WROETEN N Een lJEZELF?
Ad. 1. De Heilige Geest hoeft mijn hart niet te onderzoeken om te weten te komen wat daarin omgaat. Hij is God en doorziet alles, ook mijn hart, meteen zonder noodzaak van een moeizaam onderzoek. Wanneer dan ook in ps. 139 staat: „Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart", dan is dat niet bedoeld als een aansporing, een vermaning gericht tot God, dat Hij ernst moet maken met een onderzoek van mij. Juist diezelfde psalm laat zien dat God mij geheel doorziet„Gij bezit mijn nieren". Maar het is een verzoek: Laat mij mijzelf zien in Uw licht
En hoe doet de Geest dat? Door het Woord Gods. In het licht daarvan laat Hij mij zien wie ik ben. Daarom riep Paulus uit:„Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont"(Rom.7 : 18). Hoe wist Paulus dat? Doordat hij het licht van Gods Woord, de wet, op zijn leven en zijn hart had laten vallen. Hij heeft dat niet overgelaten aan de Geest. Hij heeft niet gezegd: Het is genoeg dat de Geest weet wat er in mij omgaat, al het kwade kent dat in mij wroet. Hij wist: ik moet dat ook zelf weten. God is een God van waarheid. Hij wil niet dat wij de werkelijkheid ontvluchten, ook niet de werkelijkheid van onze grote schuld: „Adam, waar zijt gij?". God keurt het niet goed dat Adam zijn eigen schuld niet eerlijk wil erkennen en die op Eva schuift.
Het is waar dat u met uw zondige natuur niet tot waarachtig zondebesef kunt komen. Maar dat is nu juist het werk van de Heilige Geest, die niet slechts door middel van een redenering u laat zien dat u een zondig mens bent, ongeveer in deze trant: De Bijbel zegt dat alle mensen zondaars zijn; welnu, u bent ook een mens; dus bent ook u een zondaar. Nee, de Heilige Geest laat mij door het Woord zien dat ik,ik, een zondig mens ben. Zo overtuigt Hij mij van zonde. De mensen op de pinksterdag waren niet op grond van een redenering tot het inzicht gekomen dat ze zondaars waren, maar ze schreeuwden het uit: „Wat zullen wij doen, mannen broeders", want zij waren „verslagen in het hart" (Hand.2 : 37).
Ad. 2. U noemt de inhoud van IRS een gewroet in jezelf. Ik kan dit niet zien. Ik meen dat dé grote oorzaak waarom er in Nederland nog steeds geen echte opwekking gaande is, het ontstellende gebrek aan zondebesef is. Iedereen weet wel precies de fouten en zonden van de anderen aan te geven. Hele kerkbladen en blaadjes van groepen worden gevuld met aan te tonen dat de ander zo grondig mis is. En dat terwijl die anderen soms precies dezelfde belijdenisgeschriften aan hangen. Er is maar heel weinig verslagenheid over eigen zonden. Wilt ú dit dan bevorderen? Wilt ú dat ze geloven in de vrome motieven, die ze zichzelf in hun bewustzijn voorspiegelen. Vindt u het goed dat ze niet een trapje willen afdalen naar de kelder van hun hart, hun onderbewustzijn, om daar eens te onderzoeken en te ontdekken wat hen ten diepste drijft nl. hun eigen ikje dat koning moet kraaien? Ik kan mij dat moeilijk voorstellen, want op deze manier zal er, naar ik meen, nooit een opwekking in Nederland komen.
En ik ben het ook niet met u eens dat er door dit zelfonderzoek - dat u ten onrechte brandmerkt als een wroeten in jezelf - minder blijdschap in de mens is.
Zoals ik al eens heb geschreven, heb ikzelf ruim veertig jaar mijn onderbewustzijn moeten ontleden om mij te bevrijden van allerlei neurosen, frustraties en complexen die ik in mijn jeugd had opgedaan. (Ik raad dat niemand aan, maar ik moest het, omdat het de enige manier was om mij van een zware overspanning in 1940 te bevrijden).
Maar juist in al die jaren heb ik steeds meer mijn, en aller mensen, ik-gerichtheid ontdekt. Ik heb dat slechts in het licht van Gods Woord door de Heilige Geest als zonde voor God leren zien.
Maar juist daardoor werd ik uit mijzelf uitgedreven naar Christus toe. Ik ben er grondig van overtuigd- niet slechts op grond van wat de Bijbel zegt, maar van eigen bevinding - dat in mij, dat is in mijn vlees ( mijn onderbewustzijn, mijn hart) geen goed woont Daarom is mijn vlucht naar Christus ook niet het gevolg van een redenering, maar een existentiële noodschreeuw, een schreien van mijn hart om Hem. Alleen door Zijn Geest kan er waarachtige liefde in mij neerdalen. Zonder die Geest kom ik niet verder dan een vroom, geraffineerd zoeken van mijzelf. Ik wil niets meer weten van mijzelf, maar alles van Christus, en Die, voor mij gekruisigd. In Hem vind ik de volle heerlijkheid Gods. In Hem mag ik verzinken en mijzelf vergeten. Hij is in mij en ik in Hem. Ik klamp mij hartstochtelijk aan Hem vast, omdat in mij slechts duisternis is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1984
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1984
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
