WIL
De wil is de kern van ons wezen. Terecht beschrijven de Dordtse Leerregels de wedergeboorte als een verandering van onze wil.
Een van de aspekten van die wilsverandering is dat we voortaan niets meer van onszelf verwachten, maar uitsluitend van de genade Gods in Jezus Christus.
We willen dan zien en aanvaarden wie we zijn: mensen die onszelf totaal verdorven hebben, die ons hebben vast gewroet in de modder van onze zelfzucht.
We willen dan vervolgens aanvaarden wie God is: volstrekt zuiver, in Hem is in het geheel geen duisternis; heilig, rechtvaardig, vol licht en glorie, én barmhartig, eindeloos barmhartig, vol van een altijd weer vergevende Vaderliefde.
We willen dan Christus aannemen (Joh. 1:12), omdat we zien dat Hij ons van de Vader gegeven is als onze Zaligmaker, die ons met Hem verzoende.
De Geest verandert onze wil
Die wilsverandering is het werk van de Heilige Geest. Wij kunnen onszelf nooit uit het moeras van onze zondigheid loswrikken. Als we dat zouden proberen, zinken we er alleen nog maar dieper in.
Alleen de Geest die van Boven komt, kan ons daaruit bevrijden.
Hij is het die onze wil losmaakt van de gebondenheid aan ons eigen 'ik' en die wil richt op God.
Daarom is de wedergeboorte veel meer dan alleen maar: „NeemJezus aan". Het is een radicale verandering, een verandering van de wortel (radix) van ons gehele wezen.
We worden door de Heilige Geest op een ander spoor gezet, het spoor van Gods wil. Alles kraakt, siddert en juicht in ons, wanneer dat gebeurt.
In dat spoor verder
De Heilige Geest heeft ons op het nieuwe spoor gezet, maar nu moeten we op dat spoor verder (Fil. 3:16). Hij heeft onze wil vrijgemaakt; nu moeten we die wil steeds meer gaan conformeren met de heilige wil van God. De bede: „Uw wil geschiede!" moet vlees en bloed in ons worden. We moeten gelijkvormig worden aan het beeld van Gods Zoon, die heeft gezegd: „Mijn spijs is dat Ik de wil doe van Hem die Mij gezonden heeft" (Joh. 4:34).
De oude natuur sputtert dan heel erg tegen. Die wil ons telkens weer terugbuigen naar het vroegere spoor nl. dat wij „de wil des vleses" (Ef. 2:3) weer gaan doen. Dat is de strijd van het vlees (de zonde als macht in ons) tegen de geest. Die strijd zal heel ons leven voortduren.
Wees ééns met wat God wil!
Maar laat dat vlees in u maar knetteren en lokkend zuigen. Doe alsof u dat niet hoort. Richt uw aandacht geheel op God. Trek uzelf terug in dat diepste in u, in die door de Geest vrijgemaakte wil.
En fluister het dan in alle zuiverheid de Heere toe: „Ik wil slechts wat U wilt". Begin zo de dag. Herhaal het telkens weer. Uw begeerten zullen u smekend aankijken: „Wees niet zo hard voor ons! Wij zijn toch immers een deel van uw eigen wezen". Ze zullen zich vastklampen aan het kleed van uw wil. Trek ze daar onverbiddelijk van af. Laat ze neervallen in de diepte.
Dat kost inspanning. Maar in de Bijbel wordt de levensheiliging nooit als een luchtig huppelen voorgesteld. De brief aan de Hebreeën spreekt over een worstelen tot bloedens toe tegen de zonde. Christus zegt dat wij, wanneer wij Zijn discipel willen worden, het kruis achter Hem moeten aandragen en onszelf moeten verloochenen. Dat lijkt harde taal, maar voor wie het begrijpt, is het hemelse muziek.
In 1 Tim 4:7 spoort Paulus ons aan: „Oefen uzelf tot godzaligheid" (,Oefen uzelf in de vroomheid' RKV). Hij gebruikt daar het werkwoord „gumnazo", dat van „gumr?os=naakt" komt, vandaar: naakt lichaamsoefeningen in het worstelperk houden. Van dat woord komt ons „gymnastiek". Op geestelijk terrein overgebracht betekent het: „je inspannen door geestelijke oefeningen".
De brief aan de Hebreeën gebruikt datzelfde beeld van het ongekleed worstelen of lopen in de renbaan: „Laat ons afleggen alle last en de zonde, die ons lichtelijk omringt en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is" (Hebr. 12 : 1). Voor „lijdzaamheid" gebruikt de brief hier het Griekse woord „hupomenè", dat volhouden betekent, het uithouden, doorzetten.
En in 1 Kor. 9: 24-27 werkt Paulus dat beeld uitvoeriger uit. Als je dat op je laat inwerken, krijg je een ander beeld dan zoals vaak wordt voorgesteld: De wedergeborene brengt „vanzelf' goede vrucht voort.
Je kunt dat goed verstaan n.1. omdat je met Christus verbonden bent, draag je door Hem zeker vrucht. Maar als je het „vanzelf' verstaat in de zin van: Dat gaat van een leien dakje, dan hebt u de Bijbel verkeerd verstaan. Willen we groeien in de gemeenschap met de Heere, dan vraagt dat harde oefening, een voortdurend nee zeggen tegen onze zondige begeerten.
Geniet van uw eenheid met Gods wil.
Toch kan die oefening haar moeizame karakter langzamerhand kwijt raken, wanneer de Heere het u vergunt om heel innig één met Hem te worden. Dan is het een genot om jezelf te verliezen en om uit jezelf te treden en heen te gaan naar Hem, naar Zijn Goddelijke wil en om je daar dan volkomen mee te verenigen. Je ziet dan die almachtige Wil, die de werelden in beweging zet en leidt naar Zijn doeleinden. En mijn miserabele menselijke willetje mag zich aan die Wil hechten, er helemaal in meegaan, er helemaal één mee worden. Dan wil ik zuiver wat die grote, almachtige, heilige God wil.
En die Wil trekt dan reinigend door heel mijn wezen heen. Dan wordt het alsof ik zelf niet meer wil, maar alsof Hij in mij wil. Verrukkelijk is die eenheid. Ze is een stuk zaligheid reeds in dit leven.
En dan valt het je steeds minder zwaar om nee te zeggen tegen de begeerten, die naar je omhoog willen klauteren om in je wil binnen te dringen. Je weet dan dat de eenheid met de wil van God verre alle genietingen van deze aarde overtreft.
Heb lief zoals Ik lief heb!
Laat ik dat alles nu heel konkreet toepassen. Want juist wanneer het je gegeven is te beleven dat niet jij meer leeft, maar dat Christus in jou leeft, krijg je daardoor een grondige afschuw van alle zonde. Tegenover het licht van Zijn heilige aanwezigheid, van Zijn Zichzelf vergetende liefde, steekt de duisternis van je zelfzucht des te scherper af. Je kunt alleen maar rustig in de zonde voortleven, wanneer je op een afstand van de reine Christus leeft.
Juist in die tedere omhelzing van Christus hoor je Hem zeggen: Volg Mij na! Heb lief zoals Ik lief heb! „Weest gij dan volmaakt gelijk uw Vader die in de hemelen is, volmaakt is" (Mt. 5 : 48).
Het streven naar de volmaaktheid is dus niet een kloosterideaal dat we als een „roomse zuurdesem" zover mogelijk moeten uitbannen, maar een roeping van Christus voor alle gelovigen.
Denk vanuit de Ander en vanuit de anderen.
Heb lief! Dat betekent: Denk niet meer vanuit jezelf. Denk vanuit de Ander. Laat de ijver voor Gods huis u verteren (Joh. 2:17). Leef voor Zijn eer. Gloei van verlangen om Zijn Koninkrijk te bevestigen en uit te breiden. Strijd voor Zi'j'n heilige Naam. Verheug u over Gods vreugde. Wees blij om het volstrekte geluk dat God heeft in Zichzelf. Juich om de verstrengeling van de liefde tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Denk vanuit de anderen, die God om u heen heeft gesteld: uw vrouw, uw man, uw ouders, uw kinderen, uw broers en zussen, uw verdere familieleden, uw buren, uw kennissen, de naaste dichtbij en ver af.
Leef u in in hun belangen, hun noden. Leg uw oor te luisteren op hun hart. „Verblijdt u met de blijden en weent met de wenenden" (Rom. 12:15). „Bemint elkander hartelijk met broederlijke genegenheid. Acht anderen hoger dan uzelf. Draagt bij voor de noden van de heiligen, beoefent de gastvrijheid. Zegent hen die u vervolgen; ge moet ze zegenen in plaats van ze te vervloeken. Weest eensgezind. Schikt u zonder hooghartigheid in de omgang met gewone mensen. Wreekt uzelf niet, geliefden. Als uw vijand honger heeft, geeft hem te eten. Als hij dorst heeft, geeft hem te drinken. Overwint het kwade door het goede" (Rom. 12:9-21 RKV). „Leidt een leven dat beantwoordt aan de roeping die gij van God hebt ontvangen, in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid, liefdevol elkaar verdragend" (Ef. 4: 1-2). „Wrok, gramschap, toorn, geschreeuw en gevloek, kortom alle boosaardigheid moet bij u verdwijnen. Weest goed voor elkander en hartelijk. Vergeeft elkaar zoals God u vergeven heeft in Christus. Weest navolgers van God zoals geliefde kinderen past. Leidt een leven van liefde naar het voorbeeld van Christus". „Leeft dan ook als kinderen van het licht, en de vrucht van het licht kan alleen maar zijn: goedheid, gerechtigheid, waarheid. Tracht te ontdekken wat de Heere behaagt" (Ef. 4 en 5 RKV).
„Wie overwint …"
Naarmate u dichter bij Christus leeft, zult u ontdekken hoe weinig volmaakt uw leven is. U ziet dan hoe Hij altijd maar aan de Ander, aan Zijn Vader, en aan de anderen, aan u en mij, dacht. Hij wilde slechts wat God wilde. Zijn spijze was het te volbrengen wat Zijn Vader wilde.
Leer die verborgenheid. Treed binnen in het geheimenis van de heerlijkheid Gods: de eenheid met Zijn heilige wil. Jezus Zelf zegt: „Wie overwint, Ek zal hem geven te eten van het manna dat verborgen is" (Openb. 2:17). Wie overwint d.i. wie niet toegeeft aan de begeerten van het vlees, aan de zuiging van de zelfzucht; wie telkens tracht daarboven uit te rijzen naar de sferen van de zuivere liefde; wie zichzelf verloochent en zijn eigen zondige wil overwint in de overgave aan de Wil van God; die zal mogen genieten van dat manna dat uit de hemel neerdaalt: Jezus Christus, het brood des levens, wiens verborgen manna de wil van de Vader was en is. „En buiten alle twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vlees" (1 Tim. 3 : 16).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1984
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1984
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
