ontfermen over wie zij willen en anderen in het vuur van hun begeren te mogen wegstoten, wanneer zij dat willen. Paulus VI ontfermde zich over de priesters, hun vrouwen en kinderen, wanneer die priesters bleken niet de gave der onthouding te bezitten. Deze paus stoot ze weer meedogenloos van zich af. Het leed van die vrouwen en kinderen deert hem blijkbaar niet.
Ik wil het persoonlijk maken: Ik heb zeven kinderen. (We hadden er acht. Helaas de jongste is gestorven. We hadden haar de mooie naam gegeven: Desiderata Gloria Ventura = Verlangen van de komende heerlijkheid. We hebben op haar grafsteen laten beitelen: „Ook wij verlangen naar de komende heerlijkheid"). We hebben reeds vier kleinkinderen. Maar volgens de paus mogen die kinderen en kleinkinderen er niet zijn. Matigt hij zich dan niet een goddelijke macht aan, wanneer hij meent zelf door zijn wetten te kunnen beslissen over het zijn of nietmogen-zijn van mensen?
10. Nogmaals, ik vind er iets weerzinwekkends in, wanneer straks ook in Nederland tienduizenden déze harde man staan toe te juichen. Ik las dat nu reeds synodevoorzitters van protestantse kerken staan te trappelen om dan tot deze paus te worden toegelaten en een beetje te kunnen delen in de glans en de roem van deze globetrotter.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1984
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1984
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
