De brief aan de Hebreeen
Het is een erg overzichtelijk boek, zeer geschikt voor Bijbelstudiekringen. Ik beveel het dan ook van harte aan.
Ouweneel wilde voor iedereen begrijpelijk schrijven en van de andere kant toch geen afbreuk doen aan de diepte van dit Bijbelboek. Hij is daarin uitstekend geslaagd.
Natuurlijk zult u hier en daar aan een andere verklaring de voorkeur geven. Maar dat is niet erg. Deze Bijbelstudies zullen u in elk geval stimuleren tot een dieper doordringen in de tekst.
En Bijbelkommentaren kun je niet genoeg hebben. Juist door intens te luisteren naar wat gelovigen uit allerlei richting over een Bijbelboek hebben geschreven gaat de volle rijkdom van Gods Woord steeds meer voor je open.
Ik laat nu hieronder de verklaring volgen, die Ouweneel geeft van de moeilijke verzen 6: 4-6.
Vers 4 en 5 beschrijven dus een christendom dat alleen uiterlijk aanvaard wordt, en daardoor in feite een christendom zonder Christus is. Het jodendom (vs.lv.) is een leer zonder de verheerlijkte Christus, omdat het daaraan niet is toegekomen; het naamchristendom (vs.4v.) is echter eveneens een leer zonder de verheerlijkte Christus, want het belijdt Hem wel uiterlijk (daarin gaat het verder dan het jodendom), maar kent Hem niet werkelijk met het hart.
Van deze naamchristenen worden de volgende kenmerken gegeven:
1 'verlicht' (Goddelijk licht heeft op hen geschenen, maar veranderde niet hun hart);
2 'van de hemelse gave geproefd' (iets gezien van wat verbonden is met een hemelse Christus: geproefd, niet gegeten);
3 'deelgenoten van (de) Heilige Geest geworden' (niet dat zij de Geest ontvangen hadden en inwonend in zich bezaten, maar zij waren „metgezellen" van de Geest: bevonden zich op het terrein van zijn werkingen en zegeningen, hadden deel aan zijn werkzaamheden);
4 '(het) goede woord van God geproefd' (iets gehoord van de goede uitspraken van God over Christus; maar slechts geproefd, niet gegeten);
5 '(de) krachten van (de) toekomstige eeuw geproefd' (iets gesmaakt van de krachten die straks, wanneer Christus' vrederijk hier gevestigd zal zijn, de machten zal vernietigen die zij nu al tegenwerken; gesmaakt, niet gegeten).
Het is hier dus in het geheel geen kwestie v^n nieuw leven, van werkelijke wedergeboorte, van ware verzegeling met de Heilige Geest; maar hier worden twee systemen vergeleken: het jodendom en het naamchristendom. Het afvallen van het naamchristendom (vs. 6) betekent een terugvallen naar het jodendom (vs. 1 v.); sterker nog: het betekent een zich (opnieuw) vereenzelvigen met het volk dat de Zoon van God gekruisigd had. Dit is heel ernstig:
(a) toen de afvallige een 'christen' werd, erkende hij daarmee de zonde van het joodse volk; door af te vallen pleegt hij nu in feite die zonde zelf (vs.6);
(b) voor een vroegere tegenstander van Christus bestond de mogelijkheid dat hij tot inzicht kwam; maar voor wie dat inzicht al had en toch weer afviel, bleef geen middel tot herstel over zolang hij op die weg bleef;
(c) destijds had de Jood de Messias verworpen toen Deze op aarde was; door af te vallen van het christendom verwierp Hij nu ook de Christus die nu als hogepriester in de hemel was.
Na deze verklaring van de inhoud van de tekst behandelt Ouweneel de afzonderlijke woorden. Over het woord „afgevallen" schrijft hij:
Vs. 6: afgevallen: het is duidelijk genoeg uit de Schrift dat er niet zoiets bestaat als een 'afval der heiligen' (zie o.a. Jh. 5:24; 6:51; 10:28v; 11:26). Hoe zouden vernieuwde harten, mensen die het eeuwige leven bezitten, in wie de Heilige Geest woont, nog ooit verloren kunnen gaan? 'Leven' is maar niet iets dat men er eenvoudig weer kan 'uithalen'. De mens is niet 'iets plus leven', waar men dat leven weer van af kan trekken. De dode mens is een levende mens geworden - en dit nieuwe leven is een onvergankelijk leven - en hij heeft een nieuwe natuur ontvangen. Die natuur kan men hem niet 'afnemen', want een 'natuur' is niet een 'ding' in ons, maar is dat wat we zijn. En wat we zijn, zijn we door een onomkeerbaar vernieuwingsproces geworden. Er is geen afval der heiligen - maar er is wel een afval van naambelijders! Die móet er zelfs zijn, althans in een geestelijk gezonde, levendige gemeenschap, want geen naambelijder zal het daar op den duur kunnen uithouden. Het woord voor 'afvallen' betekent net als in het Nederlands letterlijk 'ergens vanaf, naast vallen', in feite per ongeluk. Als de naambelijder zich niet bekeert en waakzaam is, zal hij er uiteindelijk buiten vallen, naast het heil vallen.
Daarnaast geeft Ouweneel ook enkele Griekse kernwoorden, waarvan hij laat zien hoe vaak die in de brief voorkomen en hoe die het beste, volgens hem, vertaald kunnen worden in de context bij
Metochos, 'metgezel' of 'deelgenoot'
1:9 Christus gezalfd boven zijn metgezellen
3:1 deelgenoten van de hemelse roeping
3:14 wij zijn metgezellen van Christus geworden
6:4 deelgenoten van de Heilige Geest
12:8 als zonen deelhebbers aan tuchtiging
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1984
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1984
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
