BIDT zonder ophouden
We hebben over deze vraag al eens meer met elkaar gepraat. Het kan echter geen kwaad om daar nog eens op terug te komen. Want het staat er dan toch maar: „Bidt zonder ophouden!". En je kunt toch niet meewarig je hoofd schudden over die lieve Paulus, die zo lekker kon overdrijven of die vergat dat ze niet allemaal de gebedsgave hebben gekregen, waarover hij zich mocht verheugen.
Gebedshouding
Ik meen dat „Bidt zonder ophouden!" allereerst te maken heeft met onze gehele levenshouding. Dat moet een houding zijn van gebed. De kern van elk gebed is het besef van afhankelijkheid van God en van volstrekt vertrouwen in Hem. Dat moet ons geheel en al doordringen. Daarmee staan we op en gaan we naar bed. Ja? Doet u dat werkelijk?
Hoe begint u uw dag? Zegt u het dan tegen de Heere, niet slechts met de mond, maar met uw gehele hart:„Heere, ik weet mij volkomen afhankelijk van U. U hebt mijn leven in handen. Geen haar zal van mijn hoofd vallen zonder dat U dat weet en wilt. Ik aanvaard deze hele dag met alles wat mij overkomt als voortspruitende uit Uw beschikkingen"?
En spreekt u dan tegelijk uw volstrekte vertrouwen uit? „Heere, ik geloof in Uw liefdewil over mijn leven? Nee, niet omdat er in mijzelf iets behagelijks zou zijn. Ik weet dat ik ook vandaag Uw gebod van de liefde niet volmaakt kan vervullen, ook al streef ik daarnaar met alle kracht die in mij is. Ik weet dat U mij liefhebt omwille van Uw Zoon, Jezus Christus, met Wie Gijzelf mij verbonden hebt als een levend lidmaat van Zijn lichaam. Zo ga ik rustig deze dag tegemoet. Deze dag met zijn vreugden en misschien ook met zijn teleurstellingen, zijn pijn, zijn vernedering, de smaad die ik misschien moet ondergaan. Want ik weet dat ik Uw kind ben, voor altijd veilig in Uw Vaderarmen, omdat Uw Zoon mij Zeifin Uw armen heeft gelegd, toen Hij mij door Uw Geest bracht tot de geloofsovergave".
Maak u dan tegelijk één met Gods wil. „Heere, ik wil alleen wat U wilt. Ik wfl niet mijn eer zoeken, maar alleen Uw eer. Laat mij als een kaars opbranden voor Uw glorie. En als mijn oude natuur in mij begint te spoken en in opstand komt, Heere, leg dan Uw verkoelende Vaderhanden op mijn hoofd, zodat het vuur van de begeerten in mij gedoofd worde".
Als u zó de dag bent begonnen, zal die gebedshouding al uw werkzaamheden doordringen, ook al vraagt uw bezigheid misschien uw volle aandacht. In de diepte van uw ziel hebt u zich dan aan God overgegeven, u één met Hem gemaakt. Dat is het onophoudelijk bidden als levenshouding.
Gebruik de verloren ogenblikken
Er zijn vaak momenten waarop we niets kunnen doen. Wanneer je moet wachten op trein of bus; wanneer je ergens naar toe moet lopen (of fietsen, maar let dan wel voldoende op het verkeer); wanneer je in de trein of in de bus zit; wanneer je andere werkzaamheden verricht, die niet je (volle) aandacht vereisen - in al dergelijke gevallen kun je je fantasie laten wegdwalen, misschien naar plaatsen waar je eigenlijk niet thuis hoort. Je kunt je bepaalde mensen voor de geest halen die je die morgen of gister gekrenkt hebben en je opnieuw kwaad over hen maken. Je kunt je opwinden over een examen dat je binnenkort moet doen, over je kans op promotie, die er wel in zit, over … vul zelf maar in.
Benut die gelegenheid voor het gebed. Terwijl u daar op het perron staat, nadat u nét te laat kwam en de rode achterlichten van de trein u tegengrijnsden, laat u dan niet meesleuren door dat gevoel waardoor je jezelf loopt te verbijten en te verwijten: „Was ik dan ook maar vijf minuten eerder opgestaan". Maar verhef uw gedachten naar de Heere en zoek rust bij Hem.
En als er schuld bij u is geweest, belijd dat dan voor Hem en weet dat er bij Hem alle vergeving is, ook voor die schijnbaar geringe overtredingen van Zijn gebod, voor dat te laat opstaan.
En als het niet uw schuld is geweest, vertrouw dan dat de Heere daar Zijn bedoelingen mee heeft gehad, ook al zal Hij u dat later op de dag misschien niet vertellen. Spreek dan uw vertrouwen in Hem uit: „Heere, ik geloof in Uw liefdebedoelingen. Ik geloof dat deze teleurstelling niet als een lot over mij kwam, maar dat U dit alles mij om welke reden dan ook overzendt".
„Oefen uzelf tot godzaligheid (vroomheid)" (1 Tim. 4 : 7)
Om aldus telkens weer de gemeenschap met de Heere te kunnen ervaren is het nodig dat u die gebedshouding hebt, waarover ik eerst sprak. Als u leeft in die vertrouwvolle, gehoorzame houding van afhankelijkheid, dan zal vanzelf die diepe verbondenheid met de Heere, die in de heilige donkerte van uw ziel zingt, zich naar boven dringen in zulke „verloren ogenblikken".
U zult misschien vragen: Maar hoe krijg ik die gebedshouding als algehele levensinstelling?
Dan is mijn antwoord: Die krijgt u door het voortdurende bidden zelf. Dat betekent dus dat u, zolang u die gebedshouding nog niet hebt, u met uw wil tot het gebed moet zetten.
Wanneer u zoveel mogelijk bidt, zodra u daartoe de gelegenheid hebt, groeit ook uw gebedshouding en uw gebedsbehoefte. Dat wordt dan een wisselwerking.
Niet alleen vragen
Het is van groot belang dat u niet bij slechts één vorm van bidden staan blijft nl. de smeking. Wanneer die smeking een voortdurend vragen wordt, zodat u telkens maar weer uw verlanglijstje aan God voorlegt, zult u niet groeien in de gebedshouding. Dan stelt u uzelf met uw kleine klachten en noden telkens in het middelpunt. En bidden is juist Gód in het middelpunt plaatsen, is erkennen dat ons hele leven slechts zin heeft inzoverre ons leven is gericht op de aanbidding van Zijn grootheid.
Bidden is vooral ook je doordringen van het besef dat deze almachtige God, die hemel en aarde, sterren en planeten geschapen heeft en onderhoudt en bestuurt, jóu JOU, liefheeft. Laat deze zuivere liefde van God door je heentrekken. Haal die heerlijke warmte naar binnen met de mond van je geloof.
En zeg het ook zelf tegen God: „Ik heb U lief. U bent de schoonste, de heiligste, de nobelste. Ubent één aanbiddelijk, verrukkelijk Wezen. U boeit mij mateloos. Alles in mij hijgt naar U". Zing ps. 116:1: „God heb ik lief…".
„En weest dankbaar!" (Kol.3 : 15); „dankende allen tijd" (Ef.5 : 20). Strijk telkens even met uw gedachten over uw leven. En wat vindt u dan niet veel redenen tot dankbaarheid.
Ik kan er maar nooit over uitgedankt raken, dat God mij, die in wezen Hem helemaal niet zocht, maar slechts mijzelf, uit die duisternis waarin ik mijzelf had vastgewroet, omhoog heeft getrokken naar Zijn wonderbaar licht Maar dat zal toch elk kind van God herhalen: Niet ik zocht Hem, maar Hij zocht mij! De gelovige zal volkomen beamen wat Jezus heeft gezegd: „Gij hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren" 0oh. 15 : 16). Bidt, dankt en aanbidt zonder ophouden!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1984
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1984
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
