In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Mogen (moeten) wij soms UITDAGEND zijn ?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mogen (moeten) wij soms UITDAGEND zijn ?

5 minuten leestijd

Wij kunnen ons indenken dat sommigen zich afvragen of de teksten van onze advertenties: „De paus komt, maar…" niet te provocerend zijn. Misschien willen ze ons Fil. 4: 8 voorhouden.

Ik meen echter dat we in zulk een geval het beste doen met ons af te vragen: Wat deden de profeten en apostelen, en vooral: Wat deed Christus, de grote Profeet, die tegelijk de goede Herder was (en is) voor de verloren schapen?

Laten we beginnen met het voorbeeld van Christus. Niemand zal ontkennen dat Hij vol bewogenheid was voor de eenvoudigen. Hij zou zeker alles vermijden wat hen nodeloos zou prikkelen en hen daarom de geloofsovergave aan Hem zou bemoeilijken.

Hij heeft ook duidelijk het (kerkelijke) gezag erkend: „De Schriftgeleerden en de Farizeeën zijn gezeten op de stoel van Mozes. Daarom, al wat zij u zeggen dat gij houden zult, houdt (dat) en doet (het)" (Mat. 23 : 2-3).

Maar van de andere kant is het evenzeer duidelijk dat de Heere bedoelde: „Slechts in zoverre zij de onderwijzing van Mozes, dus het Woord Gods, doorgaven". Want onmiddellijk daarna hekelt Hij hen vanwege de vele wetten en regeltjes, die zij eraan hadden toegevoegd en die zij als zware lasten op de schouders van de mensen legden. Dan ontziet Hij die wettige ambtsdragers niet en klinkt het telkens ten aanhoren van iedereen: „Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars!"

Nog een ander voorbeeld. „Hij spuwde op de aarde en maakte slijk uit dat speeksel en streek dat slijk op de ogen van de blinde en zei tot hem: Ga heen, was u in het badwater van Silóam (dat overgezet wordt: uitgezonden)". „En het was sabbat, toen Jezus het slijk maakte en zijn ogen opende." (Joh. 9:6-7,14). Waarom heeft Jezus toen niet volstaan met alleen maar door Zijn woord (Mk. 10:52), ofwel alleen door aanraking van de ogen (b.v. Mat. 20 : 34), deze blinde te genezen?

Ik meen dat de Heere hier beslist wilde choqueren, zo men wil: provoceren. Als Hij alleen maar door Zijn woord de blinde genezen had, dan had men hem moeilijk kunnen aanklagen vanwege sabbatsschennis. Maar onder de 39 hoofdsoorten van verboden verrichtingen op de sabbat behoorde ook het kneden, hier dus het maken van slijk met behulp van speeksel.

Jezus wilde blijkbaar het gezapige en tegelijk harde patroon van de eigen gemaakte wetten, van de menselijke traditie, doorbreken. Ondanks Zijn prediking tot dan toe had men nog steeds niet begrepen wat Hij bedoelde met de vrijheid, die Hij wilde schenken aan ieder die in Hem zou geloven (Joh. 8 : 36).

Ook bij deze genezing heeft Hij opnieuw laten zien dat Hij niet de juiste, bijbelse tradities omver wilde gooien. Dat had Hij immers ook uitdrukkelijk gezegd in de bergrede (Mat. 5 : 17-19).

Daarom liet Hij dan ook de blinde heengaan om zich in de Silóam te wassen. Op het loofhuttenfeest werd door de priesters op plechtige wijze water uit de Silóam geschept en naar de tempel gebracht om daar geplengd te worden onder het uitspreken van de woorden: „Gij zult water scheppen met vreugde uit de fonteinen des heils" (Jes. 12 : 3). Jezus heeft zich daarbij ook aangesloten in Joh. 7 : 37-39. Maar in felle verontwaardiging heeft de Heere Zich gekeerd tegen:

1. al die menselijke bijvoegselen, die als wetten op Gods volk waren gelegd;

2. tegen de valse leer dat de mens zou worden gerechtvaardigd, niet door het geloof (Gen. 15 : 6), maar door het onderhouden van Gods geboden.

En nu onze advertenties. Die willen ook laten opschrikken uit de dommel van het gezapige aanpappen met Rome, dat op precies dezelfde wijze allerlei heeft toegevoegd aan de Bijbel en ondragelijke lasten op de mensen heeft gelegd; en eveneens leert dat de mens door de onderhouding van Gods geboden, en niet door het geloof, het eeuwige leven waarlijk moet verdienen (Concilie van Trente, zesde zitting, canon 32).

Wij menen dat wij aldus ons geheel bevinden in de lijnen, die de Heere Jezus Zelf heeft getrokken.

En de onmiddellijke voorloper van de Heere? Johannes de Doper was ook diep bewogen met de velen, die meenden zonder bekering het eeuwige leven te kunnen beërven. En hoe was zijn houding tegenover de ambtsdragers, die meenden zonder bekering behagelijk te zijn in Gods ogen, enkel omdat ze behoorden bij het volk Gods van het Verbond' „Gij adderengebroed wie heeft u aangewezen te vluchten, voor de toekomende toorn? Brengt dan vruchten voort, de bekering waardig" (Mat. 3 : 7-8).

En de profeten van het Oude Testament? En de apostelen? Lees hun geschriften en u zult zelf bemerken dat ze niemand, ook niet de ambtsdragers, spaarden. Ze gebruikten daarbij soms uitdrukkingen, die wij, verburgerlijkte mensen van deze tijd, misschien als grof en onfatsoenlijk zouden betitelen. Maar dat komt dan, omdat wij hun profetische gloed niet meer verstaan en alleen maar een gestroomlijnd salon-christendom willen.

Ik wil tenslotte nog zeggen dat ik de paus niet beschouw als een wettige ambtsdrager van de gemeente van Christus. Hij is niet door de deur van het Woord Gods, de Schrift, Christus Zelf, de schaapstal binnengekomen, maar is er in binnengeklommen met de eigengemaakte ladder van zijn menselijke redeneringen (Joh. 10 : 1).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1984

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Mogen (moeten) wij soms UITDAGEND zijn ?

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1984

In de Rechte Straat | 32 Pagina's